ID.nl logo
iPhone 8 (Plus) - Storm in een glas
© Reshift Digital
Huis

iPhone 8 (Plus) - Storm in een glas

De iPhone 8 (en iPhone 8 Plus) volgen de iPhone 7 op. Geen 7S-versie dit jaar dus. Toch lijkt hij in de schaduw te staan van de komende iPhone X. Is dat terecht, of is de iPhone 8 (Plus) alsnog de moeite waard?

De iPhone 8 en de 8 Plus zijn nogal een vreemde eend in de bijt. Immers, we leven in een oneven jaar, hetgeen zou moeten betekenen dat we dit jaar een toestel met een S krijgen (de 7S dus). Apple is daarentegen gegaan voor de iPhone 8, hetgeen wellicht te maken heeft met het feit dat het ontwerp van het toestel sinds een aantal jaar eindelijk weer eens is veranderd.

Glas, glas glas

Heel veel van die verandering hoef je overigens niet te wachten, het enige dat wezenlijk anders is, is het feit dat de achterkant van het toestel nu ook gemaakt is van glas. Volgens Apple is dit het meest duurzame glas óóit gebruikt in een smartphone, maar we durven er een wedje te leggen dat als je het toestel laat vallen, er een dikke barst in zit. Voorheen had je dus 50 procent kans dat het goed afliep, inmiddels weet je vrij zeker dat, als het toestel op de hoek valt, dat voor én achterkant gebarsten zijn (dat gezegd hebbende, je moet een iPhone ook gewoon niet laten vallen). Dat glas heeft echter een zeer functionele reden: draadloos opladen. Het is een optie waar we lang op gewacht hebben, al waren er natuurlijk wel al hoesjes waarmee je de functionaliteit kon toevoegen. Het is jammer dat je er geen draadloze oplader bij krijgt maar voor een paar tientjes zijn die overal te koop, want (hoera) Apple ondersteunt het Qi-protocol. Echt snel gaat draadloos opladen nog niet, maar daar gaan we niet over mekkeren, Apple heeft beloofd dat een firmware upgrade binnenkort voor goede snelheden gaat zorgen.

Retina HD

De iPhone 8 Plus maakt nog altijd gebruik van een Retina-display. Voor een toestel van deze prijs vinden we dat eigenlijk achterhaald, OLED is scherper, dunner en energiezuiniger (de iPhone X heeft wél OLED), maar voorlopig zullen we het in dit toestel dus nog met LCD moeten doen. Wél beloofde Apple dat het display spectaculair mooier is en doopte het zelfs om tot het Retina HD-display. Aanvankelijk waren we tijdens de hands-on niet heel erg onder de indruk van de wijziging, in het dagelijks gebruik van het toestel is het verschil namelijk wel zichtbaar, maar in alle eerlijkheid niet heel erg boeiend. Het verschil werd pas echt goed duidelijk toen we naar een foto keken die we op de iPhone 8 Plus hadden gemaakt, en beaamden dat die mooier was dan de foto’s van de 7. Klein detail: het wás dus een foto van de iPhone 7, maar door iCloud was hij gesynchroniseerd met de iPhone 8. Foto’s (en dus ook video’s) zien er beter uit op de iPhone 8, al vragen we ons af of het zóveel beter is dat het display de toevoeging HD verdient.

©PXimport

Camera

Apple is aan een terugkomst bezig als het op smartphone-fotografie aankomt. Wie op de site (of naar de presentatie) van Apple kijkt, ziet dat de camera flink onder handen is genomen. Apple: ‘12‑MP camera met een grotere en snellere sensor, een nieuw kleurenfilter en verbeterde pixel­technologie.’ Dat klinkt mooi, maar het is natuurlijk wel wat vaag. De enige vraag waar wij antwoord op willen is: schiet die iPhone 8 Plus nu écht betere foto’s? Het antwoord is ja. Er valt niet te ontkennen dat de foto’s die je schiet met je iPhone 8 Plus mooiere en warmere kleuren hebben dan die op je iPhone 7 (Plus) al moet gezegd worden dat het Retina HD-display dat effect versterkt (op je pc is het verschil bijvoorbeeld een stuk kleiner). Waar de camera vooral veel verschil maakt is bij weinig licht. Er blijft natuurlijk ruis op de foto zichtbaar, maar het geheel is een stuk minder flets, en een banaan is in het donker keurig geel, in plaats van grijzig. In geschoten video’s zagen we niet zoveel verschil. Apple spreekt trots over optische beeldstabilisatie, maar de iPhone 7 Plus had dat ook al. Slow-motion in 1080 in plaats van 720 is natuurlijk een aanzienlijke verbetering, al kun je je afvragen hoeveel mensen daar nu echt gebruik van maken.

