ID.nl logo
Airfryer kopen? Alles over soorten, materialen en bediening
Huis

Airfryer kopen? Alles over soorten, materialen en bediening

Wie op zoekt gaat naar een nieuwe airfryer, kan verdwalen in het enorme woud aan modellen. Om voor jezelf helder te krijgen wat er nu eigenlijk allemaal voor verschillende soorten airfryers zijn, zetten wij de eigenschappen en verschillen op een rijtje.

In het kort: Van het soort bakmand tot de manier waarop de lucht circuleert: ID.nl helpt je ontdekken welke verschillende soorten er zijn, waar je op moet letten wat betreft de bediening en materialen. Maak zo de keuze voor een bepaald merk of model makkelijker voor jezelf.

  • Soort luchtcirculatie
  • Mand op rails?
  • Type bakmand
  • Manier van bedienen
  • Voorgeprogrammeerde standen
  • Hoeveelheid bakmanden

Lees ook: Het regent! Kan de airfryer de barbecue vervangen?

Voor je verder leest: in dit artikel gaat het over de bakmand en de binnenmand. De bakmand is het mandje waar je je eten in doet. De binnenmand is de grotere bak waar je het bakmandje in vastklikt of vastmaakt voor je de airfryer aanzet.

Soort luchtcirculatie

Een airfryer heeft als pluspunt dat hij sneller opgewarmd is dan een oven en eten dus sneller klaar is. Om optimaal van dit gegeven gebruik te maken, is het slim om even te kijken naar de manier waarop een bepaald model de lucht circuleert. Veel modellen van Philips hebben bijvoorbeeld een speciaal gevormde bodem van de binnenmand waardoor de lucht sneller circuleert dan bij de concurrent en het eten daardoor sneller klaar is.

Ook scheelt het of een airfryer voorzien is van een of meerdere ventilatoren die de warme lucht bewegen in de mand. 

TIP: Niet spieken! Airfryers werken door de combinatie van een hitte-element en een ventilator. Op het moment dat je telkens de bak openmaakt om te kijken hoe het met je eten gaat, verliest de mand veel warme lucht. Probeer tussentijds spieken dus te beperken, schud halverwege het eten en om en kijk daarna pas weer aan het einde van je bakprogramma.

Mand op rails?

Hoe je de airfryer openmaakt en de mand er uithaalt, verschilt van model tot model. Er zijn grofweg twee manieren: je haalt bakmand en binnenmand er samen uit, of de binnenmand staat op een soort rails en je hoeft alleen de bakmand eruit te tillen.

Het eerste type heeft twee kleine nadelen: bakmand en binnenmand samen eruit tillen is zwaarder dan alleen de bakmand. En als je de hete binnenmand samen met de bakmand uit je airfryer haalt, moet je het geheel wel neerzetten op een plek die tegen de hitte van de mand kan. Dus niet op een plastic placemat, maar wel op een onderzetter.

©Fabian Ponce Garcia

Type bakmand

Een mand is een mand zou je denken. Maar dat is niet helemaal waar als het gaat om airfryers. Bij het kiezen van een model is het handig om te kijken naar de mand en dan naar twee zaken om precies te zijn: is de mand aanklikbaar, en is de bodem van gaas of een rooster?

Klikbaar: veel airfryers hebben een bakmand en een binnenmand die je los van elkaar kunt halen. Als het bakmandje vies is, maar de binnenmand niet, dan hoef je maar één van de twee in de vaatwasser te doen (als ze daarvoor geschikt zijn). Andere modellen hebben geen los te halen mand, daarbij moet je dus altijd beide onderdelen samen schoonmaken. Dat kan onhandig zijn.

Dan het materiaal van de bakmand: is de bodem voorzien van een metalen gaas (zoals bij friteuses) of een soort rooster met gaatjes? De gaasmand (ook wel draadmand genoemd) laat circulerende lucht veel beter door en verkort daardoor de baktijd vergelijken met het rooster. Het rooster is ook wat lastiger schoon te maken, doordat de gaatjes kleiner zijn en aangekoekt vet er moeilijker van af gaat. Een voordeel van een rooster is dan weer bij bijvoorbeeld grillen van vlees, dat er meer contact is tussen het hete metaal en het vlees, en je dus wat meer ‘krokante’ plekjes krijgt dan met alleen circulerende lucht.

