ID.nl logo
Huis

5big Network

Dankzij de stijlvolle behuizing van geborsteld aluminium en het grote, blauwe oog is de LaCie 5big Network een imposante verschijning. U zou bijna vergeten dat het om een nas-apparaat gaat...

De 5big Network is wel degelijk een nas-apparaat, maar dan wel een met maar liefst vijf drive bays, geavanceerde raid-technieken en extra uitbreidingsmogelijkheden. Het uiterlijk zal niet iedereen bevallen, maar het leidt de aandacht niet af en de 5big is ook nog eens erg stil tijdens gebruik. Dat komt vooral door de externe stroomadapter en de ultrastille ventilator; u kunt de 5big makkelijk in een open kantoor zetten, zonder u druk te maken over het geluid. De 5big Network is ook nog eens een energiezuinig apparaat. De standaard ingestelde auto-modus op de driewegs stroomschakelaar zet het nas-apparaat in standby wanneer hij niet gebruikt wordt.

Zoals de naam impliceert, biedt de 5big Network vijf storage bays (aan de achterzijde van het apparaat) die gevuld kunnen worden met normale sata-schijven. De uitvoering die wij testen is voorzien van vijf 1TB-schijven van Hitachi, waardoor de totale capaciteit op 5 TB uitkomt. Er zijn kleinere (2,5 TB) en grotere (7,5 TB) modellen verkrijgbaar.

De beschikbare capaciteit hangt af van het raid-level dat u kiest. In de standaardstand maakt de 5big gebruik van raid-5, wat inhoudt dat de gegevens over alle schijven wordt verdeeld met extra pariteitsgegevens. Valt een van de schijven uit, dan blijft de 5big gewoon doorwerken. De vrije capaciteit in raid-5 is 80 procent, wat zakt tot 60 procent wanneer we voor raid-6 kiezen. Deze stand slaat extra herstelinformatie op de schijven op, waardoor het raid-array ook blijft werken als twee schijven tegelijkertijd uitvallen. De capaciteit neemt verder af als u een schijf aanwijst als hot spare, maar de 5big Network ondersteunt ook eenvoudige disk mirroring (raid-1) of jbod.

De schijven worden in speciale hot-swap-behuizingen geplaatst. Ze zijn wat lastig open te krijgen, maar het zou niet nodig moeten zijn de schijven vaak te vervangen. Onder de drive bays zien we de aansluitingen terug. Er is een enkele gigabitaansluiting om de 5big in het netwerk op te nemen. Daarnaast bevinden zich een usb- en drie esata-connectors, die allen gebruikt kunnen worden om de schijfcapaciteit verder uit te breiden, backups te maken of gegevens te importeren.

De 5big is eenvoudig te installeren. Een meegeleverde tool zoekt het apparaat in het netwerk op, het verdere beheer verloopt via een browservenster. De gebruikersinterface is saai maar doeltreffend, met eenvoudige menu's die u gebruikers en gebruikersgroepen laat definiëren, shares laat instellen en backups laat plannen. Ook is het raid-level aan te passen, maar dit klusje kan enige tijd duren (tot 30 uur in het meest ongunstige geval). Hierbij verliest u uiteraard de gegevens op het array, dus het loont om vantevoren na te denken over het beste raid-level voor uw gebruikersscenario.

Een grote teleurstelling is het gebrek aan extra's, zoals we die vaak bij de concurrentie terugzien. Er is geen ingebouwde webserver, databaseserver of streaming media server. Wel worden de meest voorkomende bestandsprotocollen ondersteund, zodat de nas-schijf onder Windows, Linux en Mac kan worden gebruikt. Active Directory-integratie is ook mogelijk, net als het delen van bestanden via https en ftp. Vreemd genoeg is er ook een ingebouwde bittorrent-server aanwezig.

PluspuntenMinpuntenConclusie

  • vijf schijven

  • raid-ondersteuning met optionele hot-swap

  • usb- en esata-uitbreiding

  • stil

  • geïntegreerde backup

  • weinig features ten opzichte van concurrentie

  • langzame opbouw raid-array

De LaCie 5big Network is een uiterst degelijke nas. Het apparaat is eenvoudig in het gebruik, maar zeker niet goedkoop en er zijn alternatieven die voor hetzelfde geld meer mogelijkheden bieden.

