ID.nl logo
Waarom Linux beter is dan Windows 10
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Waarom Linux beter is dan Windows 10

Waarom Linux? We kunnen beter zeggen: waarom niet?! Het is gratis, opensource, stabiel en veilig. Bovendien is voor vrijwel elk programma onder Windows een even goed (of beter) equivalent te vinden.

Er bestaat niet één Linux. Er zijn enorm veel distributies die op allerlei manieren van elkaar verschillen, bijvoorbeeld qua gebruiksgemak, uitstraling en prestaties op eenvoudige systemen. Leuk, want zo is er voor ieder wat wils. Voor de gemiddelde gebruiker die gewoon een goede desktopomgeving wenst, maar ook voor de zakelijke gebruiker, de hobbyist, de gamer, de creatieveling of de student.

01 Heel veel keuze!

Linux is in veel smaken beschikbaar. Sommige distributies beperken zich tot de basis, waarbij je naar wens kunt uitbreiden en je eigen keuzes kunt maken. Andere versies zijn al na de installatie erg compleet en kun je direct als alternatief voor bijvoorbeeld Windows of macOS gebruiken. Een belangrijke keuze is de desktopomgeving, die vrijwel de hele look & feel bepaalt. Bij Linux Mint kun je bijvoorbeeld kiezen voor Cinnamon, Mate of Xfce, Lubuntu gebruikt het lichtgewicht LXDE, terwijl bij elementary OS de speciaal hiervoor ontwikkelde Pantheon-desktopomgeving wordt ingezet, dat door zijn gebruiksvriendelijkheid (maar beperkte instellingsmogelijkheden) heel geschikt is voor overstappers van Windows en macOS. Elke desktopomgeving komt met een pakket aan hiervoor geoptimaliseerde toepassingen, zoals een pakketbeheerder waarmee je software kunt bijwerken en installeren.

©PXimport

Distributies volgen en vergelijken

De website DistroWatch is een handige plek om distributies met elkaar te vergelijken. Voor elke distributie zijn er uitgebreide details te vinden. Bijvoorbeeld wat de basis voor de distributie is, welke releases er zijn geweest, hoe actueel de software is en wat gebruikers ervan vinden, met uitgebreide reviews. Ook kun je zien wat de populairste distributies zijn. Op dit moment bestaat de top vijf uit MX Linux, Manjaro, Mint, elementary OS en Ubuntu. Hierbij kijkt de website puur naar het aantal paginaraadplegingen; meer dan een indicatie is het daarom niet. Bedenk dat distributies komen en gaan. Er zijn dus altijd veel verschuivingen, maar dat houdt het ook levend.

©PXimport

02 Stabiele basis

Hoewel er heel wat exclusieve distributies zijn, leunen de meeste zelf weer op bijvoorbeeld Debian, Ubuntu of Arch Linux. Dat zorgt voor een stevig fundament en verzekert je ervan dat er veel software voor te vinden is. Evengoed zie je hier ook al verschillen: sommige distributies bieden het nieuwste van het nieuwste, andere zijn meer op stabiliteit gericht met daardoor soms wat oudere software. Een afgeleide distributie is – afhankelijk van je ervaringsniveau – soms een betere keuze. Neem bijvoorbeeld Manjaro, een van de populairste distributies van dit moment. Het heeft Arch Linux als basis, wat een opvallend snel, krachtig en lichtgewicht besturingssysteem is. Maar de installatie van alleen Arch Linux levert slechts een minimaal systeem op dat je verder moet uitbouwen met bijvoorbeeld de gewenste desktopomgeving, pakketbeheerder en software. Dat kán een voordeel zijn, maar is niet zo handig voor beginners. Manjaro daarentegen geeft je een volledige desktopomgeving met een heel pakket aan software, en is tijdens het gebruik juist gebruiksvriendelijk en toegankelijk terwijl je toch van de voordelen van Arch Linux profiteert.