©PXimport

©PXimport

Portretbelichting

Een apart puntje van aandacht dat we even willen uitlichten (ha!) is de portretbelichting. Bij de iPhone 7 Plus introduceerde Apple de portretmodus, en daar zijn we extreem enthousiast over. Die modus zou in dit toestel verbeterd zijn, maar in alle eerlijkheid zien we geen verschil (dat is vooral een compliment naar de iPhone 7 Plus). Portretbelichting is de volgende stap in deze modus, omdat je kunt spelen met de lichtval. Apple benadrukt dat dit geen filter is, maar een real-time effect (dat je ook na afloop nog kunt aanpassen). Hoe enthousiast we ook waren over deze functie (en dan met name de theaterbelichting) over de uitwerking zijn we niet zo heel tevreden. Natuurlijk zijn we verwend, maar de kracht van de portretmodus, is dat je met de beste wil van de wereld niet kunt zien dat het een kunstmatig effect is (op héle kleine glitches na af en toe). Tijdens de hands-op probeerden we het met standaard licht, maar voor deze recensie hebben we foto’s geschoten in de volle zon. Het effect is cool, maar erg imperfect. Oren worden afgesneden, scheidingslijnen tussen donker en licht zijn te hard (ipv subtiel zoals dat bij échte belichting zou zijn), kortom, je hebt direct het idee dat het met Photoshop is gedaan. Nu is het een nieuw onderdeel, en wie weet wordt het beter, maar in deze staat is het voor ons geen reden om de iPhone 8 Plus aan te schaffen. Over de FaceTime-camera is overigens niet zoveel te melden.

We zijn onder de indruk van de camera's van de iPhone 8 Plus, maar met de komst van onder andere de Galaxy Note 8 van Samsung en binnenkort de Pixel 2 van Google is de concurrentie moordend. Hoe de iPhone zich staande houdt gaan we in een komende cameratest uitzoeken.

©PXimport

A11 Bionic-chip

Apple was tijdens de presentatie vooral heel erg enthousiast over de A11 Bionic-chip die speciaal voor de iPhone 8 en iPhone X ontwikkeld is. Volgens het bedrijf verbetert het de prestaties aanzienlijk: ‘De vier efficiency-cores zijn tot 70 procent sneller dan de A10 Fusion-chip. En de twee prestatie-cores zijn tot 25 procent sneller’. Mooie specs, maar wat betekent dat nu eigenlijk? In het kort: het betekent dat de iPhone 8 belachelijk veel sneller is dan z’n voorganger, en zelfs dan alle concurrerende toestellen op de markt. In het screenshot zie je dat de iPhone 8 Plus in GeekBench een multicore score haalt van 10207. Dat op zichzelf zegt niets, maar vergelijk je dat met de 5411 van de iPhone 7 Plus, dan wordt duidelijk dat het toestel een gigantische sprong heeft gemaakt. Vergelijk dat met de 7101 score van de Galaxy S8 Plus (die daarmee destijds records brak) en je weet dat je met de iPhone 8 Plus écht een snelheidsbeest in handen hebt. De vraag is echter: dóet het er iets toe. Wat ons betreft op dit moment niet. De iPhone 7 Plus draait als een tierelier, en zelfs de AR apps, waar die Bionic-processor dus extreem geschikt voor zou moeten zijn, draaien prima op de iPhone 7 Plus. Maar, zoals ook gezegd in de hands-on: dit kan natuurlijk snel veranderen als AR aanslaat en als ontwikkelaars er loodzware apps voor gaan bouwen. Dat is echter wel veel ‘als’.

