ID.nl logo
Workshop IrfanView
© Reshift Digital
Huis

Workshop IrfanView

IrfanView is een bijzonder prettig programma voor hobbyfotografen om foto's te bekijken en eenvoudige bewerkingen uit te voeren. Nagenoeg alle afbeeldingsformaten worden ondersteund, zodat u ook exotische bestanden zonder problemen opent. Dankzij de gebruiksvriendelijke interface is er geen geavanceerde kennis van grafische software vereist. Met behulp van de stappen uit deze workshop kunt u direct aan de slag!

01. Installatie

Allereerst brengt u een bezoekje aan de website IrfanView om de software te downloaden. Onder het menuonderdeel Download hebt u de mogelijkheid om het installatiebestand van 1,32 MB vanaf meerdere bestandslocaties binnen te halen. Kies een locatie uit en doorloop de installatiewizard. U bepaalt onder andere of u een snelkoppeling op het bureaublad wilt plaatsen en of u bepaalde bestanden met IrfanView wilt associëren. Dat is handig wanneer u bepaalde afbeeldingsformaten automatisch met deze fotoviewer wilt openen, zodra u erop dubbelklikt.

©PXimport

02. Nederlands taalpakket

Bij het opstarten van IrfanView, zult u merken dat het programma Engelstalig is. Gelukkig is er een Nederlands taalpakket beschikbaar. Surf naar IrfanView en klik aan de linkerkant van de webpagina op IrfanView languages. Download de Installer-versie en start daarna het exe-bestand. Klik op Install om het Nederlandse taalpakket te installeren. Navigeer in het programma naar Options / Change language en selecteer NEDERLANDS.DLL. Bevestig met OK, alle menu's worden nu direct vertaald. Sommige onderdelen van de software blijven overigens nog wel Engelstalig.

©PXimport

03. Foto's bekijken

In het hoofdvenster van IrfanView bekijkt u gemakkelijk foto's of andere afbeeldingen. U sleept het bestand simpelweg naar het programma, en het wordt meteen weergegeven. Via de pijltjesknoppen zijn de overige foto's in de map bereikbaar. In- en uitzoomen gaat via de knoppen met het vergrootglas. Als u meerdere foto's tegelijk wilt bekijken, dan gaat u naar Start / Alle programma's / IrfanView / IrfanView - Thumbnails. Zoek met behulp van de mappenstructuur de juiste bestanden op in het hulpprogramma. Zodra u dubbelklikt op een afbeelding, opent de fotoviewer van IrfanView.

©PXimport

04. Diavoorstelling

Wilt u een complete map met foto's bekijken, dan klikt u in het hoofdprogramma van IrfanView op de knop Diavoorstelling. Er verschijnt een nieuw venster, waarin u de weergave bepaalt. Zoek aan de rechterkant alle foto's op die u wilt bekijken. Nuttig is dat u bestanden uit verschillende mappen kunt selecteren. Beslis hoeveel seconden er tussen de dia's moeten zitten. Het is leuk om een willekeurige volgorde te selecteren en een mp3-bestand als achtergrondmuziek af te spelen. Ook voegt u indien gewenst teksten toe. Klik op de knop Speel diavoorstelling om deze te starten.

©PXimport

05. Tekenpallet

Wanneer u een pijltje, penseelstreek, of een simpele vorm wilt toevoegen aan de afbeelding, dan regelt u dat met het Tekenpallet. U opent dit onderdeel via Bewerken / Tekenpallet tonen. Er verschijnt een verplaatsbaar dialoogvenster in beeld, waarmee u simpele elementen aan de foto toevoegt. De dikte van de lijnen selecteert u in het tekstveld onder Grootte. Verder hebt u de mogelijkheid om vlakken op te vullen, waarbij u uiteraard zelf de voor- en achtergrondkleur bepaalt. Tevens kunt u een gum gebruiken om een ongewenst gedeelte van de afbeelding weg te halen.

©PXimport

06. Weergaveopties

U beslist zelf op welke wijze u de afbeeldingen in IrfanView wilt weergeven. Ga in het menu naar Weergave / Weergave opties. Handig is de mogelijkheid om de foto's aan te passen aan de grootte van het venster. Op die manier hoeft u geen schuifknoppen te gebruiken om de foto in beeld te brengen. Verder kunt u er ook voor kiezen om de werkelijke grootte van de afbeelding te tonen. In het menuonderdeel Weergave beschikt u ook over opties om bepaalde werkbalken te verbergen of een volledig scherm te activeren.

©PXimport

Skins

Vindt u de standaardinterface van IrfanView er nogal oubollig uitzien? Geen probleem, want u vervangt moeiteloos de knoppenbalk. U gaat eerst naar IrfanView en klikt op Toolbar skins. Vervolgens maakt u een keuze door op een ontwerp te dubbelklikken, waarna u het zip-bestand uitpakt naar de map C:\Program Files\IrfanView\Toolbars. U activeert de nieuwe knoppenbalk door te navigeren naar Eigenschappen / Werkbalk. Ten slotte klikt u op de juiste naam en bevestigt u met OK

©PXimport

07. Uitsnede maken

Bij foto's waarop alleen het onderwerp belangrijk is, maakt u eenvoudig een uitsnede. Op die manier wordt u bijvoorbeeld niet afgeleid door een hinderlijke achtergrond en bovendien is het een efficiënte manier om een afbeelding kleiner te maken. Eerst maakt u met de cursor een selectie door een vierkant te plaatsen rond het betreffende onderwerp. Vervolgens gaat u naar Bewerken / Selectie uitsnijden. De foto wordt direct aangepast. Navigeer naar Bestand / Opslaan als om de bewerking te bewaren. Let op dat u hierbij de juiste locatie en een geschikt bestandsformaat kiest.

