ID.nl logo
Waar blijft de Nespresso onder de software?
© Reshift Digital
Huis

Waar blijft de Nespresso onder de software?

De beste software is als goede koffie: een goed bakkie is onmisbaar voor een productieve dag, maar smaken verschillen en een verkeerde mix kan je flinke hoofdpijn bezorgen.

De afgelopen weken hebben we druk gediscussieerd over de vraag "Wat is de meest gehate software ooit?", niet alleen op onze site, maar ook op bijvoorbeeld LinkedIn. Daaruit blijkt dat het vrijwel onmogelijk is een eenduidig antwoord te geven. Mensen verschillen: wat de een geweldig vindt, vindt de ander juist dramatisch. In een eerdere blog-post heb ik al geconstateerd dat er allerlei verschillende soorten mensen zijn, en dat dat concept kennelijk wat lastig is voor software-ontwikkelaars.

Het valt ook niet mee een onmenselijk binair systeem als de computer toegankelijk te maken voor de vreselijk diverse soort die wij inmiddels zijn geworden. Verschillende grote leveranciers zijn daar in de loop der tijd op een verschillende manier mee omgegaan:

Microsoft dacht en denkt nog steeds dat ze in staat moeten zijn een universeel bruikbare interface te creëren. Bij de lancering van de Ribbon in Office werd dat zelfs bijna letterlijk zo gezegd: 'na intensief en uitgebreid onderzoek onder onze gebruikers hebben we een interface ontwikkeld die naar onze overtuiging zo in elkaar zit dat het de perfecte gebruiksomgeving is voor 96% van onze klanten'. De eerste versie van de Ribbon was dan ook niet aanpasbaar - dat was tenslotte niet meer nodig. Daar zijn ze toch enigszins van terug gekomen, maar met Metro doen ze het in feite weer: één interface bouwen die het iedereen naar de zin moet maken.

Apple deed dat anders. Steve Jobs was een man van harde keuzes waar hij vol overtuiging aan vast hield. Als gevolg daarvan is OS X volkomen eenduidig: je haat het of je vindt het heerlijk. Een totaal andere benadering dan Microsoft, maar ook hier is iets voor te zeggen: je weet in elk geval zeker dat de groep waarbij het kwartje valt ook inderdaad 'fanboy for life' is.

Google koos een nieuwe koers met Android. Android is (min of meer) open, wat wil zeggen dat ontwikkelaars en gebruikers een grote mate van vrijheid hebben om (de GUI van) het OS aan te passen aan de wensen van de gebruiker. Als je wilt kun je Android voorzien van een Windows, iPhone of Metro skin, of een van de vele andere aangepaste user interfaces. Het zwakke punt van die benadering is de chaos: niet alle oplossingen werken even goed, de installatie is bepaald niet eenduidig en soms ronduit ingewikkeld (soms moet je er zelf je hele telefoon voor 'rooten').

Desondanks heeft, van die drie benaderingen, Android mijn sterke voorkeur. Het is bepaald niet perfect, maar het is wel de enige benadering die ruimte laat voor wat, wat mij betreft, evident is: mensen verschillen.

Software is net koffie: voor veel mensen is het onmisbaar. Vroeger was koffie gewoon koffie - een zwart bakje pleur. Tegenwoordig heeft onze smaak zich ontwikkeld: we nemen geen genoegen meer met bittere drab, maar verlangen goede koffie - en de discussie over wat goede koffie is, is soms net zo heftig als die over de verschillende computersystemen.

De benadering die Microsoft heeft gekozen is een smaak te ontwikkelen die niemand echt vies vindt (maar ook niemand echt lekker), de benadering van Apple is een smaak te ontwikkelen die zo specifiek is dat een bepaalde groep het hélemaal geweldig vindt (en de rest afschuwelijk). De benadering van Google is een Senseo te ontwikkelen waarin ieder zijn eigen favoriete smaakje kan stoppen.

Toegegeven: je kon natuurlijk al jaren naar specialistische koffiehuizen gaan om met je eigen espresso-apparaat je eigen 'blend' samen te stellen - maar dat is toch meer iets voor de echte freaks; zeg maar de mensen die op de computer Linux gebruiken.