Oké
▼ Volgende artikel
Column: Overwatch 2 heeft juist nu een PvE-modus nodig
© Blizzard
Huis

Column: Overwatch 2 heeft juist nu een PvE-modus nodig

Liveservicegames en hero shooters waren in 2016 niet per se nieuw. Destiny ging al twee jaar hard, en hoewel nieuwkomer Overwatch erg goed ontvangen werd, trokken sommigen al snel vergelijkingen met Valve’s inmiddels oude Team Fortress 2. Toch wist de hero shooter van Blizzard een Game of the Year Award voor de neus van onder andere Uncharted 4: A Thief’s End weg te grissen. Het was een glorieus begin van een moeizaam traject.

In de afgelopen tien jaar onderging Overwatch grote veranderingen. Na een groot succes met ruim 50 miljoen totale spelers in de eerste drie jaar kondigde Blizzard in 2019 aan dat er een vervolg zou komen, dat ‘naast het originele Overwatch’ moest bestaan en uitgebreid werd met Player-versus-Environment-content. De 6-tegen-6 Player-versus-Player-gameplay waar Overwatch om bekendstaat, zou blijven bestaan en voorzien worden van dezelfde content in de twee games. Ook zou Overwatch 2 een exclusieve PvE-modus met een verhaallijn en skill-trees krijgen, waarmee ieder personage op zowel grote als subtiele wijze aangepast kon worden.

©Blizzard

Nee, toch niet

Wie Overwatch 2 sinds de early access-verschijning eind 2022 heeft gespeeld, weet dat daar maar bar weinig van is waargemaakt. Overwatch en Overwatch 2 werden ten eerste geen aparte titels: laatstgenoemde heeft de plaats van het origineel simpelweg ingenomen. Die verhaalmodus? Voor 15 euro kreeg je met de 1.0-release van Overwatch 2 in augustus 2023 toegang tot drie missies. Die verkochten niet goed genoeg voor Blizzard – volgens bronnen Bloomberg - waarmee de mogelijkheid van meer PvE-content direct werd begraven.

Het was toen zelfs al bekend dat de PvE-modus grotendeels geschrapt was, gezien de modus volgens regisseur Aaron Keller ‘de focus tijdens het ontwikkelproces van de game belemmerde’. Dat is geen vreemde redenering, maar PvE was wel juist datgene dat Overwatch 2… nou ja, Overwatch 2 maakte. Uiteindelijk was de lancering van de ‘nieuwe’ game vooral een grote update, met drie nieuwe personages, wat extra arena’s en een nieuwe 5v5-opzet in plaats van 6v6. Er stond nu slechts een ‘2’ achter.

©Blizzard

Een alternatieve toekomst

Recent werd aangekondigd dat Overwatch 2 het cijfer van de naam afknipt met het twintigste seizoen en dus weer gewoon Overwatch heet – we zijn dus weer terug bij af. Ik stapte zelf destijds op de Overwatch-trein door juist de belofte van PvE in het vervolg, en heb uiteindelijk pakweg 300 uren tussen beide games verdeeld. Hoewel ik naarmate de tijd vorderde wat uren in de competitieve modus stak, maakte het spelen met vrienden de ervaring écht vermakelijk.

Gezellig kletsen, schreeuwen tegen willekeurige teamgenoten en de mix van tactiek en variatie die de vele personages in Overwatch bieden: dat staat mij bij. Een PvE-modus waarin juist dat samenspel en de speelwijze van de verschillende heroes aan te passen zijn naar jouw speelstijl was een soort heilige graal, die uiteindelijk dus nooit verscheen. Dat is eeuwig zonde. De competitieve e-sportscene van Overwatch is al sinds het begin een belangrijk aspect van de game, dus ergens is het begrijpelijk dat het team dit niet uit het oog wilde verliezen.

