De Xperia XA1 van Sony is een middenmoter die u niet aanschaft om ermee te pronken. Het toestel oogt wat saai en hoewel de randen aan de zijkanten van het scherm erg dun zijn, is er veel loze ruimte aan de boven- en onderkant. Maar voor deugdelijkheid zonder allerlei franje valt ook wat te zeggen en de telefoon ligt desondanks lekker stevig in de hand. En de prestaties? Die zijn voor een toestel in deze prijsklasse erg goed.
De XA1 wordt aangedreven door de Helio P20-processor van MediaTek. Die blijkt in de praktijk snel genoeg: tijdens het dagelijks gebruik merken we nauwelijks haperingen op, ook niet wanneer we wat grafisch intensieve spelletjes proberen. Het werkgeheugen van 3 GB draagt daar ook aan bij. Het ontbreken van een vingerafdrukscanner is wel een gemis. Die zien we namelijk ook in goedkopere smartphones telkens vaker opduiken, maar Sony volgt die trend voorlopig niet.
Wat kan-ie?
De accucapaciteit is niet bijzonder hoog, maar desondanks merkten we dat de telefoon toch zo’n twee dagen meegaat op een oplaadbeurt. Dat komt onder andere door het scherm, dat ‘slechts’ een resolutie heeft van 1280 x 720 pixels – maar dat daardoor ook weinig energie nodig heeft. Daarnaast staat de P20-processor bekend als een energiezuinige cpu, en dat blijkt opnieuw in de XA1. Via de usb-c-aansluiting is het toestel binnen twee uur weer nagenoeg volgeladen.
De 23megapixel-camera in de XA1 heeft dezelfde sensor als in de premium Z5 en X-telefoons van vorig jaar en is voor een toestel in dit segment op papier uitstekend. Toch zijn we niet unaniem enthousiast over de resultaten. Hoewel de kleuren goed uitkomen, hebben foto’s de neiging wat korrelig te zijn. Bij weinig licht staat de camera beter z’n mannetje. Staar u dus niet blind op de specificaties: de kwaliteit van de kiekjes is even degelijk als andere telefoons in de middenklasse.
Uit de doos draait deze smartphone op Android 7.0. Net zoals andere Sony-telefoons is het besturingssysteem uitgerust met enkele extra apps, die vrij nadrukkelijk aanwezig kunnen zijn. Ze maken het toestel niet aanzienlijk trager, maar komen wel dikwijls met reclame-meldingen op de proppen. De apps laten zich niet de-installeren, maar de notificaties zijn in de meeste gevallen gelukkig wél uit te schakelen.
Grote broer
De XA1 heeft overigens ook een grote broer, de XA1 Ultra. U kunt daarvoor kiezen als u toch liever een wat groter toestel in handen wilt hebben. De XA1 heeft een schermomtrek van 12,7 centimeter (5 inch). Dat is vrij compact en daardoor valt de relatief lage schermresolutie ook niet zo op. De XA1 Ultra is 15,2 centimeter groot (6 inch) en is wél uitgerust met een full hd-scherm. Verder zijn de specificaties – op een betere selfiecamera na – gelijk. De prijs valt daardoor honderd euro duurder uit. Voor beide modellen valt wat te zeggen; het is maar net wat u zoekt.
Conclusie
Wie niet zo maalt om uiterlijk vindt in de XA1 een toestel dat voor de prijs heel behoorlijk presteert.
Pluspunten Snel en zuinig, stevige behuizing. Minpunten Saai design, geen vingerafdrukscanner.
Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard
Het Zuid-Koreaanse zou een shooter gebaseerd op Starcraft in ontwikkeling hebben voor IP-eigenaar Blizzard.
Dat claimt The Korean Economic Daily. Een team binnen Nexon dat gespecialiseerd is in shooters zou zich op dit moment volledig richten op de nog onaangekondigde game. De ontwikkeling zou nog niet lang geleden zijn gestart, en dus zou de shooter nog lang op zich laten wachten.
Verdere details zijn er nog niet, behalve dat Choi Jun-ho ook bij het project betrokken zou zijn. Hij maakte eerder de populaire Shinppu-mapmod voor Starcraft.
