ID.nl logo
Huis

iPhone 3GS

Of er in Nederland ook lange rijen voor de T-Mobile-filialen staan, zal vandaag blijken. Maar feit is wel dat geen enkele telefoonfabrikant zoveel verwachtingen creëert als Apple. Dit jaar krijgt de iPhone 3G een upgrade; het resultaat heet de iPhone 3GS.

Of er in Nederland ook lange rijen voor de T-Mobile-filialen staan, zal vandaag blijken. Maar feit is wel dat geen enkele telefoonfabrikant zoveel verwachtingen creëert als Apple. Dit jaar krijgt de iPhone 3G een upgrade; het resultaat heet de iPhone 3GS.

Laat er geen misverstand over bestaan: de S in de productnaam staat voor ‘speed’, want de nieuwe iPhone is een stuk sneller. Gemiddeld zo’n tweemaal zo snel, aldus Apple, al ligt het ook aan de toepassing. Dat is ook meteen de meest drastische wijziging ten opzichte van de iPhone 3G; beide toestellen lijken namelijk uiterlijk als twee druppels water op elkaar. De 412 MHz-processor is echter vervangen door een krachtigere 600 MHz-processor en het interne geheugen is van 128 MB naar 256 MB opgekrikt. Dat leidt bij de normale applicaties al tot een flinke verbetering, maar de échte snelheidswinst zit hem in grafisch intensieve games. De nieuwe hardware is namelijk OpenGL|3D-compatibel, waardoor 3d-berekeningen véél sneller gaan.

iPhone-fanaten hadden hooggespannen verwachtingen van de iPhone 3GS. Apple heeft ze niet allemaal waar kunnen maken; zo mist er nog steeds een flitser, komt er geen zakelijk model met fysiek toetsenbord en een tweede camera voor videobellen is in geen velden of wegen te bekennen. Jammer, maar toch heeft Apple een aantal prettige verbeteringen aangebracht. De nieuwe camerasensor springt daarbij het meest in het oog: de matige 2-megapixel sensor van de iPhone 3G is nu vervangen door een 3-megapixel sensor. Dat lijkt weinig, maar in de praktijk blijkt deze prima foto’s te schieten, mede dankzij autofocus en automatische witbalans en helderheid. De focus is ook handmatig in te stellen door op het scherm het onderwerp aan te raken. De nieuwe beeldsensor maakt het ook mogelijk te filmen met de iPhone, een functie waar veel mensen met smart op zitten te wachten. Apple heeft sowieso goed nagedacht over de camcorderfunctie, want het is meteen mogelijk clips in te korten en zelfs te uploaden naar YouTube.

De andere veelbesproken vernieuwing is het ingebouwde kompas, of magnetometer zoals hij officieel heet. Op dit moment is het nut nog beperkt, al kunt u in Google Maps meteen zien welke kant u op moet lopen. Voor toekomstige applicaties lijkt het kompas echter veelbelovend: navigatieapplicaties werken nauwkeuriger en augmented reality, waarbij de iPhone informatie geeft over gebouwen of voorwerpen in beeld, komt een stap dichterbij.

Ook helemaal nieuw is Voice Search, dat volgens Apple te rekenintensief was om naar de iPhone 3G te brengen. Het is mogelijk om de iPhone 3GS geheel via spraak te bedienen, waarbij niet alleen telefooncommando’s ondersteund worden, maar ook de iPod-functionaliteit aangestuurd kan worden. Hoewel de spraakherkenning niet helemaal vlekkeloos werkt, ondersteunt de iPhone maar liefst 21 talen, waaronder Nederlands.

De andere verbeteringen zijn kleiner, zoals de ingebouwde dictafoon en het oleofobe (vetafstotende) scherm dat minder gevoelig moet zijn voor vingervlekken. Leuk, maar het merendeel van de iPhone-bezitters kiest toch voor een screenprotector (wij raden dit ook ten zeerste aan). Ook is de capaciteit toegenomen; naast de 16 GB iPhone 3GS is er ook een 32 GB iPhone 3GS beschikbaar.

