ID.nl logo
De verwachtingen in chipontwikkeling voor 2022
© Reshift Digital
Huis

De verwachtingen in chipontwikkeling voor 2022

De ene na de andere techleverancier besluit om producten uit te geven die minder chips bevatten dan ze eigenlijk zouden moeten hebben. De tekorten van chips zijn groot, maar niet onoverkomelijk. Er zijn veel initiatieven gestart om het tekort tegen te gaan, al is het de vraag of ze dit jaar nog gaan redden.

De vraag naar chips is zo groot, dat chipfabrikanten het niet meer aankunnen. Dat heeft niet alleen te maken met de durende pandemie die zorgt dat fabrikanten in eerste instantie stil kwamen te liggen en vervolgens te maken hadden met personeelstekorten. Het heeft ook te maken met de rijzende vraag naar gadgets. 

Kleine apparaten zoals smartphones, maar ook grote zaken zoals auto’s: allemaal maken ze gebruik van chips. Door de introductie van steeds meer smarthomeproducten stijgt de vraag naar chips daar ook. Om nog maar te zwijgen over zakelijke gadgets en datacenters.

©PXimport

Chiptekort

Uiteraard vraagt het ene product een heel ander type chip dan het andere, maar helaas zit het probleem in ongeveer alle grootten en typen chips. Het is door het chiptekort dat bijvoorbeeld de iPhone later kwam dan we gewend zijn, maar tegelijkertijd heeft autofabrikant Ford hele productielijnen moeten stilleggen omdat er gewoon geen chips waren. Er rolden dus geen auto’s van de band, omdat er bij de chipmakers onvoldoende chips werden gebakken.

Eén van de problemen met chips is dat ze veelal in China worden geproduceerd. Een land waar de Verenigde Staten al jaren mee overhoop ligt. Hierdoor investeert de Verenigde Staten enorm veel geld om zelf chips te maken: zo’n 46 miljard euro wordt er gestoken in het maken van chips en het onderzoek hiernaar.

Intel doet ook mee: het investeert 17 miljard euro om de grootste chipfabriek in Ohio neer te zetten. Samsung plaatst ondertussen in Texas een chipfabriek van 15 miljard euro. Goede, grote plannen, die echter pas in 2024 fysiek vorm krijgen. Dan pas zou de fabriek klaar zijn. 

©PXimport

Nieuwe fabrieken

Nieuwe chipfabrieken zijn nodig, vooral van nieuwe leveranciers. Op dit moment heeft het Chinese TSMC de fabrikage van meer dan de helft van de wereldwijde chips in handen. Op zich zijn er steeds meer merken die hun eigen chips ontwikkelen, zoals Apple en Google, maar die schakelen alsnog TSMC in voor het daadwerkelijke produceren. 

TSMC heeft dus enorm veel macht en dat is moeilijk. Het zijn dan ook wat logge organisatiestructuren, want als een telefoon- of automaker nu bedenkt dat het chips nodig heeft, dan moet het toch echt achterin de rij gaan staan.

Die rij is lang, dat is duidelijk. De enige oplossing is om meer fabrieken bij te bouwen en dat wordt volop gedaan. Niet alleen in de Verenigde Staten, want de EU probeert ook de samenwerking tussen Europese fabrikanten te verstevigen. Ook worden er producten uitgebracht met minder chips dan normaal: zo is Tesla hier al vrij vroeg mee gestart en schijnt er ook een PlayStation 5 te zijn die minder chips gebruikt, want tegelijkertijd zoeken fabrikanten van gadgets hun heil in creativiteit. 

Welke chips kunnen we achterwege laten, zonder dat de klant hier in functionaliteit al te veel last van heeft? Dat kan niet altijd soelaas bieden, waardoor we vooralsnog toch zien dat gadgets schaars worden en aanzienlijk duurder. 

©PXimport

Nieuwe ontwikkelingen

We moeten ook in ogenschouw nemen dat er ook juist veel initiatieven worden opgestart die meer chips benodigen. Het metaverse is daarvan het grootste voorbeeld, want chips zijn nodig in virtual realitybrillen, maar ook om bijvoorbeeld data te minen, iets dat veelvuldig gebeurt in bijvoorbeeld de wereld van cryptovaluta, wat ook weer alles te maken heeft met het metaverse. De blockchain kost veel energie, maar ook veel chips. Als dit soort projecten eerder groeien dan het aantal chips, dan zal het tekort alleen maar groter worden.