©PXimport

08. Panorama afbeelding

Bij het fotograferen vanaf een uitkijktoren is het onmogelijk om het volledige uitzicht op een foto vast te leggen. Gelukkig biedt IrfanView daarvoor een nuttige oplossing, u kunt afbeeldingen aan elkaar plakken. U opent het juiste menu via Afbeelding / Maak panorama afbeelding. Klik op Afbeeldingen toevoegen en zoek de bestanden op. Middels de knoppen Omhoog en Omlaag plaatst u ze in de goede volgorde. Klik op Maak panorama om het resultaat te bekijken en sla het eventueel op. Het is ook mogelijk om de afbeeldingen verticaal onder elkaar te plaatsen.

©PXimport

09. Grootte wijzigen

Het wijzigen van de grootte van een afbeelding kan nodig zijn wanneer het bestand aan bepaalde afmetingen moet voldoen voor een website of een fotoboek. Ga naar Afbeelding / Grootte wijzigen. Bij de optie Nieuwe grootte wijzigt u handmatig de afmetingen voor de breedte en hoogte. U gebruikt hierbij de eenheden pixels, centimeters of inches. Tevens kunt het percentage van de verhoudingen wijzigen. Verder ziet u aan de rechterkant enkele standaardafmetingen staan die u kunt kiezen. Sluit het dialoogvenster met OK en sla de bewerking op.

©PXimport

10. Rode ogen corrigeren

Als u weleens portretfoto's met flitslicht maakt, dan herkent u vast de rode ogen. Deze ontstaan doordat de pupillen niet snel genoeg reageren op het omgevingslicht, waardoor er rode bloedvaten van het netvlies te zien zijn. De meeste fotobewerkingsprogramma's hebben een functie om het op een realistische manier te corrigeren. Gebruik de zoom-knop met het vergrootglas om de ogen goed in beeld te brengen en maak een zorgvuldige selectie met de cursor. Navigeer in het menu daarna naar Afbeelding / Rode ogen reductie.

©PXimport

11. Horizon recht maken

De meeste mensen fotograferen een beetje schuin, omdat het lastig is om een camera zonder statief helemaal recht te houden. Foto's met een scheve horizonlijn zijn bepaald geen streling voor het oog. Gelukkig is het met IrfanView mogelijk om de afbeelding te draaien, waardoor u de horizon rechtmaakt. Open het Tekenpallet via Bewerken / Tekenpallet tonen en klik op het Rotatiegereedschap. Trek vervolgens een lijn met de cursor langs het gedeelte waarlangs de afbeelding zich horizontaal moet uitlijnen. Zodra u de muisknop loslaat, bekijkt u direct het resultaat.

©PXimport

12. Klonen

Het is vervelend als een vlekje of een ongewenst onderwerp de foto verpest. Wanneer het hinderlijke element zich op een neutrale achtergrond bevindt, poetst u het met behulp van de functie Klonen gemakkelijk weg door een identiek gedeelte van de foto te verplaatsen. Ga naar Bewerken / Tekenpallet tonen en selecteer het Kloongereedschap. Klik eerst met de rechtermuisknop op de plek waar de pixels vandaan moeten komen en klik vervolgens met de linkermuisknop op het hinderlijke gedeelte. De grootte van het kloongebied bepaalt u in het Tekenpallet.

©PXimport

13. Teksten toevoegen

Om iets te verduidelijken plaatst u gemakkelijk een tekst binnen een afbeelding. Maak met de cursor een selectie op de plek waar u een tekst wilt invoegen. Ga daarna naar Bewerken / Tekst toevoegen aan selectie. Typ de gewenste woorden en klik op de knop Kies Lettertype. Selecteer een mooi lettertype en pas de lettergrootte naar eigen inzicht aan. Ook kunt u een andere kleur selecteren en de tekst cursief, vet of onderstreept weergeven. Verder lijnt u de woorden links, rechts of in het midden uit. Bevestig met OK om de tekst definitief te plaatsen.

©PXimport

14. Randen

Voor een leuk effect voorziet u de kiekjes van een aantrekkelijke rand of lijst. Zoek een geschikte foto op en navigeer naar Afbeelding / Rand/Lijst toevoegen. De verschillende opties worden vervolgens in een lijstje weergegeven. Bij Frame colors selecteert u één of meerdere kleuren. U bepaalt de dikte door bij de optie Frame size de waarde voor het aantal pixels te wijzigen. In het Preview-venster ziet u direct wat voor effect de rand heeft. Bevestig met de knop OK om de rand aan de foto toe te voegen. Vergeet overigens het bestand niet op te slaan als u de bewerking wilt behouden.

