Nederlanders betalen vaker met smartphone dan met contactloze pas

Voor het eerst betaalden Nederlanders vaker kaartloos met hun smartphone of smartwatch dan met een contactloze betaalpas. Dat blijkt uit nieuwe pincijfers van Betaalvereniging Nederland. De opmars van mobiel betalen gaat daarmee sneller dan eerder verwacht.
In 2025 was bijna 6 op de 10 pinbetalingen kaartloos, tegenover ruim 4 op de 10 een jaar eerder. Daarmee overtroeft het aandeel mobiele betalingen voor het eerst het aandeel betalingen met een fysieke contactloze kaart. In totaal betaalden Nederlandse pashouders 5,83 miljard keer met betaalpas, smartphone of smartwatch bij een Nederlands winkelpunt, goed voor 150 miljard euro. Ten opzichte van 2024 steeg het aantal betalingen met 1,2 procent en de omzet met 2,2 procent.
De betaalpas die daadwerkelijk in de terminal wordt gestoken, is inmiddels zeldzaam geworden. Minder dan 5 procent van alle pinbetalingen verliep in 2025 via insteken, in 2024 was dat nog meer dan 6 procent. Wie toch zijn kaart in de automaat steekt, doet dat doorgaans bij hogere bedragen. Het gemiddelde bedrag bij een ingestoken betaalpas lag op ruim 51 euro, terwijl contactloze betalingen gemiddeld op bijna 25 euro uitkwamen. Bij autobedrijven is het verschil het grootst: daar wordt bij insteken gemiddeld bijna 702 euro afgerekend, terwijl een contactloze betaling daar gemiddeld op 94 euro uitkomt.
Contactloze pinbetalingen gebeuren het meest bij supermarkten, gevolgd door detailhandel en horeca.
Contactloos betalen kan op twee manieren. Met een fysieke betaalpas houd je de kaart voor de betaalautomaat zonder hem erin te steken. Met mobiel betalen gebruik je een smartphone of smartwatch waarop je betaalpas digitaal is opgeslagen, via diensten als Apple Pay of Google Pay. In beide gevallen werkt de technologie hetzelfde: via NFC (Near Field Communication) wordt de betaling draadloos afgerond. Bij bedragen boven de 50 euro is altijd een pincode nodig, ongeacht de manier van betalen.



