ID.nl logo
JBL Bar 5.0 Multibeam - een bar met weinig bas
© Reshift Digital
Huis

JBL Bar 5.0 Multibeam - een bar met weinig bas

De JBL Bar 5.0 Multibeam is een compacte soundbar met slimme functies en een aantrekkelijke prijs van 399 euro. In tegenstelling tot veel concurrerende soundbars gebruikt hij geen subwoofer voor extra bas. In deze JBL Bar 5.0 Multibeam review zoeken we uit of dat een gemis is en hoe de soundbar verder presteert.

Voor 399 euro kun je een prima soundbar kopen vandaag de dag. Een paar jaar geleden trouwens ook al, dus de lat ligt nu nog iets hoger. JBL mikt met de Bar 5.0 Multibeam op mensen die een compacte soundbar zonder aparte subwoofer willen. Een interessante strategie, want een kleinere soundbar produceert doorgaans minder goed geluid en moet voldoende bas produceren omdat een subwoofer ontbreekt. Is de Bar 5.0 Multibeam dé soundbar voor je minimalistische kamer? 

Ontwerp en aansluitingen

Qua ontwerp zou ik zeggen: ja. De soundbar is met 70 bij 58 bij 10 centimeter echt compact en komt liggend voor mijn 55 inch-tv zelfs wat iel over. Als je een kleinere tv hebt, komt de Bar 5.0 Multibeam beter tot zijn recht. De soundbar is gemaakt van kunststof, voelt stevig aan en ziet er naar mijn mening sjiek uit. Op de voorkant verschijnt rechts de inputbron. Duidelijk genoeg en niet afleidend, als je het mij vraagt. 

©PXimport

Je bedient de soundbar via de afstandsbediening (waarover zo meer) of de knoppen bovenop. Dat zijn er vier, voor het aan- en uitzetten van de soundbar, het volume en de broninvoer. Op de achterkant tref je een reeks aansluitingen aan. Voor de stroomkabel, een optische audiokabel, een ethernetkabel (in plaats van gebruik via wifi), een usb-poort en twee hdmi-poorten. Die usb-poort kan eigenlijk niets behalve de soundbar updaten en dat is jammer. Een usb-stick of harde schijf aansluiten om lekker muziek te luisteren zit er niet in. De ene hdmi-poort legt de verbinding met je tv en de ander kan een randapparaat verbinden. Dat kan een gameconsole zijn, maar ook een blu-rayspeler of Apple TV, om maar eens wat populaire opties te noemen. 

©PXimport

©PXimport

Na een paar dagen gebruik viel het mij pas op, maar de kabels in de JBL Bar 5.0 Multibeam steken nogal uit. Zeker in vergelijking met andere soundbars. Daar heb ik geen last van omdat de soundbar op een dressoir voor de tv staat, maar het kan wel problemen opleveren als je de bar 5.0 Multibeam aan de muur wilt ophangen of 'm tegen de muur wilt plaatsen. Dan komt hij wat vrij van de muur te hangen of plet je je kabels tegen de wand, mogelijk met afdrukken als gevolg. Een aandachtspuntje dus. Wel prettig is dat JBL de accessoires voor eventuele wandmontage meelevert. 

Mogelijkheden en afstandsbediening 

Van een gloednieuwe soundbar in dit prijssegment mag je aardig wat mogelijkheden verwachten. De JBL Bar 5.0 Multibeam voldoet aan die verwachtingen. Je kunt niet alleen via bedrade kanalen geluid uit de soundbar laten klinken, maar ook gebruikmaken van draadloze technieken. Denk aan bluetooth, maar ook Apple AirPlay 2 en Google Chromecast. Dankzij die laatste twee functies stream je eenvoudig radio, Spotify en podcasts naar de soundbar. 

Als je een slimme Google Nest-luidspreker hebt, kun je die met je stem opdragen om je favoriete muziek op de Bar 5.0 Multibeam af te spelen. Dit werkt via de Chromecast-koppeling. Die koppeling maak je binnen een paar minuten in de Google Home-app. De soundbar is ook geschikt voor Dolby Vision, een hdr-standaard die 4k-resolutie ondersteunt. Er is ook ondersteuning voor Virtual Dolby Atmos.

Over de afstandsbediening ben ik iets minder enthousiast. Hij is licht en compact, maar ik mis achtergrondverlichting om de knoppen beter te kunnen zien in een vrij donkere kamer. Ook mis ik een aparte knop om de bas uit de soundbar te regelen. 

