ID.nl logo
Aan de slag met het vernieuwde iCloud
© Reshift Digital
Huis

Aan de slag met het vernieuwde iCloud

Lokaal bestanden opslaan is niet handig. We werken allang niet meer op slechts één apparaat, en door onze toenemende afhankelijkheid van digitale documenten is veiligheid enorm belangrijk. Met iOS 8 introduceerde Apple de evolutie van iCloud: iCloud Drive. Wat is er nu precies veranderd?

We willen je geen valse hoop geven: nee, iCloud Drive is geen volwaardig alternatief voor Dropbox. Hoewel het inderdaad mogelijk is om al je eigen bestanden in iCloud Drive op te slaan, kun je hier alleen bij via een Mac of Windows-pc. Een officiële app á la Dropbox ontbreekt (vooralsnog), wat betekent dat je alleen bestanden uit iCloud Drive kunt openen via de documentenkiezer van de bijbehorende applicatie, zoals Numbers of Pages. Dit is, zoals we in deze cursus zullen zien, een grote handicap.

Kennismaking

Als je iOS 8 voor het eerst installeert, vraagt je iPad of je wilt upgraden van iCloud naar iCloud Drive. Deze vraag was vooral relevant toen OS X Yosemite nog niet uit was, omdat Mac-gebruikers met een eerdere versie dan Yosemite geen toegang hadden tot iCloud Drive. Als je een Mac gebruikt en deze nog niet hebt geüpgraded naar Yosemite, is het verstandig om géén gebruik te maken van iCloud Drive. Doe je dat wel, dan zijn al je cloud-bestanden niet meer zonder omweg toegankelijk op je Mac. Heb je geen Mac, dan kun je rustig upgraden. Het is dan zelfs aan te raden, omdat iOS-apps steeds meer gebruikmaken van de nieuwe functionaliteit. Het migreren van je bestanden van iCloud naar iCloud Drive gaat automatisch, maar kan wel enige tijd in beslag nemen, tot maximaal een uur.

©PXimport

iCloud Drive zorgt voor meer opslaggemak op je iPhone, iPad, Mac en pc.

Hetzelfde

Op het eerste gezicht is er geen verschil tussen iCloud en iCloud Drive. Nog steeds synchroniseert iCloud Drive instellingen en documenten tussen je verschillende Apple-apparaten. Ook de werking van Apples productiviteitssoftware is wat de cloudopslag betreft hetzelfde. Start je bijvoorbeeld Pages op, dan zie je in de documenten-kiezer nog steeds alle documenten en mapjes die je daar had aangemaakt. Hetzelfde geldt voor Keynote en Numbers.

©PXimport

De web-interface van iCloud Drive, als je net start is het aardig leeg.

Schijnvrijheid

Onder de motorkap is wel een boel veranderd. Voor het eerst is het namelijk mogelijk om (vanaf een Mac of pc) elk soort bestand in iCloud Drive te plaatsen. Dit werkt net zoals Dropbox of Microsoft OneDrive: je installeert een programma die een map op je computer synchroniseert met iCloud. Deze map kun je zelf indelen in sub-mappen en je kunt alle typen bestanden daarin zetten. Mac-gebruikers kunnen ook labels en tags toevoegen, wat kan helpen om grote hoeveelheden bestanden makkelijk vindbaar te maken.

Al deze vrijheid is echter schijn. Hoewel het in theorie mogelijk is om meerdere soorten bestanden in een map te stoppen, bijvoorbeeld een Numbers-spreadsheet en een Pages-document samen in je mapje 'Administratie', werkt dit in de praktijk niet. Dat komt omdat iCloud Drive geen eigen app heeft, zoals dat bij Dropbox wel het geval is. In plaats daarvan blijft iCloud Drive vasthouden aan de oude opzet: dat je per programma alleen de eigen map kunt zien. Vanuit Pages kun je dus alleen de iCloud Drive-map van Pages bekijken, ook al heb je bijvoorbeeld een Pages-document in de Numbers-map geplaatst.

Sterker nog: een Pages-document dat je handmatig (via Windows 7 bijvoorbeeld) in de Numbers-map plaatst, is niet zichtbaar op de iPad. Een txt-document is wel zichtbaar voor Numbers, maar wordt geopend als spreadsheet. Daar heb je dus niets aan als het om gewone notities gaat.

