ID.nl logo
Gratis alternatieven voor betaalde software
© Reshift Digital
Huis

Gratis alternatieven voor betaalde software

Het lijdt geen twijfel dat bekende pakketten als Microsoft Office, Adobe Photoshop, Lightroom, InDesign, Illustrator en Premiere Pro tot de beste in hun categorie behoren. Alleen zijn ze behoorlijk aan de prijs. In dit artikel gaan we daarom op zoek naar degelijke én gratis alternatieven voor deze en andere commerciële toepassingen.

Wist je dat we elke maand de beste freeware voor je op een rijtje zetten? In dit artikel vind je de hele lijst van dit jaar.

Tip 01: Verzamelsites

Ben je zelf op zoek naar een gratis alternatief voor een of ander betaald programma, ga dan eerst even naar alternativeTo. Deze website voorziet in een zoekfunctie waar je slechts de naam van de commerciële toepassing hoeft in te tikken om meteen een aantal gratis alternatieven in beeld te krijgen. Je kunt aangeven of je wilt zoeken naar gratis (free) software en of de programma’s ook nog opensource moeten zijn. Per programma kun je de meningen van andere gebruikers zien, soms met een gemotiveerde toelichting. Een iets beperktere maar verder vergelijkbare site is www.osalt.com, wat staat voor Open Source as Alternative. Ook hier krijg je telkens een korte omschrijving van het alternatieve product.

Ben je gewoon op zoek naar gratis software, dan komen heel wat andere sites in aanmerking. Onze favoriete softwarecollectie is alvast SnapFiles, waar je het menu Freeware opent om je tot de gratis tools te beperken. Deze collectie wordt al jaren vrijwel dagelijks bijgewerkt.

©PXimport

Je tikt de naam van een commerciële toepassing in en krijgt meteen gratis alternatieven

-

Tip 02: Besturingssysteem

De software die je het meest gebruikt op je computer, is natuurlijk het besturingssysteem. En als we het over een gratis alternatief voor Windows hebben, dan duikt haast vanzelf Linux op. Dit alternatieve besturingssysteem is niet alleen gratis, het laat (vooral wat gevorderde) gebruikers ook toe alles naar eigen hand te zetten. Om de overstap van Windows naar Linux zo pijnloos mogelijk te maken, probeer je het best een Linux-distributie uit die enige affiniteit vertoont met de Windows interface, zoals Chalet OS, Zorin OS of Linux Mint. MacOS-gebruikers zullen zich wellicht het snelst thuis voelen bij Elementary OS.

Je kunt overwegen om je Linux-versie eerst ‘virtueel’ te installeren binnen je vertrouwde Windows-omgeving, zodat je eerst kennis kunt maken met Linux zonder meteen Windows overboord te moeten gooien. Hiervoor kun je gebruikmaken van alweer een andere gratis toepassing: VirtualBox. Hoe je dit werkend krijgt, lees je in het kader ‘Virtuele installatie’.

©PXimport

Virtuele installatie

Om een virtuele (Linux-)machine te installeren ga je in een notendop als volgt te werk. Download en installeer de recentste versie van VirtualBox. Download eveneens het iso-bestand van de gewenste Linux-distributie. Druk in VirtualBox op de knop Nieuw en vul de naam van je distributie in. Bij Type kies je Linux en bij Versie stel je het best Ubuntu (64-bit) in als je systeem dat aankan. Druk op Volgende (2x) en op Aanmaken. Druk nu op de knop Expertmodus en vul bij Bestandsgrootte bij voorkeur minstens 12 GB in. Bevestig met Aanmaken. De virtuele machine verschijnt in het venster. Selecteer die en klik op de groene pijl Starten. Meteen erna wordt je gevraagd de opstartschijf te selecteren. Klik hier het mapicoontje aan en verwijs naar het gedownloade iso-bestand. Bevestig met Openen en met Start. Even later geef je dan aan dat je de distributie effectief wilt installeren en volg je de verdere instructies. Als het goed is, is de installatie van je virtuele machine even later klaar voor gebruik.