©CIDimport

Multibeam kalibreren

Zoals de naam al doet vermoeden, ondersteunt de Bar 5.0 Multibeam de Multibeam-techniek van JBL. Die kalibreert het surround geluid aan de hand van de grootte en indeling van de kamer waar de soundbar in staat. De functie werkt echter niet direct. Je moet 'm zelf activeren en de benodigde stappen vind je in de handleiding. Die maakt ook duidelijk hoe je het basniveau van de soundbar regelt door bepaalde knoppen in te drukken. Dat laatste kan handig zijn, maar op de zware stand vind ik de bas alsnog beperkt. Hier kom ik zo op terug. 

Op onderstaande afbeelding van JBL zie je hoe de drivers en radiatoren in de soundbar verwerkt zijn. Leuk om te weten nu de geluidskwaliteit van de soundbar aan bod komt. 

©CIDimport

Geluidskwaliteit

De Bar 5.0 Multibeam biedt vijf keer 50 Watt vermogen, dus totaal 250 Watt. Dat is meer dan genoeg voor een normale woonkamer. Ik heb de soundbar nooit echt hard hoeven zetten. Wel zo prettig. De geluidskwaliteit laat echter een gemengde indruk achter. 

Stemmen klinken enerzijds lekker helder, maar komen minder realistisch over dan ik had verwacht. Met name hoge (vrouwen)stemmen zijn regelmatig wat schel, terwijl een zwaardere (mannen)stem wat luchtig klinkt. De balans had beter gekund. Ik denk de geluidskwaliteit vooral te lijden heeft onder het gebrek aan een aparte subwoofer.

JBL prijst de soundbar op zijn website aan met 'stevige bas zonder aparte subwoofer'. Daar kan ik mij niet in vinden. De Bar 5.0 Multibeam heeft vanwege zijn compacte ontwerp moeite met het produceren van genoeg maar vooral goede bas. Dat merk je met name bij actiefilms en muziek die het moet hebben van een dreunende bas. Het house-genre bijvoorbeeld. Maar ook nummers als Save Your Tears en Hardest To Love van het (steengoede) R&B-album After Hours van The Weekend klinken wat lafjes zonder strakke bas. Ik vind het weglaten van een degelijke subwoofer een gemiste kans en snap het gezien de prijs ook niet zo.

Conclusie: JBL Bar 5.0 Multibeam kopen?

De JBL Bar 5.0 Multibeam is een prima soundbar, maar zijn adviesprijs van 399 euro maakt 'm geen slimme koop. Voor dit geld mag je een soundbar met beter geluid en meer bas verwachten. Los van de prijs is het jammer dat de Bar 5.0 Multibeam wat uiterlijke schoonheidsfoutjes heeft, die voor de een echter zwaarder wegen dan voor de ander. Als je een soundbar van zo'n 400 euro zoekt, ben je naar mijn mening beter af met de Harman Kardon Citation MultiBeam 700 (450 euro), de relatief oude Sonos Beam of JBL's anderhalf jaar oude Bar 5.1 Surround (430 euro). De Bar 5.0 Multibeam wordt pas een goede deal als hij tientallen euro's in prijs zakt. 

Oké
Conclusie

**Prijs** € 399,- **Aansluitingen** Hdmi-input, hdmi-output, s/pdif (optisch), ethernetpoort **Draadloos** Bluetooth 4.2, Apple AirPlay 2, Google Chromecast, Amazon Alexa **Uitgangsvermogen soundbar** 250 watt **Frequentiebereik** 50 Hz – 20 kHz **Afmetingen soundbar** 70.9 × 5,8 × 10.1 centimeter **Gewicht soundbar** 2.8 kilo **Website** [www.jbl.nl](https://www.jbl.nl/soundbars/BAR-5-0-MULTIBEAM-.html"blank")

Plus- en minpunten
  • Installatiegemak
  • Slimme bedieningsmogelijkheden
  • Helder geluid
  • Simpele afstandsbediening
  • Te weinig bas
  • Niet volledig tegen de wand te plaatsen of hangen
  • Usb-poort kan geen muziek afspelen
▼ Volgende artikel
Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard
Huis

Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard

Het Zuid-Koreaanse zou een shooter gebaseerd op Starcraft in ontwikkeling hebben voor IP-eigenaar Blizzard.

Dat claimt The Korean Economic Daily. Een team binnen Nexon dat gespecialiseerd is in shooters zou zich op dit moment volledig richten op de nog onaangekondigde game. De ontwikkeling zou nog niet lang geleden zijn gestart, en dus zou de shooter nog lang op zich laten wachten.

