ID.nl logo
Met de monorail naar het werk: Geen file, beste uitzicht
© Reshift Digital
Huis

Met de monorail naar het werk: Geen file, beste uitzicht

Monorails werden lang gezien als curiositeiten die vooral leuk waren voor pretparken. Maar tegenwoordig zijn ze in opkomst als vervoersoplossing voor megasteden. Je hoeft er namelijk geen dure tunnels voor te boren, en ze bieden de reizigers het beste uitzicht op stad en land. Ook voor Nederland lijken ze geschikt.

De ernstigste logistieke fout die de mensheid ooit gemaakt heeft, heet de slaapstad. Tot aan de Tweede Wereldoorlog woonden mensen vlak bij hun werk. De schoenmaker woonde achter zijn werkplaats. De arbeider woonde in een rijtjeshuis naast de fabriek. Hooguit een enkele boekhouder nam de tram naar kantoor. Na de oorlog werd alles anders. Vanaf de jaren 60 kon iedereen zich een personenwagen veroorloven. Dat betekende dat de meeste gezinnen hun krappe stadsetages omruilden voor huizen met tuinen, gelegen op tamelijk grote afstand van de werkplek.

‘Suburbia’ werd de norm – eerst in Amerika en daarna in de rest van de geïndustrialiseerde wereld. De gevolgen zijn navenant. Elke ochtend voegen over de hele wereld talloos veel forenzen zo’n 1.000 kilo staal aan zichzelf toe om zich over tientallen kilometers aardolieresidu richting een bedrijfspand te bewegen. Elke avond herhalen deze karavanen zich in tegenovergestelde richting. En op zaterdagen vindt er een alternatieve massa-expeditie naar de winkelcentra plaats.

Het is al lang duidelijk dat deze situatie niet houdbaar is. De maatschappelijke schade van woon-werkverkeer is te groot. Mensen zouden gewoon weer thuis – of dicht bij huis – moeten werken. Maar ondanks de coronacrisis, tijdens welke de papierverschuivende beroepsgroepen hun bolides konden laten staan, lijkt een terugkeer naar de vooroorlogse situatie onrealistisch. Je kunt immers moeilijk als een omgekeerde Rode Khmer alle slaapsteden afbreken om de mensen weer terug de steden in te jagen. Daarom peinzen over de hele wereld beleidsmakers over beter openbaar vervoer.

Het inpassen van nieuwe vervoerssystemen in bestaande bebouwing is echter niet gemakkelijk. Om stadsdeel Noord te verbinden met de rest van de stad, boorde Amsterdam een metrotunnel in slappe grond vol heipalen waarop eeuwenoude gebouwen rusten. De schade bleef gelukkig beperkt, maar de kostenoverschrijdingen waren even indrukwekkend als de vertragingen.

In tal van andere steden in de wereld zijn de ervaringen vergelijkbaar. Het boren van metrotunnels blijkt telkens weer een hachelijke, peperdure en zeer tijdrovende onderneming. Maar er bestaat nog een andere plek waar bestaande bebouwing en infrastructuur kan worden gemeden: de lucht. Steeds meer wereldsteden kiezen daarom voor een vervoersconcept dat tot voor kort door velen als een veredelde kermisattractie werd beschouwd: de monorail.

Drie soorten

©PXimport

Dé monorail bestaat niet. Er zijn drie varianten. De meest klassieke daarvan is de ‘Schwebebahn’ of zweefbaan (zie boven), waarbij de trein onder een stalen balk hangt. In 1901 opende de Duitse stad Wuppertal een zweefbaan die nog altijd in bedrijf is. Het systeem vormde het antwoord op het probleem dat er in het nauwe dal waar de stad gelegen is geen ruimte bestond voor een traditionele tramverbinding. De Schwebebahn kon echter over de rivier de Wupper worden gehangen (zie foto). Over de esthetische kwaliteit van deze oplossing valt te twisten, maar slim was het wel. En veilig. Het enige ongeluk vond plaats in 1999 en kostte vijf mensen het leven.

