ID.nl logo
Websites bouwen met SharePoint Designer
© Reshift Digital
Huis

Websites bouwen met SharePoint Designer

Een website bouwen en onderhouden gaat sneller en beter met het juiste programma.

Een website bouwen en onderhouden gaat sneller en beter met het juiste programma. Het pakket Microsoft Office SharePoint Designer is daar prima voor te gebruiken en terwijl u er voorheen een flink bedrag voor moest neerleggen, is het tegenwoordig helemaal gratis! SharePoint Designer is een enorm uitgebreid pakket, dat zijn oorsprong vindt in het zakelijk gebruik. Het zit boordevol opties en mogelijkheden, die u voor thuisgebruik vast niet allemaal nodig hebt. Maar dat is geen enkel probleem, het programma is ook prima te gebruiken om een 'gewone' website te maken en te onderhouden. U gebruikt gewoon wat u nodig hebt en al het andere laat u voor wat het is, of u duikt er later nog eens in.

©CIDimport

Stap 1

Tik op www.microsoft.nl/downloads als zoekterm sharepoint designer in. Klik in de lijst met resultaten op SharePoint Designer 2007 en klik in de volgende pagina, bijna onderaan, op Downloaden achter SharePointDesigner.exe. Installeer het programma en bezoek tot slot desgewenst via de link Office Online de site van Microsoft om te zien of er updates zijn. Als u Windows Update gebruikt is dat niet echt nodig, dan krijgt u alles vanzelf wel een keer binnen. Het programma vindt u tussen de andere Microsoft Office programma's die u mogelijk hebt, namelijk onder Start, Alle programma's, Microsoft Office. Bij de eerste start meldt SharePoint Designer dat het niet het standaardprogramma is om webpagina's te onderhouden. Aan u de keuze of u nu al wilt overschakelen, of alles nog even zo laat. Ook alleen de eerste keer, ziet u het venster Privacy-opties. Hier vinkt u onder andere aan of online naar hulpbestanden gezocht mag worden en of anonieme statistieken verzonden mogen worden. Daarna kunt u van start.

©CIDimport

Stap 2

Het programmavenster is verdeeld in diverse taakvensters. Elk daarvan is groter of kleiner te maken door de muispijl op de scheidingsbalk te houden en deze dan met ingedrukte muisknop te verslepen. Hebt u niet alle deelvensters nodig, of vindt u het scherm te druk, dan sluit u ongebruikte taakvensters door op het kruisje te klikken. Deelvensters zijn altijd weer in te schakelen via Taakvenster in de menubalk. Als we de standaardindeling bekijken, ziet u linksboven het taakvenster Mappenlijst. Het is nu nog leeg omdat dit de eerste keer is dat u SharePoint Designer draait, maar straks is daar de inhoud van uw website te zien. Niet alleen de tekstpagina's, maar bijvoorbeeld ook alle plaatjes die u gebruikt. In het grote deelvenster in het midden knutselt u webpagina's in elkaar.

©CIDimport

Stap 3

We beginnen met het maken van een nieuwe website. Kies in de menu-balk voor Bestand, Nieuw, Website. Het venster Nieuw opent en u kiest Algemeen, Lege website. Onderin het venster geeft u de map op waar de bestanden voor deze website neergezet moeten worden. Een website is in deze context niet meer dan een verzameling bestanden (zoals tekst en plaatjes) die u in een map op uw computer neerzet. Pas later, zodra alles klaar is, zet u een kopie ervan op internet zodat ook anderen uw website kunnen zien!