In de praktijk is de overstap van de iPhone 3G naar de 3GS geen grote. De interface voelt wat vlotter aan, applicaties openen iets sneller en vooral Safari laadt zijn pagina’s sneller in, maar het ‘wow’-gevoel van de eerste iPhone blijft uit. Het is vooral de camera die indruk weet te maken; voorheen hoefde u echt niet te proberen onder slechte lichtomstandigheden een goede foto te maken, de nieuwe sensor blijkt een sprong vooruit. Dat de iPhone 3GS nu ook onderwerpen op zo’n 10 centimeter afstand scherp kan fotograferen, is uiterst handig voor applicaties die vertrouwen op barcodes en tekst – het oude model produceerde nauwelijks bruikbare resultaten.

Wie al een iPhone 3G heeft, hoeft in ieder geval niet meteen over te stappen. Daarvoor verschilt het nieuwe model te weinig, of u moet intensief gebruik maken van de ingebouwde camera. Dankzij firmware 3.0 zijn de meeste verbeteringen van het iPhone OS ook op de iPhone 3G beschikbaar. De iPhone 3GS lijkt daarmee vooral interessant voor wie nog geen iPhone heeft en al overwoog er een aan te schaffen, of iPhone-bezitters die hun binnenkort hun contract gaan verlengen en het nieuwe model hierbij voor weinig geld kunnen aanschaffen.

PluspuntenMinpuntenConclusie

  • 3-megapixel camera met autofocus

  • video-opname

  • snellere hardware

  • spraakbesturing

  • geen ingebouwde flits

  • nut kompas vooralsnog beperkt

  • alleen in combinatie met T-Mobile-abonnement

De iPhone 3GS is niet de enorme sprong voorwaarts waar veel Apple-fanaten op gehoopt hadden. Daarvoor missen er nog een aantal zaken, zoals een flitser of een tweede camera. Maar dat Apple goed nagedacht heeft over de zwakke punten van de 3G en deze in het nieuwe model opgelost heeft, lijdt geen twijfel. Wie nog geen iPhone heeft kan het nieuwe model gerust aanschaffen, al is het maar om de verbeterde camera en de enorme catalogus aan App Store-applicaties waar Apple mee schermt. Nu is het wachten op de concurrentie; wat gaan Palm en HTC in Nederland doen?Besturingssysteemeigen besturingssysteemSchermgrootte (inch)3.5Schermresolutie480 x 320Intern geheugen (MB)32768Uitbreidbaar geheugen-
Netwerken (GSM)quadbandNetwerken (draadloos)802.11 b/g/n
Bluetooth 2.0+EDR
GPRS
UMTS
HSDPA
Camera-resolutie (megapixel)3Aanraakgevoelig schermjaQwerty-toetsenbordneeGPS-receiverjaBatterijduur spraak (uren)5Batterijduur standby (dagen)15ProcessorARM Cortex A8 (600 MHz)Afmetingen115 x 61 x 11,6 mmGewicht (grammen)135

Fantastisch
▼ Volgende artikel
Column: A Knight of Seven Kingdoms is wat Game Of Thrones nooit durfde te zijn
© HBO Max
Huis

Column: A Knight of Seven Kingdoms is wat Game Of Thrones nooit durfde te zijn

Game of Thrones kennen we als een reeks brute, grootschalige verhalen, maar A Knight of Seven Kingdoms is het tegenovergestelde. Wat blijkt? Met een schattig, kleinschalig verhaal voelt Westeros alleen maar groter.

Het regent. Op een heuvel, onder een boom, zien we een kast van een vent in de weer met een schop. Een ridder, lijkt het. Hij graaft een graf. Tegelijkertijd praat de ridder in zichzelf: er is in de buurt een toernooi, en we kijken waarschijnlijk naar de winnaar. De muziek zwelt op, terwijl onze held vastberaden in de verte staart. De iconische Game of Thrones-muziek lijkt ons te gaan overspoelen, klaar om naar een prachtig geanimeerde intro te gaan. In plaats daarvan, knippen we naar een shot waarin onze held achter een boom staat te poepen.

