ID.nl logo
Lager energieverbruik laptops door ATX12VO-standaard
© Reshift Digital
Huis

Lager energieverbruik laptops door ATX12VO-standaard

Het klimaat is ‘hot’, in meer dan één betekenis, en dus doen veel bedrijven er alles aan om duurzamere producten te ontwikkelen. Zo ook Intel, met de nieuwe ATX12VO-standaard. Die moet er volgens de producent namelijk vooral voor zorgen dat het energieverbruik van laptops omlaag gaat.

Wat is ATX12VO?

ATX12VO staat voor Advanced Technology eXtended 12 Volts Only en wordt sinds 2019 door Intel ontwikkeld als een efficiënter en zuiniger alternatief voor de ATX-standaard voor moederborden en voedingen, die meer dan een 25 jaar geleden het levenslicht zag.

De richtlijnen voor energieverbruik worden steeds strenger. Dat is zo in Japan, in Europa maar ook in de VS. Daar zijn de energievereisten voor allerlei apparaten, waaronder ook desktop-pc’s, in juli 2021 stevig opgeschroefd.

Ook Intel heeft begrepen dat er minder energieverbruik nodig is en is al sinds 2019 bezig met de ontwikkeling van een nieuwe versie van de ATX-standaard: ATX12VO. De fabrikant denkt hiermee een einde te kunnen maken aan een potentieel kluwen van merkgebonden oplossingen en hoopt met hun onlangs geïntroduceerde twaalfde generatie Alder Lake-cpu’s een boost te kunnen geven aan deze standaard. Wat houdt die nu precies in?

Standaardisering

Het belangrijkste verschil met de ATX12V-voedingen zoals die nu nog altijd volop worden gebruikt, is dat de voeding het moederbord alleen nog maar van 12 volt voorziet. De nieuwe voeding bevat namelijk maar één transformator die de netspanning omzet naar 12 volt, en heeft dus geen 5- en 3,3volt-rails meer. Wil een fabrikant deze spanningen alsnog aanbieden, dan moet die de nodige omvormers hiervoor zelf op het moederbord plaatsen. Dat blijkt inderdaad efficiënter, aangezien deze omvormers heel nauwkeurig afgestemd kunnen worden op de behoeftes waarin de moederbordfabrikant wil voorzien. Omvormers op het moederbord zijn trouwens geen nieuwigheid: je vindt ze bijvoorbeeld ook al op ATX-moederborden voor het RAM-geheugen (tot 1,5 volt).

Connectoren

Deze ingreep zet zich uiteraard door in het fysieke ontwerp. Zo werd de typische 24pins-connector van een klassieke ATX-voeding vervangen door een hoofdconnector met 10 pinnen, waarbij de contacten nog steeds zo zijn gemaakt dat je de stekker niet per ongeluk verkeerdom kunt aansluiten. Drie van de vijf aderparen van deze connector – één meer dan bij ATX v2.x – leveren elk tot 8 ampère, wat dus in totaal zo’n 288 watt aan vermogen opbrengt (3 × 8 ampère × 12 volt). Deze connector bevat tevens een 12VSB-lijn (stand-by) die stroom kan blijven geven als de pc is uitgeschakeld, zodat functies als Wake-on-LAN of bepaalde stand-bymodi mogelijk blijven.

Naast deze 10pins-connector tref je bij een ATX12VO-voeding ook een 6pins-connector aan die tot 288 watt kan leveren, de zogeheten EBC (Extra Board Connector). Die kan van pas komen bij moederborden die over meerdere zogeheten PEG-slots (PCI Express Graphics) beschikken.

Zoals gezegd moeten omvormers op het moederbord instaan voor het leveren van andere spanningen, zoals 5 volt. De connectoren van zo’n omvormer bevatten vier of zes pinnen, wat voldoende moet zijn voor bijvoorbeeld twee of vier SATA-schijven. De traditionele Molex-connectoren kun je dus alleen op de voeding zelf aansluiten voor 12volt-randapparatuur, zoals ventilatoren of een waterpomp.

Helaas zijn er op het moment van schrijven nog nauwelijks ATXV12O-moederborden te verkrijgen sinds het eerste consumentenmoederbord zo’n half jaar geleden werd uitgebracht (ASRock Z490 Phantom Gaming 4SR).