©PXimport

03 Ook voor oudere systemen

Linux stelt geen hoge eisen aan het systeem. Zelfs op zwaar verouderde pc’s draait het meestal nog prima. Heb je minder dan 2 GB aan werkgeheugen, dan loont het wel om naar de wat lichtere distributies te kijken. Een extreem voorbeeld is Tiny Core Linux, dat voor een grafische desktop maar 16 MB geheugen vergt. Het is in de basis erg eenvoudig, maar je kunt wel precies de software toevoegen die je nodig hebt. Dat maakt het voor een antieke netbook wellicht een dankbare optie. Al geeft het iets ‘zwaardere’ Puppy Linux wel al meteen een veel bruikbaarder systeem, terwijl ook deze distributie maar zo’n 64 MB geheugen nodig heeft. Een leuker en completer systeem voor je netbook of laptop heb je met bijvoorbeeld Lubuntu, het daarvan afgeleide Peppermint OS en MX Linux. Als Windows niet vooruit te branden is op je systeem, is er zodoende altijd wel een vloeiend werkende Linux-distributie te vinden.

©PXimport

Hulpbron voor vastgelopen pc!

Een Linux-distributie is altijd handig om achter de hand te hebben voor het beheer van pc’s en laptops – ook als daar Windows op draait. Je kunt zo’n distributie gewoon vanaf een cd of usb-stick starten op bijvoorbeeld een vastgelopen pc om problemen op te lossen. Er bestaat overigens ook een distributie die daar speciaal voor is ontwikkeld: SystemRescueCd, een distro met diverse handige ingebouwde tools. Zo kun je bijvoorbeeld partities bekijken of repareren, een back-up van belangrijke bestanden maken of de bootsector herstellen. Ook is er een toepassing die specifiek is gericht op het redden van verloren geraakte video’s, foto’s en documenten.

©PXimport

04 Gebruiksvriendelijk en vertrouwd

Natuurlijk is de overstap van Windows of macOS naar Linux even wennen, maar als je een gebruiksvriendelijke distributie selecteert, hoeft dat niet lang te duren. Wil je een omgeving die zo sterk mogelijk overeenkomt met Windows 10, dan is Zorin OS een mooie optie. Het neemt de Gnome-desktop als basis, maar dan met talloze aanpassingen en een heel pakket aan krachtige toepassingen. Met Zorin Appearance biedt het bovendien een handige toepassing om de vormgeving van de desktop verder aan te passen. Elke twee jaar komt een grote update uit. Dat maakt het wellicht de moeite waard om nog (heel even) op Zorin OS 15 te wachten, dat al wel als bèta verscheen. Het heeft Ubuntu 18.04.2 LTS als basis, waar tien jaar lang updates voor verschijnen.

Als je macOS van Apple gewend bent, is elementary OS een mooie optie. Net als Zorin OS is het gebaseerd op Ubuntu, maar het is wat verder versimpeld, waardoor de keuze uiteindelijk meer een kwestie van smaak is. Wil je eindeloos van updates genieten, dan is een distributie met zogenaamde rolling releases overigens ook een optie (zie kader).

©PXimport

Altijd up-to-date met rolling releases

Af en toe is een verse start best fijn, maar verder is er tegenwoordig geen echte noodzaak om elke zoveel jaar een nieuw besturingssysteem te installeren. Windows stapte hier met versie 10 van af; hier kun je voortdurend updates voor installeren. Linux kent dat principe ook met de zogenaamde ‘rolling releases’, maar het is nog niet de standaard. Vooral Arch Linux is er sterk in, en ook met Manjaro (dat van Arch Linux is afgeleid) profiteer je daarvan. Een prettige keuze van Manjaro is dat het alleen stabiele versies in de pakketbronnen opneemt, die vooraf ook al even zijn getest. Zo blijven de risico’s dat er iets kapot gaat beperkt, zolang je de standaard pakketbeheerder gebruikt en niet te veel experimenteert. Niet elke distributie volgt het principe van ‘rolling releases’. Zo houdt Ubuntu nog vast aan halfjaarlijkse releases met daarnaast elke twee jaar een zogenaamde LTS-versie, die lange tijd wordt ondersteund. Dat is sinds 18.04 LTS opgehoogd naar tien jaar. De lange ondersteuningsperiode betekent in de praktijk vooral dat je belangrijke veiligheidspatches ontvangt, en niet per se nieuwe versies van software. Een upgrade naar een nieuwe release is uiteraard wel altijd een optie en meestal pijnloos.

