ID.nl logo
Airfryer met één of twee lades? Zo kies je slim
© Nurul - stock.adobe.com
Huis

Airfryer met één of twee lades? Zo kies je slim

Als je op zoek bent naar een airfryer, valt er meer te kiezen dan je op het eerste gezicht misschien denkt. Een van de belangrijkste beslissingen is of je een model wilt met één lade of met twee lades. Wat zijn de verschillen? En belangrijker nog: wat past beter bij jouw manier van koken?

Dit artikel in het kort:

➡ Airfryers met één lade:

  • Voordelen en nadelen
  • Experttips bij het gebruik van één lade

➡ Airfryers met twee lades:

  • Voordelen en nadelen
  • Experttips bij het gebruik van twee lades

➡ Zo bepaal je welke uitvoering bij jou past

➡ Handige tips voor élke airfryer

Lees ook: Airfryer kopen? Alles over soorten, materialen en bediening

Tot voor een jaar of vier geleden was het makkelijk: wilde je een airfryer, dan was dat standaard een exemplaar met één lade. Maar in 2020 kwam daar verandering in, toen Ninja als eerste merk een airfryer met twéé lades uitbracht. Inmiddels hebben alle zichzelf respecterende merken modellen met twee kookzones in het assortiment. Meer keuze dus – maar wat is het beste voor jou?

Airfryers met één lade

Een airfryer met één lade is lekker eenvoudig en compact. Prima dus wanneer je een kleine keuken of weinig aanrechtruimte hebt. Kook je meestal voor één of twee personen? Dan heb je aan een enkele lade meestal genoeg. Je kunt verschillende gerechten achter elkaar bereiden zonder al te veel tijdverlies, vooral omdat een airfryer de opwarmtijd van een conventionele oven overtreft. Bovendien hebben dit soort modellen meestal minder knoppen en instellingen dan hun grote dubbele broer: voor wie geen culinaire hoogstandjes met de airfryer wil maken, is dat alleen maar fijn.

💡 ÉÉN LADE: EXPERTTIPS Werk laag voor laag: Verdeel bij het bereiden van grotere hoeveelheden je eten in lagen. Schud halverwege de bereidingstijd voor een gelijkmatig resultaat. Bij frietjes bijvoorbeeld zorgt dit voor een knapperige buitenkant bij alle stukjes. Stapel slim: Gebruik een rekje in je lade om verschillende ingrediënten boven elkaar te bereiden. Ideaal voor het gelijktijdig bereiden van bijvoorbeeld een hamburger en wat groenten. Sla het voorverwarmen niet over: Hoewel het niet altijd noodzakelijk is, kan 2-3 minuten voorverwarmen het verschil maken tussen bijna knapperig en krokant knapperig. Denk om de volgorde: Begin met ingrediënten die het langst nodig hebben. Zijn die klaar? Leg ze in een voorverwarmde schaal om ze op temperatuur te houden en ga door met de gerechten of etenswaren die sneller klaar zijn.

Airfryers met één lade

Bekijk & vergelijk ze allemaal op Kieskeurig.nl

Airfryers met twee lades

Toch zijn er situaties waarin een airfryer met twee lades de betere keuze is. Hiermee heb je namelijk meer flexibiliteit tijdens het koken. Stel je voor: in de ene lade bereid je knapperige aardappeltjes, terwijl in de andere lade een malse kipfilet gaart. Daarnaast zijn de meeste modellen met twee lades uitgerust met slimme functies die beide lades onafhankelijk van elkaar kunnen laten werken. Dit betekent dat je in de ene lade een gerecht kunt bakken dat langer nodig heeft, terwijl je in de andere iets sneller klaar hebt. Beide met hun eigen temperatuur en bereidingstijd, zonder dat smaken zich mengen. Dit maakt een airfryer met dubbele lade dus bij uitstek geschikt voor gezinnen of voor de wat meer doorgewinterde hobbykok.

Nadelen zijn er ook. Zo neemt een dubbele airfryer meer ruimte in op je aanrecht en zijn de aanschafkosten vaak hoger. Ook kan het bedienen wat ingewikkelder zijn door de extra mogelijkheden. Daarentegen weegt voor veel mensen het gemak van het tegelijkertijd kunnen bereiden van verschillende gerechten ruimschoots op tegen deze nadelen.

💡 TWEE LADES: EXPERTTIPS Gebruik de synchronisatiefunctie: Veel dubbele airfryers hebben een 'sync finish' functie. Hiermee eindigt de bereiding in beide lades tegelijk, ook al hebben de gerechten verschillende kooktijden. Combineer intelligent: Combineer gerechten die dezelfde temperatuur nodig hebben in één lade om energie te besparen. Gebruik de andere lade voor items met afwijkende bereidingstemperaturen. Wissel slim: Als één gerecht klaar is, wissel dan de nog te bereiden ingrediënten naar de voorverwarmde lade. Dit bespaart opwarmtijd.

©Maikel Dijkhuizen | ID.nl

Airfryers met twee lades

Bekijk & vergelijk ze allemaal op Kieskeurig.nl

Ook interessant: Airfryer vs. frituurpan: wat zijn de verschillen (en wat is lekkerder)?

Wat moet ik kiezen?

Je keuze hangt uiteindelijk af van je kookgewoontes en huishoudgrootte. Wie regelmatig voor meerdere personen kookt of graag experimenteert met verschillende gerechten, zal meer plezier beleven aan een model met twee lades. Voor singles of stellen die de airfryer vooral gebruiken voor simpele gerechten, is een enkele lade meestal voldoende.

Let bij je keuze ook op praktische zaken zoals de beschikbare aanrechtruimte en je budget. Bedenk dat een dubbele airfryer weliswaar duurder is in aanschaf, maar je veel tijd kunt besparen als je vaak volledige maaltijden bereidt. Als energieverbruik voor jou belangrijk is, houd er dan rekening mee dat een model met twee verwarmingselementen meer stroom verbruikt.

💡 EÉN LADE OF TWEE LADES: DIT IS ÁLTIJD SLIM Om het meeste uit je airfryer te halen, is regelmatig schudden belangrijk – vooral voor frietjes en andere kleine gerechten. Doe dit ongeveer elke 5 tot 10 minuten. Vul de lades niet verder dan twee derde; te vol zorgt voor ongelijkmatige bereiding en minder knapperige resultaten. Verder kan een klein beetje olie al een groot verschil maken voor de smaak en knapperigheid van je gerecht. Gebruik bijvoorbeeld een olie met een hoog rookpunt, zoals avocado-olie, en breng deze dun aan door een kwastje of een verstuiver te gebruiken. Hierdoor voorkom je dat de olie verbrandt en behoud je de optimale smaak en textuur. Tot slot: maak je airfryer na elk gebruik even schoon. Zo voorkom je dat smaken van eerdere gerechten blijven hangen, en kun je elke keer weer genieten van verse, smaakvolle resultaten.

Meld je aan en ontvang het Airfryerwijzer Eindrapport 2024

Door het invullen van jouw naam en e-mailadres meld je je aan voor ontvangst van de Kieskeurig.nl Airfryerwijzer-resultaten. Tevens ben je ingeschreven voor de Kieskeurig.nl nieuwsbrief.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.