ID.nl logo
Zo lees je energielabels
Energie

Zo lees je energielabels

Van je koelkast tot je verlichting, van je wasmachine tot je televisie: het energielabel vertelt je of je apparaten zuinig zijn of juist niet. Maar hoe lees je die labels eigenlijk? ID.nl legt het uit.

Het energielabel is een officiële indicatie voor de energiezuinigheid van een (huishoudelijk) apparaat. Omdat het oude label al ruim twintig jaar oud was, is er op 1 maart 2021 een nieuw energielabel verschenen. Inmiddels hebben wasmachines, was-droogcombinaties, koelkasten, vriezers, televisies, monitors en wijnbewaarkasten allemaal het nieuwe label gekregen. Die kom je in de winkel ook niet meer tegen met een oud label. Lampen hebben eveneens een nieuw label gekregen, maar omdat die in een wat oudere verpakking zitten, kan het gebeuren dat je daar nog een oud label met A+ of A++ op ziet. De komende jaren zal ook het energielabel van andere (huishoudelijke) apparatuur worden vernieuwd.

Links het oude label voor wasmachines, rechts het nieuwe (Bron: European Union, 2020).

Het energielabel lezen

Energieklasse

Zowel op het oude als op het nieuwe label is de energieklasse aangegeven met een letter. Op het oude label loopt dat van D (niet zo zuinig) tot A+++ (zeer zuinig). Oorspronkelijk was dat gewoon A, maar omdat het oude label al een behoorlijke tijd meeging, zijn er in de loop der tijd apparaten op de markt verschenen die zuiniger waren dan die oorspronkelijke A. Dat heeft geleid tot de toevoeging van allerlei plussen en niet-officiële percentages – flink verwarrend allemaal. Veel mensen denken bijvoorbeeld dat het verschil in energieverbruik tussen A+ en A+++ gering is, omdat het allebei A is. Maar er zit wel degelijk verschil tussen!

Het nieuwe label loopt van A (zeer zuinig) tot G (niet zo zuinig). Er staan geen plusjes en percentages meer op, waardoor je verschillende producten uit dezelfde apparaatgroep makkelijker met elkaar kunt vergelijken. Een C-label betekent nu immers altijd hetzelfde.

Ineens minder zuinig?

Bestaande apparaten die eerst een A+++-label hadden, krijgen nu bijvoorbeeld een C. Dat betekent niet dat het apparaat minder zuinig is geworden, alleen de indicatie is veranderd. Het energieverbruik is strenger beoordeeld en soms is de methode om energieverbruik te berekenen aangepast.

Energieverbruik

Op het oude energielabel staat altijd een verbruik per jaar aangegeven (kWh/annum). Bij wasmachines, vaatwassers en was-droogcombinaties was dat verbruik gebaseerd op het gemiddelde aantal draaibeurten. Dat maakte inschatten soms lastig, want hoe weet je nou of jij net zo veel wast als de gemiddelde gebruiker?

Op het nieuwe label zie je het stroomverbruik (en eventueel waterverbruik) op basis van 100 draaibeurten. Bij televisies en monitors wordt het verbruik nu weergegeven per 1000 uur. Zo kun je heel goed een inschatting maken voor jouw persoonlijke situatie.

Extra informatie

Op het nieuwe label staat ook een QR-code die je kunt scannen. Je krijgt dan meer informatie, bijvoorbeeld over de afmetingen van het product of eventuele testresultaten.

Oude apparaten

Natuurlijk ga je niet elke dag een nieuwe wasmachine of televisie kopen. Toch kan het de moeite lonen om bij apparaten die je al hebt staan nog eens extra naar het energielabel te kijken. Zoek daarna online of in de winkel een vergelijkbaar, maar nieuw apparaat en kijk wat daarvan het energieverbruik is. Als het verschil heel groot is, zou vervangen een optie kunnen zijn.

Informatie per apparaat

Wil je meer weten over het nieuwe energielabel? Op www.energielabel.nl/apparaten (een website van Milieu Centraal) vind je meer voorbeelden plus extra bespaartips.

