ID.nl logo
Zes van de beste slimme speakers getest
© Reshift Digital
Huis

Zes van de beste slimme speakers getest

Smart speakers staan altijd aan. Ze luisteren constant naar het activeringswoord voor de ingebouwde virtuele assistent. Wij testten zes van de beste slimme speakers en hubs die werken met Google Assistent en/of Amazon Alexa. Hoe vlot reageren ze op je stem? En zijn het ook goede speakers?

Smart speakers of slimme luidsprekers zijn normale draadloze speakers met dezelfde geïntegreerde stemassistent die je wellicht al op je smartphone gebruikt. Voordeel is dat je de luidspreker overal kunt neerzetten en dat iedere huisgenoot er tegen kan spreken. Bovendien kun je de speaker natuurlijk ook gebruiken als draadloze muziek- en radiospeler. Door meerdere speakers te combineren, creëer je eenvoudig een stereo- of multiroom-muzieksysteem. Ook is de virtuele assistent dan overal in huis direct aanspreekbaar.

Je hebt dergelijke luidsprekers in alle maten en gewichten. Er zijn er zelfs met geïntegreerd scherm waarop allerlei informatie getoond wordt, zoals wat er wordt afgespeeld. Dan spreken we over een ‘smart hub’ of ‘smart display’. Vaak werkt deze smart hub ook als digitaal fotolijstje, als videofoon of als tablet. Sommige fabrikanten zijn nog creatiever en integreren een slimme speaker met een wifi-toegangspunt waarmee je eenvoudig het bereik van je draadloze netwerk uitbreidt.

In deze review komen al deze soorten smart speakers aan bod. Hoewel sommige van deze apparaten meerdere soorten virtuele assistenten ondersteunen, hebben we ze waar mogelijk vooral met Google Assistent getest. Speakers en hubs met Google Assistent zijn immers het meest verkrijgbaar en je spreekt er bovendien gewoon Nederlands mee.

©PXimport

Google Nest Mini

©PXimport

De Nest Mini, een goedkope, compacte smart speaker met monogeluid, is op een aantal vlakken verbeterd ten opzichte van voorganger Home Mini. Zo heeft de nieuwe versie een iets krachtiger bas. Dankzij de toevoeging van een derde microfoon werkt de stemherkenning beter. Ook is er achteraan een uitsparing geïntegreerd waarmee je de nieuwe versie eenvoudig kunt ophangen aan een haak of spijker. De installatieprocedure is erg gebruiksvriendelijk en duurt niet langer dan vijf minuten.

De tiptoetsen op de bovenkant van de speaker schakelen automatisch in als je in de buurt komt. Tik in het midden van de Nest Mini om muziek te starten of te pauzeren. Tik op de rechter- en linkerkanten om het volume aan te passen. Aan de zijkant is er een schuifschakelaar waarmee je de microfoons uitschakelt. Drie digitale microfoons vangen je stem 360 graden in het rond op en reageren vlot op stemopdrachten, ook in een lawaaiige omgeving of op meters afstand. De geluidskwaliteit is een stuk beter dan bij de vorige generatie en zeker bruikbaar in kleinere kamers. Verwacht alleen geen hifi-kwaliteit, ook niet als je twee van deze speakers in een stereopaar configureert.

Google Nest Mini

7Score70

  • Pluspunten

  • Zeer betaalbaar

  • Kan worden opgehangen

  • Stemherkenning functioneert uitstekend

  • Minpunten

  • Niet krachtig genoeg voor grote ruimtes

Harman Kardon Citation 300

©PXimport

De Citation-serie luidsprekers van Harman Kardon (HK) ondersteunen bluetooth-streaming, Google Home, Google Assistent en Google Cast. Je kunt deze draadloze speakers op verschillende manier aan elkaar koppelen, bijvoorbeeld in een multiroom- en/of een surround-opstelling. De apparaten hebben een gelijkend design en zijn uitgerust met aanraakbediening en status-leds. Sommige grotere modellen zijn voorzien van een kleuren-lcd-touchscreen.

Bij de door ons geteste Citation 300 – een verplaatsbare stereospeaker met een totaal muziekvermogen van 100 Watt – bevindt het aanraakscherm op de bovenkant, geflankeerd door vier tiptoetsen. Behalve een kleine reset-knop aan de onderkant bevat deze speaker geen toetsen of aansluitingen. De stroomkabel verdwijnt onderaan in een uitsparing, zodat je het geheel netjes ergens kunt neerzetten. De Citation 300 ondersteunt Apple Airplay 2.