Watch on YouTube

De boodschap is duidelijk: de serie heeft schijt aan de verwachtingen die je van Game of Thrones hebt. De serie stond er ooit immers om bekend dat het brak met de conventies van mainstream fantasy. Nu de reeks daar inmiddels zelf toe behoort, is het aan A Knight on Seven Kingdoms om er weer een flinke draai aan te geven.

Een ridder van de heg

Nog een spin-off? George R. R. Martin is toch die schrijver die nooit schrijft? Tja, dat valt wel mee. Hoewel de beste man zich al tien jaar uit een hoekje probeert te schrijven met het langverwachte Winds of Winter, heeft hij een hoop andere verhalen in Westeros verteld.

Zo komen de verhalen van House of the Dragon uit het boek Fire and Blood, waarin we volgen hoe de Targaryen-familie zichzelf met generaties aan ruzies ten val brengt. Maar George R. R. Martin heeft de schaal ook wel eens flink verkleind: in het korte boek The Hedge Knight, dat nog stamt uit de vorige eeuw, volgen we een ridder en zijn schildknaap.

©HBO Max

Daarin volgen we de ridder Dunk - niet onze eigen Dunke, maar Ser Duncan The Tall. Hij is een ‘hagenridder’: een ridder zonder verwantschap aan een heer. Of, in andere woorden: een freelancer die, als hij niet werkt, in de heg mag slapen. Dunk blijft niet lang een zzp’er: hij ontmoet de kale stadsjongen Egg, die dolgraag zijn schildknaap wil zijn.

Vrede!?

De verhalen van dit geliefde tweetal bieden de basis van A Knight of the Seven Kingdoms. De twist? Er is vrede in Westeros - ja, het kan echt - en we volgen een nobody, dus er is ineens ruimte voor een gezellig, klein verhaal. Dat wordt gereflecteerd in de afleveringen: geen dik uur, maar een comfortabel halfuurtje.

©HBO Max

De ridder Dunk wil dolgraag bewijzen dat hij een eervolle ridder is, maar dat is in het brute Westeros best een uitdaging. Al helemaal als je een lompe lieverd als Dunk bent. Dan komt zo’n slimme, wereldwijze schildknaap als Egg ineens goed van pas.

Het wordt al helemaal lastig als je niet eens kan bewijzen dat je een ridder bent. Dan mag je namelijk niet eens meedoen aan een toernooi - eentje waarbij Dunk overigens zijn paard en zijn spullen kwijtraakt, mocht hij verliezen.

Meneer, mag ik meedoen?

Met dat toernooi wordt een van de Game of Thrones-clichés lekker op zijn kop gezet. In de oorspronkelijke serie zagen we in aflevering vier een heftig toernooi en House of the Dragon opende er zelfs mee: het is vaak een goede manier om zonder grote verhaalconsequenties te laten zien hoe gewelddadig Westeros is.

©HBO Max

In A Knight of the Seven Kingdoms komen we dat toernooi niet eens bínnen. Eerst moet Dunk maar eens bewijzen dat hij een ridder is, uitzoeken hoe zo’n toernooi werkt en een heer overtuigen hem te helpen - maar ook dansen, touwtje trekken en een poppenspel aanschouwen. Het is een fantastische stap terug van al die grootschalige oorlogen.

Doordat het verhaal zo’n piepkleine focus heeft, begin je om iedereen te geven: iemand die z’n paard verkoopt in A Knight of Seven Kingdoms is vele malen pijnlijker dan een draak die wordt doodgeschoten in Game of Thrones. We bevinden ons nog steeds in de brute wereld, maar het komt allemaal wat harder aan omdat we ook zien hoe grappig en gezellig het kan zijn.

©HBO Max

Een fossiele brandstof

Toch loopt ook A Knight of Seven Kingdoms een zeker risico. De kwaliteit van Game of Thrones kelderde toen de makers het bronmateriaal inhaalden. Ook die van House of the Dragon nam wat af, toen showrunner Ryan Condal besloot George R.R. Martin niet langer te raadplegen en de grote climax werd doorgeschoven naar het volgende seizoen.

