ID.nl logo
iPhone X hands-on - Prachtig, maar veel te duur
© Reshift Digital
Huis

iPhone X hands-on - Prachtig, maar veel te duur

We hebben er, naar Apple-maatstaven, lang op moeten wachten, maar inmiddels hebben we hem eindelijk in ons bezit: de iPhone X. Later deze week kun je een volledige review lezen, maar daarvoor moeten we het toestel natuurlijk wel eerst even uitvoerig testen.

Heel lang heb ik uiteraard nog niet met het toestel kunnen spelen, maar wél genoeg om een eerste indruk te krijgen. Alvast een kleine spoiler: een prachtig toestel, maar véél te duur.

Ontwerp

We hebben het ontwerp natuurlijk allemaal al gezien tijdens de Keynote, maar toen ik gisteren mijn iPhone X uit het doosje haalde, was ik alsnog positief verrast. Het toestel glimt en glanst aan alle kanten, de zilveren randen zien er ongelooflijk luxe uit, en je hebt direct het gevoel dat je iets duurs in handen hebt. Daar voeg ik dan direct aan toe: je hebt ook iets belachelijk duurs in handen, dus daar mag je dit uiterlijk ook van verwachten. Het display dat van rand tot rand loopt is echt schitterend. De uitsparing aan de bovenkant vind ik een mooi design-item, mijn vrouw vindt het verschrikkelijk. Mijn vrouw heeft doorgaans gelijk. Het glas aan de achterkant is zeer mooi, maar zorgt er direct voor dat mijn telefoon heel kwetsbaar voelt. Het gevolg: voor het eerst in tien jaar ga ik een hoesje kopen voor mijn iPhone (maar dan wel eentje die het draadloos opladen niet blokkeert).

©PXimport

Display

Het display, daar was ik misschien nog wel het meest nieuwsgierig naar. Oled, eindelijk oled! Het verschil is, mede dankzij TrueTone, duidelijk merkbaar, al viel ons op dat bij Netflix, het contrast wel bizar hoog was. Zo hoog zelfs dat ik één van de personages uit de serie Stranger Things niet eens meer goed kon zien dankzij z’n huidskleur. Dat kan niet de bedoeling zijn. Sowieso had ik hoge verwachtingen van mijn Netflix-ervaring, omdat Netflix (voor het duurste abonnement) HDR heeft ingeschakeld. In alle eerlijkheid? Het viel me vies tegen, en dat komt denk ik vooral omdat het display nog steeds een ‘redelijk’ beperkte resolutie heeft, en je toch nog redelijk wat pixels en ruis ziet. Tof display, maar voor mij geen reden om de X te kopen.

©PXimport

Interface

Tja, en dan is er natuurlijk nog de interface. Er is geen Thuisknop én geen vingerafdrukscanner. Op zich is dat geen probleem, Apple is geniaal in het ontwerpen van gebruikersinterfaces, toch? Normaal zou ik volmondig ja zeggen, maar voor de X ben ik toch een andere mening toegedaan. Ten eerste: Face ID werkt fenomenaal goed, dat moet gezegd. Ik had er mijn bedenkingen bij, maar het werkt vrijwel altijd in één keer, en niemand anders in huis kan mijn iPhone ontgrendelen. Maar die Thuisknop? Die mis ik enorm. Deels zal dat gewenning zijn, deels is het een geforceerde bende. De charme van Apple producten is dat alle interfaces identiek zijn binnen dezelfde productcategorie. Nu is dat niet zo, en moet ik ineens van boven naar beneden vegen om het controlepaneel tevoorschijn te toveren in plaats van van beneden naar boven.

©PXimport

Onhandig en onduidelijk

Wil je een app sluiten? Dan sleep je van onder naar boven, houd je de app ingedrukt, waarna er een verwijderknop verschijnt. Druk je die in, dan sluit de app. Drie handelingen! Drie! En waarom? Niet omdat het handiger is, maar omdat Apple een workaround moest verzinnen. Hetzelfde geldt voor de App Store, waar ik tegen een probleem aan liep dat ik nog nooit bij Apple heb meegemaakt: ik begreep niet wat ik moest doen. Ik drukte op download bij een app, waarna er een melding verscheen dat knipperde aan de zijkant, met de melding dat ik twee keer moest drukken. Ik drukte twee keer, overal in het scherm, maar niets werkte. Ik moest het Googlen, en pas toen werd het me duidelijk. Ik moest twee keer op de standby-knop drukken om mijn app te downloaden. Ten eerste is dat dus volledig onduidelijk, het is ook nog eens onlogisch. Ik leer er ongetwijfeld mee werken, maar moet eerlijk zijn: deze interface is geforceerd, de iPhone kan blijkbaar nog niet zonder Thuisknop.