Kortom, mensen die dit jaar een smartphone, auto of gameconsole willen aanschaffen, zijn waarschijnlijk of duurder uit, of moeten langer op hun aankoop wachten. In sommige gevallen zelfs allebei. En in 2024? Dan is er door de bouw van de vele fabrieken zelfs kans op een chip-overschot. Nog even geduld hebben dus.

▼ Volgende artikel
Column: Overwatch 2 heeft juist nu een PvE-modus nodig
© Blizzard
Huis

Column: Overwatch 2 heeft juist nu een PvE-modus nodig

Liveservicegames en hero shooters waren in 2016 niet per se nieuw. Destiny ging al twee jaar hard, en hoewel nieuwkomer Overwatch erg goed ontvangen werd, trokken sommigen al snel vergelijkingen met Valve’s inmiddels oude Team Fortress 2. Toch wist de hero shooter van Blizzard een Game of the Year Award voor de neus van onder andere Uncharted 4: A Thief’s End weg te grissen. Het was een glorieus begin van een moeizaam traject.

In de afgelopen tien jaar onderging Overwatch grote veranderingen. Na een groot succes met ruim 50 miljoen totale spelers in de eerste drie jaar kondigde Blizzard in 2019 aan dat er een vervolg zou komen, dat ‘naast het originele Overwatch’ moest bestaan en uitgebreid werd met Player-versus-Environment-content. De 6-tegen-6 Player-versus-Player-gameplay waar Overwatch om bekendstaat, zou blijven bestaan en voorzien worden van dezelfde content in de twee games. Ook zou Overwatch 2 een exclusieve PvE-modus met een verhaallijn en skill-trees krijgen, waarmee ieder personage op zowel grote als subtiele wijze aangepast kon worden.

©Blizzard

Nee, toch niet

Wie Overwatch 2 sinds de early access-verschijning eind 2022 heeft gespeeld, weet dat daar maar bar weinig van is waargemaakt. Overwatch en Overwatch 2 werden ten eerste geen aparte titels: laatstgenoemde heeft de plaats van het origineel simpelweg ingenomen. Die verhaalmodus? Voor 15 euro kreeg je met de 1.0-release van Overwatch 2 in augustus 2023 toegang tot drie missies. Die verkochten niet goed genoeg voor Blizzard – volgens bronnen Bloomberg - waarmee de mogelijkheid van meer PvE-content direct werd begraven.

Het was toen zelfs al bekend dat de PvE-modus grotendeels geschrapt was, gezien de modus volgens regisseur Aaron Keller ‘de focus tijdens het ontwikkelproces van de game belemmerde’. Dat is geen vreemde redenering, maar PvE was wel juist datgene dat Overwatch 2… nou ja, Overwatch 2 maakte. Uiteindelijk was de lancering van de ‘nieuwe’ game vooral een grote update, met drie nieuwe personages, wat extra arena’s en een nieuwe 5v5-opzet in plaats van 6v6. Er stond nu slechts een ‘2’ achter.

©Blizzard

Een alternatieve toekomst

Recent werd aangekondigd dat Overwatch 2 het cijfer van de naam afknipt met het twintigste seizoen en dus weer gewoon Overwatch heet – we zijn dus weer terug bij af. Ik stapte zelf destijds op de Overwatch-trein door juist de belofte van PvE in het vervolg, en heb uiteindelijk pakweg 300 uren tussen beide games verdeeld. Hoewel ik naarmate de tijd vorderde wat uren in de competitieve modus stak, maakte het spelen met vrienden de ervaring écht vermakelijk.

Gezellig kletsen, schreeuwen tegen willekeurige teamgenoten en de mix van tactiek en variatie die de vele personages in Overwatch bieden: dat staat mij bij. Een PvE-modus waarin juist dat samenspel en de speelwijze van de verschillende heroes aan te passen zijn naar jouw speelstijl was een soort heilige graal, die uiteindelijk dus nooit verscheen. Dat is eeuwig zonde. De competitieve e-sportscene van Overwatch is al sinds het begin een belangrijk aspect van de game, dus ergens is het begrijpelijk dat het team dit niet uit het oog wilde verliezen.

