ID.nl logo
Oppo brengt nieuwe smartband en setje oordoppen uit
Gezond leven

Oppo brengt nieuwe smartband en setje oordoppen uit

De Chinese fabrikant Oppo brengt de Band 2 en Enco Buds 2 uit in Nederland. Dit zijn respectievelijk een nieuwe fitnesstracker en setje oordoppen. Beide producten zijn per direct verkrijgbaar, maar in hoeverre verschillen ze van hun voorgangers?

Met een riant scherm van 1,57 inch lijkt de nieuwe fitnesstracker, of smartband, van Oppo meer op een langwerpige smartwatch. Dat amoled-scherm is tevens flink groter dan de vorige iteratie van dit model, dat ongeveer twee jaar geleden uitkwam. Dat scherm is 1,1-inch groot. De grootte van het scherm heeft natuurlijk ook invloed op de afmetingen van het apparaat; het model uit 2022 is een stuk groter dan de versie uit 2020. Voor het gebruik kan dat alleen maar positief uitpakken, aangezien je daardoor goed kan zien wat je op het scherm doet.

Specs doen ertoe

Voor dit soort apparaten geldt vaak dat de verschillen hem echt in de specificaties zitten. En dat merk je ook aan andere aspecten. Zo is ook de resolutie erop vooruitgegaan met 256 bij 402 pixels (ten opzichte van 126 bij 294 pixels). Aan de pixeldichtheid zul je het verschil echter niet merken. Het nieuwe model heeft een pixeldichtheid van 3002 per inch, terwijl het oude model beschikt over 290 pixels per inch. Dat is een te klein verschil om daadwerkelijk op te kunnen meten met het naakte oog, helemaal op het kleine scherm van de Oppo Band 2. Toch is het mooi meegenomen.

Met een maximale helderheid van 500 nits weet je dat je overdag altijd prima kunt zien wat er op dat schermpje op je pols gebeurt. Eén van de betere aanpassingen is de accu in de Oppo Band 2. Die beschikt nu over een vermogen van 200 mAh, terwijl de voorganger over 100 mAh beschikt. Een grotere accu is ook nodig met een groter scherm. De grote vraag is dan: heeft dat vermogen een positieve invloed op de gebruikersduur? Afgaande op wat Oppo nu vertelt is dat helaas niet het geval. Beide apparaten gaan “tot twee weken mee” op een volle accu.

Andere noemenswaardige verschillen zijn de toename in gewicht (33 gram ten opzichte van 21 gram) en de vele sportmodi. De Oppo Band 2 ondersteunt honderd verschillende modi waarmee je je sportprestaties bijhoudt, terwijl de eerste Band niet verder komt dan twaalf stuks. Dat is dus een gigantisch verschil dat, samen met dat grotere scherm en de accu, doorslaggevend kan zijn. Beide fitnesstrackers beschikken over een 6-assige bewegingssensor, evenals hartslag- en bloedzuurstofsensoren. Daarmee breng je verschillende facetten van sport aan het licht.

Nieuwe tennismodus en hardloopfuncties

De Oppo Band 2 beschikt onder meer over een nieuwe tennismodus die verschillende tennisslagen kan herkennen en vijf soorten gegevens kan registreren: slagen, racketzwaaien, duur van de tennissessie, hartslag en verbrandde calorieën. Ook zijn er verbeterde hardloopfunctionaliteiten, zoals hartslagmonitoring tijdens het hardlopen, cardiorespiratoire fitness (CRF)-evaluatie, suggesties voor de loopsnelheid en dertien hardloopcursussen. De professionele gegevenscontrole en waarschuwende meldingsuggesties helpen je veilig en efficiënt hard te lopen, zo luidt de belofte.

Tijdens het slapen controleert de band slaap, ontwaken, slaapduur, slaapfasen (diepe slaap en lichte slaap), REM-slaap (Rapid Eye Movement) en zuurstofgehalte in het bloed. Ook beoordeelt het apparaat het snurkrisico. Na het wakker worden, kun je je slaapkwaliteitsrapport en snurkrapport bekijken om je slaap beter te begrijpen. Opladen duurt overigens een uurtje, dan is de Oppo Band 2 volledig opgeladen. Heb je wat minder tijd? Dan kun je met vijf minuten de dag doorkomen, aldus Oppo. Dat soort dingen ontdekken we graag zelf, wanneer we aan de slag gaan met de review.