Wie iCloud Drive dus op dezelfde manier als Dropbox wil gebruiken, loopt al snel tegen de beperkingen van het systeem op. Je handige eigen mappenindeling is onbruikbaar op de iPad.

©PXimport

De document-kiezer in Pages laat alleen de Pages map zien.

Ruimte

Daarnaast is het wel goed om op te merken dat de opslagruimte van iCloud Drive relatief beperkt is. Bij het aanmaken van je iCloud-account krijg je eenmalig 5 gigabyte gratis (tegenover bijvoorbeeld 15 GB bij het veel flexibelere Google Drive). Als je meer ruimte wilt, moet je daarvoor betalen. Bij serieus gebruik heb je helaas al snel meer ruimte nodig, vooral als je je iPad (en/of iPhone) een back-up laat maken in de cloud.

Dit werkt nog steeds als voorheen. Als je de back-up via iCloud al aan had staan, blijft je iPad iedere dag een back-up van je gegevens maken. Dit gebeurt als je apparaat aan de oplader hangt. Heb je nog geen automatische back-up, dan ga je naar Instellingen / iCloud / Reservekopie. Zet deze schuif naar Aan.

Dat is natuurlijk heel handig, want het gaat automatisch, en je hoeft niet meer eens in de zoveel tijd je apparaat aan de pc of Mac te hangen. Maar de back-ups van je iOS-apparaten nemen veel ruimte in van iCloud Drive. Al je er dan ook nog eens al je pdf's, foto's en Office-documenten in plaatst, loopt de boel al snel vol.

©PXimport

De back-upfunctie zorgt ervoor dat de iPad een back-up maakt als je hem aan de oplader hangt.

©PXimport

Een reservekopie van een iPad kan al snel meerdere gigabytes van je iCloud Drive opsnoepen.

Verbeteringen

Gelukkig zijn er ook verbeteringen ten opzichte van de oude iCloud. Het feit dat iCloud Drive meer 'open' is, zorgt ervoor dat applicaties van derden (dus van andere bedrijven dan Apple) nu ook toegang hebben tot het bestandssysteem. Voorheen was het al zo dat bestanden in iCloud bewaard konden worden, maar dan waren ze zo goed als onzichtbaar voor de gebruiker. Opnieuw geldt hier: 'elke app zijn eigen map', maar nu zijn die mapjes gewoon toegankelijk vanaf de pc of Mac. En ook vanuit andere applicaties en vanaf andere apparaten. Vooral voor mensen die zowel op pc/Mac als op een iPad bepaalde apps gebruiken, zullen hier veel profijt van hebben. Een notitie die je maakt in de iOS-versie van aantekeningen-app Notability, is meteen bruikbaar door zijn evenknie op de Mac, en ook zichtbaar in de iCloud Drive-map. Hierdoor is het eenvoudiger voor applicaties om onderling data uit te wisselen.

©PXimport

Het maken van mapjes helpt om je documenten te ordenen.

Niks kwijt

Voor iOS is een groot voordeel dat het wissen van een app op je iPad niet meer automatisch betekent dat je ook de bijbehorende bestanden kwijtraakt. Een pdf-bestand dat je in PDF Expert bewerkt en opslaat op iCloud Drive, is ook na het wissen van PDF Expert nog beschikbaar én zichtbaar. In de oude iCloud was het wel mogelijk om je bestanden te bewaren bij het wissen van een app, maar waren ze vervolgens onzichtbaar en niet bewerkbaar totdat je de bijbehorende app her-installeerde. Op dit punt zorgt iCloud Drive dus voor een grote verbetering.

Overal toegang

Een groot voordeel van cloudopslag in het algemeen, is dat je data overal beschikbaar zijn waar je verbinding hebt met internet. We noemden al de iCloud Drive-applicatie voor Windows, die net als Dropbox een aparte map maakt die automatisch wordt gesynchroniseerd. Deze iCloud Drive-app wordt automatisch aangeboden als je iTunes op je pc upgradet, maar is ook los te downloaden via de website van Apple.