©CIDimport

Stap 4

De naam van de nieuwe website (het pad van de map) verschijnt in het deelvenster Mappenlijst. U maakt de eerste webpagina door in de menubalk te kiezen voor Bestand, Nieuw, Pagina. Komt dit venster u bekend voor? Dat klopt! Het is exact hetzelfde venster als wanneer u een nieuwe website begint. Het venster heeft namelijk twee tabbladen: pagina en website. Een pagina beginnen kan ook door in de balk van het deelvenster te klikken op het pictogram Nieuwe pagina. De eerste pagina die u maakt wordt de startpagina van uw website en krijgt standaard als naam default.htm. De naam is direct te wijzigen, want bij een aantal providers moet hij index.htm of index.html heten. Wij kunnen in deze workshop natuurlijk geen volledige website bouwen, maar laten u wel zien hoe u snel aan de slag kunt met dit pakket. Uiteraard staat het u vrij naar hartenlust te variëren en te experimenteren! Dubbelklik eerst op het bestand om deze in het grote deelvenster te openen. Een pagina begint vaak met een koptekst, dus kiezen wij in de werkbalk direct onder de menubalk voor bijvoorbeeld het opmaakprofiel Kop1 <h1>. Dit doet u in het linkervakje, waar (Geen) staat. Prompt verschijnt op de lege pagina een gestippeld kader waar u iets kunt intikken. Omdat het om een koptekst gaat, is het verstandig de tekst kort te houden.

©CIDimport

Stap 5

Zodra u op Enter drukt, opent vanzelf een nieuw kader. Ditmaal voor een alinea en in het vak in de werkbalk (zie de vorige stap) staat nu ineens Alinea. Typ ook hier een tekst in, dat kan een welkomstwoord, een inleiding maar ook een heel verhaal zijn. Druk op Shift+Enter om naar het begin van een nieuwe regel binnen dezelfde alinea te springen. Druk alleen op Enter om een nieuwe alinea te starten. Tekst kan naar smaak worden opgemaakt. Dit regelt u via de werkbalk onder de menubalk. Kies bijvoorbeeld een andere lettertype, of pas de kleur en de grootte aan. Verder kan de alinea links, rechts of midden op de pagina worden uitgelijnd. Het voordeel van het werken met alinea's, is dat ze als geheel zijn op te pakken. Zo sleept u ze met gemak naar een andere plek op de pagina. Als u een lijst wilt maken, begint u eerst een nieuwe paragraaf (Enter) en kiest in de menubalk voor Opmaak, Opsommingstekens en nummering. Of u klikt in de werkbalk op een van de twee pictogrammen (horizontale streepjes met nummers of bolletjes ervoor). Tik uw tekst in en sluit de regel af met Enter, waarna een nieuw nummer of opsommingsteken verschijnt. Druk twee keer op Enter om de lijst af te sluiten.

©CIDimport

Stap 6

Tekst is leuk, maar plaatjes zijn minstens zo prettig. Ga eerst op een plek van de pagina staan waar u het plaatje wilt invoegen en kies in de menubalk voor Invoegen, Afbeelding, Uit bestand. Zoek het plaatje op en klik op Invoegen. Bij Alternatieve tekst kunt u desgewenst een korte omschrijving opgeven. Die wordt getoond zodra een bezoeker de muispijl boven het plaatje laat zweven. Een afbeelding is te verplaatsen door de muis bij een van de randen te houden tot het verplaatsingspictogram verschijnt. Vergroten en verkleinen kan ook, met de rondjes die her en der in de rand zitten.

©CIDimport

Stap 7

Een website bestaat vaak uit meerdere pagina's, waartussen een bezoeker heen en weer kan springen. Dat kan door links (hyperlinks) te maken. U selecteert een woord, zinsdeel, of afbeelding en klikt op het pictogram Hyperlink invoegen (een wereldbol met de schakel van een ketting). Als SharePoint Designer in een klein venster draait, moet u eerst op het pijltje uiterst rechts in de werkbalk klikken om het te kunnen zien. In het venster dat opent geeft u bij Adres het 'adres' op. Dat kan een andere pagina van deze website in aanbouw zijn, dan wijst u een bestand in een map aan. Het mag ook een al bestaande website van uzelf of iemand anders zijn, dan tikt u een echt internetadres in. In de linkerkolom van het venster staan bij Koppelen aan nog meer handige mogelijkheden. Zo kunt u bij E-mailadres een adres opgeven, zodat bezoekers een bericht naar u kunnen sturen. Naar een plek op dezelfde pagina springen kan ook, dat is vooral handig bij lange webpagina's. Dat scheelt scrollen! Geef dan de naam van een bladwijzer op bij Plaats in dit document. Die bladwijzer moet u wel eerst aanmaken en dat kan door ergens op de pagina een stukje tekst of een kopregel te selecteren en te kiezen voor Bewerken, Ga naar bladwijzer.