Moderner dan de zweefbaan is de monorail die zich over een betonnen balk beweegt, waarbij de trein zich met rubberwielen om de balk klemt en dus onmogelijk kan ontsporen.

De laatste incarnatie is de magneetmonorail, waarbij de wielen zijn vervangen door krachtige magneten die de trein een stukje boven de baan doen zweven. In Beijing is inmiddels zo’n lijn geopend. Dat China voorop loopt, mag geen verbazing wekken. De steden zijn er monsterlijk groot, en de lucht is er vuiler dan waar ook ter wereld. Het land heeft er dus veel baat bij mensen de auto uit te krijgen. Overigens ontwikkelt de Chinese vervoersgigant CRRC eveneens een moderne variant op de zweefbaan.

Overal ter wereld

Maar andere landen staan ook niet stil. Zo heeft het Canadese bedrijf Bombardier de Innovia 300 in de aanbieding. Dit is een monorail van het rubberen wielen-type die centraal – dus zonder machinist – bestuurd wordt. Volgens de fabrikant is een van de grootste voordelen van de Innovia 300 dat de infrastructuur ervan snel te bouwen is: palen in de grond, betonnen balk erop en klaar is Kees. Bovendien valt de prijs ervan in het niet in vergelijking met een ondergrondse. De Innovia 300 is inmiddels te bewonderen en te bereizen in de Braziliaanse stad São Paulo (zie foto).

©PXimport

Het systeem is verder in aanbouw in Riyad, Bangkok en de Chinese stad Wuhu. Dat laatste project betreft een samenwerkingsverband tussen Bombardier en CRRC.

Het is duidelijk dat vooral supersteden interesse vertonen in monorails. Nederland is er te klein voor, toch? Niet per se. In ieder geval vond de lobbygroep International Monorail Organisation (IMA) het in 2018 de moeite waard een seminar te organiseren in Utrecht. Nederlandse beleidsmakers zijn doorgaans beducht voor innovatie, maar in feite biedt Nederland een uitstekende habitat voor monorails. Akkoord, een Innovia 300 zou geen gezicht zijn in de oude binnensteden. Maar dat systeem zou bijvoorbeeld wel erg geschikt zijn om Lelystad te verbinden met IJburg.

Ondiepe meren, zoals er zo veel bestaan in Nederland, vormen geen obstakel voor monorails. Bovendien is de voetafdruk van een monorail minimaal: koeien noch recreanten hebben er last van. En in een landschap dat steeds meer vergeven raakt van windturbines, vallen de palen van een monorail ook niet erg op. Tot slot zou een monorail een mooi visitekaartje vormen. Want het staat buiten kijf dat deze vorm van openbaar vervoer het beste uitzicht biedt over het weidse Nederlandse landschap.

Tekst: Ed Croonenberg

▼ Volgende artikel
Super Mario-medley wint een Grammy
Huis

Super Mario-medley wint een Grammy

Een medley gebaseerd op soundtracks uit Super Mario-games van het Jazzorkest 8-Bit Big Band heeft afgelopen zondagnacht een Grammy gewonnen.

De medley ‘Super Mario Praise Break’ won een Grammy Award voor beste arrangement (instrumentaal of a capella). In de medley zijn nummers als Gusty Garden Galaxy uit Super Mario Galaxy en Bomb-Omb Battlefield uit Super Mario 64 te horen.

De 9-Bit Big Band is afkomstig uit New York en heeft al eens eerder een Grammy gewonnen voor gamemuziek. In 2022 won het orkest een Grammy voor het nummer Meta’s Knight’s Revenge uit de SNES-game Kirby Superstar.

View post on X

De Grammy Awards

De Grammy Awards worden al sinds 1959 georganiseerd en worden gezien als een van de belangrijkste prijzen voor muziek ter wereld. Ze worden vaak vergeleken met de Oscars, die worden uitgereikt aan films. Dit jaar won Bad Bunny de prijs van album van het jaar, en ging Billie Eilish er vandoor met een Grammy voor nummer van het jaar. Overigens won Austin Wintory een Grammy in de categorie beste gamesoundtrack voor de soundtrack van Sword of the Sea.

