ID.nl logo
Muziek tijdens het sporten: do’s en don’ts
© Cookie Studio
Gezond leven

Muziek tijdens het sporten: do’s en don’ts

Muziek en sport zijn allebei goed voor je hersenen en mentale gezondheid, en werken zowel rustgevend als oppeppend. Muziek motiveert je tijdens het sporten om je doelen te behalen. Maar waar moet je op letten? Dit zijn de do's en don'ts.

Na het lezen van dit artikel weet je:

  • waarom muziek goed is voor je lichaam
  • dat sporten en muziek een gouden combi zijn
  • waarom draadloze technologie het beste past bij sporten
  • of noise canceling ook een goede optie is voor jou
  • of een koptelefoon of oortjes beter bij jou passen
  • welke muziek goed past bij een training
  • hoe je een work-out playlist maakt
  • waarom ook podcasts fijn zijn tijdens het sporten

Ook interessant: Koptelefoons en oortjes voor sporters

Muziek en je lichaam

Je voelt het meteen zodra je je favoriete song aanzet, maar hoe komt het eigenlijk dat muziek zo goed is en voelt? Rustgevende muziek werkt bijvoorbeeld bloeddrukverlagend, wat goed is voor je lichaam in het algemeen, maar ook tijdens het sporten van pas komt. En uit onderzoek blijkt ook dat veel muziek luisteren, leidt tot stressverlaging en meer en beter slapen, ook onmisbaar als je goede fysieke prestaties wil leveren. 

Vitamine M Muziek is sowieso gezond, of je nu sport of niet:

  • Wanneer je een muziekinstrument bespeelt, helpt dit bij het ontwikkelen van bepaalde cognitieve en sociale vaardigheden, en het verbeteren van de motoriek, wel zo handig bij het sporten. 
  • Wanneer je vaak muziek luistert, zorgt dit voor een beter geheugen, minder stress en meer geluksgevoelens.

©Dmitriy Vasilenko

Sporten met muziek

Genoeg voordelen, dus. Hoog tijd om de boel in de praktijk te brengen. Als eerste is het goed om even na te denken over welke sport je gaat beoefenen en waar. In de sportschool kun je prima een flinke koptelefoon op je hoofd zetten, maar dat is met buiten hardlopen misschien weer niet zo handig, om over zwemmen al helemaal te zwijgen. Ga je naar de sportschool? Daar hebben ze sowieso de muziek aanstaan, dus als je niet per se je eigen playlist wil horen, kun je prima zonder extra attributen naar fitness gaan. 

Zwemmen met muziek?

Bekijk de Shokz OpenSwim waterdichte koptelefoon

Ga voor draadloos

Maar welke koptelefoon of oortjes kies je? Oriënteer je eerst goed. Wat je ook doet, ga als het even kan in elk geval voor draadloos. Kabels heb je allang niet meer nodig, en die zitten alleen maar in de weg als je je persoonlijke record wil verbreken of dat gewicht omhoog duwt. Bovendien zijn kabels gevoelig voor breukjes, en kunnen ze wrijven of tikken tijdens het bewegen, wat je weer door je muziek heen hoort. De prijs voor draadloze koptelefoons hoef je het tegenwoordig gelukkig niet meer voor te laten. 

©Fizkes

Noise canceling: ongestoord sporten

Noise canceling werkt ook erg goed in de sportschool, je hoort alleen nog maar je eigen muziek, en krijgt geen storende geluiden van andere sporters mee. Noise canceling is een techniek die we al jaren terugzien in koptelefoons, en tegenwoordig ook in steeds meer oortjes. Noise canceling werkt door twee kleine microfoons die aan de buitenkant van de oorschelp of het oortje zijn ingebouwd. Die microfoons vangen het omgevingsgeluid op, en sturen een signaal richting je oor dat precies het omgekeerde van dat geluid is. Van die techniek merk je zelf niks, en intussen is je omgevingsgeluid gedempt alsof je in een beschermende glazen bubbel bent. Maar pas op als je op de openbare weg gaat rijden of lopen. Ook het geluid van aanstormend verkeer kan worden tegengehouden, en dat is gevaarlijk. 