©CIDimport

Stap 8

Naarmate u pagina's bouwt en plaatjes toevoegt, wordt de lijst in het deelvenster Mappenlijst alsmaar langer en kan het wat onoverzichtelijk worden. Dan is het prettig om met mappen te werken, net zoals u via Windows Verkenner uw bestanden in mappen op een schijf plaatst. Een map maken kan door in de balk van dat deelvenster te klikken op het pictogram Nieuwe map. Of u klikt met rechts op een lege plek en kiest Nieuw, Map. Zodra een bestand naar een submap wordt verplaatst, dat kan eenvoudig door hem met de muis te verslepen, dan worden alle verwijzingen vanuit andere pagina's van deze website automatisch voor u aangepast. Als u een bestand een andere naam geeft kan dat ook gebeuren, maar dan wordt het eerst aan u gevraagd. U mag trouwens meerdere pagina's tegelijk open hebben. Elk exemplaar krijgt zijn eigen tabblad. Zo springt u snel van de ene naar de andere pagina om veranderingen aan te brengen of iets op te zoeken. Ook wisselt u zo eenvoudig tekst of plaatjes uit tussen pagina's. Een pagina die u niet meer nodig hebt, sluit u door met rechts op het tabje te klikken en te kiezen voor Sluiten (sneltoets Ctrl+F4). Is de pagina ondertussen gewijzigd, dan wordt gevraagd of u haar wilt opslaan. Hebt u ook nog plaatjes toegevoegd, dan kan een extra scherm verschijnen om deze in de map van de website op te slaan. Klik dan gewoon op OK.

©CIDimport

Stap 9

Om een voorbeeld te zien van hoe uw pagina er op internet gaat uitzien, klikt u in de werkbalk op het pictogram Voorbeeld in... Op de puntjes zal de naam van een browser staan. Als u de pagina is gewijzigd, wordt gevraagd of u de pagina eerst wilt bewaren. Omdat u niet weet welke browser uw bezoekers zullen gebruiken, moet de website er in alle gevallen pico bello uitzien. Een handige manier om dat vast te stellen, is door op het pijltje naast het pictogram te klikken en te kiezen voor Voorbeeld in meerdere browsers. De pagina verschijnt dan in elke browser die op uw systeem aanwezig is! Nu alleen nog elke denkbare browser op uw computer installeren...

©CIDimport

Stap 10

Zodra de website af is, is het tijd om hem te publiceren. Kies Bestand, Site publiceren en kies op het volgende scherm voor FTP. Nu hebt u enkele gegevens nodig die in een brief of e-mail van uw provider of hoster moeten zijn terug te vinden. Typ bij Locatie van externe website bijvoorbeeld de naam van de ftp-server in en klik op OK. In het vervolgscherm geeft u de gebruikersnaam en het wachtwoord van uw ftp-account op. De werking is vervolgens zoals u in veel andere ftp-programma's zult tegenkomen, want in het tabblad genaamd Website ziet u links de lokale map en rechts een (waarschijnlijk nu nog lege) map die online bij uw provider of hoster staat. Klik op Website publiceren om de upload van de website te starten. Maar let op, want bij sommige providers moet u eerst nog naar de juiste online map bladeren.

Deze workshop komt uit Computer Idee nummer 25, jaargang 2009

▼ Volgende artikel
Pushnotificaties vanaf je thuisserver: zo werkt ntfy
© ID.nl
Huis

Pushnotificaties vanaf je thuisserver: zo werkt ntfy

Als je services op je eigen thuisserver draait, wil je daar ook eenvoudig meldingen van kunnen ontvangen. Ntfy stelt je in staat om eenvoudig pushnotificaties naar je telefoon of computer te sturen. Bovendien kun je ntfy op je eigen thuisserver draaien, zodat je alles in eigen handen hebt. In dit artikel gaan we ermee aan de slag.