Verdere details zijn er nog niet, behalve dat Choi Jun-ho ook bij het project betrokken zou zijn. Hij maakte eerder de populaire Shinppu-mapmod voor Starcraft.

Starcraft

Er gaan al langer geruchten over een shooter gebaseerd op Starcraft. Vorig jaar meldde Bloomberg-journalist Jason Schreier al in zijn boek 'Play Nice: The Rise, Fall and Future of Blizzard Entertainment' dat Blizzard aan een shooter zou werken. Volgens Schreier is de shooter van Nexon echter niet gerelateerd aan de shooter van Blizzard - het zouden om twee afzonderlijke projecten gaan.

De Starcraft-reeks bestaat uit real-time strategygames. De eerste verscheen in 1998, en een vervolg kwam in 2010 uit. Blizzard heeft al vaker geprobeerd shooters gebaseerd op de Starcraft-franchise te maken, maar die werden vooralsnog altijd geannuleerd.

Mogelijke onthulling op Blizzcon

Voor het eerst in enkele jaren organiseert Blizzard op 12 en 13 december de Amerikaanse beurs Blizzcon, waar alles rondom de uitgever wordt gevierd. Het is mogelijk dat één van de hierboven genoemde shooters daar wordt onthuld.

▼ Volgende artikel
Review: Mario Tennis Fever is een leuke set
Huis

Review: Mario Tennis Fever is een leuke set

Je vraagt je bij elke Mario-sportgame toch weer af: bereikt het de highs van die oeroude Game Boy-games van Camelot, zoals Mario Tennis en Mario Golf)? Het antwoord is, wat mij betreft, steevast  ‘nee’. Maar tussen ‘perfect’ en ‘niet perfect’ zit nog altijd een breed spectrum aan kwaliteit. En Fever? Die nestelt zich moeiteloos aan de betere kant van dat spectrum.

De drie toernooien die deze game rijk is, daar ben je een uurtje zoet mee. Waarschijnlijk zonder een set te verliezen. De Adventure Mode? Een paar uurtjes meer dan dat, en hoewel ook die nergens uitdagend wordt vertelt het wel een vermakelijk verhaal over Mario en Luigi die als baby’s hun tennis-skills moeten oppoetsen vanwege… bijzondere redenen.

Er zijn ook drie Challenge Towers met allerlei unieke uitdagingen die eventjes vermaken. In mix-up vinden we tennis, maar dan met regels en omstandigheden die alleen het Mushroom Kingdom kan bieden, en dat was het wel zo’n beetje. Wie Mario Tennis Fever alleen speelt is een weekend zoet en heeft zich prima vermaakt. Maar sportgames zijn er, natuurlijk, om je competitieve aard los te laten op vrienden, familie, kroost of online uitdagers.

Leuk

Daarom wil ik het ook niet al te uitgebreid over die singleplayermodi hebben. Ja, Nintendo heeft z’n best gedaan. Ja, er is weinig aan te merken op de minigames en kleine tussenscènes die de Tennis Academy te bieden heeft en de ontwikkelaars verdienen het dat het hier even aangestipt wordt. Nooit sla je stijl achterover van briljante ideeën of concepten, en er wordt geen druppeltje zweet gemorst van de spanning. Maar ‘leuk’ is eigenlijk een perfect, allesomvattend begrip om deze kant van de game te omschrijven.

De echte graadmeter echter, is de kern van de gameplay. Hoe speelt het? Hoe diep gaat het? Hoeveel personages, gekke rackets en super-power-mega-skillmoves zijn er in dit pakketje gepropt en hoe verhouden die zich tot elkaar? Na mening middag ballen overslaan of in dubbelspel terugslaan met mijn zoontje van 9, zijn we eruit: Mario Tennis Fever heeft ontzettend lekkere gameplay.

Content is king

Content is in de eerste instantie de name of the game. Er zitten bijna veertig personages in de game, meer dan een dozijn verschillende banen en de hoofdattractie is de aanwezigheid van tientallen Fever-rackets, die elk hun eigen unieke skill met zich meebrengen. De bananentros die Donkey Kong een ‘racket’ noemt strooit bananen over de baan, met het vulkaanracket plopt er een (je raadt het nooit) vulkaan op uit de baan en het Thwomb-racket zorgt ervoor dat het iconische stenen blok uit de Mario-serie plots uit de lucht valt – hopelijk op een tegenstander. Een zogeheten Fever-shot is verder ook geen hogere wiskunde. Om de zoveel tijd is je metertje vol en ram je dat ding over de baan heen.