©PXimport

15. Kleuren corrigeren

Bent u niet tevreden met de kleuren van uw foto? Gelukkig doet u daar eenvoudig iets aan! Open het juiste menu via Bewerken / Kleuren aanpassen. U ziet twee afbeeldingen naast elkaar, zodat u gemakkelijk de nieuwe en de oorspronkelijke foto met elkaar vergelijkt. Gebruik de schuifknoppen bij Contrast, Gamma correctie en Verzadiging om de weergave aan te passen. Verder stelt u naar eigen inzicht een andere kleurbalans in door te spelen met de waarden van de primaire kleuren rood, groen en blauw. Ten slotte hebt u ook de mogelijkheid om de Helderheid te wijzigen. Sluit het dialoogvenster met OK.

©PXimport

Transparantie

Helaas kan IrfanView niet omgaan met transparante afbeeldingen. Transparante vlakken worden in het programma namelijk zwart weergegeven en ook als u het bestand opslaat, blijft deze kleur onveranderd. Bij fotobewerkers die wel overweg kunnen met 'doorzichtige' plaatjes, ziet u in de meeste gevallen een witte kleur of blokjes. Als u dergelijke afbeeldingen wilt bewerken, kunt u daarom beter het gratis programma GIMP gebruiken.

©PXimport

Opslaan voor het web

Als u alle extensies voor IrfanView uit stap 21 hebt geïnstalleerd, dan slaat u afbeeldingen gemakkelijk aangepast op zodat ze geschikt zijn voor internet. Dat is nuttig indien u wilt dat afbeeldingen op uw website snel worden geladen. U opent het juiste onderdeel via Bestand / Opslaan voor het Web. Bij plaatjes met een hoge resolutie, geeft de software eerst de gelegenheid om de afmetingen te verkleinen. Vervolgens maakt u in een nieuw dialoogvenster de keuze tussen jpg, gif of png en stelt u de kwaliteit in. U ziet direct wat voor effect de wijzigingen hebben, waarbij u meteen controleert hoe groot het bestand wordt. U slaat met Save de bewerkte afbeelding op.

16. Effecten toepassen

Afbeeldingen kunt u een bijzonder effect geven, zoals regendruppels, olieverf of sepiakleur. Zoek een foto op en maak eventueel een selectie. Navigeer in het menu naar Afbeelding / Effecten / Effectenkiezer. U ziet de oorspronkelijke en de nieuwe foto staan. Aan de linkerkant bevindt zich een lijstje met alle effecten die u desgewenst toepast. Zo stelt u met de optie Blur 2 met behulp van schuifknoppen een vervaging in, om bijvoorbeeld een persoon onherkenbaar te maken. Ook Radial Blur en Zoom Blur kunt u hiervoor gebruiken. Maak een keuze en sluit af met OK.

©PXimport

17. Foto's converteren

U kunt IrfanView gebruiken om foto's om te zetten naar een ander bestandsformaat. Ga naar Bestand / Groepsconversie/Hernoemen, zoek de afbeeldingen op en sleep ze naar het onderste deelvenster. U kunt hiervoor ook de knoppen Toevoegen of Alles toevoegen gebruiken. Bepaal in het uitrolmenu bij Uitvoerformaat het juiste grafische formaat en selecteer onder Doelmap de gewenste locatie. U klikt vervolgens op Start, waarna het proces begint. Overigens gebruikt u het dialoogvenster Groepsconversie tevens om meerdere bestanden een andere naam te geven.

©PXimport

18. Tegelijk bewerken

Zodra u dezelfde bewerkingen op meerdere foto's tegelijk wilt toepassen, kunt u veel tijd besparen. Ga naar Bestand / Groepsconversie/Hernoemen. Voeg de foto's toe en plaats een vinkje voor Gebruik geavanceerde opties. Klik op de knop Geavanceerd, zodat er een nieuw scherm verschijnt met talloze functies. U hebt bijvoorbeeld de mogelijkheid om alle afbeeldingen tegelijk te verkleinen of uitsneden te maken. Daarnaast past u het contrast aan en verandert u de kleurbalans. Maak een keuze en klik op OK. Met Start begint het omzettingsproces.

©PXimport

19. Externe bewerkers

Mocht IrfanView een geavanceerde bewerking niet uit kunnen voeren, dan doet u vanuit het programma rechtstreeks een beroep op andere fotobewerkingssoftware. Klik in het menu op de knop Eigenschappen en ga naar de optie Overige. Kies onder Externe bewerkingsprogramma's instellen voor Bladeren en zoek het exe-bestand van de betreffende software op, bijvoorbeeld Photoshop Elements of GIMP 2. U voegt maximaal drie programma's toe. Sluit het menu met OK. Via Bestand / Open met bewerker start u de foto direct met het andere pakket op.

©PXimport

20. Bureauachtergrond

Hebt u een foto naar tevredenheid bewerkt, dan wilt u deze wellicht op uw bureaublad gebruiken. Ga naar Opties / Als bureaublad achtergrond instellen, waar u de keuze hebt uit vier opties. Gecentreerd weergeeft de foto in het midden, waardoor mogelijk een gedeelte buiten het beeldscherm valt. De optie Naast elkaar gebruikt u als er meerdere monitors op de computer zijn aangesloten. Met behulp van Spreiden past het formaat van de afbeelding zich aan aan de grootte van het beeldscherm. Als u niet wilt dat de weergave wordt uitgerekt, kiest u voor Spreiden (proportioneel).

