ID.nl logo
Waar voor je geld: 5 zuinige vriezers met een gunstig energielabel
© qwartm - stock.adobe.com
Huis

Waar voor je geld: 5 zuinige vriezers met een gunstig energielabel

Bij ID.nl zijn we dol op kwaliteitsproducten waar je niet de hoofdprijs voor betaalt. Een paar keer per week speuren we binnen een bepaald thema naar zulke deals. Wil je een energiezuinige vriezer kopen? Vandaag hebben we vijf interessante producten voor je gespot.

Liebherr FNa 6625 Plus

De Europese Unie voerde in 2021 voor diverse witgoedproducten een vernieuwd energielabel in. Sindsdien zijn vriezers met energielabel A, B of C zéér energiezuinig. Liebherr loopt hierin voorop, want als een van de weinige fabrikanten ontwikkelt het Duitse concern vrieskasten met een A- of B-label. De FNa 6625 Plus is hiervan een goed voorbeeld. Het jaarlijkse energieverbruik bedraagt naar schatting slechts 99 kilowattuur. Deze vriezer voldoet dan ook aan de voorwaarden van energieklasse A. Daarnaast is het apparaat met een opgegeven geluidsniveau van 33 decibel ook nog eens erg stil.

De FNa 6625 Plus meet 69,7 × 145,5 × 76 centimeter, waardoor je hem makkelijk in een hoekje van een keuken, schuur of garage kwijt kunt. Je kunt hem gerust in een onverwarmde ruimte plaatsen, want de inwendige componenten verdragen probleemloos lage temperaturen. De vrieskast heeft een inhoud van 260 liter en vijf ruime laden. Een pluspunt is dat dit witgoedproduct nauwelijks onderhoud vereist. Zo is ontdooien dankzij ondersteuning voor no frost nooit nodig.

Liebherr FNb 425i Prime

Zoek je een compacte energiezuinige vriezer? Dit exemplaar van Liebherr meet slechts 59,7 × 125,5 × 67,5 centimeter. Ondanks zijn slanke postuur kun je meerdere pizza's, vleeswaren en ijsjes invriezen. Het totale volume bedraagt dan ook 160 liter. Het apparaat telt drie normale lades en één extra hoge lade. Handig voor het geval je een hoge taart wilt invriezen! Andere pluspunten zijn de ondersteuning voor no frost en het lage geluidsniveau van 33 decibel.

Je kunt 's avonds laat moeiteloos een lekker ijsje pakken. Vanwege de ingebouwde ledverlichting zie je in een donkere ruimte namelijk precies wat er in de vriezer ligt. Je kunt ook ijsblokjes tappen, want in de zogeheten EasyTwist-module passen zo'n zestig klontjes. De FNb 425i Prime is gecertificeerd met energielabel B en heeft een verbruik van 106 kilowattuur per jaar. Als je de deur per ongeluk op een kiertje laat staan, produceert het apparaat een luid alarm. Zo verspil je niet onnodig energie.

Siemens GS54NAWCV

De Siemens GS54NAWCV is een grote energiezuinige vriezer voor minder dan duizend euro. Volgens de specificaties van het C-energielabel komt het jaarlijkse verbruik uit op 170 kilowattuur. Dat is erg laag voor een forse vrieskast van 70 × 176 × 78 centimeter. Als je de deur opentrekt, heb je toegang tot maar liefst zeven transparante lades. Er is ook een ijsblokjesmaker, zodat je tijdens zonovergoten dagen van een extra koud drankje geniet. Deze ledverlichte vriezer heeft een riante inhoud van 328 liter.

Dankzij no frost-ondersteuning heb je geen last van ijsvorming. Dat scheelt weer ontdooien! Een voordeel is dat je het apparaat probleemloos in een open keuken kunt plaatsen. Het geluidsniveau van 38 decibel valt namelijk erg mee. Als je bijvoorbeeld televisie kijkt, zul je de compressor niet gauw horen. De deur van deze vriezer draait standaard open naar rechts. Komt dat op de beoogde plek slecht uit, dan verander je gewoon de draairichting. Is er in jouw wijk weleens een stroomstoring? Wegens de goede isolerende wanden kun je de producten nog maximaal veertien uur bewaren.

Miele F 4001 C

Als je een kleine energiezuinige vriezer wilt kopen, is dit exemplaar van Miele een goede keuze. De F 4001 C heeft een bescheiden verbruik van 110 kilowattuur per jaar en voldoet daarmee aan de voorwaarden van het C-energielabel. Handig is dat je de behuizing van 38,8 kilo relatief eenvoudig kunt verplaatsen. Ideaal voor wie bijvoorbeeld een tijdje op een vaste plek gaat kamperen. Dit tafelmodel meet 60,2 × 85,1 × 62,8 centimeter en heeft een inhoud van 107 liter.

Deze vrieskast bevat vier transparante lades. Die kun je doorgaans makkelijk schuiven, want met behulp van de functie ComfortFrost vriezen de lades haast nooit vast. Ook fijn: zelfs wanneer dit Miele-product in een donker hoekje staat opgesteld, kun je de inhoud duidelijk zien. Er is namelijk binnenverlichting geïntegreerd. Een ander pluspunt is het strakke design zonder handgrepen, waardoor mensen zich niet tegen een handvat kunnen stoten. Je verbindt dit witgoedproduct optioneel met wifi, waarna je in een app op je smartphone desgewenst de status bekijkt.

Lees ook: Wat is de ideale temperatuur voor jouw koelkast en vriezer?

Whirlpool WHM21114

Wie in een bijkeuken, garage of tuinhuis voldoende ruimte heeft, schaft tegen een aantrekkelijke prijs deze energiezuinige vrieskist aan. Houd bij het kiezen van een geschikte plek rekening met de behuizing van 118 × 91,6 × 69,8 centimeter. Zodra je het deksel optilt, heb je toegang tot de volledige inhoud van 215 liter. Het interieur bestaat uit twee ruime vakken. Vergeleken met de eerder besproken reguliere vrieskasten heeft de Whirlpool WHM21114 wel een wat hoger geluidsniveau van 42 decibel. Zet het apparaat daarom bij voorkeur in een aparte ruimte.

De vrieskist is gecertificeerd met energielabel C. Als je het apparaat het hele jaar gebruikt, komt het stroomverbruik uit op zo'n 132 kilowattuur. Dankzij een gunstige hoogte van 91,6 centimeter kunnen de meeste mensen probleemloos iets van de bodem grijpen. Whirlpool levert ook nog twee manden mee. Zo hoef je voor het pakken van jouw favoriete ijsje niet steeds te bukken. Overigens is er ledverlichting ingebouwd, zodat je exact ziet wat er allemaal voor lekkers in de vrieskist ligt. Bij een onverhoopte stroomstoring bedraagt de bewaartijd maar liefst veertig uur.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.