Extra fijn is dat het gros van dit alles vrij te spelen is waar je maar wil. Laat je de singleplayermodi links liggen en speel je gewoon wat potjes tegen elkaar? Geen probleem, om de zoveel potten krijg je een nieuw racket, personage, of kleurtjes voor je favoriete tennissers.  

Watch on YouTube

Plak er een voldoende op

Enfin, tot zover de uitleg en alles wat hier te vinden is. Leuk spelletje, plak er een voldoende op en klaar, toch? Nou nee, want hoewel alles hierboven zijn eigen rol speelt, zijn het de diepere lagen daaronder die Mario Tennis  Fever tot grotere hoogten dan ‘plak er even een voldoende op’ stuwen. Al die personages? Die beschikken over hun eigen stats en eigenaardigheden. Wario laadt z’n powershots razendsnel op, Bowser Jr. legt veel meer precisie in z’n topspincurve dan anderen en Shy Guy slaat zijn topspins zonder gehinderd te worden door zijn positie op de baan.

En die banen? Die hebben elk hun eigen ondergrond, waar ballen anders op stuiteren en doorschieten, terwijl spelers zelf ook sneller of minder snel zijn, gebaseerd op het gras of het hardcourt waar ze op spelen. Die Fever-rackets? Oprecht allemaal een andere smaak. Ook daar merk dat extra stukje diepgang waar een wat luiere Mario-sportgame niet aan zou denken: wanneer je een Fever-shot terugslaat vóórdat op jouw zijde van het net landt, kun je met een stuit op de helft van de tegenstander zomaar eens het bijbehorende effect teruggeven. Prettig vervelend als je denkt die koter een modderplas op zijn helft te bezorgen, om ‘m vervolgens zelf om je oren te krijgen als hij de bal vakkundig over je heen lobt en ‘ie alsnog op jouw achterveld terecht komt. Een (modder)koekje van eigen deeg noemen ze dat geloof ik.

Mario Tennis Fever

Slide
Slide
Slide
Slide

Geen Lego, wel Duplo

Al die extra aandachtspuntjes en omstandigheden zijn ook nog eens gebouwd op een fundering van onkreukbare basisgameplay. Topspins, slices, curveballen, lobs en powershots: alles wat je van een tennisgame mag verwachten zit erin. De grote maar is alleen: het gebeurt allemaal zonder de nuance van een échte topgame. Vergelijk het een beetje met Lego en Duplo. Zelfde principe, zelfde soort blokken, maar iets vets bouwen met Lego hit net even anders dan iets vets bouwen met die grote Duplo-blokken. Zo verhoudt deze game zich ook tot de toppers uit het tennisgenre, zoals Virtua Tennis en Topspin. Is veelgevraagd, ik weet het, maar het is wel het verschil tussen goed of geweldig. En Mario Tennis Fever eindigt in het eerste kamp.

Is mijn zoontje naar school, dan heb ik namelijk geen enkele reden om Mario Tennis Fever verder te spelen. Zoals gezegd is al die singleplayercontent niet meer dan ‘even leuk’. En computergestuurde tegenstanders geven zelfs op het hoogste niveau nooit écht tegengas. Bovendien zijn de personages net te groot voor deze banen om het volgende niveau van verfijning te bereiken. Top, zo’n lob. Maar vanwege de dus relatief kleine banen blijft het geen zekerheidje dat je iemand ermee verschalkt die tegen het net aan staat. Aanzienlijke kans dat ie gewoon op tijd de achterlijn haalt, als ie ook maar een klein beetje inzicht heeft. Het zorgt ervoor dat Mario Tennis Fever een absoluut geslaagde game is, met heerlijke multiplayer. Maar wie de eindeloze diepgang en speeluren van, bijvoorbeeld, een Mario Kart World hier zoekt, staat sneller dan gewenst buitenspel. Oh wacht, verkeerd sport…

Mario Tennis Fever is vanaf 11 februari beschikbaar voor Nintendo Switch 2.

Goed
Conclusie

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Plus- en minpunten
  • Flinke hoeveelheid content en modi
  • Sterke basisgameplay
  • Uiteenlopende Fever-rackets
  • Nog altijd sterke multiplayer
  • Daagt je nooit écht uit
  • Diepgang niet eindeloos