©PXimport

21. Plugins

U voegt simpel extra functies toe door middel van uitbreidingen. Surf naar IrfanView en klik aan de linkerkant op PlugIns. U maakt het voor uzelf gemakkelijk door middels één exe-bestand alle beschikbare extensies te installeren. Klik op de link Software.com - download IrfanView plugins en vervolgens onderaan de webpagina op Download Irfanview Plugins Now. Zorg ervoor dat IrfanView is afgesloten, alvorens u de installatiewizard doorloopt. Na installatie beschikt u onder meer over mogelijkheden om foto's te e-mailen en video's te openen.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Derde The Last of Us-seizoen is mogelijk de laatste
Huis

Derde The Last of Us-seizoen is mogelijk de laatste

De baas van HBO Max lijkt te suggereren dat het aankomende derde seizoen van de serie The Last of Us de laatste wordt.

In een interview met Deadline werd HBO-baas Casey Bloys gevraagd naar de mogelijkheid dat het derde seizoen van de live-action verfilming van de gamereeks de laatste wordt. Daarop antwoordde hij dat "het er wel op lijkt". Hij voegde echter wel toe dat de showrunners dit uiteindelijk beslissen.

Mogelijk toch een vierde seizoen?

Eerder suggereerde showrunner Craig Mazin al dat de serie mogelijk vier seizoenen zou tellen, en dat er geen manier was om het verhaal uit de tweede game in een derde seizoen te concluderen. Het is niet duidelijk of dat nog steeds het geval is, of dat de plannen misschien zijn gewijzigd.

Wel heeft Mazin altijd gezegd dat hij alleen het verhaal uit de games zou verfilmen, en dat er niet meer bij verzonnen zou worden om de serie langer te laten lopen. Het eerste seizoen van de serie behandelt de gebeurtenissen uit de eerste game, en het vorig jaar verschenen tweede seizoen een gedeelte van de gebeurtenissen uit de tweede game.

Over The Last of Us

De The Last of Us-reeks draait om een wereld waarin een schimmel zich via mensen verspreid, en waardoor de geïnfecteerde mensen zich als een soort gewelddadige zombies op nog gezonde mensen storten. In deze wereld volgen gamers en kijkers Joel, een man die zijn kind heeft verloren en het meisje Ellie door de Verenigde Staten moet vervoeren.

Fans hopen al geruime tijd dat ontwikkelaar Naughty Dog een derde game binnen de reeks maakt, maar dat is vooralsnog niet bevestigd. Wel was er een multiplayergame gesitueerd in de The Last of Us-wereld in ontwikkeling, maar die game werd geannuleerd.

Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.

▼ Volgende artikel
Docker op je NAS: zo draai je Plex, Home Assistant en meer
© Andrii - stock.adobe.com
Huis

Docker op je NAS: zo draai je Plex, Home Assistant en meer

Een NAS is voor de meeste gebruikers veel meer dan een netwerkschijf. Je kunt er eenvoudig extra toepassingen op draaien, bijvoorbeeld voor extra back-upmogelijkheden, productiviteit, multimedia en thuisautomatisering. Daarvoor is het vaak ook krachtig genoeg. Toepassingen kunnen bovendien bestanden op je NAS benutten. De makkelijkste manier om toepassingen te installeren en beheren is via Docker. We laten zien hoe je hiermee werkt op een NAS van Synology of QNAP.

In dit artikel

Je leest hoe Docker op een NAS werkt en waar je op moet letten bij Synology en QNAP. Je ziet hoe je images binnenhaalt, containers opzet en opslag goed regelt met bind mounts en volumes, zodat configuratie en data netjes op je NAS blijven staan. Ook leggen we uit hoe poortkoppelingen werken, wanneer Docker Compose handiger is dan losse containers en hoe je met Portainer het beheer overzichtelijker maakt.

Lees ook: Bouw je eigen dashboard met Homepage: al je webapplicaties overzichtelijk op één plek

Je hebt meestal geen zware server nodig voor toepassingen als Plex, Jellyfin, SABnzbd of Home Assistant. Een NAS is meestal krachtig genoeg. Soms is hooguit wat extra geheugen wenselijk. Zo heb je behalve je opslag ook al je toepassingen centraal. Mis je softwareopties op je NAS, bijvoorbeeld voor back-up of synchronisatie, dan is dat óók eenvoudig op te lossen met extra software. Maar hoe installeer je zulke toepassingen? Soms kun je een pakket installeren, bijvoorbeeld van SynoCommunity. Maar je moet dan precies de juiste variant vinden en er kunnen afhankelijkheden zijn, zoals php of Apache. Met Docker ben je veel flexibeler. Toepassingen zijn niet meer afhankelijk van de inrichting van je NAS en worden bovendien sneller bijgewerkt. Maar hoe werk je hier in de praktijk mee op een NAS? In dit artikel laten we dat zien. We beginnen met algemene uitleg over het werken met Docker op een NAS. Daarna behandelen we het downloaden van images en het maken en configureren van containers. We richten ons daarbij voornamelijk op Synology en QNAP. Heb je een NAS van een ander merk, dan zul je merken dat veel principes hetzelfde zijn. Bij het merk Ugreen lijkt de software bovendien sterk op die van Synology.