©PXimport

05 Volop software en drivers

Ben je bang dat je bekende drivers en software gaat missen onder Linux? Dat hoeft niet. Vrijwel alle apparaten werken zelfs direct zonder dat je één driver hoeft te installeren. En nemen we Zorin OS even als voorbeeld, dan krijg je daar ook meteen een enorm pakket aan software bij. Release 15 komt bijvoorbeeld met Evolution, dat Microsoft Exchange-ondersteuning biedt, Firefox als standaardbrowser en het nieuwe LibreOffice 6.2. Die laatste vormt met zijn verfijnde gebruikersinterface een nóg beter alternatief voor de bekende Office-toepassingen. De Ubuntu-basis zorgt er bovendien voor dat er enorm veel aanvullende software voor te vinden is in de opensource gemeenschap. Bedenk ook dat veel games op Steam standaard al geschikt zijn voor Linux. En dankzij Wine met PlayOnLinux kun je – als dat nodig is – altijd nog bepaalde Windows-games en -software installeren en gebruiken in een eigen venster.

©PXimport

06 Eenvoudig uitproberen

Gezien de brede keuze aan distributies met Linux zul je relatief veel afwegingen moeten maken en wellicht zelfs eerst wat distributies moeten uitproberen. Gelukkig kan dat straffeloos en kosteloos. Een snelle en handige manier om distributies uit te proberen, is door ze een tijdje naast je huidige besturingssysteem te gebruiken in een virtuele machine. Installeer daarvoor bijvoorbeeld het gratis VirtualBox van Oracle en maak naar believen virtuele machines aan. Veel distributies kun je ‘live’ starten en uitproberen door het iso-image op een cd te branden of usb-stick te zetten. Een programma als Rufus is daarbij erg handig. Neem een usb-stick die groter is dan het iso-bestand. Voor de meeste distributies is 2 GB voldoende. De usb-stick is natuurlijk ook ideaal als installatiemedium.

©PXimport

07 Een van de veiligste besturingssystemen

Linux is een van de veiligste besturingssystemen. Virussen voor Linux bestaan wel, maar zijn erg zeldzaam. Natuurlijk helpt het dat Linux nog niet zo populair is als Windows, en daarom een minder aantrekkelijk doelwit is. Maar het is voor een virus ook lastiger om binnen te dringen in Linux en schade aan te brengen. Wat eveneens meewerkt is dat de broncode van Linux openbaar is en door een enorme groep ontwikkelaars wordt onderhouden. Een fout zal daardoor ook veel eerder worden opgemerkt en gedicht. En dan hebben we het nog niet eens over privacy gehad. Van Microsoft is bekend dat het veel informatie over haar gebruikers verzamelt, in Linux is dat een zeldzaamheid.

▼ Volgende artikel
Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard
Huis

Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard

Het Zuid-Koreaanse zou een shooter gebaseerd op Starcraft in ontwikkeling hebben voor IP-eigenaar Blizzard.

Dat claimt The Korean Economic Daily. Een team binnen Nexon dat gespecialiseerd is in shooters zou zich op dit moment volledig richten op de nog onaangekondigde game. De ontwikkeling zou nog niet lang geleden zijn gestart, en dus zou de shooter nog lang op zich laten wachten.

Verdere details zijn er nog niet, behalve dat Choi Jun-ho ook bij het project betrokken zou zijn. Hij maakte eerder de populaire Shinppu-mapmod voor Starcraft.

Starcraft

Er gaan al langer geruchten over een shooter gebaseerd op Starcraft. Vorig jaar meldde Bloomberg-journalist Jason Schreier al in zijn boek 'Play Nice: The Rise, Fall and Future of Blizzard Entertainment' dat Blizzard aan een shooter zou werken. Volgens Schreier is de shooter van Nexon echter niet gerelateerd aan de shooter van Blizzard - het zouden om twee afzonderlijke projecten gaan.