Er zijn momenteel drie korte boeken rondom Dunk en Egg, waarvan dit eerste seizoen het eerste boek beslaat. George R.R. Martin zegt nog twaalf verhalen in zijn hoofd te hebben, maar volgens HBO-baas Casey Bloys moeten de seizoenen van A Knight of Seven Kingdoms jaarlijks verschijnen: dat klinkt goed, maar dan mag Martin wel even doorschrijven. Zijn verhalen voelen nu als een fossiele brandstof: het is een enorm waardevolle bron, maar die wordt niet echt meer aangevuld.

©HBO Max

Gelukkig lijken showrunner Ira Parker en George R.R. Martin goed bevriend. De schrijver heeft Parker een outline gegeven van de twaalf verhalen, dus in theorie kan de serie daarmee verder - maar laten we niet vergeten dat dit bij de laatste seizoenen van Game of Thrones óók het geval was.

Bombastisch gefluit

Toch verdient Ira Parker ons optimisme, want A Knight of Seven Kingdoms is een fenomenale toevoeging aan de wereld van A Song of Ice and Fire. Verhalen hebben contrast nodig: door het klein te houden, voelt de wereld groot. Door het lief te houden, komen de gemene momenten keihard aan.

©HBO Max

De muziek is hier een spectaculair voorbeeld van. De bombastische muziek wordt ons aan het begin als wortel voorgehouden, maar dat is het ook wel - in plaats daarvan moeten we het doen met een gezellig gitaartje, iemand die fluit en het gezang van de vogeltjes.

Als het balletje dan eenmaal gaat rollen, neemt de muziek toch een bombastischer formaat aan - maar op dat moment voelt het verdiend. En, het allerbelangrijkste: in die epische muziek zit óók gewoon nog dat schattige gefluit.

Afleveringen van A Knight of Seven Kingdoms verschijnen wekelijks op HBO Max.

▼ Volgende artikel
Doctor Sleep-regisseur gaat Stephen King-verhaal The Mist verfilmen
Huis

Doctor Sleep-regisseur gaat Stephen King-verhaal The Mist verfilmen

Mike Flanagan, die eerder onder andere de Stephen King-verhalen Doctor Sleep en The Life of Chuck verfilmde, gaat zich weer bezighouden met een film gebaseerd op een boek van de horrorschrijver. Ditmaal gaat het om The Mist.

Dat is opvallend, omdat The Mist in 2007 ook al verfilmd werd. Toen was het Frank Darabont die de film regisseerde, nadat hij eerder al naam maakte met Stephen King-verfilmingen The Shawshank Redemption en The Green Mile. De in 2007 uitgekomen verfilming van The Mist viel al goed in de smaak, dus sommige fans vragen zich dan ook af of het verhaal nog een verfilming nodig heeft.

Hoe dan ook is Flanagan tegenwoordig een expert op het gebied van Stephen King-films. Zoals gezegd heeft hij al bewerkingen van verhalen als The Life of Chuck, Doctor Sleep en Gerald's Game geleverd, en werkt hij ook aan een miniserie gebaseerd op Carrie. Daarnaast gaat hij de zevendelige Stephen King-epos The Dark Tower omtoveren tot een serie, al is niet bekend wanneer dat gaat gebeuren.

Over The Mist

Het in 1980 verschenen boek The Mist draait om een mysterieuze mist die een dorpje in zijn ban houdt. De mist maakt mensen niet alleen dood, er zitten ook allerlei monsters in die mist uit een andere dimensie. Overigens kwam tien jaar geleden ook een serie gebaseerd op The Mist uit, maar zonder veel succes. De eerdere verfilming uit 2007 wordt wel gezien als een succesverhaal - in ieder geval op kwalitatief gebied.

Mike Flanagan

Flanagan is overigens niet alleen bekend voor zijn verfilmingen van Stephen King-boeken. Hij heeft ook veel succes met zijn horrorseries op Netflix, waaronder The Haunting of Hill House, The Haunting of Bly Manor, Midnight Mass en The Fall of the House of Usher.