ID.nl logo
F-Secure Sense - Steunpilaar voor een veilig thuisnetwerk
© Reshift Digital
Huis

F-Secure Sense - Steunpilaar voor een veilig thuisnetwerk

Veel antivirusfabrikanten zien in je router een centraal punt voor de beveiliging van je thuisnetwerk. Veel beveiligers werken samen met andere routerfabrikanten, maar de F-Secure Sense van het Finse beveiligingsbedrijf F-Secure levert een eigen router, die ervoor zorgt dat al het netwerkverkeer van je verbonden thuisnetwerkapparatuur gemonitord wordt op verkeerd of verdacht gedrag. Is het een aanvulling van je thuisnetwerk, of geldklopperij?

Het idee van de F-Secure Sense is dat alle verbonden apparaten gemonitord worden op verdacht gedrag, en daar waar nodig geblokkeerd. Op deze manier kan er invloed uitgeoefend worden op domotica- en iOT (Internet of Things)-apparatuur, zoals slimme thermostaten, verlichting, smart-tv’s en meer, in de nabije toekomst véél meer. Nadeel van deze apparatuur is dat je hier zelf geen invloed op kan uitoefenen. Dat geldt ook voor beveiligers. Terwijl ze een interessant en vatbaar doelwit zijn voor cybercriminelen. Vaak is deze apparatuur makkelijk binnen te dringen – en altijd benaderbaar via internet. Zo maakte vorig jaar veel iOT-apparaten deel uit van Mirai, het grootste botnet ooit. Ook is het theoretisch mogelijk om deze apparatuur te besmetten met ransomware. De enige manier die overblijft om jezelf te kunnen beveiligen is invloed uitoefenen op het netwerk- en internetverkeer dat deze apparatuur genereert.

Natuurlijk biedt zo’n router ook een extra beveiligingslaag voor je apparaten waarbij je de beveiliging wél zelf in de hand hebt, zoals smartphones, tablets en pc’s. Niet alleen om schadelijk netwerkverkeer te blokkeren dat achter je rug om plaatsvindt. Maar ook het blokkeren van schadelijke sites, zoals phisingsites of malware-aanbieders. Het is echter geen vervanging van antivirus op je pc. Deze zal je nodig blijven houden om daadwerkelijke besmetting te voorkomen, bijvoorbeeld tegen besmetting van malware via een usb-stick. F-Secure levert antivirus voor de pc gelukkig mee met de Sense-router, maar daar kom ik zo op terug.

De F-Secure Sense vervangt niet de router in je meterkast, maar wordt verbonden met de router die je al hebt staan

-

Centraal verbindingspunt

De F-Secure Sense vervangt niet de router in je meterkast, maar wordt verbonden met de router die je al hebt staan. Hierdoor is het apparaat meer een accesspoint dan een router. Al je apparatuur in huis verbind je vervolgens met de Sense-router, aan het wifi-netwerk dat uitgezonden wordt of via een van de drie ethernetpoorten aan de achterkant van de Sense.

De verbinding die je maakt tussen je router en de F-Secure Sense kan bekabeld of draadloos. Bekabeld heeft natuurlijk de voorkeur, omdat je op die manier zo min mogelijk snelheidsverlies hebt. Doe je dit draadloos, dan ben je natuurlijk een stuk flexibeler voor de positionering voor de Sense. Het apparaat van F-Secure is dan ook zo ontworpen dat het prima in (veel) huiskamers past. Bovendien zit er een digitaal klokje in, wel zo praktisch. Een draadloze koppeling tussen Sense en de router zorgt echter wel voor een bottleneck. De doorvoersnelheid ligt draadloos natuurlijk een stuk lager en dat zal je merken wanneer je meerdere apparaten gekoppeld hebt.

De router maakt gelukkig wel gebruik van een duale band (2,4 GHz en 5 GHz). De F-Secure Sense gebruikt AC1750, wat niet echt de nieuwste techniek is en niet de hoogste internetsnelheden behaalt via beide bandbreedtes.

©PXimport

Installatie

De installatie van de F-Secure Sense gaat niet zoals je gewend bent via een webinterface, maar via een Android- of iOS-applicatie. Je kunt dus niet je pc of laptop gebruiken voor zowel de installatie als het monitoren van de Sense.

