ID.nl logo
Call of Duty: Infinite Warfare en Modern Warfare Remastered
© Reshift Digital
Huis

Call of Duty: Infinite Warfare en Modern Warfare Remastered

Er zijn een heleboel voor de hand liggende en minder voor de hand liggende dingen die mensen verkeerd doen met hun computer. Hier bespreken we er een aantal. Zorg dat jij niet de dupe wordt van iets wat je makkelijk had kunnen voorkomen.

Het is een beetje traditie, naar buiten lopen met piepende oren na je Call of Duty-presentatie tijdens E3. Activision en, in dit geval, ontwikkelaar Infinity Ward houden van spektakel. Ook ditmaal werden ogen en oren getrakteerd op een hoeveelheid explosies die Michael Bay vaarwel zou doen zeggen tegen zijn carri\u00e8re. De singleplayer van Call of Duty: Infinite Warfare wijkt geenszins van het pad dat Call of Duty jaar in jaar uit volgt met zijn solocampagnes; ditmaal leidt dat pad echter de toekomst en de ruimte in, met de nodige Star Wars tot gevolg. En ja, zelfs in de ruimte krijgen je trommelvliezen de volle laag.

Geen power-fantasy

Infinity Ward toonde tijdens E3 twee singleplayerdemo's, waarvan je er een tijdens de PlayStation-persconferentie

. De ander speelt zich ouderwets op Aarde af. In Genev\u00e9 tekent zich het bekende riedeltje af: het is oorlog, er wordt geschoten en jij schiet terug. De straten van de op \u00e9\u00e9n na grootste stad van Zwitserland worden overspoeld met soldaten en robots, burgers lopen verschrikt rond en immense legervliegtuigen werpen hun schaduwen over de stad.

©CIDimport

Op Aarde bevinden we ons ook qua gameplay op bekend terrein.

De actie die we zien is redelijk conventioneel. In nauwe ruimtes is het een kwestie van om hoekjes kijken, schoten lossen en snel weer verder lopen. Ditmaal zijn er lasergeweren en smijt je met geavanceerde spinachtige drones. Deze griezelige gadgets sprinten op hun doelwit af, bijten zich vast en ontploffen zonder genade. De futuristische insteek houdt daarmee wel op - er zijn geen double-, triple- en quadruple-jumps, mogelijk gemaakt door mechanische exo-skeletons.

Infinite Warfare weet de schaal van de oorlog heerlijk te vatten. Even later bestorm je een helling met daarop een immense toren, terwijl dropships en bommenwerpers en bommen en kogels om je oren vliegen. Jij bent slechts een mier in een enorme mierenhoop: je doet je werk, mikt een paar keer raak en schakelt een dropship uit door een van de robots aan boord te hacken en op te blazen. Call of Duty-campagnes zijn nooit de power-fantasy's die veel andere games wel presenteren: jij bent niet degene van wie het lot van de wereld afhangt, maar een rader in de niet te stoppen machine der militaire conflicten.

©CIDimport

Net als andere games uit de reeks ben je een klein onderdeel van een groter geheel.

Ruimteballet

Nee, het houdt nooit op - het gaat alleen maar verder. Infinite Warfare neemt je, met een scene die zo lijkt weggelopen uit No Man's Sky, mee de ruimte in. Daar is het Oorlog met hoofdletter O. Call of Duty geeft je voor het eerst de vrijheid om zelf achter het stuur te kruipen, en je manoeuvreert tussen een meedogenloos ballet van explosies, ruimtepuin en laserstralen, met als missie om een groot vijandelijk ruimteschip uit te schakelen. Dat lukt, en met een grote ontploffing die door de speakers galmt komt een einde aan de demo. In space, everyone can hear everything. Vervolgens begint het stuk dat je zelf al gezien hebt.

©CIDimport

Aan ruimteactie geen gebrek.

Is Infinite Warfare een game voor jou? Die conclusie trek je snel genoeg bij het zien van

. Call of Duty-singleplayer is als een 4D-rit in een modern themapark. Het doet er niet een zo veel toe wat je zelf toevoegt met je shooter-vaardigheden, maar je wordt meegenomen op een dollemansrit die zijn weerga niet kent. De game biedt daarbij, net als zijn voorgangers, een bepaalde basis aan kwaliteit: graphics zijn degelijk, geluiden spectaculair en de voet gaat geen moment van het gaspedaal.

©CIDimport

Alles wordt uit de kast gehaald voor een verhaal vol actie.

Toch wringt het, wanneer we daarna een demo van het schiplevel uit Call of Duty: Modern Warfare Remastered te zien krijgen. De game is even mooi (echt, deze remaster krijgt de technische aandacht die het verdient) en, op zijn pieken, even luid en spectaculair als Infinite Warfare. Verschil is alleen dat het zijn pieken zorgvuldiger kiest. Vanaf het moment dat je het schip entert doorloop je een shootout, schakel je snel en professioneel wat bemanning uit, en komt het echte spektakel pas aan het einde wanneer het schip na een paar rake raketten tot zinken wordt gebracht en jij en je teammaten moeten zien te ontsnappen.

©CIDimport

Modern Warfare spannender door zijn pieken en dalen.

Modern Warfare was - en is, zo blijkt wanneer we de game negen jaar na release weer te zien krijgen - toonbeeld van een goede Call of Duty-singleplayer. In zijn geheel, de legendarische multiplayer meegerekend, is het de benchmark waar elk volgend deel in de serie zich aan heeft moeten meten. Door de twee games op E3 zo parallel aan te bieden is de vergelijking makkelijk te maken. Infinity Ward heeft besloten om vooral groter te gaan, maar lijkt te vergeten dat hoge pieken bestaan bij de gratie van spannende dalen. Je oren raken snel gewend aan het constante lawaai - bij Modern Warfare schrikken de trommelvliezen zich rot bij elk welgemikt schot en elke over-de-top set-piece.

©CIDimport

De actie komt bij Modern Warfare harder aan.Call of Duty: Infinite Warfare verschijnt op 4 november voor Xbox One, PlayStation 4 en pc. Modern Warfare Remastered is alleen verkrijgbaar in combinatie met Infinite Warfare.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.