De Starcraft-reeks bestaat uit real-time strategygames. De eerste verscheen in 1998, en een vervolg kwam in 2010 uit. Blizzard heeft al vaker geprobeerd shooters gebaseerd op de Starcraft-franchise te maken, maar die werden vooralsnog altijd geannuleerd.

Mogelijke onthulling op Blizzcon

Voor het eerst in enkele jaren organiseert Blizzard op 12 en 13 december de Amerikaanse beurs Blizzcon, waar alles rondom de uitgever wordt gevierd. Het is mogelijk dat één van de hierboven genoemde shooters daar wordt onthuld.

▼ Volgende artikel
Review: Mario Tennis Fever is een leuke set
Huis

Review: Mario Tennis Fever is een leuke set

Je vraagt je bij elke Mario-sportgame toch weer af: bereikt het de highs van die oeroude Game Boy-games van Camelot, zoals Mario Tennis en Mario Golf)? Het antwoord is, wat mij betreft, steevast  ‘nee’. Maar tussen ‘perfect’ en ‘niet perfect’ zit nog altijd een breed spectrum aan kwaliteit. En Fever? Die nestelt zich moeiteloos aan de betere kant van dat spectrum.

De drie toernooien die deze game rijk is, daar ben je een uurtje zoet mee. Waarschijnlijk zonder een set te verliezen. De Adventure Mode? Een paar uurtjes meer dan dat, en hoewel ook die nergens uitdagend wordt vertelt het wel een vermakelijk verhaal over Mario en Luigi die als baby’s hun tennis-skills moeten oppoetsen vanwege… bijzondere redenen.

Er zijn ook drie Challenge Towers met allerlei unieke uitdagingen die eventjes vermaken. In mix-up vinden we tennis, maar dan met regels en omstandigheden die alleen het Mushroom Kingdom kan bieden, en dat was het wel zo’n beetje. Wie Mario Tennis Fever alleen speelt is een weekend zoet en heeft zich prima vermaakt. Maar sportgames zijn er, natuurlijk, om je competitieve aard los te laten op vrienden, familie, kroost of online uitdagers.

Leuk

Daarom wil ik het ook niet al te uitgebreid over die singleplayermodi hebben. Ja, Nintendo heeft z’n best gedaan. Ja, er is weinig aan te merken op de minigames en kleine tussenscènes die de Tennis Academy te bieden heeft en de ontwikkelaars verdienen het dat het hier even aangestipt wordt. Nooit sla je stijl achterover van briljante ideeën of concepten, en er wordt geen druppeltje zweet gemorst van de spanning. Maar ‘leuk’ is eigenlijk een perfect, allesomvattend begrip om deze kant van de game te omschrijven.

De echte graadmeter echter, is de kern van de gameplay. Hoe speelt het? Hoe diep gaat het? Hoeveel personages, gekke rackets en super-power-mega-skillmoves zijn er in dit pakketje gepropt en hoe verhouden die zich tot elkaar? Na mening middag ballen overslaan of in dubbelspel terugslaan met mijn zoontje van 9, zijn we eruit: Mario Tennis Fever heeft ontzettend lekkere gameplay.

Content is king

Content is in de eerste instantie de name of the game. Er zitten bijna veertig personages in de game, meer dan een dozijn verschillende banen en de hoofdattractie is de aanwezigheid van tientallen Fever-rackets, die elk hun eigen unieke skill met zich meebrengen. De bananentros die Donkey Kong een ‘racket’ noemt strooit bananen over de baan, met het vulkaanracket plopt er een (je raadt het nooit) vulkaan op uit de baan en het Thwomb-racket zorgt ervoor dat het iconische stenen blok uit de Mario-serie plots uit de lucht valt – hopelijk op een tegenstander. Een zogeheten Fever-shot is verder ook geen hogere wiskunde. Om de zoveel tijd is je metertje vol en ram je dat ding over de baan heen.

Extra fijn is dat het gros van dit alles vrij te spelen is waar je maar wil. Laat je de singleplayermodi links liggen en speel je gewoon wat potjes tegen elkaar? Geen probleem, om de zoveel potten krijg je een nieuw racket, personage, of kleurtjes voor je favoriete tennissers.  

