ID.nl logo
Uw huis besturen op afstand: starten met domotica
© Reshift Digital
Huis

Uw huis besturen op afstand: starten met domotica

De Raspberry Pi is een handig klein computertje dat voor verschillende doeleinden kan worden ingezet. Bijvoorbeeld voor het draadloos aansturen van apparaten in uw huis, zoals de lampen en de verwarming. Wat hebt u daar voor nodig?

Het kan handig zijn om uw huis te voorzien van elektronica die vanaf een enkele plek is te beheren. U kunt bijvoorbeeld uw lampen automatisch aan- of uitzetten op een bepaald tijdstip of zorgen dat ’s-morgens om 7 uur het koffieapparaat aangaat en een vers kopje koffie voor u zet. Maar, hoe kunt u deze apparaten op afstand bedienen en automatisch op gezette tijden in- of uitschakelen?

RXFCOM

De Raspberry Pi kan zelfstandig gebruikt worden om er bijvoorbeeld een mediaspeler van te maken of een webserver, maar beschikt het niet over de mogelijkheid om draadloos te communiceren. Om te kunnen communiceren met draadloze domotica-apparatuur – die werkt op een frequentie van 433 MHz – moet de Raspberry Pi worden uitgerust met een geschikte antenne. Het Nederlandse bedrijf RXFCOM levert zo’n antenne en deze hebben we gebruikt om via de Raspberry Pi en de speciale op de Pi geïnstalleerde Domoticz-software een aantal KlikAanKlikUit-modules – waarover Computer Idee al eerder schreef – te besturen.

Domoticz installeren

Domoticz is een centraal besturingssysteem waarmee een groot aantal producten van diverse domotica-fabrikanten kan worden aangestuurd. De software beschikbaar als losse installatie voor Windows en als compleet besturingssysteem voor de Raspberry Pi. Het grootste voordeel van Domoticz is dat de software gebruiksvriendelijke werkt, maar bovenal zonder problemen werkt met de apparatuur van RXFCOM.

Het installeren van Domoticz op de Raspberry Pi is niet erg ingewikkeld, maar vereist wel wat speciale handelingen. Allereerst hebt u een standaard sd-kaartje – het grootste formaat, 32x24 mm – nodig van minstens 2 GB. Het installatiepakket van Domoticz is namelijk zo’n 1,9GB groot en past net op zo’n kaartje. U kunt het zip-bestand met de installatie-image voor Raspberry Pi downloaden van sourceforge.net/projects/domoticz/files. Kies altijd voor de nieuwste versie, zodat u beschikt over de nieuwste functies en ondersteuning van de laatste hardware. Download het installatiebestand naar een map op uw harde schijf. Pak het zip-bestand uit naar dezelfde map. Na het uitpakken vindt u twee bestanden (Readme.txt en domoticz-raspberrypi-sdcard-r1_1125.img) en een submap (Win32DiskImage) in de map.

©CIDimport

De RFXCOM-module werkt ook onder Windows, net als Domoticz.

Het bestand met de extensie .img is de installatie-image dat we op de Raspberry Pi moeten installeren. In de map Win32DiskImage vinden we een uitvoerbaar bestand – Win32DiskImager.exe – waarmee we bovengenoemde image kunnen installeren op de sd-kaart: u moet dus ook over een computer beschikken waarin het mogelijk is om een sd-kaart te plaatsen, maar het kan natuurlijk ook met een externe sd-kaartlezer. We starten Win32DiskImager.exe en openen het img-bestand via de Openen-knop. Aan de rechterkant van het imaging-programma is te zien naar welk schijfstation de image wordt weggeschreven: in ons geval is dat de stationsletter J: die door Windows is toegekend aan het sd-kaartje.

©CIDimport

De image wegschrijven naar de sd-kaart.

Is de Domoticz-image eenmaal weggeschreven, dan is deze klaar voor gebruik in de Raspberry Pi. Plaats de sd-kaart in de Raspberry en schakel de stroom in. De Domoticz-software wordt nu gestart. Als de Raspberry Pi is aangesloten op uw netwerk, is deze via een browser te benaderen via de url raspberrypi:8080. Als u deze intypt, komt u op de startpagina van Domoticz.

