ID.nl logo
Teufel CINEBAR 11 - Fijn formaat soundbar met prima geluid
© Reshift Digital
Huis

Teufel CINEBAR 11 - Fijn formaat soundbar met prima geluid

In navolging van de CINEBAR 11 uit 2020 komt Teufel dit jaar met een vernieuwde versie van deze 2.1-set. Hoe verhoudt de CINEBAR 11 (2de generatie) zich met het oudere model en andere soundbars op de markt? Je leest het antwoord in onze Teufel CINEBAR 11 review.

De Teufel CINEBAR 11 is een upgrade van de gelijknamige soundbar van vorig jaar. Wat direct in het oog springt is dat het vernieuwde model over een andere subwoofer beschikt. Wat kan deze soundbar allemaal en wat zijn de voor- en nadelen van dit apparaat?

Uiterlijk

Een groot pluspunt is het ontwerp. De bar is slank, eveneens als de woofer. Beide onderdelen zijn hierdoor eenvoudig weg te werken in je woonkamer. De bar is bijna 95 centimeter lang. Hierdoor past de CINEBAR 11 prima bij een televisie rond de 43 inch of groter. De soundbar misstaat in deze testopstelling in ieder geval niet. Het apparaat is niet overdreven aanwezig. Fijn ook dat de bar niet zo heel erg diep is. De Cinebar is mooi afgewerkt. Dit testmodel kwam in de kleur zwart. Er is ook een witte variant te koop. Het zwart van de soundbar in combinatie met de witte bedieningsknoppen en het witte Teufel-logo oogt fraai.

©PXimport

De zwarte variant is wel gevoelig voor het vangen van stof. Zowel de bar als de woofer hebben hier last van. Vingervlekken zijn ook duidelijk zichtbaar. Als je de subwoofer verplaatst of de bar bedient via de knoppen aan de bovenkant, laat je duidelijk sporen achter. In veel gevallen is dit onvermijdelijk. Ook bij andere soundbars.

Ideale opstelling

De draadloze, slanke woofer kan liggen of staan. De woofer met de soundbar verbinden gaat heel eenvoudig door op de pairing knop achterop de woofer te drukken. Je zou ervoor kunnen kiezen om de woofer liggend onder je bank weg te werken of in de hoek van je kamer te plaatsen. Ergens naast de tv-meubel lijkt vooralsnog de ideale opstelling. De subwoofer beschikt over een Room-Placement-schakelaar. Deze schakelaar kun je op drie opties instellen. ‘free standing’, ‘corner’ en ‘underneath’ behoren tot de mogelijkheden. De keuze is afhankelijk van de plaatsing van de subwoofer. 

©PXimport

Een resonentiedemper is in de doos aanwezig. Deze dien je onder de woofer te plaatsen. Dit help je om een beetje je buren te proberen te ontzien. Er is nog een handige functie aan de soundbar toegevoegd om op gepaste momenten iets minder geluid te maken. Vooral ’s avond laat is het aan te raden om gebruik te maken van de nachtmodus. Deze is terug te vinden op de bijgeleverde afstandsbediening. Zodra je deze modus activeert wordt de basweergave iets teruggeschroefd.

“De CINEBAR 11 is om te toveren tot een 4.1-systeem. Je kunt nog twee EFFEKT-speakers toevoegen aan de set.

-

Aansluiten

Je kunt de soundbar op een aantal verschillende manieren aansluiten op je audiobron. Als eerste heb je de wel bekende optische aansluiting. Daarnaast zit er een hdmi arc-aansluiting op. (op de soundbar is dit aangegeven als hdmi tv) en hdmi-ingang (hdmi in) op het apparaat. De arc-aansluiting maakt het mogelijk om via  jouw tv je volume te regelen. Je hoeft hiervoor dus niet apart de afstandsbediening van de soundbar te raadplegen. Via de hdmi-ingang kun je bijvoorbeeld nog je console tussen de tv en de soundbar hangen. Beide poorten ondersteunen 4k hdmi 2.0a.

Het aansluiten van de kabels kost de enige moeite. Door de hoek van de aansluitingen en de afwerking van de achterkant wordt er bij het aansluiten een vaste hand van je gevraagd. Vooral de optische aansluiting luistert nauw. Daarnaast kun je de soundbar nog via aux en bluetooth audio laten afspelen. De aux-ingang is aan de achterkant verwerkt. Dit werkt iets minder handig. Eigenlijk moet je nu altijd de aux-kabel in het apparaat laten zitten. De voorganger van deze soundbar had de aux-aansluiting op de bovenkant zitten. Dit is meer een esthetische verandering lijkt me.

De CINEBAR 11 ondersteund bluetooth 5.0 en kan gebruik maken van de aptX-codec. Dankzij aptX is het mogelijk om audio van cd-kwaliteit af te spelen en het ook nog eens bijna zo te laten klinken. Let wel, bijna. Er is nog altijd sprake van audiocompressie, maar deze compressie is wel beperkt. Jouw audiobron moet deze codec ook ondersteunen, anders heb je niets aan deze functie.

Tot slot is er nog een micro-usb-aansluiting aanwezig om eventuele software-updates mee uit te voeren. De soundbar is overigens op de muur te monteren. Voor wandmontage heb je twee pluggen en twee schroeven nodig die je zelf dient aan te schaffen. 