Watch on YouTube

Plak er een voldoende op

Enfin, tot zover de uitleg en alles wat hier te vinden is. Leuk spelletje, plak er een voldoende op en klaar, toch? Nou nee, want hoewel alles hierboven zijn eigen rol speelt, zijn het de diepere lagen daaronder die Mario Tennis  Fever tot grotere hoogten dan ‘plak er even een voldoende op’ stuwen. Al die personages? Die beschikken over hun eigen stats en eigenaardigheden. Wario laadt z’n powershots razendsnel op, Bowser Jr. legt veel meer precisie in z’n topspincurve dan anderen en Shy Guy slaat zijn topspins zonder gehinderd te worden door zijn positie op de baan.

En die banen? Die hebben elk hun eigen ondergrond, waar ballen anders op stuiteren en doorschieten, terwijl spelers zelf ook sneller of minder snel zijn, gebaseerd op het gras of het hardcourt waar ze op spelen. Die Fever-rackets? Oprecht allemaal een andere smaak. Ook daar merk dat extra stukje diepgang waar een wat luiere Mario-sportgame niet aan zou denken: wanneer je een Fever-shot terugslaat vóórdat op jouw zijde van het net landt, kun je met een stuit op de helft van de tegenstander zomaar eens het bijbehorende effect teruggeven. Prettig vervelend als je denkt die koter een modderplas op zijn helft te bezorgen, om ‘m vervolgens zelf om je oren te krijgen als hij de bal vakkundig over je heen lobt en ‘ie alsnog op jouw achterveld terecht komt. Een (modder)koekje van eigen deeg noemen ze dat geloof ik.

Mario Tennis Fever

Slide
Slide
Slide
Slide

Geen Lego, wel Duplo

Al die extra aandachtspuntjes en omstandigheden zijn ook nog eens gebouwd op een fundering van onkreukbare basisgameplay. Topspins, slices, curveballen, lobs en powershots: alles wat je van een tennisgame mag verwachten zit erin. De grote maar is alleen: het gebeurt allemaal zonder de nuance van een échte topgame. Vergelijk het een beetje met Lego en Duplo. Zelfde principe, zelfde soort blokken, maar iets vets bouwen met Lego hit net even anders dan iets vets bouwen met die grote Duplo-blokken. Zo verhoudt deze game zich ook tot de toppers uit het tennisgenre, zoals Virtua Tennis en Topspin. Is veelgevraagd, ik weet het, maar het is wel het verschil tussen goed of geweldig. En Mario Tennis Fever eindigt in het eerste kamp.

Is mijn zoontje naar school, dan heb ik namelijk geen enkele reden om Mario Tennis Fever verder te spelen. Zoals gezegd is al die singleplayercontent niet meer dan ‘even leuk’. En computergestuurde tegenstanders geven zelfs op het hoogste niveau nooit écht tegengas. Bovendien zijn de personages net te groot voor deze banen om het volgende niveau van verfijning te bereiken. Top, zo’n lob. Maar vanwege de dus relatief kleine banen blijft het geen zekerheidje dat je iemand ermee verschalkt die tegen het net aan staat. Aanzienlijke kans dat ie gewoon op tijd de achterlijn haalt, als ie ook maar een klein beetje inzicht heeft. Het zorgt ervoor dat Mario Tennis Fever een absoluut geslaagde game is, met heerlijke multiplayer. Maar wie de eindeloze diepgang en speeluren van, bijvoorbeeld, een Mario Kart World hier zoekt, staat sneller dan gewenst buitenspel. Oh wacht, verkeerd sport…

Mario Tennis Fever is vanaf 11 februari beschikbaar voor Nintendo Switch 2.

Goed
Conclusie

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Plus- en minpunten
  • Flinke hoeveelheid content en modi
  • Sterke basisgameplay
  • Uiteenlopende Fever-rackets
  • Nog altijd sterke multiplayer
  • Daagt je nooit écht uit
  • Diepgang niet eindeloos