Via de (Engelstalige) app stel je de Sense-router eenvoudig en veilig in. Optioneel wijzig je hierbij ook de netwerknaam (SSID) en het wachtwoord, dat standaard wel veilig en willekeurig gegenereerd is. Maar niet echt makkelijk te onthouden. Vervolgens kun je verbinden met het nieuwe draadloze netwerk of sluit je de kabels van andere apparatuur aan voor een stabielere verbinding. Het is dus wel de bedoeling dat je alle apparatuur in huis laat verbinden met Sense om ze door F-Secure te laten beveiligen. Je oude draadloze netwerk wordt dus alleen nog maar gebruikt voor de draadloze verbinding tussen je router en de F-Secure Sense - als je deze niet bekabeld met elkaar hebt verbonden natuurlijk.

©PXimport

In praktijk

Wanneer je ervoor kiest de Sense draadloos aan te sluiten op je netwerk heeft dat serieuze gevolgen voor de snelheid. In mijn netwerk haal ik op mijn AVM-router met VDSL-verbinding bijna 50 Mbps downloadsnelheid en 10 Mbps upload. Zodra ik verbond met de Sense-router was dit nog maar 20 om 10. Dan lever je dus serieus in. Maar dat is niet heel vreemd. Vreemder was echter wel dat ik dezelfde lage snelheden behaalde toen ik de Sense-router bekabeld verbond met de router in de meterkast. De bottleneck zit dus in het draadloze netwerk dat de Sense uitzendt, want wanneer ik m’n laptop via ethernet verbond met de F-Secure Sense die op zijn beurt weer bekabeld verbonden was met de router haalde ik wel weer de maximale downloadsnelheid van 50Mbps.

Dit houdt dus eveneens in dat als je geen gebruikmaakt van de ethernetpoorten op de Sense, het ook geen nut heeft om de router via een kabel te verbinden met de router van F-Secure.

De lagere snelheden zullen ook alleen maar negatief benadeeld worden door het aantal draadloze apparaten in de buurt, je woning en de straling van draadloze apparaten in de buurt. Denk bijvoorbeeld aan de routers van de buren als je in een flat woont. Qua bereik merkte ik overigens geen verschil tussen mijn eigen AC-router en de Sense.

©PXimport

©PXimport

Veiligheid

Natuurlijk is niet de netwerksnelheid waar je de Sense primair voor koopt, maar de veiligheid. Het concept is niet helemaal nieuw. Sitecom bouwde enkele jaren geleden al ‘Cloud Security’ in z’n router, dat nagaat of aangesloten apparatuur geen verdacht netwerkverkeer veroorzaken. Succes heeft Sitecom er trouwens niet mee gehad. Naast F-Secure zijn bijvoorbeeld ook Bitdefender, McAfee en Norton bezig met beveiliging op netwerkniveau. Met eigen routers of routers van anderen.

De F-Secure Sense doet in feite hetzelfde. Het netwerkverkeer wordt gecontroleerd, zodat je op de hoogte wordt gehouden als bijvoorbeeld je slimme thermostaat heel veel verkeer genereert naar eigenaardige eindbestemmingen, of gecontacteerd door onbetrouwbare afzenders. De router blokkeert deze verbindingen natuurlijk. Maar ook worden besmette bestanden en onbetrouwbare sites (zoals phisingsites) geblokkeerd op bijvoorbeeld je verbonden pc’s, laptops en andere mobiele apparaten.

In de app kun je overzichtelijk zien welke apparaten verbonden zijn en welke er problemen veroorzaken. Wanneer iets niet in de haak is zie je dat overigens ook aan een lampje aan de router. Je kunt eveneens aangeven of je reclametrackers wilt blokkeren, het netwerk verborgen maken en port forwarding configureren. Ik miste echter wel een beetje de mogelijkheid om een gastnetwerk op te zetten, zodat anderen niet zomaar overal bij kunnen als ze verbonden zijn met je netwerk.

Deze extra beveiligingslaag in je netwerk kan natuurlijk nooit kwaad. Toch geeft het me een dubbel gevoel, een soort symptoombestrijding.