©PXimport

Voor- en nadelen

Uit enkele gepubliceerde praktijktests blijkt het nieuwe concept vooral bij lage belasting (idle) energiebesparend te werken. Dat heeft onder meer te maken met het elimineren van de minder efficiënte conversies voor de 5- en 3,3volt-rails. Helaas blijkt de energiebesparing een heel stuk minder bij een volledige belasting en dat zet sommigen toch aan het twijfelen.

De nieuwe standaard breekt bovendien met de jarenlange traditie van erg geleidelijke aanpassingen aan de ATX-specificatie. ATX12VO vereist namelijk niet alleen een nieuw type voedingseenheid, maar ook een aangepast, complexer en (dus) duurder moederbord. Veel (OEM-)systeembouwers blijven er dan ook van overtuigd dat ze een vergelijkbare energiebesparing kunnen krijgen met meer traditionele maar wel zeer efficiënte ATX v2.x-voedingseenheden, zoals Titanium-gecertificeerde 80 Plus-voedingen. Of wat te denken van alternatieven als de Seasonic Connect-voeding (zo’n 150 euro voor een 750watt-model). Ook deze oplossing haalt de 3,3V- en 5V-rails weg van de voedingseenheid en verplaatst het naar een smalle, externe module naast het moederbord, wat niet alleen voor overzichtelijkere kabeltoestanden zorgt, maar tegelijkertijd ook de energie-efficiëntie verhoogt.

Inmiddels zijn er ook al ATX v2.x naar ATX12V0-adapters uitgebracht (bijvoorbeeld de ATX12VO Adapter Cable van Corsair voor zo’n 20 euro) die toelaten een traditionele ATX v2.x-voedingseenheid op een ATX12VO-moederbord te gebruiken. Zo’n adapter past passief de 12V-rails aan de 10pins-connector aan en boost de 5V-VSB-rail naar 12 V. Handig, maar helaas zorgt deze oplossing juist voor een minder efficiënt energieverbruik, wat dus haaks staat op de bedoelingen van de ATX12VO-standaard.

©PXimport

Toekomst

Op zich is de ATX12VO-standaard geen slechte zaak, omdat het uiteindelijk wel voor een lager energieverbruik en voor minder versnippering door allerlei merkgebonden oplossingen zorgt. Toch is het zeer de vraag of moederbord- en systeembouwers deze standaard gewillig en op korte termijn zullen overnemen. Blijkbaar heeft er zich zelfs al een informeel front van fabrikanten van voedingseenheden en moederborden tegen deze standaard gevormd. Want ook wie onlangs een dure voedingseenheid voor zijn (game-)pc heeft gekocht (niet zelden met garanties tot tien jaar), wil die ongetwijfeld kunnen hergebruiken wanneer hij over pakweg vier jaar een nieuw moederbord bestelt.

Het risico dat de (overigens niet-verplichte) ATX12VO-standaard hetzelfde lot ondergaat als de BTX-standaard uit 2004, die in overtollig werd vanwege goedkopere alternatieven, lijkt ons niet helemaal uitgesloten. Hoe dan ook, zelfs als ATX12VO een blijvertje wordt, zal die de huidige ATX-standaard waarschijnlijk nog een geruime tijd naast zich moeten dulden.

De ontwikkeling van ATX

1995

ATX-standaard komt uit (ter vervanging van de oude IBM AT), met een 20pins-hoofdkabel

2000

ATX12V 1.0 (neerwaarts compatibele superset van de originele ATX-specificatie, met 4pins-12volt-kabel en 6pins-aux-kabel)

2003

ATX v 2.2 (vier extra voedingspinnen voor meer vermogen)

ATX12V 1.3 (extra SATA-stroomkabel; 5V-rail optioneel)

ATX12V 2.0 (24pins-hoofdkabel)

2019

Ontwikkeling van de ATX12VO-specificatie door Intel

2020

ATX12V 2.53 (extra aanbevelingen voor energie-efficiëntie)

▼ Volgende artikel
Super Mario-medley wint een Grammy
Huis

Super Mario-medley wint een Grammy

Een medley gebaseerd op soundtracks uit Super Mario-games van het Jazzorkest 8-Bit Big Band heeft afgelopen zondagnacht een Grammy gewonnen.