Dit gaan we doen

In dit artikel zetten we een ntfy-server op die je zelf beheert. We regelen eerst de randvoorwaarden: hoe je server van buitenaf bereikbaar wordt (bijvoorbeeld via vpn of portforwarding) en hoe je https netjes afhandelt met een reverse proxy en een certificaat van Let's Encrypt. Daarna bouwen we de basis: configuratiebestand, opslagmappen en een draaiende container met Docker.

Vervolgens maken we gebruikers en rechten aan, zodat niet iedereen zomaar kan publiceren of meelezen. Je test met de webinterface en met de mobiele app, zodat je zeker weet dat meldingen ook echt binnenkomen. Tot slot koppel je ntfy aan je eigen tools: eerst met een simpele curl-oproep vanuit een shellscript, daarna met extra's zoals titel, prioriteit en tags. Als je wilt, breid je dat uit naar meldingen met bijlagen, acties (doorklikken naar een url) en integratie vanuit Python. 

Lees ook: Je oude Windows-pc als thuisserver: zo zet je Jellyfin en Syncthing op

Netwerkmonitoringsoftware, een programma dat je Docker-containers bijwerkt, een smarthomecontroller, back-upsoftware, ze hebben allemaal één ding gemeen: ze moeten je meldingen kunnen sturen als er iets gebeurt. Dat kan op verschillende manieren: via e-mail, instant messaging of pushnotificaties naar je telefoon. Dat laatste verloopt doorgaans via een gecentraliseerde dienst zoals Firebase Cloud Messaging (voorheen Google Cloud Messaging) of Apple Push Notification service.

Pushnotificaties zijn handig omdat ze bijna onmiddellijk aankomen en omdat zowel Android als iOS toestaan om in te stellen hoe je ervan op de hoogte wordt gebracht. Wil je pushnotificaties kunnen ontvangen zonder een server onder controle van een partij zoals Google of Apple, dan moet je ook hiervoor je eigen service installeren. Een opensource-project dat dit implementeert, is ntfy.

Werking van ntfy

Je ntfy-server ontvangt meldingen van je programma's via http over een REST-API en zet deze om in pushnotificaties voor de bijbehorende Android- of iOS-app of voor een webpagina op je computer. De API is in de documentatie van het project beschreven, zodat je ook je eigen software met ntfy kunt laten praten. Het project heeft ook een command-line-interface, zodat je bijvoorbeeld shellscripts op je Linux-server eenvoudig pushnotificaties kunt laten verzenden.

Ntfy gebruikt het bekende publish/subscribe-patroon. Een zender publiceert notificaties op een specifiek onderwerp door data te sturen naar een url via een http POST- of PUT-aanvraag. Het onderwerp wordt gedefinieerd door een segment van de url dat volgt op de domeinnaam. Een ontvanger kan zich dan abonneren op dit onderwerp. Elke keer dat de zender daarna een notificatie op dit onderwerp publiceert, stuurt ntfy de data naar alle ontvangers die zich op dit onderwerp hebben geabonneerd. Door ntfy op je eigen server te installeren, heb je de volledige controle over deze notificaties.

Met ntfy kun je services pushnotificaties laten verzenden naar je telefoon of computer.

Serververeisten

De mobiele app van ntfy moet met je server kunnen communiceren om te vragen of er notificaties zijn. Als je ntfy op een server in je lokale netwerk installeert, moet die dus van buitenaf bereikbaar zijn. Dat kun je met portforwarding in je modem regelen of door je telefoon buitenshuis automatisch met een VPN-server op je lokale netwerk te laten verbinden. Heeft je internetaansluiting thuis geen vast ip-adres, dan moet je ook een DynDNS-updater te draaien.

Een andere optie is om ntfy op een VPS (Virtual Private Server) te installeren. Hierop draai je dan ook een reverse proxy voor https-toegang, die een TLS-certificaat van Let's Encrypt opvraagt. Je hebt dan een domein nodig, waarvoor je een DNS A-record naar het ip-adres van je server laat verwijzen. In de rest van dit artikel gaan we uit van een installatie van ntfy op een lokale server met Debian 13 ("trixie") met behulp van Docker Compose.