Containers of virtuele machines

Bij Docker draait een toepassing in een lichte en geïsoleerde container. De image, het uitgangspunt van een container, bevat alles wat de toepassing nodig heeft. Gegevens worden buiten de container opgeslagen, bijvoorbeeld in een gedeelde map op de NAS zelf. Een update is eenvoudig: je herbouwt gewoon de container op basis van een nieuwe image. Er zijn ook alternatieven, zowel bij QNAP als Synology. Zo kun je met virtuele machines werken, via Virtual Machine Manager (Synology) of Virtualization Station (QNAP). Maar in zo'n virtuele machine moet je een heel besturingssysteem installeren. Daar is een NAS niet altijd krachtig genoeg voor. Iets praktischer zijn de lichtgewicht Linux-containers die je bij QNAP kunt opzetten, maar dat vraagt meer technische kennis. Gevorderde gebruikers kunnen daarnaast bij QNAP vaak Kubernetes inzetten voor containerbeheer. Dat biedt veel mogelijkheden voor schaalbare omgevingen, maar is voor de meeste thuistoepassingen onnodig complex. Om snel een toepassing op je NAS te installeren, is Docker vrijwel ongeslagen.

Wat heb je nodig?

Niet alle modellen van Synology en QNAP ondersteunen Docker. Synology vereist een model met x86-cpu van Intel of AMD. Bij ARM-modellen kun je het soms via een omweg installeren, maar dat is niet officieel en ook niet zonder risico's. Verder hangt het van het model af. Vooral de Plus-series (zoals de DS224+ en DS923+) en hogere modellen ondersteunen Docker. Je kunt het eenvoudig controleren door in Synology Package Center te zoeken naar Container Manager (DSM 7.2 of hoger) of (als je een oudere DSM-versie hebt) naar Docker. Bij QNAP is de toepassing, onder de naam Container Station, beschikbaar via App Center. Het is geschikt voor de meeste niet al te oude modellen. Zowel bij Synology als QNAP is 2 GB werkgeheugen aanbevolen, maar we raden minimaal 4 GB RAM aan. Voor dit artikel gebruiken we een wat oudere Synology DS918+ en QNAP TS-453Be. Beide komen nog goed mee en beschikken over recente software.

Container Manager kun je vinden in Synology Package Center.

Opslag bij Docker

Belangrijke gegevens zoals configuratiebestanden, databases en cachebestanden worden in principe buiten een container bewaard. Dat kan op twee manieren. Normaal zal Docker voor de paden in de container die persistent moeten zijn een anoniem volume gebruiken. Dat krijgt een lange hash als naam. Je kunt ook zelf een naam toewijzen. We noemen dat dan een named volume. Die kun je makkelijker herkennen of hergebruiken in andere containers. De tweede optie is een zogeheten bind mount. Je koppelt dan de persistente paden in de container aan mappen op de host (het systeem waarop Docker draait), zoals je NAS. Zeker bij een NAS van Synology is dat het meest praktisch. Synology verbergt in de webinterface namelijk volumes, ook al zijn ze er wel! Bij een bind mount zie je de bestanden altijd netjes in de gedeelde mappen, zodat jij ze zelf kunt raadplegen of back-uppen.

QNAP maakt volumes met opslag voor een container wél zichtbaar.

Opslag bij een NAS

Voor het organiseren van je bestanden op een NAS gebruik je standaard al gedeelde mappen. Ga je met Docker werken, dan zul je óók zo'n map gebruiken voor de opslag voor je containers. Synology maakt die map standaard onder /docker. Bij QNAP is dat (meestal) /Container. Stel dat je WordPress wilt installeren. Het persistente pad in de container is in dit geval /var/www/html. Daar worden alle websitebestanden opgeslagen. Bij Synology zul je dan een map zoals /docker/wordpress maken die je bij de configuratie koppelt aan het container-pad /var/www/html. Er kunnen ook meerdere paden zijn. SearXNG gebruikt in de container bijvoorbeeld /etc/searxng voor de configuratie (zoals settings.yml) en /var/cache/searxng voor data en cachebestanden. Beide kun je dan koppelen met de NAS, bijvoorbeeld onder /docker/searxng/config en /docker/searxng/cache. Gebruik eventueel de bestandsbeheerder (zoals File Station) om de mappen vooraf aan te maken of aangemaakte bestanden te bekijken!

Het is handiger om gegevens van containers in een gedeelde map te bewaren.
Bestanden op je NAS gebruiken

Het mooie van Docker op een NAS is dat je een container toegang kunt geven tot bestanden op die NAS, zoals foto's, video's, documenten en back-ups. Je koppelt daarvoor gewoon de gewenste gedeelde mappen of submappen. Op die manier kun je bijvoorbeeld de muziekspeler NaviDrome direct toegang tot de muziek op de NAS geven. De muziek kun je daarna netjes georganiseerd bekijken en afspelen via de vlotte webinterface. Het werkt ook samen met verschillende bekende apps. Ook bijvoorbeeld voor video's zijn goede toepassingen beschikbaar, zoals Plex en Jellyfin. Of probeer eens een toepassing als Immich of Photoprism voor je fotobibliotheek.