De medley ‘Super Mario Praise Break’ won een Grammy Award voor beste arrangement (instrumentaal of a capella). In de medley zijn nummers als Gusty Garden Galaxy uit Super Mario Galaxy en Bomb-Omb Battlefield uit Super Mario 64 te horen.

De 9-Bit Big Band is afkomstig uit New York en heeft al eens eerder een Grammy gewonnen voor gamemuziek. In 2022 won het orkest een Grammy voor het nummer Meta’s Knight’s Revenge uit de SNES-game Kirby Superstar.

View post on X

De Grammy Awards

De Grammy Awards worden al sinds 1959 georganiseerd en worden gezien als een van de belangrijkste prijzen voor muziek ter wereld. Ze worden vaak vergeleken met de Oscars, die worden uitgereikt aan films. Dit jaar won Bad Bunny de prijs van album van het jaar, en ging Billie Eilish er vandoor met een Grammy voor nummer van het jaar. Overigens won Austin Wintory een Grammy in de categorie beste gamesoundtrack voor de soundtrack van Sword of the Sea.

De Super Mario-reeks van Nintendo valt op diverse spelcomputers van het bedrijf te spelen, waaronder de Nintendo Switch 2 en Nintendo Switch. Onder de meest recente grote hoofddelen vallen Super Mario Wonder en Super Mario Odyssey.

Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.

▼ Volgende artikel
Column: De PlayStation 6 mag nog jaren op zich laten wachten
Huis

Column: De PlayStation 6 mag nog jaren op zich laten wachten

De PlayStation 6 zou wel eens pas ergens na 2028 uit kunnen komen, zo claimde een analist onlangs. Dat betekent dat we minstens acht jaar met de PlayStation 5 opgescheept zitten. Maar niet getreurd: dat is juist goed nieuws voor de gemiddelde gameliefhebber.

Dat de PlayStation 6 in ontwikkeling is bij Sony, mag voor zich spreken. Nadat een nieuwe spelcomputer is uitgekomen, beginnen consolebedrijven vaak al snel met de research voor diens opvolger. Onderzoek naar de juiste specificaties en features van consoles beslaat vaak meerdere jaren, om nog maar te zwijgen over het maken van afspraken met bedrijven die de componenten daadwerkelijk leveren, en natuurlijk het produceren ervan.

Het is dan ook waarschijnlijk dat de specificaties van de PlayStation 6 al geruime tijd vastliggen, en dat Sony intern ook een schatting heeft gemaakt voor een releaseperiode voor de langverwachte console. Misschien was het bedrijf er zelfs van overtuigd dat het de console volgend jaar uit zou kunnen brengen.

Watch on YouTube

Verlengde levenscyclus

Onlangs meldde MST Financial-analist David Gibson dat Sony nu echter overweegt om de PS6 pas ergens na 2028 te leveren. “Sony verwacht dat de levenscyclus van de PlayStation 5 wordt verlengd, en dat de PlayStation 6-release langer op zich laat wachten dan de meesten voorspellen.” Dat zou betekenen dat de PS6 misschien pas ergens in 2029 of zelfs later in de winkels ligt.

De eerdere voorspellingen van ingewijden mikten voorheen vooral op eind 2027 of in de loop van 2028, op basis van wanneer de productie oorspronkelijk zou beginnen. De PlayStation 5 kwam in het najaar van 2020 uit, dus dat zou de console al een levenscyclus van ruim zeven jaar geven voordat de opvolger op de markt komt. Dat is in principe een zeer ruime levensloop voor een spelcomputer, en een release in 2027 of 2028 zou dan ook volkomen logisch zijn.

©PXimport

Stijgende RAM-prijzen

Maar de wereld houdt geen rekening met consolereleases, en gezien de huidige ontwikkelingen is de komst van een PlayStation 6 in 2027 of 2028 helemaal niet zo logisch meer. Dat heeft voor een groot deel te maken met de prijzen van RAM (Random Access Memory), die steeds hoger oplopen. RAM is namelijk in grote getale nodig om de alsmaar populairder wordende AI-assistenten als ChatGPT en Gemini draaiende te houden.

Als gevolg daarvan wordt RAM steeds schaarser en dus duurder, en laten spelcomputers nu ook net RAM nodig hebben. In deze periode een nieuwe spelcomputer uitbrengen zou dan ook betekenen dat de prijs van de console mogelijk erg hoog komt te liggen, wat de verkoop niet bepaalt stimuleert. Een dergelijke ‘valse’ start van de levenscyclus van een spelcomputer is iets dat veel bedrijven willen vermijden.