Starcraft
Er gaan al langer geruchten over een shooter gebaseerd op Starcraft. Vorig jaar meldde Bloomberg-journalist Jason Schreier al in zijn boek 'Play Nice: The Rise, Fall and Future of Blizzard Entertainment' dat Blizzard aan een shooter zou werken. Volgens Schreier is de shooter van Nexon echter niet gerelateerd aan de shooter van Blizzard - het zouden om twee afzonderlijke projecten gaan.
De Starcraft-reeks bestaat uit real-time strategygames. De eerste verscheen in 1998, en een vervolg kwam in 2010 uit. Blizzard heeft al vaker geprobeerd shooters gebaseerd op de Starcraft-franchise te maken, maar die werden vooralsnog altijd geannuleerd.
Mogelijke onthulling op Blizzcon
Voor het eerst in enkele jaren organiseert Blizzard op 12 en 13 december de Amerikaanse beurs Blizzcon, waar alles rondom de uitgever wordt gevierd. Het is mogelijk dat één van de hierboven genoemde shooters daar wordt onthuld.
Je vraagt je bij elke Mario-sportgame toch weer af: bereikt het de highs van die oeroude Game Boy-games van Camelot, zoals Mario Tennis en Mario Golf)? Het antwoord is, wat mij betreft, steevast ‘nee’. Maar tussen ‘perfect’ en ‘niet perfect’ zit nog altijd een breed spectrum aan kwaliteit. En Fever? Die nestelt zich moeiteloos aan de betere kant van dat spectrum.
De drie toernooien die deze game rijk is, daar ben je een uurtje zoet mee. Waarschijnlijk zonder een set te verliezen. De Adventure Mode? Een paar uurtjes meer dan dat, en hoewel ook die nergens uitdagend wordt vertelt het wel een vermakelijk verhaal over Mario en Luigi die als baby’s hun tennis-skills moeten oppoetsen vanwege… bijzondere redenen.
Er zijn ook drie Challenge Towers met allerlei unieke uitdagingen die eventjes vermaken. In mix-up vinden we tennis, maar dan met regels en omstandigheden die alleen het Mushroom Kingdom kan bieden, en dat was het wel zo’n beetje. Wie Mario Tennis Fever alleen speelt is een weekend zoet en heeft zich prima vermaakt. Maar sportgames zijn er, natuurlijk, om je competitieve aard los te laten op vrienden, familie, kroost of online uitdagers.
Leuk
Daarom wil ik het ook niet al te uitgebreid over die singleplayermodi hebben. Ja, Nintendo heeft z’n best gedaan. Ja, er is weinig aan te merken op de minigames en kleine tussenscènes die de Tennis Academy te bieden heeft en de ontwikkelaars verdienen het dat het hier even aangestipt wordt. Nooit sla je stijl achterover van briljante ideeën of concepten, en er wordt geen druppeltje zweet gemorst van de spanning. Maar ‘leuk’ is eigenlijk een perfect, allesomvattend begrip om deze kant van de game te omschrijven.
De echte graadmeter echter, is de kern van de gameplay. Hoe speelt het? Hoe diep gaat het? Hoeveel personages, gekke rackets en super-power-mega-skillmoves zijn er in dit pakketje gepropt en hoe verhouden die zich tot elkaar? Na mening middag ballen overslaan of in dubbelspel terugslaan met mijn zoontje van 9, zijn we eruit: Mario Tennis Fever heeft ontzettend lekkere gameplay.
Content is king
Content is in de eerste instantie de name of the game. Er zitten bijna veertig personages in de game, meer dan een dozijn verschillende banen en de hoofdattractie is de aanwezigheid van tientallen Fever-rackets, die elk hun eigen unieke skill met zich meebrengen. De bananentros die Donkey Kong een ‘racket’ noemt strooit bananen over de baan, met het vulkaanracket plopt er een (je raadt het nooit) vulkaan op uit de baan en het Thwomb-racket zorgt ervoor dat het iconische stenen blok uit de Mario-serie plots uit de lucht valt – hopelijk op een tegenstander. Een zogeheten Fever-shot is verder ook geen hogere wiskunde. Om de zoveel tijd is je metertje vol en ram je dat ding over de baan heen.
