ID.nl logo
Duurzaam én geavanceerd
Acer Aspire Vero: het beste van beide werelden
© Reshift Digital
Huis

Duurzaam én geavanceerd Acer Aspire Vero: het beste van beide werelden

Ben je op zoek naar een nieuwe laptop én ben je je bewust van je omgeving? Acer heeft een nieuwe serie laptops uitgebracht die niet alleen technologisch geavanceerd zijn, maar tegelijkertijd zijn ontwikkeld met het oog op duurzaamheid. Het beste van beide werelden. Hoog tijd om dat eens te bekijken wat een eco-vriendelijke laptop te bieden heeft.

#brandedcontent - Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met Acer.

We beginnen met het belangrijkste kenmerk van de Aspire Vero-serie: het gebruikte materiaal voor de innovatieve laptop. De Aspire Vero-serie maakt intensief gebruik van PCR-plastic. Dat leggen we even uit. PCR is de afkorting van ‘Post-Consumer Recycled’. Deze kunststof is afkomstig van het afval dat wij wereldwijd produceren. Denk hierbij aan afval van huishoudens, maar ook aan afval dat door fabrieken en andere bedrijven wordt geproduceerd. PCR-plastic is vriendelijker voor het milieu en daarmee een stuk duurzamer dan de materialen die voorheen werden gebruikt. Het is dan ook niet zo vreemd dat steeds meer fabrikanten de voordelen van PCR-plastic inzien en het materiaal op een slimme manier in hun producten verwerken.


In de praktijk

In de praktijk betekent dit dat het Acer is gelukt om de behuizing van de Acer Aspire-serie voor 30% op te trekken uit PCR-materiaal. Denk hierbij aan de boven- en onderkant, maar ook aan de randen rondom het beeldscherm. De makers zijn zelfs nóg een stapje verder gegaan en hebben voor de fysieke toetsen van het toetsenbord zo’n 50% PCR-materiaal kunnen toepassen. Bovendien is het gebruik van (belastende) verf of lak op de behuizing achterwege gelaten. Puur natuur!

©PXimport

Doordacht

Het valt op dat de makers aan alle details hebben gedacht: zo is de verpakking van de Aspire Vero-serie opgetrokken uit 100% hergebruikt materiaal (zelfs de gebruikte inkt is op basis van soja, zodat de omgeving zo min mogelijk wordt belast). Overigens kun je die verpakking wel heel letterlijk ‘recyclen’: een deel ervan kun je gebruiken als mini-laptopstand, waarmee je de laptop nog beter op je bureau kunt plaatsen. Het zijn juist deze innovatieve details die duidelijk maken dat de makers het thema ‘recycling’ heel serieus nemen.

Slim samenspel

Acer heeft bij de Aspire Vero-serie op het gebied van duurzaamheid niet alleen gekeken naar de hardware, maar ook aandacht besteed aan optimalisatie van de software. Zo vinden we de app VeroSense™ op de laptop. Dit slimme stukje software zorgt ervoor dat de batterij zo zuinig mogelijk werkt, zodat je zo lang mogelijk met de laptop kunt werken (en hierbij zo min mogelijk kostbare energie verbruikt). Via een eenvoudige omgeving schakel je eenvoudig tussen deze ‘Eco+’-modus en andere modi, zoals de ‘Performance Mode’. Een slimme mogelijkheid, omdat er uiteraard momenten zijn dat je alle power tot je beschikking wilt hebben.

©PXimport

Onder de motorkap

Laat je niet misleiden door het eco-vriendelijke karakter van deze laptop: een blik onder de motorkap laat al snel zien dat we te maken hebben met een serieuze krachtpatser. Zo wordt de Aspire Vero-serie aangedreven door een Intel® Core-processor van de 11e generatie en zorgt de moderne Intel® Iris Xe-chipset voor het grafisch geweld. Verder is de laptop uitgerust met een USB-C en ondersteunt het moderne standaarden, waaronder het snelle draadloze WiFi 6. Uiteraard ook niet onbelangrijk: het beeldscherm. De beelden worden getoond op een 15,6-inch Full HD-scherm. Er wordt daarbij gebruik gemaakt van IPS-technologie, dat er onder meer voor zorgt dat je de beelden ook buitenshuis goed kunt zien. Handig, bijvoorbeeld tijdens een videovergadering in de volle zon in de natuur. Verder maakt de serie gebruik van het nieuwe Windows 11, zodat je zeker weet dat de hardware ten volle wordt benut. De Aspire Vero-serie is bovendien beschikbaar in verschillende uitvoeringen: zo kies je altijd de hardwareconfiguratie die het beste aansluit op je eisen.

Echte impact

Allemaal goed en wel, die eco-vriendelijke initiatieven, maar wat levert het nu écht op? Acer is begonnen met het in kaart brengen van die concrete veranderingen en mede door het in het leven roepen van Earthion levert dat nu al interessante statistieken op. Earthion is Acer’s missie om de milieu-uitdagingen van onze generatie aan te pakken door middel van innovatieve en geïntegreerde oplossingen. Zo maken vanaf 2020 alle laptops van Acer gebruik van gerecycled papier. Daarmee is nu al zo’n 8.750 kilo aan papierpulp bespaard en is het gebruik van 20 miljoen plastic tasjes flink teruggebracht. Tegelijkertijd is het gelukt zo’n vijftigduizend kilo batterijen te recyclen en deze te gebruiken voor de fabricage van nieuwe batterijen. Die cijfers tonen de daadwerkelijke impact van een duurzaam beleid.

©PXimport

Het beste van beide werelden

Je ziet het: duurzaamheid en geavanceerde technologie gaan heel goed met elkaar samen. Je haalt met de Aspire Vero-serie een technologisch geavanceerde laptop in huis, en levert tegelijkertijd een flinke bijdrage aan een duurzame omgeving. Wij weten het nu in elk geval zeker: de toekomst is groen. Meer weten over de Acer Aspire Vero? Lees meer.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.