©Oppo

Oppo Enco Buds 2-oordoppen

Tot slot laat Oppo weten dat je vanaf nu ook de Oppo Enco Buds 2 kunt aanschaffen. Dit is een setje draadloze oordopjes met soft-tips, die beschikken over drivers van tien millimeter. Het Enco Live Stereo Sound Effect moet zorgen voor indrukwekkende bassen, heldere klanken en loepzuivere details. Ook is er een deep noise cancellation-functie die omgevingsgeluiden beperkt tot het minimum, waardoor je er prima mee moet kunnen bellen. De totale luistertijd bedraagt 28 uur en met tien minuten opladen kun je tot een uur lang gebruikmaken van de oordopjes.

Maar in hoeverre verschillen deze oordopjes in vergelijking met diens voorganger? Nou, amper, eigenlijk. Het design is het opmerkelijkste verschil. Dit keer koos Oppo voor oordopjes met een stam, zoals Apple altijd kiest met de AirPods. Ook zijn ze ongeveer zeven gram lichter. Het ip-certificaat is er vreemd genoeg op achteruit gegaan: van een ip54 naar een ipx4; de stofdichtheid is dus verdwenen (maar wellicht door het nieuwe design ook niet nodig). Verder gaat de accu in de case iets langer mee door het hogere vermogen van 460 mAh (ten opzichte van 400 mAh).

Prijzen en beschikbaarheid

De Oppo Band 2 is vanaf nu direct verkrijgbaar in de kleuren zwart en blauw bij onder andere Bol.com, de Oppo e-store en T-Mobile tegen een adviesprijs van 79 euro. De Oppo Enco Buds 2 is eveneens meteen te koop in de kleuren zwart en wit bij onder meer Bol.com, de Oppo e-store en T-Mobile tegen een adviesprijs van 59 euro.

▼ Volgende artikel
Beeldverversing versus pixels: waarom soepel gamen beter is dan scherp
© Gorodenkoff Productions OU
Huis

Beeldverversing versus pixels: waarom soepel gamen beter is dan scherp

Resolutie is marketing, refreshrate is beleving. Waar 4K zorgt voor een mooi plaatje, zorgt een hoge verversing (Hz) ervoor dat je daadwerkelijk wint. Hieronder lees je waarom snelheid in feite de échte koning is in gaming.

Veel gamers staren zich blind op 4K-resolutie. Ze kopen een duur scherm, zetten de settings op Ultra en vragen zich vervolgens af waarom hun spel stroperig aanvoelt. De misvatting is dat 'mooier' gelijkstaat aan 'beter'. In werkelijkheid is de vloeibaarheid van het beeld – de refreshrate, oftewel verversingssnelheid – veel bepalender voor hoe direct en responsief een game aanvoelt. Aan het eind van dit artikel weet je precies of jij moet kiezen voor pixels of snelheid.

Hoe je ogen bedrogen worden door Hertz

Stel je voor dat je snel met je muis over je bureaublad beweegt. Op een standaard 60Hz-scherm zie je de cursor in schokjes over het beeld springen; je hersenen vullen de gaten in. Op een 144Hz- of 240Hz-gaming-monitor verdwijnen die gaten.

Het technische verschil zit hem in de verversingssnelheid: het aantal keren per seconde dat het beeld wordt vernieuwd. Bij 60 Hz krijg je elke 16,6 milliseconden een nieuw beeld. Bij 144 Hz is dat elke 6,9 milliseconden. Dat klinkt als een klein verschil, maar je voelt het direct. Het gestotter dat je onbewust gewend bent verdwijnt. Bewegingen voelen boterzacht aan, alsof de cursor (of je crosshair) aan je hand vastgeplakt zit in plaats van er achteraan zwemt. Dit effect wordt motion clarity genoemd: objecten blijven scherp, zelfs als ze snel door het beeld bewegen.

©Framestock

De winst in shooters en snelle actie

Wanneer werkt dit in je voordeel? Vooral in competitieve shooters zoals Call of Duty, Counter-Strike of Valorant. In dit soort games telt elke milliseconde. Een hogere refreshrate vermindert de input lag, oftewel de tijd tussen jouw klik en de actie op het scherm.

Stel, je draait je personage snel om. Bij een lage refreshrate wordt de vijand een fractie later getoond en zie je veel bewegingsonscherpte (motion blur). Met een hoge refreshrate zie je de vijand eerder en scherper, waardoor je sneller kunt reageren. Je hebt letterlijk actuelere informatie dan je tegenstander. Om dat te bereiken heb je wel een krachtige videokaart nodig die genoeg beelden per seconde (FPS) kan genereren om je snelle scherm bij te houden.

Wanneer resolutie het toch wint van snelheid

Is snelheid altijd heilig? Nee. Als je vooral tragere, meer verhalende games speelt (zoals Cyberpunk 2077 in de 'sightseeing' modus), Microsoft Flight Simulator of grafische RPG's, dan voegt 240 Hz weinig toe. In deze titels kijk je vaak naar stilstaande of langzaam bewegende omgevingen.