©PXimport

Tip 03: Kantoorsuite

Microsoft Office mag dan de bekendste en wellicht ook de krachtigste kantoorsuite zijn, er zijn wel degelijk een aantal gratis alternatieven, zoals SoftMaker FreeOffice en WPS Office. Het populairste alternatief is het opensource-programma LibreOffice, beschikbaar voor Windows, macOS en Linux. Dat bestaat uit drie grote modules (tekstverwerker Writer, spreadsheetprogramma Calc en presentatietool Impress), en bevat daarnaast nog Draw (tekenprogramma), Math (formule-editor) en Base (database programma). LibreOffice heeft altijd vastgehouden aan een wat gedateerde interface met klassieke menu’s, maar sinds versie 5.3 is het nu ook mogelijk een soort lint (‘Notebookbalk’) te activeren (via het menu Extra / Opties / LibreOffice / Geavanceerd / Zet experimentele functies aan). Wat de functionaliteit betreft zit het in elk geval goed: er zijn heel wat tools waarin zelfs een gevorderde gebruiker zich kan uitleven.

LibreOffice kan ook met diverse bestandsformaten overweg. In Writer bijvoorbeeld kun je documenten bewaren in het eigen odf-formaat, maar ook als doc of docx, zodat de bestanden ook probleemloos in Microsoft Word te openen zijn. Excel-gebruikers moeten wel weten dat het importeren van formules in Calc niet altijd goed gaat en dat Calc evenmin met Excel-macro’s overweg kan. LibreOffice schiet ook nog duidelijk tekort naar cloud-functionaliteit en mobiel gebruik toe: om online documenten te kunnen bewerken moet je eigenlijk eerst zelf een server opzetten en er zijn evenmin mobiele apps beschikbaar. Voor een detailvergelijking tussen beide suites kun je hier terecht.

©PXimport

LibreOffice schiet nog tekort in cloud-functionaliteit en mobiele mogelijkheden

-

Tip 04: E-mailprogramma

We geven het graag toe: MS Outlook is een uitstekende e-mailclient en ook als PIM (personal information manager) voldoet hij prima, maar lang niet alle thuisgebruikers hebben behoefte aan alle toeters en bellen. Als het net iets minder mag, zijn er nog genoeg degelijke en gratis alternatieven. Een tool die ons best wel weet te bekoren is Mailbird, maar jammer genoeg is de functionaliteit in de gratis versie behoorlijk beperkt. Hetzelfde geldt voor het overigens erg gebruiksvriendelijke en overzichtelijke eM Client: hier kun je bijvoorbeeld slechts twee e-mailaccounts creëren.

Een gratis opensourcetool die je niet met allerlei restricties opzadelt is Mozilla Thunderbird, beschikbaar voor Windows, macOS en Linux. Het programma kan onder meer met pop3 en imap overweg, ondersteunt ook encryptie (pgp, s/mime) en bestaat bovendien in een portable variant. Ook rss-feeds laten zich via Thunderbird beheren. Het zijn echter vooral de talrijke add-ons die van Thunderbird een erg flexibele tool maken. Aanvankelijk ontbrak een kalenderfunctie en taakbeheerder, hiervoor moest je de add-on Lightning afzonderlijk installeren … intussen wordt die standaard meegeleverd en is die goed geïntegreerd in Thunderbird. Hier kun je in elk geval terecht voor een mooi overzicht van de beschikbare add-ons. Houd er wel rekening mee dat niet alle onderdelen van Thunderbird zich even makkelijk laten configureren.