Mac-gebruikers met OS X Yosemite hebben automatisch een map voor iCloud Drive in hun Finder en kunnen daar op dezelfde manier gebruik van maken als van een map met lokale bestanden. Dat betekent dat je bestanden van tags kunt voorzien om ze beter te organiseren. De Windows-versie heeft deze mogelijkheid (nog) niet.

Ook op de computer 'van een ander' (bijvoorbeeld op kantoor of op visite) kun je bij je iCloud-documenten. Dit kan via de website www.icloud.com. Hier log je in met je Apple ID en al je bestanden zijn toegankelijk. Let erop dat deze site niet toegankelijk is vanaf je iPad of iPhone. Wanneer je dit probeert, geeft www.icloud.com links naar het installeren en activeren van iCloud op je apparaat.

Organiseren

Via de webinterface kun je via het iCloud Drive-pictogram naar je bestanden. Je kunt deze hier ook netjes organiseren. De webinterface is overigens wat strenger dan de iCloud Drive voor Windows of Mac. Bij het aanklikken van het icoontje zie je dat elke applicatie een eigen hoofdmap heeft. Als je probeert om bijvoorbeeld een foto te plaatsen in de map van Numbers, dan krijg je een foutmelding.

Via de iCloud-site is het gelukkig ook mogelijk om eigen hoofdmappen te maken, waar je alle bestanden in kunt plaatsen die je wilt. Het uploaden gaat via de webinterface, en dat is natuurlijk niet zo handig als het werken met een automatisch gesynchroniseerde map. Maar het voordeel is dat je op elke willekeurige pc of Mac dingen aan je iCloud Drive kunt toevoegen. Gebruik dit dus vooral als extra manier om bij je bestanden te komen. Wel moet je ook hier onthouden dat je eigen hoofdmappen niet zichtbaar zijn op de iPad, totdat er een echte iCloud Drive-app verschijnt.

Bij het schrijven van dit artikel was er aanvankelijk een app beschikbaar die dit kon (namelijk Cloud Drive Explorer), maar deze is inmiddels uit de App Store verdwenen. We hopen dat er snel weer een dergelijke app beschikbaar komt, want dit is een zeer goede toevoeging voor iCloud Drive.

©PXimport

Je kunt geen foto's opslaan in de Numbers map.

©PXimport

Je kunt zelf kiezen welke functies van iCloud Drive wilt aan- of uitzetten.

©PXimport

Per app kun je toestemming geven om van iCloud Drive gebruik te maken. Zo kun je zware 'verbruikers' uitschakelen als je ruimte tekort komt.

Conclusie

Voor wie alleen de iPad en eventueel een iPhone gebruikt, is de nieuwe Drive nauwelijks te onderscheiden van zijn voorganger. Alles wat je hiervoor deed, kun je gewoon blijven doen. Als je naast je iOS-apparaat ook met een Windows-pc of Mac werkt, dan is iCloud Drive wel een verandering. Het is wel goed om de besproken beperkingen in gedachten te houden. iCloud Drive is niet zo algemeen inzetbaar als concurrenten Drobox, Google Drive of OneDrive. Probeer dan ook niet om iCloud Drive op die manier te gebruiken, dit leidt tot frustraties en tot documenten die je op cruciale momenten niet kunt openen. Werken met iCloud Drive vraagt een bepaalde flexibiliteit van jou als gebruiker. Of anders gezegd: er is maar één manier om dingen te doen, en dat is op de manier van Apple.

Voor iPad-bezitters blijft de automatische back-upfunctie waarschijnlijk de belangrijkste. Door deze optie in te schakelen, heb je in ieder geval een dagelijkse veiligheidskopie van je belangrijkste iPad-bestanden en -instellingen.

©PXimport

De reservekopie is nog steeds de belangrijkste functie voor iPad-gebruikers.

Onaf

Totdat Apple (of iemand anders) een volledige iCloud Drive-app uitbrengt met dezelfde functionaliteit als bijvoorbeeld Dropbox. Wie denkt een Dropbox-killer in handen te hebben moet zijn verwachtingspatroon even bijstellen. De dienst voelt onaf en komt maar gedeeltelijk de belofte na van een alles-in-één opslagdienst. Hopelijk brengt de (nabije) toekomst daar nog verandering in.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.