In dat geval wil je juist de texturen van de bomen, de reflecties in het water en de details in gezichten zien. Een 4K-monitor op 60 of 120 Hz is dan een logischer keuze dan een onscherp 1080p-scherm op 360 Hz. De visuele pracht weegt hier zwaarder dan de milliseconden reactietijd. Ook voor console-gamers die op de bank zitten, is een goede televisie met 4K en HDR vaak indrukwekkender dan puur de hoogste framerates.

Situaties waarin een hoge refreshrate zinloos is

Er zijn momenten dat investeren in een snel scherm weggegooid geld is. Dat gebeurt bijvoorbeeld als je hardware de snelheid niet kan leveren; als je videokaart maar 50 frames per seconde kan leveren, heeft een 144Hz-scherm geen nut omdat het scherm wacht op de computer. Daarnaast beperken oude kabels je bandbreedte, waardoor je monitor soms terugvalt naar 60 Hz zonder dat je het doorhebt. Ook op oudere consoles zoals de Nintendo Switch of de standaard PS4 heb je niets aan snelle schermen, omdat deze hardware fysiek gelimiteerd is op 60 Hz of lager.

Bepaal wat jouw setup aankan

Kijk dus kritisch naar je huidige situatie voordat je naar de winkel rent. Heb je een high-end pc die makkelijk 120+ FPS haalt in jouw favoriete games? Dan is een upgrade naar een 144- of 165Hz-monitor de grootste sprong in spelplezier die je kunt maken. Speel je op een PlayStation 5 of Xbox Series X? Zoek dan specifiek naar een scherm met HDMI 2.1-ondersteuning om 120 Hz op 4K mogelijk te maken. Zit je ver van je scherm af en speel je relaxed? Investeer dan liever in resolutie en kleurdiepte.

©Proxima Studio

Kortom: snelheid is de sleutel tot succes!

Verversingssnelheid is belangrijker dan resolutie voor iedereen die actie- of competitieve games speelt. Het zorgt voor een vloeiender beeld, minder input lag en betere motion clarity, wat je direct een voordeel geeft in het spel. Resolutie is vooral luxe voor het oog, maar refreshrate is pure prestatie voor de speler.

▼ Volgende artikel
Column: A Knight of Seven Kingdoms is wat Game Of Thrones nooit durfde te zijn
© HBO Max
Huis

Column: A Knight of Seven Kingdoms is wat Game Of Thrones nooit durfde te zijn

Game of Thrones kennen we als een reeks brute, grootschalige verhalen, maar A Knight of Seven Kingdoms is het tegenovergestelde. Wat blijkt? Met een schattig, kleinschalig verhaal voelt Westeros alleen maar groter.

Het regent. Op een heuvel, onder een boom, zien we een kast van een vent in de weer met een schop. Een ridder, lijkt het. Hij graaft een graf. Tegelijkertijd praat de ridder in zichzelf: er is in de buurt een toernooi, en we kijken waarschijnlijk naar de winnaar. De muziek zwelt op, terwijl onze held vastberaden in de verte staart. De iconische Game of Thrones-muziek lijkt ons te gaan overspoelen, klaar om naar een prachtig geanimeerde intro te gaan. In plaats daarvan, knippen we naar een shot waarin onze held achter een boom staat te poepen.

Watch on YouTube

De boodschap is duidelijk: de serie heeft schijt aan de verwachtingen die je van Game of Thrones hebt. De serie stond er ooit immers om bekend dat het brak met de conventies van mainstream fantasy. Nu de reeks daar inmiddels zelf toe behoort, is het aan A Knight on Seven Kingdoms om er weer een flinke draai aan te geven.

Een ridder van de heg

Nog een spin-off? George R. R. Martin is toch die schrijver die nooit schrijft? Tja, dat valt wel mee. Hoewel de beste man zich al tien jaar uit een hoekje probeert te schrijven met het langverwachte Winds of Winter, heeft hij een hoop andere verhalen in Westeros verteld.

Zo komen de verhalen van House of the Dragon uit het boek Fire and Blood, waarin we volgen hoe de Targaryen-familie zichzelf met generaties aan ruzies ten val brengt. Maar George R. R. Martin heeft de schaal ook wel eens flink verkleind: in het korte boek The Hedge Knight, dat nog stamt uit de vorige eeuw, volgen we een ridder en zijn schildknaap.

