ID.nl logo
Foobot - Inzicht in de luchtkwaliteit
© Reshift Digital
Huis

Foobot - Inzicht in de luchtkwaliteit

Dankzij een thermostaat weten we hoe warm het is en kunnen we de temperatuur behaaglijk houden Over de luchtkwaliteit in huis weten we vaak niets, terwijl dit voor je comfort en gezondheid wel erg belangrijk is. De Foobot moet je helpen de luchtkwaliteit in huis in de gaten te houden.

De Foobot is een luchtkwaliteitssensor met bijbehorende app en is een staande witte cilinder die 17 centimeter hoog is. De voorkant bevat een lichtstrip die afhankelijk van de luchtkwaliteit (gedeeltelijk) blauw of oranje kleurt. Hierdoor kun je ook zonder app de luchtkwaliteit aflezen. De installatie is niet heel moeilijk, maar wel enigszins apart. Je moet het apparaat op z'n kop zetten om hem te koppelen met je wifi-netwerk. Heb je de gegevens van je draadloze netwerk ingevoerd, dan kun je de Foobot weer normaal zetten en is het apparaat klaar voor gebruik. Lees ook: Domotica - Zo laat je al je apparaten samenwerken

©PXimport

De Foobot is vormgegeven als een witte cilinder.

Na installatie heeft de Foobot zo'n zes dagen nodig voordat de sensoren echt goed werken. Hoewel dit netjes in de handleiding staat, wordt dit gegeven verder niet in de app getoond. Verwarrend, want alle sensoren lijken direct iets te doen. Zo waren er in de eerste zes dagen volgens de FooBot geen fijnstofdeeltjes in mijn huis aanwezig. Toen na zes dagen de kalibratieperiode voorbij was, bleken er (uiteraard) wel degelijk fijnstofdeeltjes in mijn huis aanwezig. Frappant daarbij was dat er ook voor de voorafgaande dagen opeens fijnstofwaarden getoond werden. Dat de sensoren zes dagen nodig hebben om 'op te warmen' is niet heel erg, maar dit zou dan wel duidelijk in de app getoond moeten worden.

Foobot meet vluchtige stoffen en fijnstof

De Foobot bevat twee sensoren die de luchtkwaliteit meten. De eerste is een VOC-sensor. VOC staat voor volatile organic compounds of vluchtige organische stoffen in het Nederlands. Het zijn koolwaterstoffen die eenvoudig verdampen. De concentratie wordt gegeven in ppb, delen per miljard. Daarnaast bevat de Foobot een fijnstofsensor die PM2,5-fijnstofdeeltjes met een aerodynamische diameter kleiner dan 2,5 micrometer meet. Dergelijke deeltjes kunnen diep in de longen doordringen en zijn schadelijk voor de gezondheid.

©PXimport

De hoogte van het blauwe of oranje licht geeft de luchtkwaliteit aan.

De hoeveelheid fijnstof wordt weergegeven in µg/m3 (microgram per kubieke meter). Die waarden zeggen je waarschijnlijk niet zoveel, gelukkig geeft Foobot aan welke waarden deze metingen mogen hebben voor een uitstekende, goede, redelijke of slechte luchtkwaliteit. Naast sensoren voor vluchtige stoffen en fijnstof bevat de Foobot ook sensoren voor de temperatuur en luchtvochtigheid. Vooral de luchtvochtigheid heeft invloed op de luchtkwaliteit, een te hoge luchtvochtigheid kan immers leiden tot schimmelvorming.

Foobot meet geen CO2 en CO

Naast de aanwezigheid van vluchtige organische stoffen wordt in de app ook de aanwezigheid van CO2 getoond. Klik je op deze waarde, dan wordt vermeld dat de waarde is herberekend aan de hand van de vluchtige organische stoffen. De Foobot meet de aanwezigheid van CO2 dus niet, de fabrikant gaat ervan uit dat bij een bepaalde VOC-waarde waarschijnlijk ook een bepaalde CO2-waarde hoort. We hebben nagevraagd waarom Foobot dit doet en het antwoord is dat CO2 sterk gekoppeld is aan menselijke aanwezigheid.

©PXimport

In de app zie je snel hoe het met de luchtkwaliteit gesteld is.