De Super Mario-reeks van Nintendo valt op diverse spelcomputers van het bedrijf te spelen, waaronder de Nintendo Switch 2 en Nintendo Switch. Onder de meest recente grote hoofddelen vallen Super Mario Wonder en Super Mario Odyssey.

Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.

▼ Volgende artikel
Column: De PlayStation 6 mag nog jaren op zich laten wachten
Huis

Column: De PlayStation 6 mag nog jaren op zich laten wachten

De PlayStation 6 zou wel eens pas ergens na 2028 uit kunnen komen, zo claimde een analist onlangs. Dat betekent dat we minstens acht jaar met de PlayStation 5 opgescheept zitten. Maar niet getreurd: dat is juist goed nieuws voor de gemiddelde gameliefhebber.

Dat de PlayStation 6 in ontwikkeling is bij Sony, mag voor zich spreken. Nadat een nieuwe spelcomputer is uitgekomen, beginnen consolebedrijven vaak al snel met de research voor diens opvolger. Onderzoek naar de juiste specificaties en features van consoles beslaat vaak meerdere jaren, om nog maar te zwijgen over het maken van afspraken met bedrijven die de componenten daadwerkelijk leveren, en natuurlijk het produceren ervan.

Het is dan ook waarschijnlijk dat de specificaties van de PlayStation 6 al geruime tijd vastliggen, en dat Sony intern ook een schatting heeft gemaakt voor een releaseperiode voor de langverwachte console. Misschien was het bedrijf er zelfs van overtuigd dat het de console volgend jaar uit zou kunnen brengen.

Watch on YouTube

Verlengde levenscyclus

Onlangs meldde MST Financial-analist David Gibson dat Sony nu echter overweegt om de PS6 pas ergens na 2028 te leveren. “Sony verwacht dat de levenscyclus van de PlayStation 5 wordt verlengd, en dat de PlayStation 6-release langer op zich laat wachten dan de meesten voorspellen.” Dat zou betekenen dat de PS6 misschien pas ergens in 2029 of zelfs later in de winkels ligt.

De eerdere voorspellingen van ingewijden mikten voorheen vooral op eind 2027 of in de loop van 2028, op basis van wanneer de productie oorspronkelijk zou beginnen. De PlayStation 5 kwam in het najaar van 2020 uit, dus dat zou de console al een levenscyclus van ruim zeven jaar geven voordat de opvolger op de markt komt. Dat is in principe een zeer ruime levensloop voor een spelcomputer, en een release in 2027 of 2028 zou dan ook volkomen logisch zijn.

©PXimport

Stijgende RAM-prijzen

Maar de wereld houdt geen rekening met consolereleases, en gezien de huidige ontwikkelingen is de komst van een PlayStation 6 in 2027 of 2028 helemaal niet zo logisch meer. Dat heeft voor een groot deel te maken met de prijzen van RAM (Random Access Memory), die steeds hoger oplopen. RAM is namelijk in grote getale nodig om de alsmaar populairder wordende AI-assistenten als ChatGPT en Gemini draaiende te houden.

Als gevolg daarvan wordt RAM steeds schaarser en dus duurder, en laten spelcomputers nu ook net RAM nodig hebben. In deze periode een nieuwe spelcomputer uitbrengen zou dan ook betekenen dat de prijs van de console mogelijk erg hoog komt te liggen, wat de verkoop niet bepaalt stimuleert. Een dergelijke ‘valse’ start van de levenscyclus van een spelcomputer is iets dat veel bedrijven willen vermijden.

