ID.nl logo
Voor- en nadelen van Microsofts eigen tablet
© Reshift Digital
Huis

Voor- en nadelen van Microsofts eigen tablet

Microsoft heeft vannacht een eigen Windows-tablet onthuld. Een slimme zet, een domme daad, of een wanhoopsactie? Het heeft sowieso flinke voor- én nadelen.

Google Nexus-voorbeeld

Een voordeel is het neerzetten van een (goede) standaard. Google doet dit al jaren, alleen dan qua smartphones: zijn diverse hardwarepartners laten zien wat het ideale Android-apparaat is. De maker van het mobiele besturingssysteem legt de lat neer, waarna andere smartphonemakers er qua prijs onder kunnen zitten of qua features erboven.

Oorspronkelijk was het Nexus-toestel bedoeld als smartphone direct voor de consument: dus zonder verplicht telecomabonnement. Later is dat bijgesteld. De Nexus is hoe dan ook nooit een groot probleem geweest voor andere Android-toestellen.

Google zet de trend van eigen toestellen niet alleen door, maar versterkt die zelfs. Het bedrijf is volgens berichten van plan voor Android 5.0 maar liefst vijf (verschillende) Nexus-toestellen uit te brengen. Misschien dat dit ook iets te maken heeft met de inlijving van telefoon- en tabletfabrikant Motorola. Hoeveel Nexus-apparaten komen er straks van die Google-hardwaredivisie, en hoeveel van partners als Samsung of Asus?

Markt aanjagen

Een ander voordeel is het geven van een impuls aan de markt. De Microsoft-eigen tablet is dan niet alleen een voorbeeld voor de diverse computerproducenten, maar ook een aanjager voor de totale markt. Consumenten zien dat de Windows-maker zich er zelf ook aan waagt, met zijn diepe zakken.

Zoals Microsoft eerder ook al de gamesmarkt serieus heeft betreden, door miljarden te pompen in zijn Xbox. En vervolgens nog eens miljarden in de tweede generatie: Xbox360. Nu is de Xbox een uitzondering: één apparaat voor één categorie. Een tablet van Microsoft zelf zou er één in een veld van soortgelijke apparaten zijn.

Misschien wel eentje zonder crapware. Of eentje met eigen voorgeïnstalleerde tools, zoekmachine en meer. Overigens is het uitbrengen van eigen apparaten om een nieuwe markt aan te jagen een klassieke strategie. Bijvoorbeeld processormaker Intel heeft dit lang geleden gedaan met storage-apparatuur, om andere fabrikanten de weg te wijzen.

Partners tegen de schenen schoppen

Een nadeel is dat Microsofts trouwe pc-partners plus de nieuwere smartphone- en tabletpartners ineens concurrentie krijgen van hun trouwe toeleverancier. Die dus niet zo trouw is. Hetzelfde is veel elektronicabedrijven jaren terug al overkomen, nadat ze lange tijd hadden meegewerkt aan het PlaysForSure-programma van Microsoft. Dat initiatief moest mp3-spelers van de diverse partners compatibel maken én houden qua muziekaankopen in online-winkels.

Microsoft hanteerde hierbij dus zijn bekende pc-model waarbij het alleen de centrale software levert, waarmee hardwarebedrijven dan elk met eigen apparaten de markt opgaan. PlaysForSure moest de concurrentie aangaan met Apple's succesvolle iPod. Toen dat succes uitbleef, heeft Microsoft het roer omgegooid en een eigen digitale muziekspeler uitgebracht. Eentje die níet compatibel was met het hele PlaysForSure-ecosysteem. Uiteindelijk heeft Microsofts muziekspeler het ook niet gered.

Meer min en plus over een eventuele Microsoft-eigen tablet op pagina 2. Lees verder.

Oneerlijke concurrentie

Voortbouwend op bovenstaand nadeel is de trap na van prijsondermijning. Microsoft stoot zijn partners niet alleen voor het hoofd, maar zet ze ook direct op achterstand. Computermakers moeten namelijk betalen voor Windows. Voor Microsoft zijn de licentiekosten voor het eigen besturingssysteem natuurlijk een vestzak-broekzak constructie.

Bovendien liggen de kosten voor de tabletuitvoering van Windows RT volgens berichten op zo'n 80 dollar. Dat is een relatief hoog bedrag voor tablets die qua prijs beginnen bij zo'n 300 dollar. Apple rekent 400 dollar voor de oudere iPad2, die het heeft aangehouden om de concurrentie met goedkopere Android-tablets aan te gaan. Tot op heden is het met iPad-concurrenten die duurder zijn niet bepaald goed afgelopen in de markt.

E-readerboost

Een semi-voordeel van de aankondiging van vannacht (00:30 Nederlandse tijd, 15:30 in Los Angeles) kan zijn dat het eigenlijk geen tablet betreft. Dat Microsofts eigen apparaat meer een e-reader is, zij het een veredelde. Net zoals Amazon al aan de haal is gegaan met Android om daar een Kindle-tablet van te maken die bedoeld is als contentaanschafvehikel. Voor e-books, films en muziek.

E-commercereus Amazon is met zijn Kindle Fire bóven zijn al bestaande Kindle e-readers gaan zitten. Microsoft heeft dat concurrentieprobleem niet en zou een eigen tablet dus meer als pure e-reader en minder als media-apparaat kunnen maken. Sterker nog: de Windows-maker heeft de plannen hiervoor eigenlijk al onthuld. Het is namelijk onlangs verklapt in de vergaande schikking met Amazon-concurrent Barnes & Noble.

Die Amerikaanse boekenketen heeft een eigen e-reader op basis van Android, waarvoor het is aangeklaagd door Microsoft. Na felle woordenwisselingen en argumenten is de patentrechtszaak toch van de baan. In de schikking is gesteld dat de twee bedrijven samen het Nook-platform verder uitbouwen: fysieke e-readers, toekomstige tablets en een eigen bijbehorende e-bookshop.

Eigen tempo

Een groot voordeel voor Microsoft - en ook voor de eindgebruiker - is dat de Windows-maker met een eigen tablet zijn eigen tempo kan bepalen. Niet een nieuw softwareproduct of versie onthullen en dan de markt bijna een jaar laten wachten op hardware daarmee. Zoals Windows Phone, dat begin 2010 al is onthuld door Microsoft-ceo Steve Ballmer, waarbij de eerste toestellen eind dat jaar moesten uitkomen. Nederland heeft nog mogen wachten tot eind 2011.

Met een eigen tablet hoeft Microsoft ook niet langer te wachten op het plannings- en productietempo van hardwarepartners, al dan niet geplaagd door ceo- en koerswisselingen. Software en hardware in eigen handen geeft de mogelijkheid die twee nauwgezet op elkaar af te stemmen, qua releasemoment én qua functies.

Het timingvoordeel geldt ook voor upgrades: welke apparaten krijgen wel of niet een nieuwe softwareversie? Daarbij geldt zo'n upgrade-aanbod ook direct voor alle apparaten, in plaats van druppelsgewijs per fabrikant, per telco en per toestel. In wezen dus net zoals Apple het doet. Ondertussen worstelt ook Google hiermee: zie de matige upgradecijfers voor Android-versies en het gebrek aan tabletsucces tot op heden.

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.