©HBO Max

Daarin volgen we de ridder Dunk - niet onze eigen Dunke, maar Ser Duncan The Tall. Hij is een ‘hagenridder’: een ridder zonder verwantschap aan een heer. Of, in andere woorden: een freelancer die, als hij niet werkt, in de heg mag slapen. Dunk blijft niet lang een zzp’er: hij ontmoet de kale stadsjongen Egg, die dolgraag zijn schildknaap wil zijn.

Vrede!?

De verhalen van dit geliefde tweetal bieden de basis van A Knight of the Seven Kingdoms. De twist? Er is vrede in Westeros - ja, het kan echt - en we volgen een nobody, dus er is ineens ruimte voor een gezellig, klein verhaal. Dat wordt gereflecteerd in de afleveringen: geen dik uur, maar een comfortabel halfuurtje.

©HBO Max

De ridder Dunk wil dolgraag bewijzen dat hij een eervolle ridder is, maar dat is in het brute Westeros best een uitdaging. Al helemaal als je een lompe lieverd als Dunk bent. Dan komt zo’n slimme, wereldwijze schildknaap als Egg ineens goed van pas.

Het wordt al helemaal lastig als je niet eens kan bewijzen dat je een ridder bent. Dan mag je namelijk niet eens meedoen aan een toernooi - eentje waarbij Dunk overigens zijn paard en zijn spullen kwijtraakt, mocht hij verliezen.

Meneer, mag ik meedoen?

Met dat toernooi wordt een van de Game of Thrones-clichés lekker op zijn kop gezet. In de oorspronkelijke serie zagen we in aflevering vier een heftig toernooi en House of the Dragon opende er zelfs mee: het is vaak een goede manier om zonder grote verhaalconsequenties te laten zien hoe gewelddadig Westeros is.

©HBO Max

In A Knight of the Seven Kingdoms komen we dat toernooi niet eens bínnen. Eerst moet Dunk maar eens bewijzen dat hij een ridder is, uitzoeken hoe zo’n toernooi werkt en een heer overtuigen hem te helpen - maar ook dansen, touwtje trekken en een poppenspel aanschouwen. Het is een fantastische stap terug van al die grootschalige oorlogen.

Doordat het verhaal zo’n piepkleine focus heeft, begin je om iedereen te geven: iemand die z’n paard verkoopt in A Knight of Seven Kingdoms is vele malen pijnlijker dan een draak die wordt doodgeschoten in Game of Thrones. We bevinden ons nog steeds in de brute wereld, maar het komt allemaal wat harder aan omdat we ook zien hoe grappig en gezellig het kan zijn.

©HBO Max

Een fossiele brandstof

Toch loopt ook A Knight of Seven Kingdoms een zeker risico. De kwaliteit van Game of Thrones kelderde toen de makers het bronmateriaal inhaalden. Ook die van House of the Dragon nam wat af, toen showrunner Ryan Condal besloot George R.R. Martin niet langer te raadplegen en de grote climax werd doorgeschoven naar het volgende seizoen.

Er zijn momenteel drie korte boeken rondom Dunk en Egg, waarvan dit eerste seizoen het eerste boek beslaat. George R.R. Martin zegt nog twaalf verhalen in zijn hoofd te hebben, maar volgens HBO-baas Casey Bloys moeten de seizoenen van A Knight of Seven Kingdoms jaarlijks verschijnen: dat klinkt goed, maar dan mag Martin wel even doorschrijven. Zijn verhalen voelen nu als een fossiele brandstof: het is een enorm waardevolle bron, maar die wordt niet echt meer aangevuld.

©HBO Max

Gelukkig lijken showrunner Ira Parker en George R.R. Martin goed bevriend. De schrijver heeft Parker een outline gegeven van de twaalf verhalen, dus in theorie kan de serie daarmee verder - maar laten we niet vergeten dat dit bij de laatste seizoenen van Game of Thrones óók het geval was.

Bombastisch gefluit

Toch verdient Ira Parker ons optimisme, want A Knight of Seven Kingdoms is een fenomenale toevoeging aan de wereld van A Song of Ice and Fire. Verhalen hebben contrast nodig: door het klein te houden, voelt de wereld groot. Door het lief te houden, komen de gemene momenten keihard aan.

©HBO Max

De muziek is hier een spectaculair voorbeeld van. De bombastische muziek wordt ons aan het begin als wortel voorgehouden, maar dat is het ook wel - in plaats daarvan moeten we het doen met een gezellig gitaartje, iemand die fluit en het gezang van de vogeltjes.

Als het balletje dan eenmaal gaat rollen, neemt de muziek toch een bombastischer formaat aan - maar op dat moment voelt het verdiend. En, het allerbelangrijkste: in die epische muziek zit óók gewoon nog dat schattige gefluit.

Afleveringen van A Knight of Seven Kingdoms verschijnen wekelijks op HBO Max.