Bij beeldschermen zie je nu in één oogopslag het energieverbruik in kWh per 1000 uur (Bron: Milieu Centraal).
▼ Volgende artikel
Column: Overwatch 2 heeft juist nu een PvE-modus nodig
© Blizzard
Huis

Column: Overwatch 2 heeft juist nu een PvE-modus nodig

Liveservicegames en hero shooters waren in 2016 niet per se nieuw. Destiny ging al twee jaar hard, en hoewel nieuwkomer Overwatch erg goed ontvangen werd, trokken sommigen al snel vergelijkingen met Valve’s inmiddels oude Team Fortress 2. Toch wist de hero shooter van Blizzard een Game of the Year Award voor de neus van onder andere Uncharted 4: A Thief’s End weg te grissen. Het was een glorieus begin van een moeizaam traject.

In de afgelopen tien jaar onderging Overwatch grote veranderingen. Na een groot succes met ruim 50 miljoen totale spelers in de eerste drie jaar kondigde Blizzard in 2019 aan dat er een vervolg zou komen, dat ‘naast het originele Overwatch’ moest bestaan en uitgebreid werd met Player-versus-Environment-content. De 6-tegen-6 Player-versus-Player-gameplay waar Overwatch om bekendstaat, zou blijven bestaan en voorzien worden van dezelfde content in de twee games. Ook zou Overwatch 2 een exclusieve PvE-modus met een verhaallijn en skill-trees krijgen, waarmee ieder personage op zowel grote als subtiele wijze aangepast kon worden.

©Blizzard

Nee, toch niet

Wie Overwatch 2 sinds de early access-verschijning eind 2022 heeft gespeeld, weet dat daar maar bar weinig van is waargemaakt. Overwatch en Overwatch 2 werden ten eerste geen aparte titels: laatstgenoemde heeft de plaats van het origineel simpelweg ingenomen. Die verhaalmodus? Voor 15 euro kreeg je met de 1.0-release van Overwatch 2 in augustus 2023 toegang tot drie missies. Die verkochten niet goed genoeg voor Blizzard – volgens bronnen Bloomberg - waarmee de mogelijkheid van meer PvE-content direct werd begraven.

Het was toen zelfs al bekend dat de PvE-modus grotendeels geschrapt was, gezien de modus volgens regisseur Aaron Keller ‘de focus tijdens het ontwikkelproces van de game belemmerde’. Dat is geen vreemde redenering, maar PvE was wel juist datgene dat Overwatch 2… nou ja, Overwatch 2 maakte. Uiteindelijk was de lancering van de ‘nieuwe’ game vooral een grote update, met drie nieuwe personages, wat extra arena’s en een nieuwe 5v5-opzet in plaats van 6v6. Er stond nu slechts een ‘2’ achter.

©Blizzard

Een alternatieve toekomst

Recent werd aangekondigd dat Overwatch 2 het cijfer van de naam afknipt met het twintigste seizoen en dus weer gewoon Overwatch heet – we zijn dus weer terug bij af. Ik stapte zelf destijds op de Overwatch-trein door juist de belofte van PvE in het vervolg, en heb uiteindelijk pakweg 300 uren tussen beide games verdeeld. Hoewel ik naarmate de tijd vorderde wat uren in de competitieve modus stak, maakte het spelen met vrienden de ervaring écht vermakelijk.

Gezellig kletsen, schreeuwen tegen willekeurige teamgenoten en de mix van tactiek en variatie die de vele personages in Overwatch bieden: dat staat mij bij. Een PvE-modus waarin juist dat samenspel en de speelwijze van de verschillende heroes aan te passen zijn naar jouw speelstijl was een soort heilige graal, die uiteindelijk dus nooit verscheen. Dat is eeuwig zonde. De competitieve e-sportscene van Overwatch is al sinds het begin een belangrijk aspect van de game, dus ergens is het begrijpelijk dat het team dit niet uit het oog wilde verliezen.