Extra fijn is dat het gros van dit alles vrij te spelen is waar je maar wil. Laat je de singleplayermodi links liggen en speel je gewoon wat potjes tegen elkaar? Geen probleem, om de zoveel potten krijg je een nieuw racket, personage, of kleurtjes voor je favoriete tennissers.
Enfin, tot zover de uitleg en alles wat hier te vinden is. Leuk spelletje, plak er een voldoende op en klaar, toch? Nou nee, want hoewel alles hierboven zijn eigen rol speelt, zijn het de diepere lagen daaronder die Mario Tennis Fever tot grotere hoogten dan ‘plak er even een voldoende op’ stuwen. Al die personages? Die beschikken over hun eigen stats en eigenaardigheden. Wario laadt z’n powershots razendsnel op, Bowser Jr. legt veel meer precisie in z’n topspincurve dan anderen en Shy Guy slaat zijn topspins zonder gehinderd te worden door zijn positie op de baan.
En die banen? Die hebben elk hun eigen ondergrond, waar ballen anders op stuiteren en doorschieten, terwijl spelers zelf ook sneller of minder snel zijn, gebaseerd op het gras of het hardcourt waar ze op spelen. Die Fever-rackets? Oprecht allemaal een andere smaak. Ook daar merk dat extra stukje diepgang waar een wat luiere Mario-sportgame niet aan zou denken: wanneer je een Fever-shot terugslaat vóórdat op jouw zijde van het net landt, kun je met een stuit op de helft van de tegenstander zomaar eens het bijbehorende effect teruggeven. Prettig vervelend als je denkt die koter een modderplas op zijn helft te bezorgen, om ‘m vervolgens zelf om je oren te krijgen als hij de bal vakkundig over je heen lobt en ‘ie alsnog op jouw achterveld terecht komt. Een (modder)koekje van eigen deeg noemen ze dat geloof ik.
Mario Tennis Fever
Geen Lego, wel Duplo
Al die extra aandachtspuntjes en omstandigheden zijn ook nog eens gebouwd op een fundering van onkreukbare basisgameplay. Topspins, slices, curveballen, lobs en powershots: alles wat je van een tennisgame mag verwachten zit erin. De grote maar is alleen: het gebeurt allemaal zonder de nuance van een échte topgame. Vergelijk het een beetje met Lego en Duplo. Zelfde principe, zelfde soort blokken, maar iets vets bouwen met Lego hit net even anders dan iets vets bouwen met die grote Duplo-blokken. Zo verhoudt deze game zich ook tot de toppers uit het tennisgenre, zoals Virtua Tennis en Topspin. Is veelgevraagd, ik weet het, maar het is wel het verschil tussen goed of geweldig. En Mario Tennis Fever eindigt in het eerste kamp.
Is mijn zoontje naar school, dan heb ik namelijk geen enkele reden om Mario Tennis Fever verder te spelen. Zoals gezegd is al die singleplayercontent niet meer dan ‘even leuk’. En computergestuurde tegenstanders geven zelfs op het hoogste niveau nooit écht tegengas. Bovendien zijn de personages net te groot voor deze banen om het volgende niveau van verfijning te bereiken. Top, zo’n lob. Maar vanwege de dus relatief kleine banen blijft het geen zekerheidje dat je iemand ermee verschalkt die tegen het net aan staat. Aanzienlijke kans dat ie gewoon op tijd de achterlijn haalt, als ie ook maar een klein beetje inzicht heeft. Het zorgt ervoor dat Mario Tennis Fever een absoluut geslaagde game is, met heerlijke multiplayer. Maar wie de eindeloze diepgang en speeluren van, bijvoorbeeld, een Mario Kart World hier zoekt, staat sneller dan gewenst buitenspel. Oh wacht, verkeerd sport…
Mario Tennis Fever is vanaf 11 februari beschikbaar voor Nintendo Switch 2.
7,9
Goed
Conclusie
Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.