Batterij

Dan de batterij. Het is natuurlijk indrukwekkend dat Apple een processor heeft weten in te bouwen die zoveel krachtiger is, zonder dat de batterij sneller leegraakt. Maar in alle eerlijkheid, een batterij die nóg korter meegaat dan die van de iPhone 7 en 7 Plus zouden we ook niet accepteren. Toegegeven, de plus-serie gaat véél langer mee dan de gewone serie, maar zelfs dán is het nog karig. Gemiddeld zou de iPhone 8 Plus 14 uur mee moeten gaan, maar wanneer wij in een trein naar Amsterdam zitten, en ons het rambam Candy Crushen, is het toestel al op 50 procent eer we daar zijn. Dat was het geval bij de iPhone 7 Plus, en dat is met de iPhone 8 Plus niet anders. Toegegeven, je bent dan constant op je iPhone bezig, maarja, daarom kopen we ook een toestel van bijna duizend euro, nietwaar? Wanneer je gewoon belt en af en toe je mail doet, surft, red je het overigens een hele dag met het toestel. Maar je blijft je erover verwonderen waarom Apple niet meer aandacht besteedt aan de accuduur.

©CIDimport

©CIDimport

©CIDimport

Luidsprekers

Waar we héél erg van onder de indruk zijn bij dit toestel is het ongelooflijke volume dat uit de kleine luidsprekers komt gedenderd. Vorig jaar maakte Apple natuurlijk al een sprong door niet één maar twee luidsprekers in te bouwen, en ditmaal is daar dus 25% volume aan toegevoegd. Dat klinkt misschien niet als veel, maar het is het verschil tussen: ‘Ik kan die man z’n ringtone hier horen’ en ‘Mijn God, wie heeft het luchtalarm aangezet’. Ideaal voor die momenten dat je iemand even een liedje wilt laten horen in een drukke ruimte.

De koptelefoonpoort, die met de vorige generatie ontnomen is, vinden we op de iPhone 8 natuurlijk niet weer terug. Voor muziekliefhebbers leidt dat tot onnodig gedoe en het biedt eigenlijk geen voordelen, behalve financiele voor Apple zelf.

iOS 11

Het is natuurlijk geen functie van de iPhone 8 Plus, want de voorgaande toestellen hebben het ook, maar het moet toch even gezegd worden: iOS 11 draagt véél bij aan een betere ervaring. Dat begint al bij het configureren, even de toestellen bij elkaar houden, een code inscannen en je iPhone is geconfigureerd. De meeste vernieuwingen in iOS 11 zijn voor de iPad, maar we zijn echt heel erg gelukkig met de optie typen met één hand, waardoor we eindelijk normaal kunnen typen op de iPhone 8 Plus (of 7 of 6 Plus) zonder twee handen te gebruiken.

©CIDimport

Conclusie

De iPhone 8 Plus is een heel goede smartphone. Hij is razendsnel, hij maakt fantastische foto’s én ondersteunt draadloos opladen. Wat dat betreft hebben we niets te klagen over dit toestel….behalve dan dat de iPhone 7 Plus daar niet echt veel voor onder doet. Draadloos opladen kun je eenvoudig toevoegen met behulp van een hoesje, en dan blijven eigenlijk alleen de camera en de snelheid over. Die snelheid hebben we nog niet nodig en de camera is beter, maar ook weer niet zóveel beter. Kortom, heb je een iPhone 5 of 6, dan is de iPhone 8 (Plus) een mooie stap vooruit. Maar heb je een 6S of 7 Plus, dan heb je eigenlijk nauwelijks reden om dat te doen.

Goed
Conclusie

**Prijs** € 809,- (iPhone 8), € 898,- (iPhone 8 Plus) **OS** iOS 11 **Scherm** 4,7 inch (1334x750p) (iPhone 8), 5,5 inch (1920x1080p) (iPhone 8 Plus) **Processor** Apple A11 Bionic **RAM** 2GB (iPhone 8), 3GB (iPhone 8 Plus) **Opslag** 64GB/256GB **Batterij** 1.821 mAh (iPhone 8), 2.691 mAh (iPhone 8 Plus) **Camera** 12 megapixel dualcam (achter), 7 megapixel (voor) **Connectiviteit** 4G (LTE), Bluetooth 5.0, wifi, gps **Formaat** 138.4 x 67.3 x 7.3 mm (iPhone 8), 158.4 x 78.1 x 7.5 mm (iPhone 8 Plus) **Overig** Fast charge, draadloos opladen via Qi **Kopen** [Kieskeurig.nl](https://www.kieskeurig.nl/smartphone/product/3650856-apple-iphone-8)

Plus- en minpunten
  • Draadloos opladen
  • Snel
  • Mooie foto's
  • Scherm
  • Weinig nieuws
  • Geen koptelefoonpoort
  • Accuduur
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.