©Blizzard

Maar juist in de laatste jaren zien we een interessante verschuiving naar PvE, of in ieder geval multiplayer-ervaringen die niet geheel om competitie draaien. Denk aan Helldivers 2 van een paar jaar terug, waarin vrienden en willekeurige spelers het opnemen tegen legioenen aan vijanden – en zelfs wereldwijd samen naar een doel werken. Of de explosie aan zogenaamde ‘friendslop’ games als Peak en Lethal Company, die geheel draaien om het samen uitvoeren van taken als een berg beklimmen of het verzamelen van schroot. Een game als Arc Raiders bevat daarbij ook PvP-elementen, maar staat ook bij omdat meerdere spelers samen kunnen komen om een gigantische robot te verslaan. Video’s waarbij spelers plots oude vrienden tegenkomen in de game tonen aan waarom PvE momenteel zó ontzettend leuk kan zijn.

De realiteit

Het is achteraf makkelijk te zeggen, maar de originele visie voor Overwatch 2 had best een prominente rol in het huidige gamelandschap kunnen bekleden. Met de aankondiging werden uitgebreide skilltrees getoond voor de verschillende personages waar Overwatch om bekendstaat.

©Blizzard

Een van Mei’s speciale vaardigheden is bijvoorbeeld het veranderen in een ijspegel, om zo health terug te verdienen en een paar seconden onverwoestbaar te zijn. Met een van de skills die getoond werd veranderde deze ijspegel in een ijsbal, waarmee ze op spectaculaire wijze door groepen vijanden kan kegelen. De PvE-modus had de potentie om een soort zandbak voor dergelijke ideeën en ingrijpende veranderingen voor het klassieke Overwatch te worden. Een speelsere mix van skills en samenwerking om juist die avonturen uit bijvoorbeeld een Helldivers 2 te nabootsen. De tactische teamgameplay had dan ook niet hoeven verdwijnen, het zou juist vet geweest zijn om met vrienden verschillende skills af te stemmen en los te laten op de robots van Null Sector.

Dat is nog zoiets: de lore en verhaallijn van Overwatch zijn ontzettend interessant, en had meer in de schijnwerpers kunnen staan met de PvE-insteek. Nog voordat ik de games überhaupt had aangeraakt, verslond ik de prachtig geanimeerde filmpjes van Blizzard en verhalen die ze voor de personages uitbrachten.

Watch on YouTube

Wat ik dan ook zie van de nieuwe update wringt met mijn gevoel. Ja, het lijkt erop dat Blizzard een inhaalslag maakt en sneller met nieuwe personages komt om de game fris te houden. Het wekt de indruk dat we weer terug zijn bij het ‘oude’ Overwatch, en dat de ontwikkelaar nog altijd een sterke hero shooter wil behouden nu concurrenten als Marvel Rivals het speelveld hebben betreden. Toch kan ik het niet laten om te fantaseren over hoe Overwatch meer had kunnen zijn dan een hero shooter.

De realiteit is dat het Overwatch-team geen goede balans wist te vinden tussen het bijhouden van de PvP- en competitieve scene van Overwatch en de ontwikkeling van de PvE. Zonde, want zeker in het huidige multiplayerklimaat, waar mensen steeds meer achterover lijken te hangen om met elkaar te spelen in plaats van tegen elkaar, had het originele Overwatch 2 perfect gepast.

▼ Volgende artikel
We geven Mario Tennis Fever weg voor de Switch 2
Huis

We geven Mario Tennis Fever weg voor de Switch 2

Samen met onze vrienden van bol geven we wekelijks een nieuwe game weg, en deze week is dat natuurlijk Mario Tennis Fever.

Fever verscheen namelijk deze week voor de Nintendo Switch 2 en is volgens onze Simon een uitstekende Mario-sportgame. Met z'n Fever Rackets - die speciale slagen vol onvoorspelbare effecten mogelijk maken - goede basisgameplay en flink wat content weet Fever boven de afgelopen delen uit te stijgen:

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Winnen

Wat moet je doen om te winnen? Ga naar de website van bol, vind de productcode in de url (bestaande uit zestien cijfers) en vul die hieronder in het invulformulier in! Vergeet ook niet je naam en emailadres in te vullen, dan sturen we je zo snel mogelijk een code om de game fysiek op bol.com te bestellen!

Werkt het formulier niet? Klik dan hier.

Watch on YouTube