ID.nl logo
Samsung Galaxy Watch6 - De ultieme smartwatch
© Samsung
Gezond leven

Samsung Galaxy Watch6 - De ultieme smartwatch

Een horloge dat alléén de tijd aangeeft? Dat is niet meer helemaal van deze tijd. Dat weet Samsung al wat langer en de Galaxy Watch6 is daarvan het laatste bewijs. De zesde generatie smartwatches van Samsung is sinds kort op de markt, dus reden genoeg om het Review.nl Testpanel in te schakelen om hem onder de loep te nemen. Wat de testers van de Samsung Galaxy Watch6 vonden en hoe ze tot het gemiddelde eindcijfer van een 8,2 zijn gekomen, lees je in dit artikel.

Looks: Samsung-klasse

Het oog wil natuurlijk ook wat, en dat kun je wel aan Samsung overlaten. De Galaxy Watch6 is een prachtig horloge, daar is het testpanel het duidelijk over eens. De 40mm-versie is absoluut niet lomp en staat zelfs goed om een slanke pols. De aangescherpte randen geven een elegantere uitstraling ten opzichte van eerdere modellen van de Galaxy Watch.

Het bandje, ook niet onbelangrijk, ziet er chic uit en zit ook nog eens lekker om de pols. Het testpanel is daarnaast te spreken over het aantal kleuren waaruit je kunt kiezen. Zoals een van de testers het verwoordt: de tijd dat een smartwatch een log en lelijk apparaat is, ligt met deze Galaxy Watch6 voorgoed achter ons. De enige toevoeging is het ontbreken van een titanium versie, maar de standaard behuizing kan er prima mee door. 

©Samsung

Batterij en opladen: oud euvel, maar goed opgelost

Al vanaf de eerste generatie smartwatches zijn de accuduur en de oplaadtijd een probleem, en hoewel de Galaxy Watch6 dat euvel niet helemaal oplost, zijn er toch flinke stappen gezet. De accuduur is met ongeveer anderhalve dag nog steeds niet om over naar huis te schrijven, en dat is dan ook meteen het grootste minpunt van het horloge – maar dan wel een van de weinige.

De andere kant van de medaille is een stuk positiever: het opladen gaat razendsnel, en dat viel ook het testpanel op. Met een halfuurtje zit je doorgaans alweer in de buurt van de 100 procent, zo merkte een van de testers. Daarmee is het probleem van de wat korte accuduur eigenlijk ook meteen opgelost. 

Gebruik: razendsnelle informatie-uitwisseling

De tijd dat horloges alleen de tijd aangaven is allang voorbij, en de Galaxy Watch6 is daarvan het ultieme bewijs. De sensoren werken vrijwel allemaal meteen vanuit de doos; alleen de bloeddruksensor moet eerst even worden gekalibreerd. Het koppelen van de Watch aan je smartphone en het uitwisselen van informatie tussen de twee apparaten gaat razendsnel. Bepaalde functies zitten wat dieper in de menu's weggestopt, maar in de paar weken die het testpanel had om de Watch6 onder de loep te nemen, wende die navigatie snel genoeg. 

©Samsung

Functies: goede basis, veel extra's

De Galaxy Watch6 staat bol van de handige functies. Natuurlijk zijn er functies die je bij elke andere smartwatch tegenkomt, zoals het opnemen van telefoontjes en het lezen van notificaties. Die basisfuncties werken uitstekend en de nieuwe optie voor het maken én bekijken van foto's die je met je smartphone en de controller op de Watch maakt werd zeer gewaardeerd.

Maar het zijn de extra functies die de Galaxy Watch6 maken tot wat hij is. De functies voor het meten van je vitale functies en het bijhouden van je algehele gezondheid zorgde ervoor dat leden van het testpanel gezonder gingen leven. De Watch6 houdt namelijk niet alleen je sportprestaties bij, maar ook je hartslag, slaapritme, water-inname en stresslevels. Voor een van onze testers voelde het horloge zelfs aan als een personal coach.  

Andere zaken: alle belangrijke info

En dan zijn er nog de functies die pas na een paar weken gebruik beoordeeld kunnen worden. De samenwerking met de Galaxy Wear-app bijvoorbeeld, die op alle Android-telefoons werkt. De app is handig en fijn in gebruik, en zorgt ervoor dat je in één oogopslag alle belangrijke informatie te zien krijgt.

De resolutie is vooral bij de grotere horloges zeer goed, dus het loont de moeite om daarvoor te gaan. Alle belangrijke apps zoals Spotify, Strava en WhatsApp zijn meegeleverd, en ze werken ook nog eens goed.

Benieuwd naar de Galaxy Watch6?

Ontdek de smartwatch in de E-store

Conclusie

De Galaxy Watch6 is alweer de zesde generatie smartwatches van Samsung, en dat is te merken. Van alle kinderziektes die in eerdere modellen te vinden waren, is eigenlijk alleen de accuduur nog overgebleven, al wordt dat goed opgelost door het razendsnelle opladen. De Watch6 oogt chic en elegant, zelfs op slankere polsen – zeker de 40mm-versie. Het is jammer dat er geen titanium meer wordt gebruikt, maar ook de nieuwe behuizing ziet er prachtig uit.

De Galaxy Wearable-app werkt goed en informatie wordt snel en makkelijk uitgewisseld. Ook apps van derde partijen, zoals Spotify en WhatsApp, werken naar behoren. Handige extra functies zoals het openen van afbeeldingen zijn een goede verbetering ten opzichte van eerdere versies. En misschien nog wel het beste van het hele verhaal: je krijgt al deze handige functies voor een relatief betaalbare prijs. Daarmee is de Samsung Galaxy Watch6 een van de fijnste smartwatches van het moment, en de 8,2 als gemiddeld eindcijfer is dan ook meer dan verdiend.

©Samsung

Slaap je slecht door de wintertijd? Misschien is een Sleep Rave de oplossing! Lees hier het artikel

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.