ID.nl logo
Zekerheid & gemak

Raspberry Pi 3 model B review: Een jaar later

De Raspberry Pi 3 is al een tijdje uit en het ziet er niet naar uit dat er snel een opvolger komt. Het ideale moment om eens terug te blikken in de vorm van een duurtest. In deze Raspberry Pi 3 model B review lees je hoe de minicomputer nog altijd zijn mannetje staat.

Een duurtest van de Rasberry Pi kan alle kanten uitgaan. Het apparaatje is immers heel veelzijdig. Gebruik je het als mediacenter, als mini-desktop-pc, als domoticacontroller, als weerstation, als vpn-router, als digitaal fotolijstje of als spelconsole? Het is allemaal mogelijk met dit kleine computerbordje.

We focussen ons in deze duurtest daarom op de toepassingen waarmee we zelf het langst ervaring hebben: een mediacenter met de hulp van LibreELEC en een domoticacontroller op basis van Domoticz. Daarnaast gaan we ook kort in op enkele belangrijke veranderingen van het laatste jaar in Raspbian, de officiële Linux-distributie van de Raspberry Pi. Want die softwarekant heeft niet stilgestaan, en dat heeft ook een belangrijke impact op de dagelijkse ervaring met je Raspberry Pi 3.

Raspberry Pi als mediacenter

De Pi is pas vanaf de Raspberry Pi 2 krachtig genoeg om dienst te doen als volwaardig mediacenter. Bij de oudere modellen ging dat niet altijd even comfortabel, met een stotterende interface als voornaamste frustratie. De Raspberry Pi 3, die nog krachtiger is dan zijn voorganger, is dan ook prima geschikt als mediacenter, ook voor 1080p-video. Je gebruikt daarvoor het best de ethernetpoort: de wifi-interface was bij mij soms te traag om video’s van de nas vlot af te spelen.

Ik werk daarvoor al lang met LibreELEC, de fork van OpenELEC door de belangrijkste ontwikkelaars van die laatste distributie. LibreELEC is een gespecialiseerde mediacenterdistributie: in tegenstelling tot Raspbian, waarmee je op je Raspberry Pi allerlei taken kunt uitvoeren, bevat LibreELEC alleen Kodi en enkele andere componenten om zijn taak als mediacenter uit te voeren. Daardoor start LibreELEC ontzettend snel. Het is het ideale besturingssysteem om van je Raspberry Pi 3 een mediacenter te maken. Je krijgt in het dagelijks gebruik alleen maar te maken met de interface van Kodi, die heel gebruiksvriendelijk is.

LibreElec troubleshooting

Als je je Raspberry Pi 3 op een ouder tv-scherm met een afwijkende resolutie aansluit, past het beeld misschien niet helemaal op het scherm, maar valt het van de rand. Gelukkig is dat op te lossen door je scherm te kalibreren. Die mogelijkheid vind je in de systeeminstellingen van Kodi, in System Settings / Display / Calibration als je de instellingen op Expert hebt ingeschakeld.

Ga daar naar de linkerbovenhoek en sleep het kader tot het juist aan de rand van je beeldscherm staat. Doe hetzelfde met de rechteronderhoek. Rechtsklik daarna op een willekeurige plaats om terug te keren naar de instellingen en de kalibratie toe te passen.

Soms herkent LibreELEC de resolutie van je beeldscherm niet. Dan dien je in het bootconfiguratiebestand /boot/config.txt van de Raspberry Pi 3 te duiken. Dat bestand wordt door de firmware van de Raspberry Pi gelezen nog voordat die Linux in het geheugen laadt.

Om dit configuratiebestand aan te passen, schakel je de Pi uit en koppel je het micro-sd-kaartje aan je pc. Windows koppelt dan de boot-partitie aan en opent deze in de Verkenner. Open het bestand config.txt en wijzig de configuratie. Op deze site vind je de mogelijkheden.

Daarna steek je het kaartje terug in je Pi en probeer je of de wijziging werkt zoals je verwacht. Indien niet, dan moet je opnieuw je Pi uitschakelen en het kaartje weer in je pc steken en de configuratie wijzigen. Dat is allemaal vrij omslachtig. Gelukkig hoef je zoiets maar één keer te doen.

©PXimport

Domoticacontroller met Domoticz

De Raspberry Pi 3 is met zijn lage stroomverbruik ideaal om langdurig ingeschakeld te blijven, bijvoorbeeld als controller voor je domoticasysteem. Hier draait al meer dan een jaar een Raspberry Pi 3 met Domoticz om mijn huis te besturen. Slechts zo nu en dan blijft het systeem hangen en het is me nog onduidelijk wat de oorzaak is, maar ik vermoed dat het eerder een softwareprobleem is. Na een herstart kan mijn domoticasysteem altijd weer een paar maanden verder.

De processorkracht van de Raspberry Pi 3 is ruimschoots voldoende om als domoticacontroller te dienen. Zelfs een Raspberry Pi 1 voldoet in veel gevallen nog, zij het dat je dan minder usb-poorten tot je beschikking hebt. Dat is bij de Raspberry Pi 3 wel handig: dankzij de vier usb-poorten zijn er gemakkelijk diverse usb-adapters voor Z-Wave en andere domoticaprotocollen aan te sluiten.

Een van de leukste aspecten van de Raspberry Pi als je zaken wilt automatiseren, zoals in een domoticasysteem, zijn de veertig gpio-pinnen. Daarop kun je allerlei hardware aansluiten, van gespecialiseerde printbordjes voor bijvoorbeeld communicatie op de 433 MHz-frequentieband tot losse sensoren of infrarood-leds.