Ook de importheffingen die de Amerikaanse president Donald Trump op producten die buiten de Verenigde Staten worden gemaakt doorvoert, zorgen voor veel onzekerheid. Eerder moesten de prijzen van diverse spelcomputers, waaronder de PlayStation 5, al stijgen om dit op te vangen. Trump is – unieke politieke ontwikkelingen buiten beschouwing gelaten – de komende jaren nog aan de macht, dus ook dat maakt het uitbrengen van een nieuwe console bepaald geen veilige onderneming. De komende jaren een console lanceren is kortom dus een gigantisch risico, dat Sony volgensgeruchten zo klein mogelijk wil houden.

Trage consolegeneratie

Sony hoopt wellicht dat de economie eind dit decennium kalmeert. Dat zou echter wel betekenen dat we nog meerdere jaren op de komst van de PlayStation 6 moeten wachten. Wat mij betreft is dat niet iets om over te treuren, maar juist goed nieuws. Het geeft ontwikkelaars namelijk de kans om echt alles uit de PlayStation 5 te halen. Een kans die ze hopelijk met beide handen aangrijpen.

Hoewel de PS5 in november van 2020 uitkwam – ruim vijf jaar geleden – heb ik nog altijd het gevoel dat deze consolegeneratie nog maar net is begonnen. De generatie kwam sowieso vrij traag op gang, omdat deze middenin de coronapandemie viel. Dat was ook voor spelontwikkelaars een ingewikkelde tijd waarin halsoverkop naar thuiswerkmogelijkheden gekeken moest worden, waardoor veel games die in ontwikkeling waren vertraging op liepen.

Sony’s eigen game-line-up is de afgelopen vijf jaar ook wat karig geweest. Dat heeft deels te maken met een focus op liveservicegames, waarbij diverse projecten die bij Sony’s meest prominente studio’s in ontwikkeling waren uiteindelijk werden geannuleerd. Denk bijvoorbeeld aan de The Last of Us-multiplayergame die na jaren productie in de prullenbak werd gegooid.

Daarbij is de ‘cross-generation’-periode van deze generatie uitzonderlijk lang. Nog altijd komen diverse games niet alleen op PlayStation 5, maar ook op PlayStation 4 uit. Nu is dat iets wat in de toekomst alleen maar vaker voor zal komen – de grenzen tussen consolegeneraties vervagen en daarmee is het ook makkelijker om de prestaties van games terug of juist op te schalen.

Toch zorgt het er ook voor dat er onder gamers een gevoel groeit dat nog lang niet het uiterste uit de PS5 is gehaald. Er is méér met dat apparaat mogelijk, vooral met de bestaande PS5 Pro in het achterhoofd. Een verlengde levenscyclus voor de console geeft ontwikkelaars de kans om een aantal schitterende spellen af te leveren in de laatste jaren van de spelcomputer – de ontwikkeltijd van games wordt immers ook steeds langer. Met toppers als Grand Theft Auto 6, The Witcher 4 en Intergalactic: The Heretic Prophet nog in het verschiet, is er meer dan genoeg potentie om het de komende jaren uit te zingen met de PS5.

Niet zonder risico’s

Natuurlijk brengt het uitstellen van een consolelancering ook risico’s met zich mee, zowel voor Sony als voor de consument. Het is namelijk helemaal niet zeker dat de wereldeconomie er eind dit decennium beter voor staat. Daarnaast zet het Sony voor een moeilijke keuze: gooit het jaren aan research voor de PS6 weg om de console eind dit decennium met moderne specificaties uit te kunnen brengen, of behoudt het simpelweg de huidige specs zodat deze op release mogelijk al deels zijn verouderd?

De eventuele keuze om de PlayStation 6 uit te stellen zal dan ook niet over één nacht ijs gaan. Het is aan de goedbetaalde mensen in topposities binnen het bedrijf om die knoop door te hakken. Maar puur vanuit mijn eigen, egoïstische liefde voor games gezien, heb ik er totaal geen moeite mee om nog een jaar of drie, vier op de PlayStation 5 te spelen. Laat maar eens zien wat die console nog kan, en blaas ons in 2029 of 2030 weg met een nieuwe consolegeneratie die écht een flinke technologische stap zet!