De speaker heeft geen aan-uitknop en start na aansluiting op een stopcontact. Je richt deze speaker in via Google Home. Eventuele firmware-updates worden automatisch via de Home-app op de speaker toegepast. Dit duurt een minuut of vier.

HK heeft geen eigen configuratie-app, een aparte HK-app met bijvoorbeeld equalizer-instellingen zou handig zijn geweest. Momenteel kun je bijvoorbeeld de vrij prominente bas niet afzwakken via een EQ-instelling. Zonder de Google Home-app functioneert de speaker als bluetooth- of Airplay-streamer, maar verdwijnen alle slimme functies en werkt Google Cast uiteraard ook niet.

Harman Kardon Citation 300

8Score80

  • Pluspunten

  • Krachtig geluid

  • Kleurenscherm toont afspeelinformatie

  • Ook bluetooth-streaming

  • Minpunten

  • Geen equalizer-instelling

  • Alleen configureren via Google Home app

  • Prijzig

Lenovo Yoga Smart Tab met Google Assistent

©PXimport

De Lenovo Yoga Smart Tab met Google Assistent is een combinatie van JBL-stereospeakers (2 Watt) met Dolby Atmos en een 10,1-inch (full hd) Android-tablet met geïntegreerde voet annex hanger. De Smart Tab kun je hierdoor op diverse manieren gebruiken: rechtopstaand, in een hoek op tafel liggend, aan een haak hangend of gewoon in je handen.

Als je de geïntegreerde voet opent, wordt automatisch de omgevingsmodus (‘Ambient Mode’) van Google Assistent geactiveerd. Het scherm toont in ruststand afgespeelde muziek, diavoorstellingen van foto’s uit je fotobibliotheek, een klok en/of Android-notificaties.

Als je direct de Nederlandse taal selecteert bij het installeren functioneren bepaalde onderdelen niet goed, maar als je installeert in het Engels en daarna Nederlands toevoegt gaat het wel goed en kun je bovendien de assistent zowel in het Nederlands als in het Engels toespreken. Drie digitale microfoons vangen je stem 360 graden in het rond op. De Yoga Smart Tab reageert vlot op stemopdrachten, ook bij achtergrondlawaai en op enkele meters afstand van het apparaat. Bovendien klinken de luidsprekers behoorlijk goed. Ook als stereoluidspreker is deze smart hub bruikbaar in niet al te grote ruimtes, zoals een keuken, badkamer, of een studeerkamer. Behalve als smart hub fungeert de Yoga ook als een goed presterende Android-tablet met lange batterijlevensduur.

Lenovo Yoga Smart Tab (YT-X705F)

7Score70

  • Pluspunten

  • Google Assistant Ambient-modus

  • Vochtbestendig

  • Stemherkenning functioneert goed

  • Minpunten

  • Geluid te zwak voor grotere ruimtes

  • Relatief duur

Netgear Orbi Voice

©PXimport

De Orbi Voice is een combinatie van een wifi-mesh-satelliet (ac2200 tri-band) met een Amazon Alexa-smart speaker. Hij wordt apart verkocht, of als kit samen met een Netgear Orbi mesh-router (ac3000 tri-band). Wij testten hem samen met de router. Het luidsprekergedeelte is afkomstig van Harman Kardon en muzikaal is er niets op aan te merken. Multiroom- en stereofuncties ontbreken momenteel helaas en het is onbekend of die functies in de toekomst alsnog via software-updates zullen worden toegevoegd.

De Netgear Orbi-app leid je stap voor stap door de installatieprocedure. De Orbi Voice wordt automatisch gedetecteerd en toegevoegd in het Orbi mesh-netwerk. Een eventuele firmware-update wordt automatisch toegepast, wat zo’n drie minuten duurt. Daarna wordt de Orbi Voice geprepareerd voor Alexa. De luidspreker kondigt dit aan via een gesproken boodschap, maar de installatie zelf verloopt verder via de app.

