Maria Montessori werd op 31 augustus 1870 geboren in Chiaravalle in Italië en was arts en pedagoge. Op driejarige leeftijd verhuisde ze naar Florence en op haar vijfde verhuisde ze naar Rome. Ze studeerde geneeskunde in Rome hoewel de ouders van Maria liever hadden gezien dat ze het onderwijs in zou gaan. In 1896 studeerde ze as als arts en was daarmee een van de eerste vrouwelijk artsen in Italië. Haar ouders kregen toch hun zin want in 1898 werd ze directrice van het instituut voor de opleiding van onderwijzers voor verstandelijk gehandicapte kinderen. Van 1904 tot 1916 was ze hoogleraar in de antropologie aan de Universiteit van Rome. Haar roem verspreidde zich al snel over de gehele Westerse wereld en gaf ze ook les aan onderwijzers in de Verenigde Staten.

In 1934 verbrak Maria Montessori haar banden met Italië, omdat Mussolini wilde ingrijpen in haar onderwijssysteem. Het montessorionderwijs hield daardoor in Italië op te bestaan. Na de Tweede Wereldoorlog werden opnieuw montessorischolen in Italië opgericht.

Maria Montessori in Nederland
In 1916 vestigde ze zich in Spanje maar in 1936 werd zij door het uitbreken van de Spaanse Burgeroorlog uit Barcelona verdreven. Zij vestigde zich vervolgens met haar zoon in Nederland, na een kort verblijf in Engeland. Het hoofdkwartier van de montessori-beweging (Association Montessori Internationale) was toen al in Nederland gevestigd. Door de oorlog kwam zij pas in 1946 terug naar Nederland. Zij werd in 1950 benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau en ontving een eredoctoraat van de Universiteit van Amsterdam. Zij is begraven in Noordwijk.
Montessorionderwijs en boeken
Het naar haar vernoemde montessorionderwijs heeft als uitgangspunt dat een kind een natuurlijke, noodzakelijke drang tot zelfontplooiing heeft. Leerlingen op een Montessorischool werken of individueel of in kleine groepen aan materiaal, oorspronkelijk door Maria Montessori ontworpen, dat ze zelf hebben gekozen aan het begin van de dag. Typisch voor een montessoriklas is dat er altijd drie leeftijdgroepen bij elkaar zitten, iets wat essentieel is voor een harmonische ontwikkeling volgens Maria
Twee boeken van Maria Montessori hebben in Nederland een grote verspreiding gekend: de Methode, in het Nederlands verschenen in 1916, en Zelfopvoeding (1916), voor het eerst in het Nederlands verschenen in 1922. Beide boeken hebben sterk bijgedragen aan de verspreiding van het montessorionderwijs in Nederland. Het eerste legde de basis voor het montessori kleuteronderwijs, het tweede voor het montessori lager onderwijs.
















