ID.nl logo
Vloerverwarming: tips voor een behaaglijk huis
© nsnedza@gmail.com
Energie

Vloerverwarming: tips voor een behaaglijk huis

Je wilt een behaaglijk warm huis waar je met de blote voeten op de vloer kunt lopen zonder koude tenen te krijgen? Dan komen we vanzelf uit bij vloerverwarming. Deze lagetemperatuurverwarming is niet alleen comfortabel, maar ook een van de zuinigste warmteafgiftesystemen. Toch moet je op enkele dingen letten om hier optimaal van te genieten.

Is vloerverwarming goedkoper in gebruik dan radiatoren? Dat hangt ervan af: een nat systeem wel, een droog elektrisch systeem niet. Bij een nat systeem stroomt warm water door kunststof leidingen die op een dikke isolatielaag liggen. Bij natbouw wordt het vloerverwarmingssysteem bedekt door een ‘natte’ zandcementlaag en daarop komt pas de vloerbedekking. Als het gaat om een elektrische vloerverwarming die direct onder het laminaat of het parket wordt aangebracht (dat is droogbouw), dan vallen de verbruikskosten eerder tegen. Bij droogbouw komt er dus geen natte zandcementlaag boven op de vloerverwarming te liggen.

Ook lezen: Zo kun je je huis energiezuinig ventileren (ook in de winter)

De aanleg van vloerverwarming kost 30 tot 40 procent meer dan die van traditionele radiatoren, maar de investering betaalt zich op lange termijn terug, vergt minder onderhoud en het comfort is hoger. Het verhaal dat je voeten opzwellen door vloerverwarming, is een mythe afkomstig uit de beginjaren van dit systeem. Als je vloerverwarming combineert met een warmtepomp, kan dat zelfs voor verkoeling zorgen tijdens hete zomerdagen. Hieronder hebben we het uitsluitend over vloerverwarming op basis van kunststof leidingen met warm water.

©Ingo Bartussek

In een nat vloerverwarmingssysteem worden de leidingen bedekt door een vochtig zandcementmengsel.

Gelijkmatige temperatuur

Vloerverwarming is een traag, inert systeem en werkt het meest efficiënt bij een constante kamertemperatuur. Is er een koude dag, bedwing dan de neiging om de vloerverwarming lekker hoog in te stellen. Grote temperatuurschommelingen zorgen voor een hoger energieverbruik en dus ook hogere stookkosten. De meeste mensen houden een dagtemperatuur tussen 19 en 20°C aan en stellen de thermostaat voor ’s nachts maximum 2 graden lager in.

Groot oppervlak voor warmteafgifte

Vloerverwarming moet het hebben van een groot oppervlak voor warmteafgifte. Als de kamer te vol staat met meubilair zal deze minder snel opwarmen en moet de vloerverwarming dus harder werken. De vuistregel is dat je nooit meer dan 60 procent van de vloer mag bedekken met meubilair en decoratie. Als je te veel spullen in de kamer zet, zul je het verschil in temperatuur zeker merken.

Ook lezen: Is het een schilderij? Een spiegel? Nee, het is infraroodverwarming!

Zuinig met radiatoren

Het duurt met vloerwarming langer om de woning op te warmen dan met radiatoren. Daarom is het in een gemengd systeem (vloerverwarming én radiatoren) verleidelijk om op koudere dagen de radiatoren hoger te zetten om op die manier kamers snel op te warmen. Dat maakt dat de vloerverwarming op dat moment zal registreren dat de gewenste temperatuur is bereikt. Als je daarna de radiatoren weer uitzet, moet de vloerverwarming harder werken om alles weer op temperatuur te krijgen. Op die manier breng je de regeling in de war. Gebruik de radiatoren alleen als bijverwarming tijdens de koudste dagen en werk met een slimme thermostaat voor je vloerverwarming.

©DOG-Pix - stock.adobe.com

Gebruik de radiatoren alleen als bijverwarming tijdens de koudste dagen.