Je logt in bij Amazon (nadat je daar een account hebt aangemaakt) en geeft de Orbi Voice vervolgens toestemming om Alexa te gebruiken. Daarna werkt de Orbi Voice even vlot met Alexa als bijvoorbeeld de Sonos-speakers. De wifi-prestaties zijn die van een Orbi tri-bandsysteem: reken op maximale praktische doorvoersnelheden van rond de 550 Mbit/s maximaal. Met routers van andere merken dan Netgear kun je de Voice overigens niet gebruiken.

Netgear Orbi Voice

8Score80

  • Pluspunten

  • Eenvoudige installatie

  • Ook snelle wifi-satelliet

  • Stemherkenning functioneert goed

  • Minpunten

  • Werkt alleen met Netgear Orbi

  • Werkt alleen met Alexa

  • Alexa spreekt alleen Engels

Sonos One en Sonos Move

©PXimport

Sonos One en Move zijn draadloze speakers met alle functies van het Sonos-systeem. Je kunt ze individueel of als draadloos stereopaar gebruiken, Ze zijn ook – al dan niet met surround-geluid – te integreren in een bestaand Sonos Home Sound-systeem met onder andere een Amp (versterker), Port (draadloze streamer), Beam (draadloze soundbar) en Sub (draadloze subwoofer).

De Move is een wat uitgebreidere versie van de One, met als belangrijkste toevoeging een accu die tot tien uur zelfstandig vermogen weet te leveren. De One is bestand tegen het vocht van bijvoorbeeld een badkamer, maar de Move heeft zelfs een IP56-rating zodat je hem zelfs buiten in natte omstandigheden kunt gebruiken. De accu blijft trouwens ook gewoon werken bij erg lage of zeer hoge temperaturen. Nog een verschil tussen de One en de Move is dat je naar die laatste ook via bluetooth kunt streamen. De slimme functies en de multiroom-functies werken bij beide apparaten echter alleen via wifi.

Sonos heeft een open platform voor slimme functies, zodat je voor deze speakers de stemassistenten van Amazon, Apple én Google kunt gebruiken. Op één speaker kun je echter maar één soort stemassistent activeren via de Sonos Controller-app. Maar op een tweede Sonos-speaker kun je zonder enig probleem een andere stemassistent dan op de eerste activeren. Dit heeft geen nadelige gevolgen voor de multiroom- en stereofuncties, en de ondersteuning voor meer dan zestig verschillende streaming-muziekdiensten.

©PXimport

Tijdens deze test gebruikten we bijvoorbeeld probleemloos Alexa en Google Assistent door elkaar op twee Sonos One-speakers en één Move-speaker in zowel dezelfde als aparte ruimtes. Een en ander regel je via de uitgebreide Sonos-app, die ook toegang geeft tot firmware-updates, equalizer (in het geval van de Move) de accu-instellingen. De prominente bas van deze speakers kun je dus gelukkig ietwat temperen met behulp van de app.

Een aandachtspunt is dat je zowel de Move als de One als achterste luidsprekers in een draadloos surround-systeem met de Beam kunt gebruiken, maar dat je de Move in tegenstelling tot de One niet kunt koppelen aan de Sonos Sub. Dat is dus wel iets om rekening te houden als je van plan bent een uitgebreidere setup te bouwen. Heb je geen behoefte aan spraakbesturing dan kun je ook de Sonos One SL aanschaffen. Die is verder identiek aan de One en drie tientjes goedkoper.

Sonos One en Sonos Move

8Score80

  • Pluspunten

  • Krachtig geluid

  • Stemherkenning functioneert goed

  • Werkt met veel diensten

  • Minpunten

  • Prijzig (vooral de Move)

Conclusie

Technisch en ook muzikaal de beste speakers zijn de beide Sonos-apparaten en de Harman Kardon Citation 300. Omdat de apparatuur van Sonos meerdere slimme assistenten ondersteunt en bovendien beschikt over een eigen app met onder andere EQ-configuratie, verdient die wat ons betreft de voorkeur, al is het verschil niet zo groot. Hoewel de Harman een stereo-speaker is en de Sonos mono-geluid produceert, roepen we de Sonos Move omwille van zijn allround kwaliteit en uitgebreide functionaliteit uit tot Best Geteste smart speaker.

Wil je zo min mogelijk uitgeven dan is onze Slimme Koop het overwegen waard: de Google Nest Mini is voor weinig geld aan bestaande slimme apparatuur toe te voegen. De spraakfuncties functioneren optimaal, maar muzikaal is de Nest Mini niet vergelijkbaar met de duurdere speakers.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.