Aan de softwarekant bestaan er talloze bibliotheken en programma’s om hardware via de gpio-pinnen aan te sturen. Vaak zijn het Python-projectjes die je eenvoudig van GitHub downloadt en installeert. Omdat er zoveel mensen met de Raspberry Pi experimenteren is bijna alles al wel eens gedaan en vind je er genoeg code en documentatie voor.

©PXimport

Trage usb-poorten

De Raspberry Pi 3 heeft een belangrijk zwak punt: zijn trage interne usb 2.0-hub en daardoor ook (omdat de ethernetpoort intern op de usb-hub is aangesloten) een trage ethernetpoort. Dat maakt zelfs deze nieuwste telg uit de Raspberry Pi-familie ongeschikt voor taken die snel veel gegevens moeten doorsturen via het netwerk. Een nas of een ownCloud- of Nextcloud-machine, het is allemaal mogelijk met de Raspberry Pi 3, maar ik heb het geprobeerd en vond de performance absoluut niet voldoende.

Er is nog niets bekend over de opvolger van de Raspberry Pi 3, maar fans wachten al jaren op een snellere ethernetinterface. Hoewel 10/100 Mbps ethernet voor toepassingen zoals hd-videostreaming volstaat, is gigabit-ethernet zeker welkom. En ook een upgrade naar usb 3.0 of zelfs een (e)sata-aansluiting zou interessant zijn. Beide aanpassingen zouden van de vierde versie van de populaire Raspberry Pi eindelijk een minicomputertje maken dat voor een zelfbouw-nas geschikt is. En nu we toch een verlanglijstje aan het opsommen zijn: hopelijk heeft de Raspberry Pi 4 ook eindelijk een aan- en uitknop en een realtime-klok met batterij.

Raspbian PIXEL

Ook al is de Raspberry Pi 3 al meer dan een jaar oud, op het gebied van software is er het laatste jaar het een en ander veranderd. In de officiële Linux-distributie voor de Pi, Raspbian, werd de desktopomgeving LXDE ingeruild voor de eigen desktopomgeving PIXEL (Pi Improved Xwindows Environment, Lightweight).

Een nuttige vernieuwing in PIXEL is dat je nu in de rechterbovenhoek van het scherm duidelijke pictogrammen te zien krijgt bij een te lage spanning (een bliksemflits) of als de temperatuur van je Pi oploopt (een thermometer), ook op de console. Zo zie je in één oogopslag wanneer de voedingsspanning voor je Pi 3 te laag is. Dat komt nog vaak voor als je zonder na te denken een willekeurige voedingsadapter pakt voor je Pi 3. De adapter moet toch minstens 2,5 ampère stroom kunnen leveren.

Het is ook goed dat de ontwikkelaars van de Raspberry Pi Foundation meer aandacht aan beveiliging schenken. Zo is de ssh-toegang sinds eind 2016 in Raspbian standaard uitgeschakeld. En als je ssh inschakelt en nog altijd het standaardwachtwoord ‘raspberry’ hebt voor de gebruiker ‘pi’, krijg je elke keer dat je via ssh of op je desktop inlogt een waarschuwing met de vraag om je wachtwoord te veranderen. Deze beveiligingsmaatregel moet misbruik van de vele Raspberry Pi’s wereldwijd moeilijker maken. Voor je het weet, maakt je Pi immers deel uit van een IoT-botnet.

Zoals bij alle beveiligingsmaatregelen maakt dit het wel wat omslachtiger voor de beginnende gebruiker. Die kon vroeger immers gewoon Raspbian op een sd-kaartje zetten, het kaartje in de Pi steken, deze opstarten en dan via ssh inloggen. Daarvoor was er geen enkele configuratie nodig en hoefde je ook geen toetsenbord en scherm aan te sluiten.

Om het inschakelen van ssh toch mogelijk te maken zonder toegang tot een toetsenbord en scherm, hebben de ontwikkelaars een nieuw bestand in het leven geroepen. Als je een bestand /boot/ssh aanmaakt op de micro-sd-kaart, schakelt Raspbian bij zijn eerste opstart ssh in en verwijdert de distributie het bestand.

©PXimport

Conclusie

Met de Raspberry Pi 3 bouw je zelf eenvoudig je eigen mediacenter, domoticacontroller, retrospelconsole of weerstation. Je kunt het zo gek niet bedenken of het is mogelijk. Ook de gpio-pinnen zorgen voor talloze uitbreidingsmogelijkheden. Het belangrijkste minpunt is de slechte usb- en netwerkperformance. We hopen dat de langverwachte Raspberry Pi 4 daar eindelijk iets aan gaat doen, zodat het apparaatje nog meer toepassingsmogelijkheden krijgt. Maar in ons huis doet het apparaatje al een jaar prima dienst als domoticacontroller en mediacenter.

Uitstekend
Conclusie

**Prijs:** € 40,- **Website:** [raspberrypi.org](www.raspberrypi.org/products/raspberry-pi-3-model-b)

Plus- en minpunten
  • Compatibel met Raspberry Pi 2
  • Snelle processor
  • Wifi en bluetooth
  • Groot ecosysteem van software en hardware
  • Laag stroomverbruik
  • Trage usb 2.0-poorten
  • Geen gigabit-ethernet
  • Geen eSata-poort
  • Lage audiokwaliteit
  • Geen aan- en uitknop
  • Geen realtime-klok
▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.