Met NaviDrome kun je heel handig de muziek op je NAS beluisteren.

Werken met poorten

Containers gebruiken vaak één of meerdere poorten voor bijvoorbeeld een webinterface. Een voorbeeld is de webserver nginx met http-poort 80. Bij de configuratie koppel je die interne poort 80 aan een poort op de host en daarmee je lokale netwerk. Je kunt soms hetzelfde poortnummer (in dit voorbeeld 80) kiezen, maar dat hoeft niet. In dit geval is dat ook af te raden. Liever gebruik je een hogere, vrije poort. Let goed op de bezette poorten van de NAS zelf. Dat zijn er vaak best veel. Een voorbeeld is de veelgebruikte poort 8080 die QNAP voor de webinterface gebruikt. Bij Synology zie je een overzicht van gebruikte poorten in Configuratiescherm / Infocenter op het tabje Service. Bij QNAP ga je naar Systeem / Systeemstatus / Systeemdiensten. Een blok als 6000-6999 is bij beide merken een goede optie. Heb je een container gestart, dan moet je deze vaak even de tijd geven om te starten voordat je de webinterface kunt benaderen via de ingestelde poort.

Je maakt een koppeling tussen poorten op de host en poorten in de container.

Docker Compose

Bij een NAS kun je een container relatief makkelijk via een wizard starten. Maar de details die je opgeeft, zoals poorten en volumes, kun je naderhand niet aanpassen. Wil je iets veranderen, dan zul je een nieuwe container moeten maken met de juiste instellingen. Bij zowel Synology als QNAP kun je ook werken met Docker Compose. Bij Synology heet dit een project, QNAP noemt het een toepassing. Je kunt dan de instellingen voor één of meerdere containers beheren in één yaml-bestand, meestal met de naam docker-compose.yml. Een groot voordeel is dat je dan eenvoudiger achteraf de configuratie kunt aanpassen. Het werken met meerdere containers is bovendien veel overzichtelijker. Je groepeert ze samen in één bestand, ook wel 'stack' genoemd. En je kunt alle containers in één handeling starten, stoppen of verwijderen. Bij problemen zul je overigens wel nog steeds de individuele containers moeten inspecteren (zie kader 'Problemen oplossen').

Via een wizard kies je vooraf de gewenste instellingen voor een container.
Problemen oplossen

Heb je een probleem met een container? Open dan het overzicht met containers. Klik vervolgens op de naam van de container. De logboeken die je hier kunt bekijken, geven vaak goede aanwijzingen voor problemen. Ook als je met Docker Compose werkt, zul je bij problemen de individuele containers moeten inspecteren. Soms is het ook weleens handig om opnieuw te beginnen. Stop daarvoor eerst de relevante containers, verwijder de volumes én bestanden die in de gekozen gedeelde mappen zijn gemaakt en start je project opnieuw.

Synology: Docker installeren

Docker is meestal niet standaard geïnstalleerd. Je logt eerst in bij DSM, het besturingssysteem van je NAS. Vervolgens installeer je de toepassing via

Package Center. De toepassing heet Container Manager (sinds DSM 7.2) of (bij een eerdere versie) Docker. Bij de installatie wordt gevraagd om een brugnetwerk te configureren. Dat is het netwerk waarop containers intern communiceren. Je hoeft dit subnet (172.17.0.0/16) niet te veranderen, tenzij dit conflicteert met jouw eigen netwerk (wat heel zeldzaam is).

Installeer de toepassing via de downloadtool van je NAS.

Synology: images downloaden

Om een container met een bepaalde toepassing te starten, heb je een image nodig. Open daarvoor Container Manager en ga naar Register. Hier kun je images op naam opzoeken. Dubbelklik dan op een image om deze te downloaden. Vaak zul je de officiële of populairste optie kiezen. De images van LinuxServer.io zijn ook altijd goed. Omdat ze dezelfde opbouw en documentatie volgen, zijn ze herkenbaar en makkelijk te gebruiken. Je kunt bij het downloaden een tag kiezen. Vaak kies je latest voor de laatste stabiele versie. Alle images die je hebt gedownload, vind je terug onder Image. Als er updates zijn, kun je die daar ook downloaden. Je containers blijven overigens draaien op de versie waarmee ze zijn gemaakt. Pas als je een nieuwe container start, wordt de nieuwe image gebruikt.

Je kunt direct binnen Container Manager de gewenste images downloaden.