©Blizzard

Maar juist in de laatste jaren zien we een interessante verschuiving naar PvE, of in ieder geval multiplayer-ervaringen die niet geheel om competitie draaien. Denk aan Helldivers 2 van een paar jaar terug, waarin vrienden en willekeurige spelers het opnemen tegen legioenen aan vijanden – en zelfs wereldwijd samen naar een doel werken. Of de explosie aan zogenaamde ‘friendslop’ games als Peak en Lethal Company, die geheel draaien om het samen uitvoeren van taken als een berg beklimmen of het verzamelen van schroot. Een game als Arc Raiders bevat daarbij ook PvP-elementen, maar staat ook bij omdat meerdere spelers samen kunnen komen om een gigantische robot te verslaan. Video’s waarbij spelers plots oude vrienden tegenkomen in de game tonen aan waarom PvE momenteel zó ontzettend leuk kan zijn.

De realiteit

Het is achteraf makkelijk te zeggen, maar de originele visie voor Overwatch 2 had best een prominente rol in het huidige gamelandschap kunnen bekleden. Met de aankondiging werden uitgebreide skilltrees getoond voor de verschillende personages waar Overwatch om bekendstaat.

©Blizzard

Een van Mei’s speciale vaardigheden is bijvoorbeeld het veranderen in een ijspegel, om zo health terug te verdienen en een paar seconden onverwoestbaar te zijn. Met een van de skills die getoond werd veranderde deze ijspegel in een ijsbal, waarmee ze op spectaculaire wijze door groepen vijanden kan kegelen. De PvE-modus had de potentie om een soort zandbak voor dergelijke ideeën en ingrijpende veranderingen voor het klassieke Overwatch te worden. Een speelsere mix van skills en samenwerking om juist die avonturen uit bijvoorbeeld een Helldivers 2 te nabootsen. De tactische teamgameplay had dan ook niet hoeven verdwijnen, het zou juist vet geweest zijn om met vrienden verschillende skills af te stemmen en los te laten op de robots van Null Sector.

Dat is nog zoiets: de lore en verhaallijn van Overwatch zijn ontzettend interessant, en had meer in de schijnwerpers kunnen staan met de PvE-insteek. Nog voordat ik de games überhaupt had aangeraakt, verslond ik de prachtig geanimeerde filmpjes van Blizzard en verhalen die ze voor de personages uitbrachten.

Watch on YouTube

Wat ik dan ook zie van de nieuwe update wringt met mijn gevoel. Ja, het lijkt erop dat Blizzard een inhaalslag maakt en sneller met nieuwe personages komt om de game fris te houden. Het wekt de indruk dat we weer terug zijn bij het ‘oude’ Overwatch, en dat de ontwikkelaar nog altijd een sterke hero shooter wil behouden nu concurrenten als Marvel Rivals het speelveld hebben betreden. Toch kan ik het niet laten om te fantaseren over hoe Overwatch meer had kunnen zijn dan een hero shooter.

De realiteit is dat het Overwatch-team geen goede balans wist te vinden tussen het bijhouden van de PvP- en competitieve scene van Overwatch en de ontwikkeling van de PvE. Zonde, want zeker in het huidige multiplayerklimaat, waar mensen steeds meer achterover lijken te hangen om met elkaar te spelen in plaats van tegen elkaar, had het originele Overwatch 2 perfect gepast.

▼ Volgende artikel
We geven Mario Tennis Fever weg voor de Switch 2
Huis

We geven Mario Tennis Fever weg voor de Switch 2

Samen met onze vrienden van bol geven we wekelijks een nieuwe game weg, en deze week is dat natuurlijk Mario Tennis Fever.

Fever verscheen namelijk deze week voor de Nintendo Switch 2 en is volgens onze Simon een uitstekende Mario-sportgame. Met z'n Fever Rackets - die speciale slagen vol onvoorspelbare effecten mogelijk maken - goede basisgameplay en flink wat content weet Fever boven de afgelopen delen uit te stijgen:

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Winnen

Wat moet je doen om te winnen? Ga naar de website van bol, vind de productcode in de url (bestaande uit zestien cijfers) en vul die hieronder in het invulformulier in! Vergeet ook niet je naam en emailadres in te vullen, dan sturen we je zo snel mogelijk een code om de game fysiek op bol.com te bestellen!

Werkt het formulier niet? Klik dan hier.

Watch on YouTube