Aan de slag

De rfxcom-transceiver wordt automatisch door Domoticz herkend; er hoeft dus geen extra software op de Raspberry te worden geïnstalleerd om aan de slag te kunnen met domotica-apparatuur. Omdat de rfxcom-module zelf alle apparaten kan bedienen, is er dus niet veel meer nodig om meteen aan het werk te kunnen. Rfxcom werkt naast de in Nederland bekende KlikAanKlikUit-apparatuur ook met andere merken zoals Alecto, Ikea, Philips en HomeEasy. Een volledige lijst van ondersteunde producten is te vinden op www.rfxcom.com/store/Transceivers/12103. Hoewel de rfxcom-module wordt herkend als deze op een van de usb-poorten op de Raspberry is aangesloten, moet de afzonderlijke domotica-apparatuur nog wel handmatig worden toegevoegd. Dat kan handmatig door het type apparaat op te geven – bijvoorbeeld een dimmer, en daaraan een unieke code aan toe te kennen. Die unieke code wordt verzonden via het signaal dat de rfx-antenne uitzendt, en wordt vervolgens opgepikt door het domotica-apparaat. Zodra bijvoorbeeld een lamp aanspringt, nadat de unieke code is verzonden, weet u dat die code bij dat betreffende apparaat hoort. Soms kost het even wat ‘trial and error’ voordat het juiste apparaat is gevonden.

©CIDimport

Domoticz ondersteunt tal van apparaten.

Raspberry Pi: alleskunner

De Raspberry Pi is een minicomputer, die bestaat een complete printplaat met daarop een arm-processor, geheugen, netwerkaansluiting, twee usb-poorten, een hdmi-videouitgang en een audio-aansluiting. Ook is er plaats voor een sd-geheugenkaartje, dat kan worden gebruikt om de standaard opslagcapaciteit van 256 MB uit te breiden. De Raspberry Pi wordt geleverd zonder besturingssysteem, maar er zijn verschillende systemen die geschikt zijn voor de Raspberry Pi, zoals Android 4.0, verschillende Linux-varianten, Google Chrome OS. Ook is de Raspberry Pi uitstekend te gebruiken als mediacenter met bijvoorbeeld XBMC als primair besturingssysteem. De Raspberry Pi kost ongeveer 25 euro en is voornamelijk op internet te koop.

©CIDimport

De Raspberry Pi.

©CIDimport

Een domotica-apparaat toevoegen.

Apparaten koppelen

Om een echt werkend domotica-huis te hebben, moet u eigenlijk meerdere apparaten in het systeem hebben. Deze apparaten worden dan via de Domoticz-software aan elkaar gekoppeld. De status van één apparaat kan de stand van een ander apparaat beïnvloeden. Er zijn zo tal van scenario’s mogelijk. Bijvoorbeeld: iemand drukt op de deurbel, daardoor springt de lamp in de hal aan, maar tegelijkertijd floept ook de buitencamera aan, waardoor u op het (tv-)scherm binnen kunt zien, wie er aan de deur staat. Of: u gebruikt een temperatuurmeter in combinatie met automatische lamellen. Wanneer de buitentemperatuur boven de 25 graden komt, gaan de lamellen in de slaapkamer automatisch dicht. Dit zijn natuurlijk slechts een aantal mogelijkheden van de Raspberry Pi in combinatie met Domoticz en de rfxcom-module. Domoticz beschikt over een visuele programmeeromgeving voor het maken van scripts, waarbij geen programmacode hoeft te worden getypt. De programmacode bestaat namelijk uit puzzelstukjes, die – door ze aan elkaar te plaatsen – voor een bepaalde actie zorgt. Bijvoorbeeld ‘Als DEURBEL=AAN dan HALLAMP=AAN’. Het voordeel van de puzzelstukjes is dat alleen de stukken die bij elkaar horen, op elkaar passen. Op die manier is meteen te zien welk script gaat werken.

©CIDimport

Door puzzelstukjes aan elkaar te plaatsen, is de apparatuur op elkaar af te stemmen.

Conclusie

Met de combinatie van een Raspberry Pi en een rfxcom-transceiver en Domoticz is zeer veel mogelijk. In dit artikel hebben we slechts een klein deel van de functionaliteit besproken, maar het voordeel is dat u klein kunt beginnen en later eenvoudig uw huis kunt uitbreiden met andere domotica-apparatuur. Zo kunt u uw huis uiteindelijk volledig automatiseren.

Prijzen:

RFXCOM 433MHz Transceiver (RFXtrx433): € 98,74
Raspberry Pi: ca. € 35,–

Meer info: http://www.hubbit.nl/raspberry-pi-set-ii-set-i-klikaanklikuit.html

Tekst: Mark Gamble

Dit artikel komt uit Computer Idee 2, jaargang 2014. 

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.