ID.nl logo
Zoek en vind het ISS met iPhone-app
© Reshift Digital
Huis

Zoek en vind het ISS met iPhone-app

Het ISS ofwel International Space Station hangt vooralsnog enthousiast in een baan om de aarde. En je kunt er zelf naar op jacht. Leuk voor een heldere avond, bijvoorbeeld. Of luister er eens naar met een scanner. Wil je het ISS volgen, dan helpt ISS Tracker 3D voor iPhone en iPad een handje.

Wat de reden voor je speurtocht naar ’t ISS ook is, al was het maar om je ultra-super-telelens eens uit te proberen: je moet het eerst vinden. Gelukkig is de baan van het ruimtestation voorspelbaar. Zit wat rekenwerk aan vast, maar dat doet de app ISS Tracker 3D met liefde voor je. In real-time zie je precies waar het ISS uithangt. Omdat het station elke 91 minuten een volledig rondje maakt is er een gerede kans dat het geheel af en toe eens recht boven je hoofd passeert. Dat is echter zeker niet met élk rondje het geval, omdat de aardas ook wat wiebelt.

Vandaar dat die app dus erg handig is, want als je daar ook nog allemaal rekening mee moet gaan houden in je berekeningen dan reken je uiteindelijk een eind achter de feiten aan als je ’t old school handmatig zou doen.

Plat of in 3D

De werking van de app is in de basis simpel. Start ISS Tracker 3D en tik op de meest linkse knop op de knoppenbalk onder in beeld. Je ziet nu het ISS geprojecteerd op een wereldkaart. Zolang dat ver weg is, kun je rustig een kop koffie drinken of iets anders gaan doen. In geval dat het dichtbij is, wordt het mogelijk tijd om die camera of verrekijker er eens bij te pakken. 

Verwacht er nou ook weer niet té veel van, voor de meeste mensen zal het ISS zich met name als snel bewegende stip aan ’t oneindig zwerk manifesteren. Maar dankzij de app is het ding nu in ieder geval terug te vinden en identificeren. 

Om een totaalbeeld van de baan te krijgen, tik je op de knop direct naast de knop waar je net op tikte. Je ziet nu een handige 3D-weergave, aan de hand daarvan kun je al inschatten of het de moeite waard is nog wakker te blijven, bijvoorbeeld.

©PXimport

Seintje via agenda

Wil je gewaarschuwd worden als het ISS zo ongeveer recht boven je hoofd passeert, tik dan op de derde knop op de knoppenbalk onderin beeld. Je ziet nu een lijst met voorspellingen (die altijd kloppen, voor de verandering). Desgewenst kun je die aan je agenda-app toevoegen, zodat je keurig op tijd een melding krijgt. 

Deze ‘heel dichtbij’-meldingen zijn trouwens ook nog interessant voor een ander doel. Aan boord van het ISS bevindt zich namelijk onder meer een amateur radiostation. En soms is daar best iets op te horen. Enige vereiste is, dat het station enigszins in de buurt is, waarvoor die app dus weer mooi van pas komt.

©PXimport

Meeluisteren ook een optie

Om daadwerkelijk te kunnen luisteren heb je een scanner nodig. Zo’n ding kost je anno nu de kop niet meer, voor rond de €100 scoor je een nieuw apparaat van een goed merk (denk Uniden Bearcat). Of ga voor een derdehands exemplaar op iets als Marktplaats. Let daarbij op dat de meest interessante frequentie in ieder geval ontvangen kan worden: 437.800MHz. Dat is althans de frequentie waarop wij in ieder geval wel eens iets horen. 

Wel geldt dat het amateurstation lang niet altijd bemand is. Soms moet je het doen met een reuteltje morse als simpele identificatiecode. Het ISS heeft trouwens nog veel meer frequenties in gebruik, zie bijvoorbeeld het overzicht op https://issfanclub.eu/iss-frequencies/. Daar lees je ook dat de hierboven genoemde frequentie feitelijk een repeater betreft. Joekels van antennes zijn trouwens nergens voor nodig; hemelsbreed is de afstand die overbrugd wordt immers niet zo bijzonder groot. 

Hoe dan ook, als jij de meldingen aan je agenda toevoegt en daar iets van een kwartier voor het ‘hoogtepunt’ een waarschuwing voor instelt, kan het luisteren beginnen. Ontvangst is al mogelijk als het station nog niet te zien is. En vanzelfsprekend ook gedurende een bewolkte dag. Of wanneer het station een stukje noordelijker of zuidelijker van jouw locatie passeert.

Over scanners Je vraagt je misschien af wat de in dit artikel genoemde ‘scanner’ nou precies is. Het betreft een speciaal soort radio-ontvanger dat een reeks aan vooraf ingestelde frequentie in heel hoog tempo achter elkaar scant. Wordt er op een ingestelde frequentie iets ontvangen, dan stopt het scannen en hoor je wat er uitgezonden wordt.  Vroeger was ‘scanner luisteren’ een populaire hobby. Wat de scanner populair maakte, was dat je er gesprekken van onder meer politie en brandweer mee kon ontvangen. Kón, want die tijd is in Nederland alweer een hele tijd voorbij sinds alles is overgeschakeld naar een stevig versleuteld digitaal communicatiesysteem. Daarmee daalde de populariteit van de scanner snel, en tegenwoordig moet je er enig speurwerk voor verrichten om er een te scoren.  Op zich is er nog genoeg mee te luisteren met zo’n scanner. Denk aan dat ISS, luchtvaart, scheepvaart, radio-amateurs enzovoort. Maar da’s meer een specialistische hobby. De massa haakte af bij het verdwijnen van de politiekanalen.

Zonder app kan ook

©PXimport

Heb je geen iPhone of iPad bij de hand, maar zit je achter een standaard pc of desnoods een smart tv, dan kun je het ISS ook live volgen qua locatie. Breng daarvoor een bezoekje aan https://spotthestation.nasa.gov/tracking_map.cfm. Oogt grafisch wat minder mooi, maar ‘it does the job’. 

Wel geldt dat de door ons gebruikte app nog wat aardige extraatjes aan boord heeft. Zo kun je door op astronautvormige knop te tikken de huidige bezetting van het ISS opvragen. Of kijk live mee vanuit de ruimte naar beneden met de livestream vanuit het ruimtestation. Daarvoor tik je op de vijfde knop van links. 

Overigens is daar soms even niks te zien, wat zich manifesteert door een zwart scherm. Dan gewoon even later nog eens proberen, heel soms valt de verbinding even weg. 

De laatste knop op de knoppenbalk leidt je naar NASA-tv, het televisiekanaal van het Amerikaanse ruimteagentschap. Kortom: er is meer plezier te beleven aan de app, die trouwens behalve het ISS ook nog wat andere highlights in de ruimte trackt.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.