Basisconfiguratie

Creëer eerst enkele directory's voor ntfy:

$ mkdir -p containers/ntfy/{cache,etc,lib}

Creëer dan het bestand containers/ntfy/etc/server.yml met de volgende configuratie voor ntfy:

base-url: "https://ntfy.example.com"

cache-file: "/var/cache/ntfy/cache.db"

attachment-cache-dir: "/var/cache/ntfy/attachments"

auth-file: "/var/lib/ntfy/user.db"

auth-default-access: "deny-all"

Vervang het domein achter base-url door het domein waarop je ntfy-server draait. Als je gebruikmaakt van een reverse proxy, dan moet dit de url zijn die door de proxy naar ntfy wordt doorgestuurd. Bovendien moet je dan ook een regel behind-proxy: true toevoegen. In de documentatie van ntfy staan voorbeeldconfiguraties voor nginx, Apache2 en Caddy.

Met auth-default-access: "deny-all" tot slot heeft standaard niemand toegang tot onderwerpen. Elke toegang moet dus expliciet worden toegestaan.

Account bij ntfy.sh

De ontwikkelaar van ntfy draait een publiek beschikbare ntfy-server op ntfy.sh. De webinterface daarvan is bereikbaar op https://ntfy.sh/app. Die kun je gratis gebruiken, bijvoorbeeld om ntfy uit te proberen, maar dat komt met beperkingen. Zo kun je geen onderwerpen reserveren en is er een maximum van 250 notificaties per dag en 2 MB per bijlage. Verder is er geen enkele vorm van authenticatie. De enige manier van beveiliging ligt dus in het geheimhouden van je onderwerpen. Die beperkingen heb je niet als je ntfy zelf installeert. Maar als je liever niet zelf een installatie onderhoudt, kun je een betaald plan nemen. Daarmee ondersteun je ook de ontwikkeling van het opensource-project. Dat begint met een Supporter-plan van 5 dollar per maand (circa 5 euro), waarmee je drie onderwerpen kunt reserveren en 2.500 notificaties mag sturen met maximum 25 MB per bijlage.

Betaal voor gebruik van de publieke ntfy-server en ondersteuning van het opensource-project.

Docker Compose

Definieer nu de container in het bestand docker-compose.yaml:

services:

  ntfy:

    image: binwiederhier/ntfy

    container_name: ntfy

    command: serve

    restart: always

    environment:

      - TZ=Europe/Amsterdam

    volumes:

      - ./containers/ntfy/cache:/var/cache/ntfy

      - ./containers/ntfy/etc:/etc/ntfy

      - ./containers/ntfy/lib:/var/lib/ntfy

    ports:

      - 80:80

Ga je voor de aanpak met een reverse proxy, dan definieer je in ditzelfde bestand ook een container voor die reverse proxy.

Start daarna de container met:

$ docker-compose up -d

Als alles goed gaat, is de webinterface van ntfy daarna bereikbaar op het ingestelde domein of ip-adres. Bovenaan links zie je een melding Notifications are disabled. Klik op Grant now om notificaties in je webbrowser toe te staan, en bevestig dit daarna in het dialoogvenster dat je webbrowser toont.

Sta notificaties in je webbrowser toe.

Lees ook: Docker op je NAS: zo draai je Plex, Home Assistant en meer

Notificaties testen

Omdat je ntfy zo geconfigureerd hebt dat alle toegang standaard wordt geblokkeerd, kun je nog niets doen in de webinterface. Je dient dus eerst gebruikers aan te maken en die de toelating te geven om op specifieke onderwerpen te publiceren of zich te abonneren. Open daarvoor een shell in de container van ntfy met de opdracht docker exec -ti ntfy /bin/sh. Als je daarna ntfy user list intypt, krijg je te zien dat anonieme, niet geauthenticeerde gebruikers geen enkele permissies hebben. Met de opdracht ntfy user add --role=admin admin voeg je dan een admin-gebruiker met de naam admin toe. Gebruikers met de rol admin kunnen op alle onderwerpen publiceren en zich erop abonneren. Geef de gebruiker een wachtwoord en bevestig.