©PXimport

Tip 05: Fotobewerking

Professionele fotografen zijn het er wellicht unaniem over eens: Adobe Photoshop is het beste bewerkingspakket op de markt. Het is echter stevig aan de prijs en daarom kijken veel amateurfotografen graag uit naar een gratis alternatief. Programma’s als Paint.NET en Photos Pos Pro dienen zich aan, maar het is vooral toch GIMP dat op het meeste enthousiasme kan rekenen. Het is beschikbaar voor Linux, macOS en Windows. De interface is weliswaar ietwat eigenzinnig en dat maakt het des te jammer dat het project GIMPShop, dat in een Photoshop-achtige interface rond GIMP voorziet, al jaren niet meer wordt bijgewerkt. De vele functies maken echter veel goed, ook al doet het op sommige vlakken duidelijk onder voor Photoshop. Er is bijvoorbeeld geen cmyk-modus, er is slechts één reparatietool (healing brush), er is geen echte raw-ondersteuning en niet-destructieve bewerkingen zijn lastiger dan in Photoshop.

©PXimport

De interface is met zijn drie verticale panelen erg logisch opgebouwd

-

Tip 06: Fotobeheer

GIMP mag dan min of meer een waardig alternatief voor Photoshop zijn, het programma staat wel ‘op zichzelf’ en mist complementaire tools uit de stal van Adobe, zoals Illustrator en Lightroom. De laatste is een uiterst handig programma voor het beheren, afdrukken en tot op zekere hoogte ook bewerken van (grote verzamelingen) foto’s. Linux- en macOS-gebruikers kunnen hiervoor een gratis alternatief vinden in Darktable, dat met zijn diverse gereedschapsets en het gebruik van schuifbalken ongetwijfeld inspiratie uit Lightroom heeft geput. Een toegankelijker tool, die inmiddels ook voor Windows beschikbaar is, is het niet zo bekende digiKam. De interface is met zijn drie verticale panelen erg logisch opgebouwd: links een navigatiepaneel, in het midden miniatuurafbeeldingen van je fotocollectie en rechts allerlei informatie over de geselecteerde foto. De ingebouwde gereedschapskist mag dan vrij beperkt zijn, de tools voor onder meer kleurcorrectie en voor het bijsnijden van foto’s voldoen prima en het programma leent zich ook prima voor batchbewerking. DigiKam blinkt verder uit in het catalogeren van foto’s en voorziet tevens in een krachtige zoekfunctie.

©PXimport

Tip 07: Grafisch design

Grafisch ontwerpers die met vector-tekeningen (schaalbare plaatjes, die niet aan kwaliteit inboeten wanneer je die groter maakt) aan de slag willen, zweren vanouds bij Adobe Illustrator. Wil je – bijvoorbeeld als blogger of hobbywebdesigner – gratis aan de slag, dan komt Inkscape in het vizier. Ook dit programma is beschikbaar voor Linux, macOS en Windows. Er zijn erg veel tools beschikbaar voor het bewerken van vectorafbeeldingen, maar dat vertaalt zich wel in een wat overweldigend aantal knoppen(balken). Of je nou vormen met verloopkleuren wilt vullen, filters wilt toepassen, plaatjes met andere lagen wilt groeperen of naar paden wilt converteren: Inkscape doet het allemaal. Bovendien zijn er ook heel wat extensies beschikbaar en het programma ondersteunt heel wat bestandsformaten.

Het meest opvallende manco is dat Inkscape geen bestanden met cmyk-kleurprofielen kan genereren, wat nogal lastig is als je ontwerp voor de professionele drukpers is bedoeld. Is dat voor jou geen breekpunt, dan verdient Inkscape al je aandacht. Tot slot willen we ook Vectr niet onvermeld laten: de mogelijkheden zijn weliswaar niet zo uitgebreid als bij Inkscape, maar de tool is wel een stuk gebruiksvriendelijker.