©PXimport

De camera

Over de camera kan ik je nog niet heel erg veel vertellen, maar op basis van mijn ervaringen met de iPhone 8 Plus durf ik je te zeggen dat die camera prima is, maar niet zo spectaculair goed dat je er specifiek dit toestel voor wilt hebben. Wel kan ik je vast vertellen dat ik ook hier niet overtuigd ben van de Portrait Lighting-modus, omdat het er gekunsteld uitziet. Maargoed, die functie is dan ook nog in bètamodus.

Draadloos opladen

Het draadloos opladen werkt, uiteraard zonder problemen, al is het wel irritant dat Apple het snel opladen nog niet heeft ingeschakeld (waarom is dat eigenlijk, zeg het me Apple!). Ook vind ik het niet zo’n probleem dat de AirPower-oplader pas in 2018 komt en ik nu dus een andere oplader heb moeten aanschaffen, want ook voor mijn ‘oude’ iPhone had ik diverse laadpunten in huis. Tip: als je een draadloze oplader koopt, zorg dat hij ook een USB-aansluiting heeft, zodat andere mensen in huis ook hun toestel kunnen opladen als ze nog niet draadloos zijn.

Animoji

En dan, ik schaam me bijna om het op te schrijven: de Animoji’s. Ik wist van tevoren al dat dit een functie was die ik leuk zou vinden, en mijn zoontjes en hebben over de bank gerold van het lachen. Toch kon ik me niet aan één gevoel onttrekken: hier heb ik dus 1329 euro voor betaald. Dat is natuurlijk niet helemaal eerlijk, maar het is dan ook een gevoel en geen feit. Animoji’s werken fantastisch en volgen je gezicht heel natuurgetrouw (al vind ik het raar dat je tong uitsteken geen enkel effect heeft). Ze zijn grappig om te sturen, alleen je zult tegen het feit aanlopen dat jij waarschijnlijk de enige bent in je omgeving die ze kunt sturen, en dan ook alleen maar via iMessage. Er is een trucje, door een Animoji die je gestuurd hebt via iMessage te delen via WhatsApp bijvoorbeeld, maar dat is natuurlijk totaal niet praktisch.

©PXimport

Batterij

Uiteraard kan ik je over de batterij nog geen uitvoerige informatie geven, maar mijn eerste indruk is dat de iPhone X een stuk langer meegaat dan mijn iPhone 7 Plus. Of dat echt zo is zal de komende dagen moeten uitwijzen, maar het ziet er goed uit. Overigens stoor ik me enorm aan het feit dat het voor de iPhone X niet mogelijk is om het batterijpercentage weer te geven, een functie die ik al jaren gebruik. Ik snap waarom, er is geen plek rechtsboven (dankzij die uitsparing die ik zo mooi vond), maar dit zijn van die kleine verrassingen waar je niet blij van wordt.

Conclusie:

Ik kan niet anders zeggen dat de iPhone X een prachtige smartphone is. Hij ziet er heerlijk luxe uit, het display op volledige grootte is prachtig, draadloos opladen is fijn, en laten we niet vergeten dat je met de Bionic-processor een echte krachtpatser in je handen hebt. Waarom ik dan toch erg kritisch ben over dit toestel? 1329 euro, dat is waarom. Het is niet dat ik niet zoveel geld voor een toestel wil betalen, maar het is dat ik het gevoel heb, dat dít het toestel is dat Apple had moeten introduceren als de iPhone 8, mét 4K, een draadloze oplader en ook nog eens voor de prijs van de 8. Het is allemaal supergaaf, en heel erg premium kwaliteit, maar het is teveel geld voor te weinig. Kun je daar overheen stappen, en wil je gewoon heel graag die iPhone X, dan zeg ik kopen die hap, het zal je echt niet teleurstellen. Maar heb je een iPhone 5s of 6 en ben je toe aan een nieuwe, dan raad ik je aan om gewoon lekker de 8 te kopen. Een prima toestel, ook niet goedkoop, maar wel met een heerlijke thuisknop, die ik nú al mis.

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.