Klik nu in de webinterface van ntfy links op Settings en dan onder Manage users op Add user. Vul de url van je ntfy-server in, de gebruikersnaam admin en het wachtwoord dat je zojuist hebt ingesteld. Klik dan links op Subscribe to topic. Kies een naam of klik op Generate name om ntfy een willekeurige naam te laten kiezen en abonneer je dan op het onderwerp met Subscribe. Klik dan op Publish notification en vul hetzelfde onderwerp in. Voer ook een titel en een bericht voor je notificatie in en klik op Send. Als alles goed gaat, verschijnt je testbericht nu in een 'conversatie' met de naam van het onderwerp, en wijst je webbrowser je op een notificatie.

Publiceer notificaties in je webbrowser.

Gebruikersrechten

De webapplicatie is leuk voor een test, maar een mobiele app is vaak handiger. De app van Ntfy voor Android en iOS stelt je in staat om op je telefoon je te abonneren op onderwerpen (publiceren is niet mogelijk) en daarvoor notificaties te ontvangen. Als je de Android-app via F-Droid installeert, is dat zonder ondersteuning voor Firebase; de versie op Google Play gebruikt wél de servers van Google. Je maakt voor je app bij voorkeur een gebruiker aan die alle onderwerpen alleen kan lezen. Dat doe je weer in de shell van de container van ntfy met ntfy user add android om de gebruiker android aan te maken (voer een wachtwoord in) en dan ntfy access android "*" read-only voor de leesrechten.

Open daarna de Android-app en tik op de drie stippen rechtsboven. Kies Settings en stel dan Default server in op het domein van je ntfy-server. Tik daarna op Manage users en Add new user en vul de url van je ntfy-server in, de gebruikersnaam android en het bijbehorende wachtwoord. Tik dan op Add user. Keer dan terug naar het hoofdscherm van de app en klik op het plusicoontje rechtsonder. Voer het onderwerp in dat je tijdens de test in stap 5 hebt gebruikt en tik op Subscribe om je erop te abonneren. Vanaf nu zal de app voor elk ontvangen bericht op dit onderwerp een notificatie tonen. Je krijgt zelfs de al verzonden berichten te zien. Overigens toont de app twee waarschuwingen. Voor betrouwbare notificaties volg je de suggesties om batterijoptimalisaties uit te schakelen en naar WebSockets over te schakelen in plaats van een http-stream.

De Android-app ontvangt een notificatie voor elk bericht dat op een geabonneerd onderwerp wordt verstuurd.

Shellscripts

Nu je hebt getest dat je ntfy-server werkt, is het tijd om je eigen services notificaties te laten uitsturen. Hoe je dat precies configureert, hangt van de service af. Maar je zult altijd eerst een gebruiker met schrijfpermissies voor een specifiek onderwerp moeten aanmaken. Voor een back-upproces dat je op de hoogte moet houden van de status van je back-ups, maak je bijvoorbeeld een gebruiker aan met de opdracht ntfy user add backup in de container van ntfy. Geef die dan schrijfrechten op het onderwerp backup met ntfy access backup backup write-only.

Het publiceren van een bericht op een specifiek onderwerp behelst niet meer dan het sturen van een http POST-aanvraag naar de webserver. Dat kan bijvoorbeeld in een shellscript op je Linux-server met de opdracht curl:

curl -u backup:password -d "Backup successful" ntfy.example.com/backup

Als je in de ntfy-app op je telefoon je op dit onderwerp abonneert, ontvang je deze notificatie nadat het back-upscript is uitgevoerd. Op deze manier is het heel eenvoudig om je eigen shellscripts notificaties te laten verzenden.

