ID.nl logo
De 7 beste Arduino-bordjes voor beginners
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

De 7 beste Arduino-bordjes voor beginners

Geef in Google of eBay de zoekopdracht Arduino en je wordt al snel overspoeld door een vrijwel oneindig lijkend aanbod aan bordjes. Welke Arduino-bordjes zijn voor beginners het meest interessant? Wij zetten ze voor je op een rij.

Arduino Uno

Prijs
€ 6,- (kloon), € 24,- (officieel)

De Arduino Uno is te beschouwen als hét beginnersbordje. Een kloon kun je voor een paar euro kopen. De Uno bevat headeraansluitingen waarop je componenten kunt aansluiten. Een breadboard is natuurlijk nog steeds handig om je projectjes op te bouwen. Behalve draadjes zijn er ook allerlei uitbreidingsbordjes (shields) die je direct op deze headeraansluitingen kunt prikken. Je kunt door middel van een shield bijvoorbeeld een netwerkaansluiting of wifi toevoegen, maar ook een verzameling componentjes op een bordje. Zo is er bijvoorbeeld een gamecontroller-shield waarmee je Arduino een joystick en knoppen krijgt. De Uno is er als uitvoering met een ATmega328P met pootjes in een socket of met een kleinere SMD-variant van de chip op het bordje gesoldeerd. Lees ook: Wat is Arduino en waarom is het zo leuk?

©PXimport

Arduino Mega 2560 R3

Prijs
€ 8,- (kloon), € 42,- (officieel)

De Arduino Mega is een bord gebaseerd op de ATmega2560. Deze microcontroller biedt veel meer aansluitingen dan de in de Uno gebruikte ATmega328P. Het bord van de Arduino Mega heeft dan ook veel meer headeraansluitingen dan de Uno en is hierdoor een stuk langer. Je kunt de Mega gebruiken voor projecten waarbij je op de Uno te weinig aansluitingen hebt. Je kunt bijvoorbeeld veel meer schakelaars, leds en sensoren aansluiten. Het bord wordt bijvoorbeeld gebruikt voor 3D-printers of robotica. De Mega is compatibel met alle shields van de Uno R3. Behalve in een officiële variant, is de Mega net als de Uno ook in veel goedkopere kloonuitvoeringen te krijgen.

©PXimport

Arduino Leonardo

Prijs
€ 6,- (kloon), € 24,- (officieel)

De Arduino Leonardo lijkt veel op een SMD-variant van de Arduino Uno. Toch maakt het bordje in de vorm van de ATmega32U4 gebruik van een andere microcontroller. Sneller dan de ATmega328P is deze microcontroller niet. Wel is de usb-functionaliteit ingebouwd waardoor er geen extra chip meer nodig is voor de usb-poort. Voor de meeste toepassingen is dat niet zo spannend, maar de Leonardo kan wel zelf via usb communiceren. Hierdoor kan de Leonardo dienst doen als toetsenbord of muis voor je pc en kun je dus projectjes maken waarmee je je pc aanstuurt. Arduino.cc is officieel overigens gestopt met de Leonardo, terwijl Arduino.org hem nog wel voert. Dat is geen probleem, je kunt hem in een goedkope kloonuitvoering nog volop kopen.

©PXimport

Arduino 101

Prijs
€ 35,-

Als je naar de Arduino 101 kijkt, zul je waarschijnlijk direct het Intel-logo opvallen. Dat is niet voor niets, de 101 bevat een Intel Curie als microcontroller. Deze Curie bevat twee processors: een heuse x86-processor in de vorm van de Quark en een ARM-processor. Beide processors draaien op een kloksnelheid van 32 MHz. De Curie heeft een inbouwde versnellingsmeter en gyroscoop en kan dus beweging detecteren. Daarnaast is ook bluetooth LE ingebouwd wat de geïntegreerde antenne verklaard. De Arduino 101 kun je dankzij bluetooth verbinden met bijvoorbeeld je smartphone. De 101 heeft dezelfde headeraansluitingen als een Uno en zou hierdoor compatibel moeten zijn met de meeste shields.

©PXimport

Arduino Nano

Prijs
€ 3,- (kloon)

De Nano is gebaseerd op een voorloper van de Arduino Uno, de Arduino Duemilanove. Veel verschil is er niet, er wordt een andere chip gebruikt voor de usb-aansluiting. Qua programmeren werkt de Nano hetzelfde als de Uno. Het grote voordeel van de Nano is dat je hem op een breadboard kunt prikken. Daardoor is hij erg geschikt om in te zetten voor semipermanente projecten. Een Arduino Nano is behalve erg compact ook lekker goedkoop. Het is dus helemaal niet erg om er een paar semipermanent voor projectjes in gebruik te hebben. Het gebruik van de oudere mini-usb-aansluiting begint wellicht een nadeel te worden, maar er zijn inmiddels ook kloonvarianten van de Nano te vinden met een micro-usb-poort.

©PXimport

Arduino Micro

Prijs
€ 10,- (kloon) € 22,- (officieel)

De Arduino Micro is een klein bordje dat je net als de Nano direct op een breadboard prikt. Wel wordt gebruik gemaakt van de modernere micro-usb-aansluiting. Een minder in het oog springend verschil is dat er net als bij de Arduino Leonardo gebruik wordt gemaakt van een ATmega32U4-microcontroller. Omdat het usb-gedeelte is ingebouwd in de microcontroller kan de Arduino Micro de usb-poort aansturen. Hierdoor kan de Micro een usb-toetsenbord of -muis simuleren en kun je de Arduino dus gebruiken om een pc via usb te besturen. Een kloon kun je vinden door te zoeken op de naam van de micro-controller. Een bordje dat veel lijkt op de Arduino Micro is de Arduino Pro Micro waarvan je ook klonen kunt vinden.

©PXimport

NodeMCU

Prijs
€ 4,-

De NodeMCU is geen Arduino, maar een ontwikkelbordje gebaseerd op de ESP8266 wifi-module. Je kunt deze wifi-module overigens ook los kopen en koppelen met een Arduino. De chip is echter zo krachtig dat hij ook functioneert als een complete microcontroller. Het grote voordeel is dan dat je voor vier euro een compleet bordje met ingebouwde wifi-radio hebt. De NodeMCU heeft wel nadelen. Zo moet je wat moeite doen om hem te laten werken met de Arduino-ontwikkelomgeving. Ook heeft de NodeMCU minder pinnen dan een echte Arduino en maar één analoge pin. Wil je er een NodeMCU aanschaffen, koop er dan één die wordt aangeduid met v1.0 of v2.0. De v3.0 (ook aangeduid als LoLin) past niet goed op een breadboard.

©PXimport

Arduino’s zonder usb

De bordjes die wij in dit artikel noemen kunnen behoorlijk verschillen, maar hebben één ding gemeen: je kunt ze via usb direct op je pc aansluiten. Als je op zoek gaat naar Arduino-bordjes zul je ook al snel bordjes tegenkomen zonder usb-aansluiting. Voorbeelden hiervan zijn de Arduino Pro en de piepkleine Arduino Pro Mini. Deze bordjes zijn bijvoorbeeld bedoeld om permanent in een door jouw bedacht apparaat te integreren. Het ontbreken van een usb-aansluiting betekent niet dat je ze niet op je pc kunt aansluiten. Je hebt een FTDI-naar-usb-adapter nodig om je code op deze bordjes te flashen.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.