©PXimport

Wie documenten wil bewerken en opmaken voor drukwerk, kan terecht bij Scribus

-

Tip 08: Desktop publishing

Wie geregeld documenten wil bewerken en opmaken voor drukwerk, zoals brochures, flyers en tijdschriften, heeft al snel niet genoeg aan een klassieke tekstverwerker. Dan dienen echte dtp-programma’s zoals Microsoft Publisher of – voor het meer professionele werk – Adobe InDesign zich aan. Voor beide moet u echter weer de knip trekken, terwijl het opensource dtp-pakket Scribus gratis beschikbaar is voor Linux, macOS en Windows. Om een document te ontwerpen kun je vertrekken van een van de beschikbare sjablonen (opgedeeld in een aantal rubrieken zoals Brochures, Kaarten, Nieuwsbrieven en Visitekaartjes) of je begint met een leeg blad. Scribus voorziet in de gebruikelijke bewerkingstools en laat je ook allerlei objecten aan je document toevoegen, waaronder tekst- en afbeeldingskaders, tabellen, vormen en bézier-curves. De tool ondersteunt verschillende documentformaten en het is bijvoorbeeld ook mogelijk een invul-pdf te creëren. De helpfunctie is vooralsnog ondermaats, maar echt moeilijk kun je het programma niet noemen. Houd er wel rekening mee dat de eerste start lang kan duren (omwille van het aanmaken van een font-cache). En wil je eps importeren, dan dien je nog het gratis GhostScript for Windows te installeren.

©PXimport

Tip 09: Videobewerking

Microsoft Movie Maker mag dan intussen uit de virtuele rekken zijn gehaald, voor iemand die op semi-professionele manier video’s wil bewerken zal dat niet zoveel uitmaken. Die heeft namelijk krachtiger tools nodig, zoals Adobe Premiere Pro, Final Cut Pro of Pinnacle Studio (Ultimate) en die zijn – je raadt het al – natuurlijk niet gratis. Wel gratis en uiterst krachtig is DaVinci Resolve, ook weer beschikbaar voor de drie bekendste platformen. Natuurlijk, een krachtige videobewerker vergt ook potente hardware en dat geldt zeker voor dit pakket, met name op het vlak van je grafische kaart (2 GB cpu ram is geen overbodige luxe). Zoals je van een professioneel pakket mag verwachten, is de leercurve behoorlijk steil maar daar krijg je wel wat voor terug. Zo voorziet het programma in uitstekende synchronisatiemogelijkheden voor audio en video en is ook het kleurbeheer ongekend goed. Op het vlak van audio-effecten blinkt de tool niet meteen uit, maar het is wel mogelijk van vst-plug-ins gebruik te maken. Er is ook nog ruimte voor verbetering wat titelanimatie en exportformaten betreft, maar laat dat je niet weerhouden om met een stukje indrukwekkende freeware aan de slag te gaan.

©PXimport

Het programma heeft uitstekende synchronisatie-mogelijkheden voor audio en video

-

Tip 10: Antivirus

©PXimport

Windows voorziet met Defender weliswaar in een eigen antimalware-bescherming die in de laatste antivirustests ook beter beoordeeld wordt dan ooit, maar we raden nog altijd aan een extra beveiligingspakket te gebruiken. Gelukkig zijn er verschillende gratis antivirusprogramma’s verkrijgbaar. Complete gratis beveiligingssuites zijn veel dunner bezaaid, maar het bestaat wel. Een gratis suite is Avira Free Security Suite 2017. Die bevat uiteraard een antivirusmodule – de nieuwste versie van Avira – en die zet over het algemeen prima scores neer. Volgens Avira bevat dit onderdeel bovendien een degelijke beveiliging tegen de gesel van deze tijd: ransomware. Verder omvat het pakket nog de modules Browser Safety (die je hoort te beschermen tegen malafide sites en dito downloads), System Speedup en Phantom VPN, evenals een wachtwoordbeheerder en een software-updater. Wat we jammer vinden is dat het een alles-of-niets-installatie is. Heb je weinig boodschap aan een van deze onderdelen, dan installeer je de gewenste modules beter individueel, ze zijn ook als standalone producten beschikbaar. Houd er tevens rekening mee dat je niet van alle onderdelen de volledige versies krijgt. Je bent bij de vpn-service bijvoorbeeld beperkt tot 500 MB per maand en daar zit je wellicht vrij snel doorheen.