Daarnaast gebruiken veel ventilatiesystemen al sturing op basis van de CO2-concentratie. Zo leg je sneller de relatie tussen veel mensen en beter ventileren. Op de verpakking wordt ook het gevaarlijke CO genoemd. Helaas doet de Foobot eigenlijk niets met CO. Het is simpelweg één van de gassen waar de VOC-sensor gevoelig voor is. Eventueel CO wordt dus weergegeven als onderdeel van de totale VOC-waarde. Een beetje jammer, want CO wordt hoewel met twee sterretjes wel los op de verpakking genoemd. Foobot heeft ons laten weten dat ze aan het testen zijn met een losse CO-sensor voor een eventuele nieuwe versie.

©PXimport

In de app kun je de historie voor de diverse waarden terugzien.

Snel inzicht in de luchtkwaliteit

Op basis van de sensoren bepaalt de Foobot de luchtkwaliteit die wordt uitgedrukt op een schaal van 0 tot 100 waarbij een lagere waarde voor een betere luchtkwaliteit staat. Is de luchtkwaliteit uitstekend of goed, dan zal de app blauw zijn. Is je luchtkwaliteit matig of slecht, dan is de app oranje. Verder bevat het apparaat zelf een lichtstrip die eveneens blauw of oranje kleurt. De lichtstrip is daarbij verdeelt in drie gedeelten: volledig, twee derde en één derde. Gecombineerd met de twee kleuren kunnen er hierdoor zes luchtkwaliteitsniveaus weergegeven worden: van volledig blauw (uitstekend) tot volledig oranje (slecht). Je kunt de helderheid van de verlichting overigens aanpassen of op bepaalde tijdstippen uitschakelen. Prettig, want standaard is de verlichting naar mijn smaak veel te fel. Je kunt in de app ook de historie terugkijken, zowel voor de algehele luchtkwaliteit als de afzonderlijke waarden. De data in de Foobot is niet helemaal realtime, normaal wordt de app iedere vijf minuten bijgewerkt. Door twee keer te kloppen op de bovenkant, wordt de informatie in de app in realtime bijgewerkt.

Koppeling met IFTTT

De Foobot kan gekoppeld worden met IFTTT en zou dan bijvoorbeeld gekoppeld kunnen worden met een ventilatiesysteem. Je kunt ook iets als een Hue-lamp rood laten branden als de luchtkwaliteit te slecht wordt zodat je ook in andere ruimten visuele feedback hebt. Het nut is misschien wat beperkt, want wie heeft er een aan IFTTT gekoppeld ventilatiesysteem? Maar het is in ieder geval prettig als een slim apparaat te koppelen is aan andere apparatuur. Wat op zich wel grappig is, is dat de klopsensor in de Foobot waarmee normaal recente data naar de app wordt gestuurd ook te koppelen is aan een actie. Zo kon ik door op de Foobot te kloppen de Hue-verlichting inschakelen. Naast IFTTT is er voor ontwikkelaars ook een API beschikbaar.

©PXimport

Via IFTTT kun je de Foobot koppelen met andere slimme apparaten.

Conclusie

De Foobot helpt je herinneren om een raampje open te zetten of de luchtverversingsinstallatie hoger te zetten als de luchtkwaliteit ongemerkt minder wordt. Ook zonder de app te raadplegen kun je aan de hand van de verlichting op het apparaat zien hoe het met de luchtkwaliteit gesteld is. Het is op zich best handig om een indicatie te hebben van de luchtkwaliteit, maar of dat 200 euro waard is? De Foobot zou voor mij in ieder geval meer meerwaarde hebben als het gevaarlijke koolstofmonoxide (CO) gemeten en getoond zou worden. Vooral in een slaapkamer zou je daar in combinatie met een alarm echt iets aan hebben. Al met al is de Foobot best een interessant product, maar vind ik hem best duur voor een luchtkwaliteitsmeter zonder specifieke ondersteuning voor CO en CO2.

Goed
Conclusie

Foobot ------ **Prijs** € 199,- **Sensoren** VOC, fijnstof, luchtvochtigheid, temperatuur **Draadloos** 802.11b/g/n **App** iOS en Android **Afmetingen** 17,2 x 7,2 cm **Gewicht** 475 gram **Website** [foobot.io](http://foobot.io/)

Plus- en minpunten
  • Simpel ontwerp
  • Indicatie luchtkwaliteit met verlichting
  • Koppeling met IFTTT
  • Overzichtelijke app
  • Geen weergave CO
  • Weergave CO2 herberekend
  • Prijs
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.