Het wachten is wat mij betreft op de eerste leverancier die de Nespresso onder de computerinterfaces bouwt: het idee van de Senseo, maar dan écht goed uitgewerkt. Een computerinterface, met andere woorden, die ruimte biedt voor de verschillende voorkeuren van verschillende soorten mensen in een kwalitatief hoogstaande omgeving. Een interface die je helpt denken, in plaats van voor je te denken. Een interface die je in staat stelt de middelen die je ter beschikking staan te benaderen vanuit een omgeving naar keuze die jij intuïtief kunt bedienen. Een interface, met andere woorden, die zich soepel en eenvoudig laat aanpassen aan jouw persoonlijke persoonstype, zonder dat daarbij functionaliteit verloren gaat.

▼ Volgende artikel
Nieuwe FromSoftware-game The Duskbloods komt echt alleen naar Switch 2
Huis

Nieuwe FromSoftware-game The Duskbloods komt echt alleen naar Switch 2

The Duskbloods, de nieuwe game van Elden Ring- en Dark Souls-ontwikkelaar FromSoftware, zal echt alleen op Nintendo Switch 2 uitkomen.

Dat heeft de ontwikkelaar benadrukt bij het bekendmaken van zijn kwartaalcijfers (via VGC). Daarbij werd ook nog eens benadrukt dat The Duskbloods nog altijd gepland staat om ergens dit jaar uit te komen, net zoals de Switch 2-versie van Elden Ring.

Over de exclusieve Switch 2-release van The Duskbloods: "Het wordt verkocht via een samenwerking met Nintendo, met verkoopverantwoordelijkheden verdeeld per regio. De game komt alleen voor Nintendo Switch 2 beschikbaar." Daarmee is dus duidelijk gemaakt dat Nintendo een nauwe samenwerking met FromSoftware is aangegaan voor de game en dat het spel niet zomaar op andere platforms uit zal komen.

Over The Duskbloods

The Duskbloods werd begin vorig jaar aangekondigd in een speciale Nintendo Direct waarin de eerste Switch 2-games werden getoond, maar sindsdien zijn er geen nieuwe beelden van het spel uitgebracht. Zoals gezegd is de game ontwikkeld door FromSoftware, het Japanse bedrijf dat naam voor zichzelf heeft gemaakt met enorm uitdagende spellen, waaronder de Dark Souls-serie en Bloodborne. Met de openwereldgame Elden Ring scoorde de ontwikkelaar enkele jaren geleden nog een megahit.

Watch on YouTube

The Duskbloods wordt een PvPvE-game, waarbij spelers het dus tegen elkaar en tegen computergestuurde vijanden opnemen. Maximaal acht spelers doen aan potjes mee. Na het kiezen van een personage in een hub-gebied wordt men naar een gebied getransporteerd waar er met andere spelers en vijanden gevochten wordt, al kan men soms ook samenwerken om vijanden te verslaan.

Spelers besturen een 'Bloodsworn', wezens die dankzij een speciaal bloed dat in hun lichaam zit meer krachten tot hun beschikking hebben dan reguliere mensen. Ondertussen is het einde van de mensheid nabij, en bestaat de wereld uit verschillende tijdperken, wat voor een mengelmoes van stijlen zorgt.

▼ Volgende artikel
Beeldverversing versus pixels: waarom soepel gamen beter is dan scherp
© Gorodenkoff Productions OU
Huis

Beeldverversing versus pixels: waarom soepel gamen beter is dan scherp

Resolutie is marketing, refreshrate is beleving. Waar 4K zorgt voor een mooi plaatje, zorgt een hoge verversing (Hz) ervoor dat je daadwerkelijk wint. Hieronder lees je waarom snelheid in feite de échte koning is in gaming.

Veel gamers staren zich blind op 4K-resolutie. Ze kopen een duur scherm, zetten de settings op Ultra en vragen zich vervolgens af waarom hun spel stroperig aanvoelt. De misvatting is dat 'mooier' gelijkstaat aan 'beter'. In werkelijkheid is de vloeibaarheid van het beeld – de refreshrate, oftewel verversingssnelheid – veel bepalender voor hoe direct en responsief een game aanvoelt. Aan het eind van dit artikel weet je precies of jij moet kiezen voor pixels of snelheid.