Ook de importheffingen die de Amerikaanse president Donald Trump op producten die buiten de Verenigde Staten worden gemaakt doorvoert, zorgen voor veel onzekerheid. Eerder moesten de prijzen van diverse spelcomputers, waaronder de PlayStation 5, al stijgen om dit op te vangen. Trump is – unieke politieke ontwikkelingen buiten beschouwing gelaten – de komende jaren nog aan de macht, dus ook dat maakt het uitbrengen van een nieuwe console bepaald geen veilige onderneming. De komende jaren een console lanceren is kortom dus een gigantisch risico, dat Sony volgensgeruchten zo klein mogelijk wil houden.

Trage consolegeneratie

Sony hoopt wellicht dat de economie eind dit decennium kalmeert. Dat zou echter wel betekenen dat we nog meerdere jaren op de komst van de PlayStation 6 moeten wachten. Wat mij betreft is dat niet iets om over te treuren, maar juist goed nieuws. Het geeft ontwikkelaars namelijk de kans om echt alles uit de PlayStation 5 te halen. Een kans die ze hopelijk met beide handen aangrijpen.

Hoewel de PS5 in november van 2020 uitkwam – ruim vijf jaar geleden – heb ik nog altijd het gevoel dat deze consolegeneratie nog maar net is begonnen. De generatie kwam sowieso vrij traag op gang, omdat deze middenin de coronapandemie viel. Dat was ook voor spelontwikkelaars een ingewikkelde tijd waarin halsoverkop naar thuiswerkmogelijkheden gekeken moest worden, waardoor veel games die in ontwikkeling waren vertraging op liepen.

Sony’s eigen game-line-up is de afgelopen vijf jaar ook wat karig geweest. Dat heeft deels te maken met een focus op liveservicegames, waarbij diverse projecten die bij Sony’s meest prominente studio’s in ontwikkeling waren uiteindelijk werden geannuleerd. Denk bijvoorbeeld aan de The Last of Us-multiplayergame die na jaren productie in de prullenbak werd gegooid.

Daarbij is de ‘cross-generation’-periode van deze generatie uitzonderlijk lang. Nog altijd komen diverse games niet alleen op PlayStation 5, maar ook op PlayStation 4 uit. Nu is dat iets wat in de toekomst alleen maar vaker voor zal komen – de grenzen tussen consolegeneraties vervagen en daarmee is het ook makkelijker om de prestaties van games terug of juist op te schalen.

Toch zorgt het er ook voor dat er onder gamers een gevoel groeit dat nog lang niet het uiterste uit de PS5 is gehaald. Er is méér met dat apparaat mogelijk, vooral met de bestaande PS5 Pro in het achterhoofd. Een verlengde levenscyclus voor de console geeft ontwikkelaars de kans om een aantal schitterende spellen af te leveren in de laatste jaren van de spelcomputer – de ontwikkeltijd van games wordt immers ook steeds langer. Met toppers als Grand Theft Auto 6, The Witcher 4 en Intergalactic: The Heretic Prophet nog in het verschiet, is er meer dan genoeg potentie om het de komende jaren uit te zingen met de PS5.

Niet zonder risico’s

Natuurlijk brengt het uitstellen van een consolelancering ook risico’s met zich mee, zowel voor Sony als voor de consument. Het is namelijk helemaal niet zeker dat de wereldeconomie er eind dit decennium beter voor staat. Daarnaast zet het Sony voor een moeilijke keuze: gooit het jaren aan research voor de PS6 weg om de console eind dit decennium met moderne specificaties uit te kunnen brengen, of behoudt het simpelweg de huidige specs zodat deze op release mogelijk al deels zijn verouderd?

De eventuele keuze om de PlayStation 6 uit te stellen zal dan ook niet over één nacht ijs gaan. Het is aan de goedbetaalde mensen in topposities binnen het bedrijf om die knoop door te hakken. Maar puur vanuit mijn eigen, egoïstische liefde voor games gezien, heb ik er totaal geen moeite mee om nog een jaar of drie, vier op de PlayStation 5 te spelen. Laat maar eens zien wat die console nog kan, en blaas ons in 2029 of 2030 weg met een nieuwe consolegeneratie die écht een flinke technologische stap zet!