Opwarmingsprotocol

Als de vloer gelegd is en nadat de nieuwe vloerverwarming is geplaatst, mag je die installatie niet meteen gebruiken zoals je normaal doet. Het systeem moet rustig opwarmen om daarna optimaal te kunnen presteren. Je moet de vloer stelselmatig geleidelijk opwarmen en opnieuw laten afkoelen om de materialen bestand te maken tegen grote temperatuurverschillen. Hierbij hebben we het niet over de kamertemperatuur, maar over de temperatuur van het water dat door de leidingen stroomt.

Begin met een watertemperatuur van 15°C en verhoog dat na 24 uur in stappen van 5°C. Als de watertemperatuur 45°C heeft bereikt, laat je dat een paar dagen op deze temperatuur draaien. Daarna ga je elke 24 uur met 5°C naar beneden. Zet in de periode de verwarming niet uit, anders kun je opnieuw beginnen. Je moet dit opstookprotocol hoe dan ook doorlopen voordat de vloerbedekking zoals tegels of laminaat wordt gelegd.

Pompschakelaar beschermt de circulatiepomp

Als de ruimtes die zijn voorzien van vloerverwarming al op temperatuur zijn, is het eigenlijk zonde dat de verdeler van de vloerverwarming continu water rondpompt. Om te voorkomen dat je hier energie – dus geld – aan verspilt, kun je een pompschakelaar aan het vloerverwarmingssysteem toevoegen. De circulatiepomp draait dan niet zolang dat niet nodig is. Zeker tijdens de warme maanden kun je de vloerverwarming helemaal uitzetten. Je loopt dan wel het risico dat door die stilstand de circulatiepomp komt vast te zitten, zodat die het bij het opstarten in het najaar niet meer doet. Vooral dan is de pompschakelaar nuttig. De schakelaar heeft een beveiliging die zorgt dat deze pomp elke dag sowieso een tijdje draait om de goede werking te garanderen.

Keuze vloerbedekking

De vloerbedekking die je kiest is een belangrijke factor. De ene vloerbedekking is beter geschikt dan de andere. Het is mogelijk om parket of laminaat met vloerverwarming te combineren, maar een houten vloer geleidt de warmte niet goed, waardoor de vloerverwarming minder effectief zal functioneren en langer moet opwarmen. Wil je toch een houten vloer, kies dan voor een stabiele houtsoort of liever een meerlaagse uitvoering, waarbij de planken niet breder zijn dan 15 cm. Let bij het kopen van de vloerbedekking op de warmtedoorlaatweerstand. Deze waarde wordt ook de Rc-waarde genoemd en wordt uitgedrukt in m2 K/W. Een vloerbedekking die geschikt is voor vloerverwarming heeft een warmtedoorlaatweerstand die minder moet zijn dan 0,15 m² K/W. Kies je een bedekking met een hogere weerstand, dan zal die warmte eerder tegenhouden.

PIT-symbool Let bij de eigenschappen van de vloerbedekking op de PIT- of PRODIS -symbolen. Deze Europese symbolen geven weer wat de eigenschappen van de vloerbedekking zijn en voor welke toepassingen deze geschikt zijn. Ook veel tapijten zijn geschikt voor vloerverwarming, maar kijk toch altijd naar dit PIT-logo.

De PIT-symbolen die je in de gaten moet houden bij het kiezen van vloerbedekking.

Antistatisch

Ga je voor een dik tapijt, dan zal dat door vloerverwarming snel warm en droog aanvoelen. Hierdoor is het mogelijk dat dit tapijt zich statisch elektrisch oplaadt. Wanneer je over een tapijt loopt, ontstaat er wrijving waardoor je elektrostatisch wordt opgeladen. Dat merk je wanneer je metaal aanraakt, bijvoorbeeld een deurkruk: dat kan dan even knetteren en je voelt een lichte schok. De tapijten van tegenwoordig worden vaak antistatisch behandeld en ook dat herken je aan het PIT-logo (het symbool rechts).

Vraag een offerte aan voor vloerverwarming :

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.