Berichten met extra's

Ntfy ondersteunt talloze extra functies om je berichten te laten opvallen of om hun gedrag aan te passen. Je gebruikt deze allemaal door een http-header aan je aanvraag toe te voegen. Zo kun je aan de notificaties van je back-upscript een titel, prioriteit en tags toevoegen. De tags worden als pictogrammen getoond door de mobiele app. Een voorbeeld:

curl -u backup:password -H "Title: Backup failure" -H "Priority: urgent" -H "Tags: warning,skull" -d "Backup unsuccessful" ntfy.example.com/backup

Als de Android-app een bericht met standaardprioriteit ontvangt, doet ze je telefoon kort vibreren en speelt ze een kort geluidje af. Door de prioriteit op urgent te zetten, wordt het standaardnotificatiegeluidje vergezeld van een langer getril van je telefoon, waardoor je onmiddellijk merkt dat dit dringend je aandacht vereist.

Een ntfy-bericht met een titel, prioriteit en pictogrammen.

Plaatjes en lay-out

Ntfy kan ook plaatjes sturen, bijvoorbeeld een foto van een ip-camera die beweging detecteert, maar niet in combinatie met een tekstbericht. Om een bestand naar ntfy te uploaden met curl in een http PUT-aanvraag gebruik je de optie -T en de bestandsnaam. Met de header Filename voeg je de bestandsnaam toe die de ntfy-app je moet tonen. Dat ziet er dan als volgt uit:

curl -u admin:password -T foto.jpg -H "Filename: beweging.jpg" -H "Title: Beweging voordeur" -H "Tags: boom" ntfy.example.com/beweging

Als je een tekstbericht als Markdown opmaakt, kun je wel plaatjes in een tekst opnemen, maar dan moet je naar het bestand linken. Alleen ntfy's webinterface ondersteunt dit; de mobiele app toont gewoon de Markdown-brontekst. Een Markdown-bericht stuur je door de header Markdown: yes of Content-Type: text/markdown aan je http POST-aanvraag toe te voegen. Ntfy ondersteunt overigens alleen beperkte Markdown-functies, zoals vette en schuine tekst, lijsten, links en afbeeldingen.

Je services kunnen ook plaatjes naar ntfy sturen.

Acties

Je ontvangt de notificaties van ntfy in de app in een 'conversatie' per onderwerp. Wanneer je op een notificatie tikt, kopieert dit standaard gewoon de tekst van het bericht naar het klembord. Als je de header Click: URL toevoegt, opent de app die url wanneer je op de notificatie tikt. Zo kun je in een notificatie van je back-upscript bijvoorbeeld een link naar de webinterface van je back-upserver opnemen om het gemelde probleem snel te onderzoeken.

Je kunt ook tot drie 'actieknoppen' definiëren, die dan onderaan een notificatie verschijnen. Door op een van die knoppen te tikken, open je een website of app, activeer je een Android broadcast intent waarop andere apps dan weer kunnen reageren, of zend je een http POST-, PUT- of GET-aanvraag. De manier om dit alles te definiëren is wat omslachtig, maar wordt volledig in de documentatie van ntfy uitgelegd.

Klik op een van de knoppen van het bericht in ntfy om een actie uit te voeren.

Python-code

Curl is natuurlijk niet de enige tool waarmee je notificaties naar je ntfy-server kunt sturen. Sommige tools bieden rechtstreeks ondersteuning voor notificaties via ntfy. Dan hoef je alleen maar het domein van je server, het onderwerp, de gebruikersnaam en het bijbehorende wachtwoord in te vullen. Maar ook in je eigen Python-scripts kun je eenvoudig ondersteuning voor ntfy inbouwen. Dat gaat via het pakket Requests, waarmee je http POST-aanvragen naar de server stuurt. Een eenvoudig voorbeeld ziet er als volgt uit:

import requests

requests.post("http://ntfy.example.com/backup",

    data="Backup unsuccessful",

    headers={

        "Authorization": "Basic Z2VicnVpa2Vyc25hYW06d2FjaHR3b29yZA==",

        "Title": "Backup failure",

        "Priority": "urgent",

        "Tags": "warning,skull"

    })

Met de header Authorization stel je http Basic-authenticatie in. De tekenreeks die na Basic komt, is een Base64-codering van de gebruikersnaam en het wachtwoord met een dubbele punt ertussen. Je creëert die codering op je Linux-systeem met de opdracht echo "Basic $(echo -n 'gebruikersnaam:wachtwoord' | base64)".