Synology: container maken

We gaan als voorbeeld een container voor SearXNG maken, een privacyvriendelijke zoekmachine die live resultaten bij andere zoekmachines ophaalt. Ga hiervoor naar Container en kies Maken. We gebruiken de image searxng/searxng. Bij het maken van de container hoef je bij Algemene instellingen niet veel te veranderen. Wel handig is de optie Automatisch opnieuw starten inschakelen, voor hogere beschikbaarheid. Op het tweede scherm, bij Geavanceerde instellingen, zie je onder het kopje Poortinstellingen dat deze toepassing in de container poort 8080 gebruikt. Bij Lokale poort kies je de lokale poort (op de host), zoals 8080 (of iets anders, als deze al in gebruik is). Na het maken van de container kun je de zoekmachine bereiken via de gekozen lokale poort, zoals http://ip-NAS:8080. Onder het kopje Volume-instellingen maak je zoals eerder toegelicht een bind mount. Koppel /docker/searxng/config met /etc/searxng en koppel /docker/searxng/cache met /var/cache/searxng. Via het venster kun je naar de map op de NAS bladeren om deze aan te wijzen (en eventueel ook aan te maken).

We maken koppelingen tussen gedeelde mappen en volumes in de container.

Synology: lokale bestanden gebruiken

Een van de voordelen is dat toepassingen bestanden op de NAS kunnen gebruiken. We noemden NaviDrome al, een populaire muziekspeler. Bij het maken van deze container koppel je poort 4533 aan de lokale poort, zoals 4533. Bij de volumes moet je opletten. NaviDrome gebruikt /data voor gegevensopslag en /music voor muziek. Koppel bij Volume-instellingen daarom bijvoorbeeld /docker/navidrome/data aan /data. Staat je muziek op de NAS onder /music/albums, dan koppel je precies die map aan /music in de container. Kies hier eventueel voor alleen leestoegang, omdat deze toepassing geen bestanden hoeft te wijzigen. Na het starten van de container zul je het programma even de tijd moeten geven om alle muziek te indexeren.

We geven NaviDrome toegang tot muziek op de NAS.

Synology: project maken

Wil je bij Synology met Docker Compose werken dan ga je naar Project en kies je Maken. Je kunt bij Bron kiezen om zelf een docker-compose.yml te uploaden, maar ook een nieuw bestand maken. Dat laatste heeft meestal de voorkeur. Je kunt de configuratie dan in het venster plakken en meteen nog wat persoonlijke aanpassingen maken. We nemen WordPress als voorbeeld dat twee containers heeft: één voor WordPress zelf en één voor een database (zoals MySQL of MariaDB). Je zet ze samen in één project en beheert ze daarna als geheel, in plaats van als twee losse containers. Bij Naam van project vullen we in wordpress (alleen kleine letters). Bij Pad kiezen we een gedeelde map op de NAS, zoals /docker/wordpress. Bij Bron kiezen we voor het maken van een docker-compose.yml. Hieronder zie je het voorbeeld voor de officiële image voor WordPress, waar we wat aanpassingen in gaan maken voor de NAS:

services:

  wordpress:

    image: wordpress

    restart: always

    ports:

      - 8080:80

    environment:

      WORDPRESS_DB_HOST: db

      WORDPRESS_DB_USER: exampleuser

      WORDPRESS_DB_PASSWORD: examplepass

      WORDPRESS_DB_NAME: exampledb

    volumes:

      - wordpress:/var/www/html

  db:

    image: mysql:8.0

    restart: always

    environment:

      MYSQL_DATABASE: exampledb

      MYSQL_USER: exampleuser

      MYSQL_PASSWORD: examplepass

      MYSQL_RANDOM_ROOT_PASSWORD: '1'

    volumes:

      - db:/var/lib/mysql

volumes:

  wordpress:

  db:

Begin met het maken van een nieuw project.

Synology: configuratie aanpassen

Hoewel de configuratie werkt, zijn enkele aanpassingen wel wenselijk. In het voorbeeld worden twee named volumes gebruikt, terwijl bind mounts handiger zijn, zeker bij Synology. Daarom halen we de onderste drie regels weg. We maken op de NAS de mappen /docker/wordpress/db en /docker/wordpress/html aan. Ten slotte passen we het volume aan voor de twee containers. Voor WordPress wordt dit als volgt:

- /volume1/docker/wordpress/html:/var/www/html

Voor de database passen we het aan naar:

- /volume1/docker/wordpress/db:/var/lib/mysql

Controleer op jouw NAS of de volumenaam volume1 klopt. Kies ook een betere gebruikersnaam en een sterker wachtwoord voor de database. Let wel op: wat je bij WORDPRESS_DB_USER en WORDPRESS_DB_PASSWORD invult, moet hetzelfde zijn als bij MYSQL_USER en MYSQL_PASSWORD. MySQL maakt met die toegangsgegevens de database, terwijl WordPress ze gebruikt om daar toegang toe te krijgen.

Je kunt de configuratie via een YAML-bestand aanpassen.

Nieuwe NAS? Kijk en vergelijk op Kieskeurig.nl

QNAP: Docker installeren

Om Docker te installeren op je NAS van QNAP log je eerst in bij het besturingssysteem QTS. Daarna installeer je de toepassing via App Center. Je vindt het onder de naam Container Station. De installatie wijst zichzelf. Als je de toepassing de eerste keer start, wordt gevraagd waar je gegevens van containers op wilt slaan. Je kunt de standaardmap /Container accepteren.

Installeer de toepassing via de downloadtool van je NAS.