Een andere gratis beveiligingssuite is het minder bekende Qihoo 360 Total Security die net als Avira ook allerlei extra tools voor systeemoptimalisatie en opschoonoperaties aan boord heeft. Alleen jammer dat de antivirusmodule in diverse tests niet echt overtuigt en dat hoort nu net de ‘core business’ van elke beveiligingssuite te zijn!

▼ Volgende artikel
Column: De PlayStation 6 mag nog jaren op zich laten wachten
Huis

Column: De PlayStation 6 mag nog jaren op zich laten wachten

De PlayStation 6 zou wel eens pas ergens na 2028 uit kunnen komen, zo claimde een analist onlangs. Dat betekent dat we minstens acht jaar met de PlayStation 5 opgescheept zitten. Maar niet getreurd: dat is juist goed nieuws voor de gemiddelde gameliefhebber.

Dat de PlayStation 6 in ontwikkeling is bij Sony, mag voor zich spreken. Nadat een nieuwe spelcomputer is uitgekomen, beginnen consolebedrijven vaak al snel met de research voor diens opvolger. Onderzoek naar de juiste specificaties en features van consoles beslaat vaak meerdere jaren, om nog maar te zwijgen over het maken van afspraken met bedrijven die de componenten daadwerkelijk leveren, en natuurlijk het produceren ervan.

Het is dan ook waarschijnlijk dat de specificaties van de PlayStation 6 al geruime tijd vastliggen, en dat Sony intern ook een schatting heeft gemaakt voor een releaseperiode voor de langverwachte console. Misschien was het bedrijf er zelfs van overtuigd dat het de console volgend jaar uit zou kunnen brengen.

Watch on YouTube

Verlengde levenscyclus

Onlangs meldde MST Financial-analist David Gibson dat Sony nu echter overweegt om de PS6 pas ergens na 2028 te leveren. “Sony verwacht dat de levenscyclus van de PlayStation 5 wordt verlengd, en dat de PlayStation 6-release langer op zich laat wachten dan de meesten voorspellen.” Dat zou betekenen dat de PS6 misschien pas ergens in 2029 of zelfs later in de winkels ligt.

De eerdere voorspellingen van ingewijden mikten voorheen vooral op eind 2027 of in de loop van 2028, op basis van wanneer de productie oorspronkelijk zou beginnen. De PlayStation 5 kwam in het najaar van 2020 uit, dus dat zou de console al een levenscyclus van ruim zeven jaar geven voordat de opvolger op de markt komt. Dat is in principe een zeer ruime levensloop voor een spelcomputer, en een release in 2027 of 2028 zou dan ook volkomen logisch zijn.

©PXimport

Stijgende RAM-prijzen

Maar de wereld houdt geen rekening met consolereleases, en gezien de huidige ontwikkelingen is de komst van een PlayStation 6 in 2027 of 2028 helemaal niet zo logisch meer. Dat heeft voor een groot deel te maken met de prijzen van RAM (Random Access Memory), die steeds hoger oplopen. RAM is namelijk in grote getale nodig om de alsmaar populairder wordende AI-assistenten als ChatGPT en Gemini draaiende te houden.

Als gevolg daarvan wordt RAM steeds schaarser en dus duurder, en laten spelcomputers nu ook net RAM nodig hebben. In deze periode een nieuwe spelcomputer uitbrengen zou dan ook betekenen dat de prijs van de console mogelijk erg hoog komt te liggen, wat de verkoop niet bepaalt stimuleert. Een dergelijke ‘valse’ start van de levenscyclus van een spelcomputer is iets dat veel bedrijven willen vermijden.

