Ik dacht eigenlijk dat het niet beter kon worden dan Star Wars Zero Company. Die tactische Clone Wars-simulator is immers precies de game waar ik altijd van droomde. Galactic Racer, de debuutgame van ontwikkelaar Fuse Games, stond beduidend lager op het hypelijstje. Puur omdat ik niet zo van het racen ben. Er zit geen competitief bot in mijn lijf, en karretjes rondrijden - zonder dat daar gekleurde Koopa-schilden aan te pas komen - doet me weinig.
Dooie Bool
Dat veranderde echter al heel snel toen ik face-to-face kwam met Kestar Bool: de grootste kwakzalver in de Galaxy Far, Far Away - waar ook figuren als General Hux en Jar Jar Binks rondlopen - kun je nagaan. Per ongeluk bots ik tijdens de introductierace tegen zijn speeder, en uiteraard zijn de rapen gaar. Nooit had ik gedacht dat een Star Wars-verhaal de “weet je wel wie mijn vader is?!”-kaart zou spelen, maar prima Kestar. Bij deze heb je er een rivaal bij.
Het personage dat ik onder de knoppen heb, Shade genaamd, heeft al een afkeer tegen de Bool-familie. De rijke familie zit Shade al een tijdje in de weg, maar dat is praktisch worldbuilding. Het échte verhaal begint wanneer je de eerste krassen aan Kestars speeder aanbrengt.
Nu kan ik allemaal dingen gaan vertellen over hoe goed de handling van de verschillende speeders en podracers in het spel is. Hoe weergaloos prachtig de zoutplaneet Crait is om op te racen, met het rode poeder dat een racespoor van jewelste achterlaat. Of over hoe briljant ontwikkelaar Fuse Games wel niet is, in hun keuze om van Galactic Racer een roguelike-spel te maken.
Dat zijn allemaal aspecten die dit spel naar een sterrenstatus tillen, zeker op het gebied van Star Wars-games, maar er is een ander gevoel waar ik voornamelijk mee wegloop. Het is onwerkelijk hoe deze game zo dicht bij de kern van Star Wars komt. In het specifiek de kern die al voor de franchise zelf bestond.
Een tijd voor de sterrenoorlog
Om te duiden wat ik daarmee bedoel, moeten we kijken naar George Lucas: de geestelijk vader van dit geliefde sci-fi-epos. De beste man zal zo lang als hij leeft geassocieerd worden met Star Wars, maar voordat zijn leven over werd genomen door lichtzwaarden en Wookiees, en überhaupt voordat hij aan een carrière in de filmwereld begon, had Lucas een geheel andere passie: racen. En zonder die liefde voor snelle wagens en de roem die daarbij komt kijken, zou Star Wars waarschijnlijk ook niet bestaan.
Lucas groeide op met de ambitie om professioneel racer te worden, maar werd van die gedachte afgebracht nadat een heftig ongeluk hem bijna fataal werd. Tijdens een willekeurige autorit ramde een andere coureur tegen Lucas aan. Zijn auto ging meerdere keren over de kop, waarna de gordel van Lucas brak en hij de auto uitvloog. Ironisch genoeg was dat waarschijnlijk juist wat zijn leven redde: als hij in de auto was gebleven zou hij vermorzeld zijn. Desalniettemin was het ongeluk voor George Lucas reden om toch eens iets anders te proberen. Dan maar films maken, een andere interesse van de jongeman.
De film die Lucas aanvankelijk écht op de kaart zette was American Graffiti, in 1973. Vier jaar voordat Star Wars in première ging maakte de regisseur deze film over verschillende jongeren in het Amerikaanse dorpje Modesto. Hetzelfde dorp waar hij zelf op is gegroeid, nu met personages die George Lucas in verschillende fases van zijn leven representeren. Logischerwijs staan auto’s ook centraal in dit verhaal. Lucas was zijn ambitie voor het besturen de vierwielers wel verloren, maar de passie bleef.
Sneller, intenser
American Graffiti bleek een van de meest lucratieve films ooit gemaakt te zijn. Tegenover het budget van niet eens 800.000 dollar stond een opbrengst van 140 miljoen dukaten - toentertijd een megahit. Lucas werd ineens één van de grootste namen in de filmwereld, en kon het gewicht van dat succes in de strijd gooien om een sciencefictionproject uit te werken waar hij al een tijdje mee speelde.
Snelheid bleef een fundamenteel onderdeel van Lucas’ werk. De productie van de eerste Star Wars-film was geen makkelijke operatie, en de regisseur maakte het ook niet simpeler voor de acteurs. Volgens wijlen Carrie Fisher - die Princess Leia speelde - bestonden Lucas’ aanwijzingen voornamelijk uit de woorden: “faster, more intense”.
In 1999 mondde het succes van de franchise uit tot de eerste vertoning van 'podracing' in de Star Wars-franchise tijdens Episode 1, en 27 jaar later heb ik beef met een rijke kwakzalver, de hilarisch pratende Biddy Blas, maar niet met Ben Quadinaros. Ben is namelijk de meest perfecte racer die ik ooit heb mogen aanschouwen.
Het zijn die personages die je tussen de races door tegenkomt en aanhoort, die van de competitie een persoonlijk verhaal maken. De rivaliteit, het gevoel van avontuur en de spanning van de razendsnelle races: het emuleert eigenlijk voornamelijk American Graffiti en de racingscene waar George Lucas in opgroeide, met het likje podrace-verf dat hij in 1999 in Star Wars introduceerde.
Om nog even terug te komen op de briljante keuze om van Galactic Racer een roguelike te maken: deze ontwerpkeuze betrekt je als speler meer dan ooit bij de keuzes die winst of verlies kunnen betekenen, niet alleen tijdens maar ook buiten de races. De conflicten met andere racers voelen persoonlijker dan ooit, en raken het competitieve bot waarvan ik niet eens wist dat ik die had.
Hoe passend is het dan ook, dat mijn avontuur met Shade, Kestar Bool en Biddy Blas op dezelfde manier is begonnen als het avontuur dat George Lucas naar Star Wars bracht? Het kwam allemaal door een botsing.
Star Wars: Galactic Racer is nu verkrijgbaar op PS5, Xbox Series X en S en pc.

















