ID.nl logo
Veilig slapen met de Google Nest Protect
© Reshift Digital
Huis

Veilig slapen met de Google Nest Protect

Een rookmelder is natuurlijk allesbehalve een nieuwe uitvinding. Toch is er sinds de uitvinding van het apparaat in 1970 weinig spectaculair veranderd aan de functies en mogelijkheden van de rookmelder. Google vond het tijd om daar wat aan te doen en besloot dat ook de rookmelder klaar moest zijn voor de toekomst, en voegde het apparaat toe aan z’n reeks slimme apparaten.

©CIDimport

Lees hier wat dit betekent.

Je kunt je natuurlijk afvragen wat er nu precies slim zou moeten zijn aan een rookmelder. Er is brand, er ontstaat rook en dat moet worden gemeld. Zo ingewikkeld is dat allemaal niet toch? Dat klopt, maar wie rookmelders in huis heeft, en we hopen natuurlijk dat dit voor iedereen geldt, weet ook dat de apparaten voor heel wat onrust kunnen zorgen. Ten eerste moet je er te allen tijde voor zorgen dat de rookmelder voorzien is van volle batterijen en werkende onderdelen. Een rookmelder die afgaat zorgt daarnaast voor paniek in de tent, omdat je niet altijd direct weet wat er aan de hand is. De Nest Protect is ontworpen om voor die tekortkomingen een oplossing te bieden.

Geen paniek

Wellicht heeft iemand je ooit wel eens verteld dat het beter is om even na te denken voordat je spreekt. Dat principe is ook toegepast op de Nest Protect. Waar reguliere rookmelders direct alarm slaan wanneer er rook gedetecteerd wordt, kondigt de Nest Protect eerst op rustige toon aan dat er iets aan de hand is, zodat je tijd hebt om daarop te reageren. Wanneer je meerdere Protect-apparaten in huis hebt hangen, wordt deze boodschap op alle apparaten afgespeeld, waarbij je direct te horen krijgt op welke locatie het probleem is gedetecteerd. Ook het waarschuwende licht heeft twee standen: geel licht betekent dat er een beetje rook of koolmonixide is gedetecteerd. Pas als de melden rood licht geeft, dreigt er echt acuut gevaar. Als je er op tijd bij bent, kun je direct handelen en ingrijpen voor de situatie uit de hand loopt.

©CIDimport

Uitschakelen

Of er nu echt iets aan de hand is, of de rookmelder vals alarm slaat omdat er iemand iets de enthousiast is geweest met pannenkoeken bakken, niets is vervelender als dat keiharde gepiep waardoor niemand elkaar meer kan verstaan. Wanneer je besluit dat het beter is om het alarm uit te zetten, doe je dit eenvoudig met behulp van je smartphone. Heb je naast de Nest Protect ook een Nest Hub in huis (link naar Nest Hub) in combinatie met een Nest Cam (of een camera van een ander merk), dan kun je het beeld van deze camera’s in de betreffende ruimte eenvoudig oproepen, zodat je niet eens je bed uit hoeft om te zien wat er aan de hand is. Ook gaat het apparaat slim om met situaties waarin de batterijen op raken. Waar de meeste rookmelders dit kenbaar maken met een hinderlijk gepiep (met als gevolg dat veel mensen de batterijen er even helemaal uithalen en ze vervolgens vergeten te vervangen), laat de Nest Protect je dit eerst weten door middel van een berichtje aan je smartphone, lang voordat de batterij daadwerkelijk leeg is. Onderneem je daarop geen actie, dan zal het apparaat alsnog overgaat tot signalen via het apparaat zelf.

Meer weten over de smart home-producten van Nest? Kijk op Kieskeurig.nl!

 

Detectie

Een rookmelder is uiteraard alleen nuttig als hij ook in staat is om problemen snel te detecteren. De Nest Protect is uitgerust met een Split‑spectrumsensor die twee lichtstralen met verschillende golflengten gebruikt om rook van zowel snel brandend als langzaam smeulend vuur te detecteren. Ook is het apparaat in staat om het verschil te ‘zien’ tussen rook en stoom. Dus zelfs als je iemand bent die graat onder bloedheet water doucht, hoef je niet bang te zijn dat de stoom die je produceert zorgt voor alarm. Naast rook is er natuurlijk nog een ander gevaar dat op de loer ligt, namelijk koolmonoxide. Om die reden heeft Google ook een koolmonoxidesensor ingebouwd, die je de komende tien jaar zou moeten beschermen tegen eventuele koolmonoxidelekken in huis. Bij het detecteren van gevaren gebruikt het apparaat verschillende lichtniveaus om aan te geven wat er aan de hand is. Kleurt de ring van de Nest Protect groen, dan is het apparaat zichzelf aan het testen. Een gele ring betekent dat er een beetje rook is gedetecteerd. Dit kan dus net zo goed zijn dat er vlees aan het aanbranden is. Kleurt de ring rood, dan zal de Nest lawaai gaan maken en aangeven waar het probleem precies plaatsvindt. Rood betekent dat de rook of koolmonoxide een gevaarlijk niveau heeft bereikt en dat je je zo snel mogelijk uit de voeten moet maken.

Testen

Officieel is het de bedoeling dat je een rookmelder één keer per maand test. Het zou mooi zijn als dat ook daadwerkelijk gebeurde, maar in werkelijkheid doen de meeste mensen dit niet, sterker nog, rookmelders worden bijna nooit getest. Om die reden controleert de Nest Protect zijn batterijen en sensoren meer dan 400 keer per dag. Het is bovendien de eerste melder die Geluidscheck gebruikt om één keer per maand zijn luidspreker en sirene te testen zonder veel lawaai te maken. Dit scheelt je tijd en gedoe, omdat jij dit niet meer hoeft te doen, maar levert je daarnaast ook een veilig gevoel op.

©CIDimport

Lichtpad

De Nest Protect is ontworpen om je te beschermen. Google Nest heeft besloten om daar iets verder in te gaan dan alleen rook- en koolmonoxidedetectie. Loop je namelijk ’s nachts door het huis, dan zal de Nest Protect oplichten wanneer je er onderdoor loopt, zodat je prima zicht hebt, zonder dat je daarvoor de verlichting hoeft in te schakelen. Voor Google betekent veiligheid dus ook: niet je tenen stoten.

De Google Nest Protect is verkrijgbaar in twee edities: eentje met batterij, en eentje met netvoeding, zodat je helemaal nooit een batterij hoeft te vervangen. Beide exemplaren kosten 129 euro, al zijn er online veel deals te vinden waarbij je bespaart wanneer je drie rookmelders tegelijk koopt. Dat blijft natuurlijk wel een flinke investering, maar je hebt dan wel veiligheid in je gehele huis. 

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.