Hoe je ogen bedrogen worden door Hertz

Stel je voor dat je snel met je muis over je bureaublad beweegt. Op een standaard 60Hz-scherm zie je de cursor in schokjes over het beeld springen; je hersenen vullen de gaten in. Op een 144Hz- of 240Hz-gaming-monitor verdwijnen die gaten.

Het technische verschil zit hem in de verversingssnelheid: het aantal keren per seconde dat het beeld wordt vernieuwd. Bij 60 Hz krijg je elke 16,6 milliseconden een nieuw beeld. Bij 144 Hz is dat elke 6,9 milliseconden. Dat klinkt als een klein verschil, maar je voelt het direct. Het gestotter dat je onbewust gewend bent verdwijnt. Bewegingen voelen boterzacht aan, alsof de cursor (of je crosshair) aan je hand vastgeplakt zit in plaats van er achteraan zwemt. Dit effect wordt motion clarity genoemd: objecten blijven scherp, zelfs als ze snel door het beeld bewegen.

©Framestock

De winst in shooters en snelle actie

Wanneer werkt dit in je voordeel? Vooral in competitieve shooters zoals Call of Duty, Counter-Strike of Valorant. In dit soort games telt elke milliseconde. Een hogere refreshrate vermindert de input lag, oftewel de tijd tussen jouw klik en de actie op het scherm.

Stel, je draait je personage snel om. Bij een lage refreshrate wordt de vijand een fractie later getoond en zie je veel bewegingsonscherpte (motion blur). Met een hoge refreshrate zie je de vijand eerder en scherper, waardoor je sneller kunt reageren. Je hebt letterlijk actuelere informatie dan je tegenstander. Om dat te bereiken heb je wel een krachtige videokaart nodig die genoeg beelden per seconde (FPS) kan genereren om je snelle scherm bij te houden.

Wanneer resolutie het toch wint van snelheid

Is snelheid altijd heilig? Nee. Als je vooral tragere, meer verhalende games speelt (zoals Cyberpunk 2077 in de 'sightseeing' modus), Microsoft Flight Simulator of grafische RPG's, dan voegt 240 Hz weinig toe. In deze titels kijk je vaak naar stilstaande of langzaam bewegende omgevingen.

In dat geval wil je juist de texturen van de bomen, de reflecties in het water en de details in gezichten zien. Een 4K-monitor op 60 of 120 Hz is dan een logischer keuze dan een onscherp 1080p-scherm op 360 Hz. De visuele pracht weegt hier zwaarder dan de milliseconden reactietijd. Ook voor console-gamers die op de bank zitten, is een goede televisie met 4K en HDR vaak indrukwekkender dan puur de hoogste framerates.

Situaties waarin een hoge refreshrate zinloos is

Er zijn momenten dat investeren in een snel scherm weggegooid geld is. Dat gebeurt bijvoorbeeld als je hardware de snelheid niet kan leveren; als je videokaart maar 50 frames per seconde kan leveren, heeft een 144Hz-scherm geen nut omdat het scherm wacht op de computer. Daarnaast beperken oude kabels je bandbreedte, waardoor je monitor soms terugvalt naar 60 Hz zonder dat je het doorhebt. Ook op oudere consoles zoals de Nintendo Switch of de standaard PS4 heb je niets aan snelle schermen, omdat deze hardware fysiek gelimiteerd is op 60 Hz of lager.

Bepaal wat jouw setup aankan

Kijk dus kritisch naar je huidige situatie voordat je naar de winkel rent. Heb je een high-end pc die makkelijk 120+ FPS haalt in jouw favoriete games? Dan is een upgrade naar een 144- of 165Hz-monitor de grootste sprong in spelplezier die je kunt maken. Speel je op een PlayStation 5 of Xbox Series X? Zoek dan specifiek naar een scherm met HDMI 2.1-ondersteuning om 120 Hz op 4K mogelijk te maken. Zit je ver van je scherm af en speel je relaxed? Investeer dan liever in resolutie en kleurdiepte.

©Proxima Studio

Kortom: snelheid is de sleutel tot succes!

Verversingssnelheid is belangrijker dan resolutie voor iedereen die actie- of competitieve games speelt. Het zorgt voor een vloeiender beeld, minder input lag en betere motion clarity, wat je direct een voordeel geeft in het spel. Resolutie is vooral luxe voor het oog, maar refreshrate is pure prestatie voor de speler.