QNAP: image zoeken en gebruiken

Voor het zoeken van een image open je Container Station en klik je op Verkennen. Hier kun je images op naam opzoeken. Voor Docker gebruik je de resultaten van Docker Hub, de centrale verzamelplek voor Docker-images. Kies bij de gewenste image de optie Implementeer. Je kunt dan een tag kiezen (zoals latest). Vervolgens kun je direct de container configureren. Dit behandelen we in de volgende stap. Voor een overzicht van alle gedownloade images kun je naar Installatiekopieën. Wij installeren ook in dit voorbeeld een container voor SearXNG.

Gebruik voor Docker de resultaten van Docker Hub.

QNAP: container configureren

Bij de configuratie van de container kan de optie Standaardpoort voor web-URL wat verwarrend zijn. In feite maakt Container Station op basis van die poort een klikbare link die je in de webinterface ziet om de container te openen in je browser. Je kunt het dus zien als een soort shortcut. Je moet daaronder dus nog steeds de benodigde poorten openstellen. In dit voorbeeld vul je dus achter Host een poortnummer in, zoals 8000 (8080 is bij QNAP bezet!). Verander de poort bij Container (8080) niet. Vul bij Standaardpoort voor web-URL ook 8000 in, zodat de shortcut ook werkt.

Om andere opties in te kunnen stellen, zoals opslag, klik je op Uitgebreide instellingen.

Let bij de configuratie van de container vooral op de lokale poort.

QNAP: opslag configureren

SearXNG heeft in de container de persistente paden /etc/searxng en /var/cache/searxng. Bij QNAP kun je prima met (anonieme of named) volumes werken. In dit voorbeeld zullen we dat doen voor de wegwerpbare cachebestanden. Voor de configuratiebestanden maken we via File Station vooraf een map aan onder /Container/searxng/config. Achter Volume vullen we nu de naam searxngcache in, in het deel waar bij Container het pad /var/cache/searxng staat. Hier wordt dan een named volume voor gemaakt. We verwijderen de andere optie (met het pad /etc/searxng). Via het pijltje achter Voeg volume toe kiezen we Gekoppelde hostlocatie binden. Blader dan achter Host naar de zojuist gemaakte map (/Container/searxng/config). Achter Container vul je het pad /etc/searxng in. SearXNG zal zijn configuratie nu in de gekozen map bewaren en de cache in een named volume. Rond het maken van de container af. Die zal daarna worden gestart. Onder Volumes zie je alle volumes die zijn gemaakt, zoals searxngcache. Merk op dat In gebruik hier betekent dat het volume is gekoppeld aan een container, en dus niets over de status van de container zegt! Je kunt ongebruikte volumes eventueel verwijderen.

We gebruiken een named volume voor cache en een bind mount voor de configuratie.

QNAP: toepassingen

QNAP ondersteunt het werken met Docker Compose. Hiervoor ga je naar Toepassing en kies je Maken. Bij Naam van de toepassing vul je een herkenbare naam in. Daaronder kun je de yaml-code invullen. Voor SearXNG, ingesteld zoals hiervoor met een bind mount voor de configuratiebestanden en een named volume voor cache, vul je het in zoals hieronder. Let op het absolute pad /share/Container/searxng/config. Dat is hoe je naar die map moet verwijzen. De code is als volgt:

services:

  searxng:

    image: searxng/searxng

    container_name: searxng

    restart: unless-stopped

    ports:

      - "8000:8080"

    volumes:

      - /share/Container/searxng/config:/etc/searxng

      - searxngcache:/var/cache/searxng

volumes:

  searxngcache:

Het maken van eventuele aanpassingen is niet heel intuïtief. Je gaat hiervoor naar Toepassingen en klikt achter de toepassing op het instellingenicoontje. Kies dan de optie Opnieuw maken. Je kunt nu de yaml-code bewerken. Na het maken van de aanpassingen zal een nieuwe container worden opgebouwd met deze nieuwe configuratie.

QNAP ondersteunt ook het werken met Docker Compose.
Beheer containers op je NAS met Portainer

Het kan om meerdere redenen praktisch zijn om Portainer te installeren op je NAS, een grafische webinterface voor het beheer van je containers. Het is wat overzichtelijker en er blijft, zeker in vergelijking met Container Manager van Synology, minder verborgen. Je kunt Portainer gewoon via Docker installeren. Het is handig eerst een map te maken voor Portainer, waar het zijn configuratie persistent kan bewaren. Maak dan een project in Container Manager met de onderstaande configuratie:

services:

  portainer:

    image: portainer/portainer-ce:latest

    container_name: portainer

    restart: always

    ports:

      - "9443:9443"   # HTTPS toegang

      - "9000:9000"   # (optioneel, oudere HTTP-poort)

    volumes:

      - /var/run/docker.sock:/var/run/docker.sock

      - /volume1/docker/portainer:/data

Bij QNAP kun je dezelfde configuratie gebruiken, maar vervang dan /volume1/docker/portainer:/data door /share/Container/portainer:/data. Na het starten zie je op https://ip-NAS:9443 (of http://ip-NAS:9000) de webinterface van Portainer. De eerste keer wordt gevraagd om een wachtwoord aan te maken. Portainer heeft (ook) een kleine leercurve, maar het geeft je veel opties, en werkt op elk systeem hetzelfde.

Je kunt nu in Portainer alles rondom Docker beheren, zoals containers en images.