©Blizzard

Maar juist in de laatste jaren zien we een interessante verschuiving naar PvE, of in ieder geval multiplayer-ervaringen die niet geheel om competitie draaien. Denk aan Helldivers 2 van een paar jaar terug, waarin vrienden en willekeurige spelers het opnemen tegen legioenen aan vijanden – en zelfs wereldwijd samen naar een doel werken. Of de explosie aan zogenaamde ‘friendslop’ games als Peak en Lethal Company, die geheel draaien om het samen uitvoeren van taken als een berg beklimmen of het verzamelen van schroot. Een game als Arc Raiders bevat daarbij ook PvP-elementen, maar staat ook bij omdat meerdere spelers samen kunnen komen om een gigantische robot te verslaan. Video’s waarbij spelers plots oude vrienden tegenkomen in de game tonen aan waarom PvE momenteel zó ontzettend leuk kan zijn.

De realiteit

Het is achteraf makkelijk te zeggen, maar de originele visie voor Overwatch 2 had best een prominente rol in het huidige gamelandschap kunnen bekleden. Met de aankondiging werden uitgebreide skilltrees getoond voor de verschillende personages waar Overwatch om bekendstaat.

©Blizzard

Een van Mei’s speciale vaardigheden is bijvoorbeeld het veranderen in een ijspegel, om zo health terug te verdienen en een paar seconden onverwoestbaar te zijn. Met een van de skills die getoond werd veranderde deze ijspegel in een ijsbal, waarmee ze op spectaculaire wijze door groepen vijanden kan kegelen. De PvE-modus had de potentie om een soort zandbak voor dergelijke ideeën en ingrijpende veranderingen voor het klassieke Overwatch te worden. Een speelsere mix van skills en samenwerking om juist die avonturen uit bijvoorbeeld een Helldivers 2 te nabootsen. De tactische teamgameplay had dan ook niet hoeven verdwijnen, het zou juist vet geweest zijn om met vrienden verschillende skills af te stemmen en los te laten op de robots van Null Sector.

Dat is nog zoiets: de lore en verhaallijn van Overwatch zijn ontzettend interessant, en had meer in de schijnwerpers kunnen staan met de PvE-insteek. Nog voordat ik de games überhaupt had aangeraakt, verslond ik de prachtig geanimeerde filmpjes van Blizzard en verhalen die ze voor de personages uitbrachten.

Watch on YouTube

Wat ik dan ook zie van de nieuwe update wringt met mijn gevoel. Ja, het lijkt erop dat Blizzard een inhaalslag maakt en sneller met nieuwe personages komt om de game fris te houden. Het wekt de indruk dat we weer terug zijn bij het ‘oude’ Overwatch, en dat de ontwikkelaar nog altijd een sterke hero shooter wil behouden nu concurrenten als Marvel Rivals het speelveld hebben betreden. Toch kan ik het niet laten om te fantaseren over hoe Overwatch meer had kunnen zijn dan een hero shooter.

De realiteit is dat het Overwatch-team geen goede balans wist te vinden tussen het bijhouden van de PvP- en competitieve scene van Overwatch en de ontwikkeling van de PvE. Zonde, want zeker in het huidige multiplayerklimaat, waar mensen steeds meer achterover lijken te hangen om met elkaar te spelen in plaats van tegen elkaar, had het originele Overwatch 2 perfect gepast.

▼ Volgende artikel
We geven Mario Tennis Fever weg voor de Switch 2
Huis

We geven Mario Tennis Fever weg voor de Switch 2

Samen met onze vrienden van bol geven we wekelijks een nieuwe game weg, en deze week is dat natuurlijk Mario Tennis Fever.

Fever verscheen namelijk deze week voor de Nintendo Switch 2 en is volgens onze Simon een uitstekende Mario-sportgame. Met z'n Fever Rackets - die speciale slagen vol onvoorspelbare effecten mogelijk maken - goede basisgameplay en flink wat content weet Fever boven de afgelopen delen uit te stijgen:

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Winnen

Wat moet je doen om te winnen? Ga naar de website van bol, vind de productcode in de url (bestaande uit zestien cijfers) en vul die hieronder in het invulformulier in! Vergeet ook niet je naam en emailadres in te vullen, dan sturen we je zo snel mogelijk een code om de game fysiek op bol.com te bestellen!

Werkt het formulier niet? Klik dan hier.

Watch on YouTube