Koptelefoon of oortjes? 

En dan moet je natuurlijk nog beslissen welk apparaat je aanschaft. Oortjes werken beter voor hardlopers, dat zweet minder en blijft beter zitten. Maar misschien wil je juist ook die dikke koptelefoon op in de sportschool. Bepaal dus eerst voor jezelf waar je ‘m vooral voor gaat gebruiken en wat je lekker vindt zitten. Ga je er alleen mee sporten, of wil je hem bijvoorbeeld ook op je werk, tijdens het gamen of in het openbaar vervoer op?

Lees ook: Welke draadloze oortjes passen bij mij?

Heb je er oren naar? Je eigen muziek in de sportschool? Als je voor oortjes gaat, zijn de Apple AirPods Pro ongeëvenaard populair. Voor over-ear-koptelefoons is de Sennheiser Momentum 4 een welbekende keuze.

Hakken en zagen

Als je eenmaal het juiste apparaat hebt, is het tijd om de perfecte muziek te kiezen. Zoals gezegd doet rustgevende muziek wonderen voor je bloeddruk en je slaapgedrag, maar soms wil je juist even lekker los gaan. Dan is een playlist met wat stevigere beats wel zo prettig. Of dat nou opzwepende dancetunes, brullende metal, stampende house of keiharde rocksolo’s zijn – het werkt allemaal. 

©Andrii Iemelianenko

Alles heeft een ritme Elk liedje heeft een specifiek tempo, de zogeheten 'beats per minute' (BPM). De ideale BPM van muziek tijdens het sporten kun je afstemmen op je activiteit en fitnessniveau, voor een optimale boost:

  • voor lage intensiteit en opwarmen: 100-120 BPM
  • voor gemiddelde intensiteit of cardio-oefeningen: 120-140 BPM
  • voor hoge intensiteit of intervaltraining: 140-180 BPM

Sportify

Vind je het moeilijk om muziek te kiezen? Daar hoef je gelukkig niet eens over na te denken. Muziekdiensten als Spotify (Android/iOS) hebben speciale playlists voor work-outs. Ga in de app naar Zoeken, scroll naar Workout, en voilà: tientallen handige playlists, zowel voor algemene training als voor specifieke sporten – ook gewoon voor yoga, als je niet meteen aan de gewichten gaat hangen. Ook zijn er specifieke playlists met nummers die een bepaalde beat per minute hebben.

Toch liever je eigen playlist samenstellen? Ga dan naar Bibliotheek, klik op het plusje en selecteer Playlist onder Maken. Geef ‘m een naam, en voeg je favoriete nummers toe. 

Extra boost nodig?

Shop voor sportdrankjes

Podcasts ter afleiding

Podcasts groeien nog steeds in populariteit, en dit fenomeen werkt ook ontzettend goed tijdens het sporten. Door te luisteren naar verhalen en gesprekken, raak je namelijk een beetje afgeleid. Dan gaat de tijd een stuk sneller, en merk je minder van de eventuele vermoeidheid of pijn. Er zijn ook podcasts over sporten, maar je kunt natuurlijk ook je favoriete podcasts beluisteren.

Klaar voor de start?

Sporten met muziek is fijn. Het leidt je een beetje af, het werkt inspirerend en motiverend. Muziek is goed voor je hoofd en je lichaam, een gouden combinatie tijdens het sporten. Zorg voor een goed apparaat dat lekker zit en niet zomaar van of uit je oren valt. Gebruik noise canceling om jezelf een beetje af te zonderen, maar pas op als je op de openbare weg aan het sporten bent. Maak je eigen opzwepende playlist of gebruik die van een ander. Pro tip: probeer niet keihard mee te blèren met je favoriete song als je die halter omhoog knalt. Hoewel, dat schijnt ook weer te boosten. De keuze is aan jou.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.