Ook de importheffingen die de Amerikaanse president Donald Trump op producten die buiten de Verenigde Staten worden gemaakt doorvoert, zorgen voor veel onzekerheid. Eerder moesten de prijzen van diverse spelcomputers, waaronder de PlayStation 5, al stijgen om dit op te vangen. Trump is – unieke politieke ontwikkelingen buiten beschouwing gelaten – de komende jaren nog aan de macht, dus ook dat maakt het uitbrengen van een nieuwe console bepaald geen veilige onderneming. De komende jaren een console lanceren is kortom dus een gigantisch risico, dat Sony volgensgeruchten zo klein mogelijk wil houden.

Trage consolegeneratie

Sony hoopt wellicht dat de economie eind dit decennium kalmeert. Dat zou echter wel betekenen dat we nog meerdere jaren op de komst van de PlayStation 6 moeten wachten. Wat mij betreft is dat niet iets om over te treuren, maar juist goed nieuws. Het geeft ontwikkelaars namelijk de kans om echt alles uit de PlayStation 5 te halen. Een kans die ze hopelijk met beide handen aangrijpen.

Hoewel de PS5 in november van 2020 uitkwam – ruim vijf jaar geleden – heb ik nog altijd het gevoel dat deze consolegeneratie nog maar net is begonnen. De generatie kwam sowieso vrij traag op gang, omdat deze middenin de coronapandemie viel. Dat was ook voor spelontwikkelaars een ingewikkelde tijd waarin halsoverkop naar thuiswerkmogelijkheden gekeken moest worden, waardoor veel games die in ontwikkeling waren vertraging op liepen.

Sony’s eigen game-line-up is de afgelopen vijf jaar ook wat karig geweest. Dat heeft deels te maken met een focus op liveservicegames, waarbij diverse projecten die bij Sony’s meest prominente studio’s in ontwikkeling waren uiteindelijk werden geannuleerd. Denk bijvoorbeeld aan de The Last of Us-multiplayergame die na jaren productie in de prullenbak werd gegooid.

Daarbij is de ‘cross-generation’-periode van deze generatie uitzonderlijk lang. Nog altijd komen diverse games niet alleen op PlayStation 5, maar ook op PlayStation 4 uit. Nu is dat iets wat in de toekomst alleen maar vaker voor zal komen – de grenzen tussen consolegeneraties vervagen en daarmee is het ook makkelijker om de prestaties van games terug of juist op te schalen.

Toch zorgt het er ook voor dat er onder gamers een gevoel groeit dat nog lang niet het uiterste uit de PS5 is gehaald. Er is méér met dat apparaat mogelijk, vooral met de bestaande PS5 Pro in het achterhoofd. Een verlengde levenscyclus voor de console geeft ontwikkelaars de kans om een aantal schitterende spellen af te leveren in de laatste jaren van de spelcomputer – de ontwikkeltijd van games wordt immers ook steeds langer. Met toppers als Grand Theft Auto 6, The Witcher 4 en Intergalactic: The Heretic Prophet nog in het verschiet, is er meer dan genoeg potentie om het de komende jaren uit te zingen met de PS5.

Niet zonder risico’s

Natuurlijk brengt het uitstellen van een consolelancering ook risico’s met zich mee, zowel voor Sony als voor de consument. Het is namelijk helemaal niet zeker dat de wereldeconomie er eind dit decennium beter voor staat. Daarnaast zet het Sony voor een moeilijke keuze: gooit het jaren aan research voor de PS6 weg om de console eind dit decennium met moderne specificaties uit te kunnen brengen, of behoudt het simpelweg de huidige specs zodat deze op release mogelijk al deels zijn verouderd?

De eventuele keuze om de PlayStation 6 uit te stellen zal dan ook niet over één nacht ijs gaan. Het is aan de goedbetaalde mensen in topposities binnen het bedrijf om die knoop door te hakken. Maar puur vanuit mijn eigen, egoïstische liefde voor games gezien, heb ik er totaal geen moeite mee om nog een jaar of drie, vier op de PlayStation 5 te spelen. Laat maar eens zien wat die console nog kan, en blaas ons in 2029 of 2030 weg met een nieuwe consolegeneratie die écht een flinke technologische stap zet!

