ID.nl logo
Huis

Startpage: Google mét privacy

De zoekmachine Startpage heeft zijn site vernieuwd. Een zoekmachine draaiend houden in een tijd waarin Google synoniem is voor zowat het hele internet: ga er maar aan staan. Toch is dat wat Startpage doet. De zoekmachine van Nederlandse makelij heeft daarbij één belangrijke troefkaart: een focus op privacy. "It's your data, not big data"

Startpage werd in 1998 opgericht door David Bodnick. Het was in de tijd dat Google nog maar net bestond, en toen andere grote namen zoals AskJeeves en Altavista groot waren. Startpage was gewoon één van de vele zoekmachines om het relatief lage aantal webpagina’s te doorzoeken. In 2002 werd de startup overgenomen door een Nederlands internetbedrijf, dat Startpage liet uitgroeien tot goedlopende activiteit. Veel aandacht voor privacy is het belangrijkste voordeel waarmee Startpage zich weet te onderscheiden van de concurrentie.

Niets verzamelen

“In het begin verzamelden we veel informatie van gebruikers. Daar deden we vervolgens niks mee”, vertelt Christiaan Solcer, cmo van het bedrijf. Startpage was daarin niet de enige. Google verzamelde bijvoorbeeld ook al data voor het die gericht ging gebruiken voor advertenties. “Al die data werd verzameld ‘voor het geval dat’. Prima, maar daar zagen wij wel een mogelijkheid. Wij zeiden: ‘Wat nu als wij eens helemaal níks van onze gebruikers verzamelden?’ Daarmee houden we onze gebruikers anoniem. Dus dat deden we.”

Inmiddels is Startpage een serieuze speler op de zoekmachinemarkt en een prima alternatief voor gebruikers die hun zoekopdrachten graag voor zichzelf willen houden. De zoekmachine vraagt gebruikers geen account aan te maken, slaat geen zoekopdrachten op en koppelt die niet aan profielen van gebruikers. Door de jaren heen is de focus op privacy alleen maar groter geworden, met name om tegenwicht te bieden aan het datahongerige Google.

©PXimport

Privacyparadox

Dat heeft ook een nadeel: Startpage kan niet zeggen hoeveel gebruikers het heeft. Solcer: “We kunnen wel zien uit welk land de meeste zoekopdrachten komen. We zijn bijvoorbeeld goed vertegenwoordigd in Duitsland.”

Startpage mag over het gebruik absoluut niet klagen: in veel tests komt het goed uit de bus. Niet zo heel gek: onder de motorkap maakt Startpage gebruik van … Google!

Solcer geeft toe dat het soms lastig is om aan mensen uit te leggen hoe dat zit. Je vol op privacy storten, maar toch Google gebruiken: kan dat wel? Voor veel gebruikers is het lastig te begrijpen dat Google weliswaar de algoritmes levert, maar dat dat alleen de technologie is en dat het daardoor niets over gebruikers leert. “Vroeger zetten we het er heel duidelijk bij. Inmiddels zijn we er minder prominent mee, al zijn we er wel gewoon open over als mensen erom vragen.”

Beste resultaten

Solcer denkt dat de Google-integratie Startpage juist een voordeel geeft. “Je kunt nu eenmaal niet anders. Mensen willen niet zoeken, ze willen vinden”, zegt Solcer. Wereldwijd zijn er maar een paar zoekmachines die écht goed zijn. Twee daarvan, Baidu en Yandex, komen bovendien uit China en Rusland. Als je een goede zoekmachine wilt hebben, dan ben je min of meer verplicht naar Google te gaan.”

Startpage is niet de enige alternatieve zoekmachine naast Google en Bing. Er zijn ook zoekmachines zoals DuckDuckGo, die ook privacy hoog in het vaandel hebben staan. DuckDuckGo is wereldwijd wat groter dat Startpage, maar gebruikt de technologie van Yahoo, en daar klagen gebruikers soms over. De zoekresultaten zouden minder goed zijn dat die van alternatieven. Baidu en Yandex zijn niet gericht op westerlingen, maar ook onder de grote Amerikaanse zoekmachines is Google verreweg de beste. Solcer: “Google is het beste in het verwerken van Europese talen en kan daardoor relevantere resultaten tonen dan andere zoekmachines.”

Toen Google data van verschillende diensten koppelde, stapten veel gebruikers over naar Startpage

-

Verdubbelingen

Zoekmachines die zich voornamelijk richten op privacy zijn populair. Ze gaan met trends mee, stijgen in populariteit als er grote privacyschandalen zijn. Startpage kabbelde lange tijd rustig door, tot Google in 2012 ineens een belangrijke mededeling deed: voortaan zouden alle zoekopdrachten en andere data van alle Google-diensten bij elkaar worden gegooid. Tot die tijd was je YouTube-zoekgedrag gescheiden van je Gmail-inbox, waren je routes uit Maps niet gekoppeld aan je zoekgedrag. Toen Google in 2012 besloot al die bergen informatie alsnog te koppelen aan individuele gebruikersprofielen, waren de reacties niet van de lucht. Gebruikers spraken schande, en dat merkte Startpage. “Plotseling verdubbelden we in zoekopdrachten”, zegt Solcer.

De tweede grote sprong volgde een jaar later. Toen lekte klokkenluider Edward Snowden miljoenen geheime documenten van de Amerikaanse inlichtingendienst NSA. “Mensen zagen ineens dat al die data die Google verzamelde ook bij overheden terechtkwam. Veel gebruikers gingen dus op zoek naar een veiliger alternatief en kwamen bij Startpage terecht.” Het aantal zoekopdrachten verdubbelde opnieuw.

©PXimport

Gevoelige bedrijfsinformatie

De Snowden-onthullingen zijn inmiddels alweer een aantal jaren oud en de interesse in privacy is weer wat weggeëbd. Toch zag Startpage dit jaar opnieuw een opvallende opleving. “De grote Europese privacywet heeft zeker onder bedrijven voor extra interesse in privacyvriendelijke tools gezorgd”, zegt Solcer. De Algemene Verordening Gegevensbescherming werd in mei van kracht en zette veel bedrijven aan het denken over hun privacybeleid. Terecht, denkt Solcer. “Moet je eens nagaan hoeveel er in grote bedrijven wordt gegoogeld. Informatie over juridische en financiële zaken, over patenten … Als duizenden medewerkers dagelijks zoeken naar zulke informatie zegt dat héél veel over een bedrijf.” Volgens Solcer is een alternatieve zoekmachine geen hoge prioriteit voor de meeste bedrijven, maar de maatregel is wel makkelijk en goedkoop door te voeren. “We zien dat veel bedrijven dat dan ook doen.” Ook overheden zijn zich daar in toenemende mate bewust van. Solcer: “We horen in de wandelgangen dat het Ministerie van Justitie en Veiligheid ons gebruikt, en leden van het Europees Parlement ook.”

©PXimport

Vernieuwingen

Startpage wil laten zien dat het niet ‘anti-Google’ of ‘anti-Facebook’ is. “We zijn niet tegen die bedrijven. Als die diensten voor jou goed werken, prima. Wat we willen is dat mensen bewust worden wat er met hun gegevens wordt gedaan. Ze moeten de keus hebben daar iets tegen te doen, een alternatief waarbij ze niet gevolgd worden.” Sinds kort heeft Startpage de website dan ook compleet vernieuwd, om de zoekmachine toegankelijker te maken voor iedereen.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.