©PXimport

©Reshift Digital

©PXimport

Zoals eerder gezegd komt de soundbar geleverd met een afstandsbediening. Deze afstandsbediening oogt een tikkeltje goedkoop. Hij voelt erg licht aan. Toch is de remote zeer handig in gebruik. Op de afstandsbediening kun je wisselen tussen de verschillende outputmogelijkheden zoals aux, bluetooth, hdmi en optisch. Ook zijn de verschillende geluidsmodi op de afstandsbediening terug te vinden. Je kunt hiermee de focus van het geluid leggen op stemgeluid, muziek of de eerder genoemde nachtmodus. Daarnaast kun je de basweergave en de hoge tonen van de soundbar aanpassen. De basweergave van de subwoofer is ook naar smaak te wijzigen. Uiteraard kun je op de afstandsbediening ook het volumeniveau regelen en nummers skippen of pauzeren.

©PXimport

Aan de bovenkant van de bar zelf zijn ook bedieningsknoppen aanwezig. Dit zijn touchknoppen. Door op het juiste icoontje te drukken kun je de soundbar aan- of uitzetten, de bron veranderen en het volumeniveau wijzigen. Dit werkt erg handig als je bijvoorbeeld net langs de soundbar loopt. De onderste knop is om de Dynamore-functie in te schakelen. Hier kom ik twee alinea’s verder op terug.

Geluidskwaliteit

Ik ben aangenaam verrast door de geluidskwaliteit van de CINEBAR 11. Alles wat je op tv kijkt en luistert krijgt met de soundbar meer impact. Sportwedstrijden komen meer tot leven. Eveneens als games en films. De basweergave is dankzij, of misschien wel ondanks, de slanke soundbar verrassend goed. Het doffe geluid van iemand die tegen een bal trapt klinkt bijvoorbeeld al gelijk een stuk beter. De Cinebar 11 is een hele stap vooruit vergeleken met het standaard geluid dat uit je televisie komt. Op het gebied van muziek kan de soundbar met vrijwel alle genres overweg. Zowel hiphop, techno en metal klinken aangenaam. Je merkt dat de soundbar met muziek waar de lage tonen de boventoon voert ook goed kan uit de voeten kan.

Een extra toevoeging aan de soundbar is de Dynamore-functie. "Met Dynamore kun je het stereoparonama virtueel uitbreiden tot buiten de afmetingen van het apparaat", aldus Teufel. Het komt er op neer dat er een ruimtelijk geluid geproduceerd wordt wanneer je deze optie aanzet. Als je met Dynamore ingeschakeld een podcast kijkt en luistert komt het stemgeluid meer naar voren. Zo geïsoleerd van andere tonen weet ik niet of dit de juiste toepassing is. In het geval van content dat zich voornamelijk richt op stemgeluid, zet ik deze modus liever uit. Tijdens het kijken van een film is dit wel degelijk een leuke optie. De openingsscène van oorlogsfilm Saving Private Ryan wordt hierdoor, in hoeverre dat nog mogelijk is, nóg indrukwekkender. De kogels vliegen je om de oren, je kunt het opspatten van het water voelen en de explosies komen nog harder je woonkamer binnen. Al met al een leuke feature voor films en games. Al doet Dynamore in mijn beleving wel onder voor Dolby Atmos.

Conclusie

Met de Teufel CINEBAR 11 haal je een mooi ogende, slanke soundbar in huis die prima geluid kan produceren. Dankzij een krachtige bar mét woofer beleef je films, games en sport op een hoger niveau en dankzij bluetooth 5.0 met aptX-ondersteuning klinkt jouw online muziekbibliotheek voortaan een stuk aangenamer. De CINEBAR 11 is met deze prijsstelling een goede verbetering ten op zichte van het voorgaande model en een uitstekende soundbar in deze prijsklasse. Dit apparaat kan zich niet meten met de echte topmodellen op de markt. Daarvoor mist het kracht en enkele handige functies zoals wifi-ondersteuning. Maar voor de lanceerprijs van 400 euro is de CINEBAR 11 een vrij complete soundbar. Zeer zeker wanneer je het tegenover de JBL bar 5.0 Multibeam zet. Waar het ontbreken van een aparte subwoofer duidelijk een groot gemis is.

Uitstekend
Conclusie

**Prijs** € 399,- **Aansluitingen** Hdmi-in, hmdi 3d arc cec, digitale ingang optisch, aux **Draadloos** Bluetooth 5.0, aptX **Uitgangsvermogen soundbar** 150 watt **Frequentiebereik** Soundbar: 33 - 20000 Hz Subwoofer 31 - 200 Hz **Afmetingen** Soundbar: 94,80 × 6,00 × 8,30 centimeter Subwoofer: 12,00 x 42,00 x 42,00 centimeter **Gewicht** Soundbar: 1,81 kg Subwoofer: 7,66 kg **Website** [www.teufelaudio.nl](https://teufelaudio.nl/cinebar-11-21-set-106143000)

Plus- en minpunten
  • Slanke doch goede subwoofer
  • Mooi uiterlijk
  • Geluidskwaliteit t.o.v. prijs
  • Geluid naar smaak aan te passen
  • Mist wifi- en ethernetoptie
  • Afstandsbediening oogt kwetsbaar
  • Gevoelig voor stof en vingervlekken
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.