▼ Volgende artikel
Code geel en oranje wegens ijzel: zo check je of jouw route al gestrooid is
© Rijkswaterstaat
Huis

Code geel en oranje wegens ijzel: zo check je of jouw route al gestrooid is

Het is weer #codegeel en #codeoranje wegens gladheid door ijzel. Moet je toch de weg nog op? Via een online kaart van Rijkswaterstaat zie je live waar strooiwagens rijden en op welke wegen net is gestrooid.

Ga je naar Rijkswaterstaatstrooit.nl, dan krijg je een interactieve kaart van Nederland te zien. Op die kaart bewegen kleine icoontjes die de actieve strooiwagens voorstellen. De gegevens worden voortdurend bijgewerkt, waardoor je vrijwel live ziet waar op dat moment wordt gestrooid.

Naast de voertuigen vallen de gekleurde lijnen op de wegen op. Een paarse lijn betekent dat er in de afgelopen zes uur zout is gestrooid. Zo kun je zelf een inschatting maken of jouw route redelijk begaanbaar zal zijn of dat je éxtra moet opletten.

©Rijkswaterstaat

Zo lees je de strooikaart

De kaart laat zien wat er nu en in de afgelopen zes uur op de weg is gebeurd, inclusief strooiacties, wegdektemperaturen en radarbeelden. Kijk je vooruit, dan toont de kaart een verwachting tot twee uur met de voorspelde verwachte radarbeelden en wegdektemperaturen. Goed om te weten: je kunt niet vooruitkijken om te zien waar de strooiwagens gaan rijden.

Wegtemperatuur

De kaart laat meer zien dan alleen strooiwagens. Op veel plekken vind je ook de actuele wegdektemperatuur. Die metingen komen van 330 meetpunten verspreid over het hele land. Dat is relevant, omdat het asfalt vaak al onder nul kan zijn terwijl de buitentemperatuur dat nog niet is. Gaat het sneeuwen of regenen op wegdek dat al beneden nul is, dan neemt de kans op gladheid toe. Is de temperatuur nu nog boven het vriespunt? Kijk dan zeker even vlak voordat je vertrekt. Vanaf een uur of drie 's middags daalt de temperatuur namelijk meestal. En een wegdek dat nu net boven nul is, kan dan ineens zomaar weer kouder zijn. Als het dan gaat regenen, moet je echt uitkijken.

©Rijkswaterstaat

Dinsdag 3 februari, 14:30 uur: in het noordoosten van Groningen duikt de temperatuur van het wegdek al onder het vriespunt.

Neerslag

Links op de kaart zie je ook nog een icoontje van een regenwolk met een zonnetje erachter. Klik je daar op, dan krijg je actuele beelden te zien van de neerslagradar van het KNMI. Je ziet niet alleen waar de neerslag valt, maar ook of er veel of weinig valt. Dit neerslagbeeld wordt elke vijf minuten opnieuw samengesteld.

De weg op? Doe het veilig!

Door voor vertrek de strooikaart te checken, vergroot je de veiligheid onderweg. Of, anders gezegd, je verkleint het risico. Wat je zelf nog kunt doen? Controleer de bandenspanning. Bij kou daalt de luchtdruk, niet alleen buiten maar ook in je banden, wat invloed heeft op de grip. Kijk daarnaast of je voldoende ruitensproeiervloeistof hebt en of die bestand is tegen vorst; daar bestaan verschillende gradaties in. Leg voor de zekerheid ook een zaklamp en een warme deken in de auto. Een powerbank is eveneens handig. Mocht je vast komen te staan, dan blijf je in ieder geval warm en heb je genoeg stroom om je smartphone een paar uur te gebruiken.