Sssssssssschattig

Speciaal voor de kleinste Python-fans

En verder

Ntfy biedt een betrouwbare manier om notificaties van allerlei services te centraliseren, terwijl je zelf de volledige controle behoudt. Het programma blinkt uit in flexibiliteit om het overal in te integreren. Als een service bijvoorbeeld geen http POST-aanvragen ondersteunt, kun je ook http GET-aanvragen doen. En als een service je niet de mogelijkheid geeft om de headers aan te passen, laat ntfy je toe om de berichten inclusief headers in JSON-formaat door te sturen. En als een service webhooks ondersteunt maar daarvoor zijn eigen JSON-formaat gebruikt, kan ntfy die met berichtsjablonen omzetten naar leesbare berichten.

Ook via e-mail is ntfy te integreren. Je kunt bijvoorbeeld berichten die op je ntfy-server aankomen automatisch laten doorsturen naar een SMTP-server om ze ook als e-mail te ontvangen. Maar ook de andere richting is voorzien: ntfy kan dan zelf een ingebouwde SMTP-server draaien, handig voor services die alleen maar notificaties via e-mail ondersteunen. Elk onderwerp op de ntfy-server heeft dan een bijbehorend e-mailadres op je domein. De service hoeft dan alleen maar een e-mail naar dat adres te sturen om berichten op dat onderwerp te publiceren op je ntfy-server. Deze en andere geavanceerde functies zijn uitgebreid gedocumenteerd op de website van ntfy.

De documentatie van ntfy is uitgebreid en praktisch. 

▼ Volgende artikel
Nieuwe FromSoftware-game The Duskbloods komt echt alleen naar Switch 2
Huis

Nieuwe FromSoftware-game The Duskbloods komt echt alleen naar Switch 2

The Duskbloods, de nieuwe game van Elden Ring- en Dark Souls-ontwikkelaar FromSoftware, zal echt alleen op Nintendo Switch 2 uitkomen.

Dat heeft de ontwikkelaar benadrukt bij het bekendmaken van zijn kwartaalcijfers (via VGC). Daarbij werd ook nog eens benadrukt dat The Duskbloods nog altijd gepland staat om ergens dit jaar uit te komen, net zoals de Switch 2-versie van Elden Ring.

Over de exclusieve Switch 2-release van The Duskbloods: "Het wordt verkocht via een samenwerking met Nintendo, met verkoopverantwoordelijkheden verdeeld per regio. De game komt alleen voor Nintendo Switch 2 beschikbaar." Daarmee is dus duidelijk gemaakt dat Nintendo een nauwe samenwerking met FromSoftware is aangegaan voor de game en dat het spel niet zomaar op andere platforms uit zal komen.

Over The Duskbloods

The Duskbloods werd begin vorig jaar aangekondigd in een speciale Nintendo Direct waarin de eerste Switch 2-games werden getoond, maar sindsdien zijn er geen nieuwe beelden van het spel uitgebracht. Zoals gezegd is de game ontwikkeld door FromSoftware, het Japanse bedrijf dat naam voor zichzelf heeft gemaakt met enorm uitdagende spellen, waaronder de Dark Souls-serie en Bloodborne. Met de openwereldgame Elden Ring scoorde de ontwikkelaar enkele jaren geleden nog een megahit.

Watch on YouTube

The Duskbloods wordt een PvPvE-game, waarbij spelers het dus tegen elkaar en tegen computergestuurde vijanden opnemen. Maximaal acht spelers doen aan potjes mee. Na het kiezen van een personage in een hub-gebied wordt men naar een gebied getransporteerd waar er met andere spelers en vijanden gevochten wordt, al kan men soms ook samenwerken om vijanden te verslaan.

Spelers besturen een 'Bloodsworn', wezens die dankzij een speciaal bloed dat in hun lichaam zit meer krachten tot hun beschikking hebben dan reguliere mensen. Ondertussen is het einde van de mensheid nabij, en bestaat de wereld uit verschillende tijdperken, wat voor een mengelmoes van stijlen zorgt.