-

Symptoombestrijding

Deze extra beveiligingslaag in je netwerk kan natuurlijk nooit kwaad. Toch geeft het me een dubbel gevoel, een soort symptoombestrijding. Want als andere fabrikanten beveiliging van hun domotica- en iOT-apparatuur serieus zouden nemen, zou zo’n Sense helemaal niet nodig zijn. Maar niet alleen wordt deze beveiliging niet serieus genomen, ook hebben zowel consument als beveiligingsbedrijf geen mogelijkheden om te grijpen op het apparaat zelf. Zou bijvoorbeeld je smart-tv besmet zijn met malware of in een botnet zijn opgenomen? Dan ben je afhankelijk van de tv-fabrikant om de boel weer schoon te krijgen. Jij of het securitybedrijf kunnen alleen het netwerkverkeer dat het genereert blokkeren om de malware enigszins te neutraliseren.

©PXimport

Prijskaartje

Voor deze veiligheid moet echter wel betaald worden. De F-Secure Sense kost zo’n 200 euro in de winkel. Inbegrepen zit een jaar beveiliging van het Finse securitybedrijf, voor zowel de router als een licentie op de Internet Security software, waarbij je voor 60 euro per jaar drie apparaten beveiligt.

Voor Windows is deze Internet Security-software nog altijd noodzakelijk. Je smartphone en tablet zadel je liever niet op met overbodige antivirus-apps, zoals die van F-Secure, welke ook te gebruiken zijn dankzij de bijgeleverde Internet Security. Voor deze apparaten is een VPNechter essentieel. Flauw is dat F-Secure’s Freedome een uitstekende VPN-oplossing is voor iOS, Android én Windows. Maar Freedome zit niet inbegrepen, waardoor je met F-Secure Sense niet in een klap klaar bent voor optimale beveiliging. Navraag leerde me wel dat F-Secure overweegt Freedome toe te voegen, maar bevestigd kreeg ik dat helaas niet.

Wanneer je beveiliging verloopt kun je deze voor 10 euro per maand verlengen. Nog steeds inclusief de Internet Security. Dat is niet goedkoop. Wanneer je niet verlengt hou je aan de Sense alleen nog maar een accesspoint over, die je kunt gebruiken om bijvoorbeeld op moeilijk bereikbare plekken in huis toch nog wifi-verbinding te hebben. Maar wel ten koste van de snelheid, die ik eerder beschreef. Dat is wel iets om rekening mee te houden, net als het feit dat je natuurlijk niet kunt overstappen op een andere antivirusaanbieder, zoals dat je dat op de pc natuurlijk wel kunt.

Conclusie

Zolang beveiliging van verbonden apparatuur zoals domotica- en iOT-apparaten niet serieus wordt genomen, bevinden we ons op een pad waarbij netwerkbeveiliging zoals bij F-Secure Sense straks onmisbaar is. Vandaag de dag al biedt het een beetje extra veiligheid die absoluut geen kwaad kan. Maar toch blijft het bij mij voelen als symptoombestrijding omdat andere fabrikanten te laks zijn met de beveiliging van hun gadgets. In het kader van ‘baadt het niet, dan schaadt het niet’ had ik de Sense ook prima in m’n huiskamer geplaatst. Maar omdat er zo vreselijk ingeboet wordt op netwerksnelheid, is dat mij persoonlijk niet waard. Het is ook voor jou om af te wegen of deze snelheidsprijs het je de extra veiligheid waard is.

Oké
Conclusie

**Prijs** € 199,- (plus € 9,90 per maand na een jaar) **Processor** 1 GHz dualcore **Geheugen** 512MB DDR3 **Poorten** 4x ethernet (1000 Mbps), 1x USB 3.0 **Draadloos** 802.11a/b/g/n/ac (ac1750, 2,4 en 5 GHZ), bluetooth 4.0 **OS** Android, iOS **Website** [www.f-secure.com](https://www.f-secure.com/nl_NL/web/home_nl/sense)

Plus- en minpunten
  • Extra beveiligingslaag
  • Kan bedraad of draadloos gebruikt worden
  • Inclusief Internet Security-software
  • Eenvoudige installatie en configuratie
  • Geen VPN
  • Snelheidsverlies
  • Kan geen malware verwijderen
  • Kosten
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.