ID.nl logo
Virtual machine op Synology NAS: Zo werkt dat
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Virtual machine op Synology NAS: Zo werkt dat

Een deel van Synology's NASsen ondersteunt het draaien van virtual machines. Je kunt op deze manier dus Linux, Windows of desnoods FreeDOS op het systeem installeren. En via de browser draaien. Niet alleen leuk, soms ook gewoon verdraaid handig.

Voor je extreem enthousiast wordt wel eerst een paar kleine kanttekeningen. Hoewel je Windows 10 als virtuele machine op je NAS kunt installeren, levert dat veelal geen top-gebruikerservaring op. Windows 10 is nogal ‘zwaar’ en heeft toch wel zo’n 4 GB RAM nodig om enigszins te functioneren. De meeste NASsen worden standaard uitgeleverd met 2 GB of soms 4 GB aan boord. Uitbreiden naar 8 GB is een must, zodat je tot zo’n 6 GB virtueel werkgeheugen aan je al even virtuele systeem kunt toewijzen. 

Omdat de gebruikersinterface gewoon in je browser draait, moet je verder ook weinig verwachten van spannende 3D-games en dergelijke. Sowieso al niet, omdat de NAS-cpu daar niet echt geschikt voor is. De ervaring leert dat het installeren van een virtuele Linux-machine (Ubuntu, Mint enzovoort) een veel betere gebruikerservaring oplevert. Kies je voor een Linux zonder GUI, dan is er helemaal niks aan de hand.

In dit voorbeeld pakken we een aardig ander besturingssysteem: FreeDOS. Lekker lichtgewicht en weinig veeleisend. Wat betekent dat het ook op NASsen draait met de standaard 2 GB RAM aan boord. FreeDOS is een open source besturingssysteem met als doel een platform voor zoveel mogelijk DOS-programma’s en games te bieden. Het meeste spul draait prima. 

Alleen extreem complexe zaken als Windows doen het niet. An sich ook geen drama, want je kunt natuurlijk altijd gewoon een virtuele Windows 98-systeem opzetten, mocht je daar behoefte aan hebben. Daar is FreeDOS niet voor nodig. Ander voordeel van FreeDOS is dat het lekker snel installeert, prima geschikt dus voor een experiment.

Virtual Machine Manager

Allereerst is het zaak om te controleren of jouwSynology NAS geschikt is voor het draaien van de benodigde software, Virtual Machine Manager. Je zou dat in de specificaties van je NAS op kunnen zoeken, maar het kan nog sneller. Log in op de webinterface van je NAS en start Package Center. Zoek naar Virtual Machine Manager. Wordt deze gevonden, dan is jou NAS compatibel en kun je het pakket installeren. 

Als dat gelukt is, is ’t tijd om je eerste virtuele computer te bouwen. Download als eerste de ISO van FreeDOS en bewaar deze in een map op je NAS(!). Start Virtual Machine Manager en klik in de kolom links op Virtuele machine. Klik rechts op de knop Maken.

In de wizard die nu start, selecteer je in de eerste stap de optie Andere. Klik op Volgende en nogmaals Volgende (we laten alles even bij de standaardlocaties en dergelijke). Geef je virtuele computer nu een naam, in dit voorbeeld Retrolol. Kies voor 1 CPU (het is DOS, tenslotte…) en achter Geheugen128 MB. Dat is voor een DOS-machine al veel te veel, maar minder kan niet. 

Als videokaart kies je voor VGA, lekker compatibel. Klik weer op Volgende. Tijd om de grootte van de harddisk in te stellen; de minimumgrootte hier is 10 GB. Voor een DOS-systeem eigenlijk véél te veel, maar minder instellen is niet mogelijk. Tien dus, gevolgd door een klik op Volgende.

©PXimport

Bij netwerk kies je best voor Niet verbonden, voor de meeste DOS-software is dit een zinloze optie. Bovendien ook wel zo veilig natuurlijk. Klik weer op Volgende. Klik op de knop Bladeren achter ISO-bestand voor opstarten. Blader naar de NAS-map waarin je net het ISO-bestand van FreeDOS hebt opgeslagen en selecteer dit. Kies achter Opstarten vanaf voor DVD/CD-ROM

Alle overige instellingen kun je laten staan zoals voorgesteld. Klik weer op Volgende. Selecteer welke gebruikers gebruik mogen maken van de virtuele machine en klik op Volgende, gevolgd door een klik op Toepassen. Je virtuele computer is nu klaar voor de eerste start.

©PXimport

FreeDOS installeren op Synology NAS

Selecteer de net gemaakte virtuele machine in het lijstje en klik op Inschakelen. Klik dan – na even tot drie geteld te hebben – op Verbinding maken. In een nieuwe browsertab zie je nu FreeDOS van de virtuele installatie-cd starten. Doorloop de hele installatiewizard. Het spreekt allemaal redelijk voor zich, zeker voor een ieder die ooit MS-DOS heeft gebruikt. Inderdaad: een schijf zal gepartitioneerd en geformatteerd moeten worden, daarvoor wordt het aloude fdisk uit de mottenballen getrokken. 

Kies simpelweg steeds de standaard gesuggereerde instellingen en het komt vanzelf goed. Bedenk ook dat je niks op de NAS zelf verwijdert, formatteert of wat dan ook. Het gebeurt echt alleen allemaal binnen die virtuele machine. In het allerberoerdste geval is het een kwestie van uithuilen en opnieuw beginnen. Net als vroeger, eigenlijk...

©PXimport

Is je FreeDOS eenmaal geïnstalleerd, dan moet je – met de machine in het lijstje met virtuele machines geselecteerd – even op de knop Actie en dan Bewerken klikken. Klik in het geopende venster op de tab Andere en selecteer achter Opstarten vanaf de optie Virtuele schijf en klik op OK. Inmiddels zal je FreeDOS mogelijk al vanaf de virtuele cd-rom opgestart zijn naar een DOS-prompt. Tik hier het commando shutdown gevolgd door een druk op Enter. 

Start vervolgens de virtuele machine als op de eerder uitgelegde manier nogmaals. Je zult zien dat er nu vanaf de virtuele harde schijf wordt gestart, missie geslaagd. Om software onder DOS te installeren kun je bijvoorbeeld een ISO van een cd bomvol software koppelen. Van dergelijke verzamel-cd’s zijn er hier bij The Internet Archive voldoende te vinden!

Tot slot geldt, dat als je FreeDOS op een nette manier wilt afsluiten, je altijd het commando shutdown dient te gebruiken.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.