Manier van bedienen

Vrijwel alle airfryers zijn voorzien van een digitaal display waarop je de tijd en temperatuur kunt zien. Sommige simpele uitvoeringen hebben een draaiknop om deze functies in te stellen. Beide opties hebben voordelen en nadelen.

Het voordeel van een display is dat het heel nauwkeurig is: je ziet exact wat je instelt. Het nadeel van een display is dat het relatief kwetsbaar is en gevoelig is voor bijvoorbeeld vocht. Draaiknoppen zijn robuuster, maar je kunt er niet honderd procent precies de tijd een temperatuur mee instellen, net als bij magnetrons met draaiknoppen voor de tijd. Als je budget het toelaat, is een display een goede keus gezien de nauwkeurigheid.

Ook interessant: Van airfryer-groentje naar airfryer-pro in 9 stappen

Meld je aan en ontvang het Airfryerwijzer Eindrapport 2024

Door het invullen van jouw naam en e-mailadres meld je je aan voor ontvangst van de Kieskeurig.nl Airfryerwijzer-resultaten. Tevens ben je ingeschreven voor de Kieskeurig.nl nieuwsbrief.

Voorgeprogrammeerde standen

Sommige airfryers hebben een simpele bediening: je zet hem op een bepaalde tijdsduur en een temperatuur, en zet hem aan. Veel modellen zijn echter voorzien van standaardprogramma’s voor bijvoorbeeld friet en kip.

Het klinkt magisch, maar in de praktijk betekent het niks anders dan een combinatie van een bepaalde tijd en temperatuur. Iets wat je net zo makkelijk zelf doet. Deze functie kan makkelijk zijn als je net begint met airfryen. Omdat het resultaat toch kan afwijken als je net wat meer of minder in de bakmand doet dan de airfryer denkt, kiezen veel gebruikers ervoor om deze functie niet te gebruiken. Alleen heel exclusieve modellen met ingebouwde weegschaal en thermometer kunnen ‘zelfstandig’ bereidingstijden en dergelijke instellen.

Of er al dan niet bakprogramma’s op je toekomstige airfryer zitten, zal in de meeste gevallen niet doorslaggevend zijn bij de keuze voor een bepaald model.

©Philips

Brand je handen niet!

🔥Trek ovenwanten aan: je airfryermandje is heet!

Hoeveelheid bakmanden

Toen airfryers zo’n tien jaar geleden werden gelanceerd, hadden ze allemaal één mand om in te bakken. Ze werden verkocht als vervangers van frituurpannen en dan vooral om friet in te bakken. Tegenwoordig weten we dat je er veel meer mee kunt, denk aan groenten grillen en aan de hand van de accessoires zelfs hele maaltijden bereiden. Die veelzijdige toepassing leidt tot een vrij nieuwe ontwikkeling: airfryers met twee bakmanden.

Ze zijn er inmiddels van meerdere merken, waaronder Ninja en Philips. Het idee is dat je twee verschillende maaltijdcomponenten tegelijkertijd klaar kunt maken in twee bak-units die je onafhankelijk van elkaar instelt.

🔎 Zeker lezen: Waar voor je geld: 5 betaalbare airfryers met een dubbele pan

Kies je voor zo’n type, kijk dan wel of de twee manden te synchroniseren zijn. Dat betekent dat ze allebei op hetzelfde moment klaar zijn, ook al verschilt de baktijd.

Daarnaast moet je kritisch zijn op de inhoud van de mandjes: die moeten allebei groot genoeg zijn om in één keer je volledige maaltijd te kunnen bereiden. Het is niet de bedoeling dat je in de praktijk alsnog beide mandjes vult met hetzelfde eten, dan heb je meer aan een enkele airfryer met veel vermogen en een grote mand.

➡️ Met deze tips aan aandachtspunten ben je goed op de hoogte van wat er wel en niet handig is aan de verschillende soorten airfryers. Succes met shoppen!


▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.