ID.nl logo
Zekerheid & gemak

Onmisbaar gereedschap voor pc-reparatie

Het gebeurt wel eens dat je een pc moet openschroeven, bijvoorbeeld om een schijf te vervangen, om een geheugenreepje te ‘reseaten’ of voor een periodieke schoonmaakbeurt. Of wie weet patch je je eigen utp-kabels of vermoed je een defecte kabel. Daarvoor heb je de juiste tools nodig. Hier zetten we onmisbaar gereedschap voor pc-reparatie in de spotlight.

Voor wie aan pc’s of kabels wil sleutelen zijn sommige tools zo vanzelfsprekend dat ze nauwelijks nog een vermelding waard zijn. We denken dan aan gereedschap als een pincet, een fijne tang, een draadkniptang, enkele draadbinders, een paar kruiskopschroevendraaiers enzovoort. Wat deze laatste betreft is het trouwens geen slecht idee zowel gemagnetiseerde als niet-gemagnetiseerde exemplaren in je gereedschapskist te hebben.

De eerste soort helpt je te voorkomen dat schroefjes in de systeemkast vallen en maakt het handig om gevallen schroefjes alsnog weer te kunnen opvissen. Anderzijds kan het net iets veiliger zijn om bij erg krappe en delicate plekjes – nabij de cpu of het ram, bijvoorbeeld – een niet-gemagnetiseerde schroevendraaier te gebruiken.

Overigens kun je met wat handigheden er ook bij deze schroevendraaiers voor zorgen dat de schroefje niet onverhoeds loskomen. Daarvoor kun je eventueel een krimpkous gebruiken, maar het kan ook met tape. Je duwt de schroef door (de klevende zijde van) een stukje zelfklevende tape en je vouwt beide zijden van het stukje tape om zodat die aan je schroevendraaier plakken.

Weet trouwens dat er ook volledige gereedschapsets bestaan die de belangrijkste tools in een handig en compact etui verzamelen. Googel maar even naar iets als ‘pc gereedschap’ en je komt meteen bij diverse aanbieders uit.

Antistatische polsband

©PXimport

Als systeembeheerder wil je natuurlijk dat reparties zo snel mogelijk verlopen en dus nemen we vaak niet de moeite onszelf te ‘ontladen’ om op die manier statische elektriciteit te vermijden. Die kan echter schadelijk zijn voor bepaalde elektronische componenten als ram-geheugen. Dat risico is er, zeker in combinatie met externe factoren als (wollen of nylon) kleding of vloerbekleding.

Eventueel kun je voor je de kast openschroeft een geaard metalen object aanraken, zoals het ongeverfde deel van een radiator, maar beter is het een antistatisch polsbandje te dragen dat je dan met behulp van een krokodillenklem verbindt met een geaard pinnetje van een stopcontact. Als je het helemaal volgens de regels wilt doen kun je ook nog een antistatische mat gebruiken.

Perslucht

©PXimport

Een busje perslucht kan wonderen doen om ook hardnekkig stof uit een systeemkast of op de bladen van een ventilator – die je voor die gelegenheid eventueel met een potlood kunt blokkeren – te blazen. Alleen … zijn die bussen zo verdraaid snel leeg en behoorlijk duur. Probeer het daarom eerst met een blaasbalg of, veel handiger nog, met een kleine compressor op 220 volt.

Idealiter kun je hiervan zelf de druk regelen en is het mogelijk een aangepaste spuitmond of blaaspistool te bevestigen. Zo’n compacte compressor kun je al voor minder dan 80 euro vinden en is op langere termijn veel goedkoper dan busjes perslucht.

Kabeltester en toongenerator

©PXimport

Niks vervelender dan een netwerkverbinding die (sporadisch) niet betrouwbaar lijkt te werken. Mogelijk zit er een knik in de kabel of is draadje in de connector losgekomen. Dan heb je een kabeltester nodig. Zo’n toestelletje kun je al vanaf circa 10 euro op de kop tikken. Uiteraard is zo’n tester geschikt voor RJ45 (en wellicht ook voor PoE), maar er zijn er die ook overweg kunnen met RJ11 en RJ12, bijvoorbeeld voor telefoons en (adsl-)modems.

Sommige modellen zijn ook uitgerust met een toongenerator: die kan je helpen bij het uitzoeken waar een netwerkkabel naartoe loopt. Vanaf circa 60 euro vind je ook al kits die zowel een tester, krimp-, knip- als striptang bevatten. Weet trouwens dat er ook kabeltesters zijn specifiek voor coax en zelfs voor glasvezel. Het zal je weinig verbazen dat deze laatste een heel stuk duurder zijn.

Krimp- en striptang

©PXimport

Naast een scherp oog, een vaste hand, enige ervaring en geduld heb je ook een krimptang nodig als je je netwerkkabels zelf wilt patchen. Een modulaire krimptang die zowel het krimpen, strippen als knippen aankan, werkt wellicht het handigst. Die hoeft je trouwens geen fortuin te kosten: je vindt zulke tangen al vanaf circa 15 euro.

Let er op dat sommige tangen alleen geschikt zijn voor RJ45 en dus niet overweg kunnen met RJ11 of RJ12. Sommige kits voorzien tevens in een LSA-tool (punch-down tool), wat het bevestigen van draden op contactpunten in utp-ethernetkabels vergemakkelijkt.

Multimeter en ir-thermometer

©PXimport

Ook een digitale multimeter of universeelmeter kan een handig stukje gereedschap zijn wanneer je de elektrische spanningen wilt controleren of de stroomvoorziening moet checken of repareren. Afhankelijk van wat je er precies mee wilt meten, hoe je dat wilt doen (bijvoorbeeld met een afneembaar, draadloos beeldscherm) en hoe nauwkeurig dat moet gebeuren, variëren de prijzen van ruwweg 20 euro tot ettelijke honderden euro, zoals de gespecialiseerde modellen van Fluke.

Je vindt ze niet wellicht zo snel in de toolbox van een systeembeheerder maar ook een infrarood-thermometer kan wel eens van pas komen, wanneer je de temperatuur van bepaalde pc-componenten wilt nagaan zonder dat er fysiek contact nodig is met het bewuste onderdeel. Je vindt zo’n apparaat vanaf circa 50 euro.

Smartphone (camera)

©PXimport

Een handige uitsmijter … In geen enkel klaslokaal of vergaderzaal ontbreekt tegenwoordig een beamer. Wanneer een beamer niet meer reageert als je knopjes van de ir-afstandsbediening indrukt, dan kan de oplossing zo eenvoudig zijn als het vervangen van de batterijtjes.

Om snel te weten of lege batterijen inderdaad het probleem zijn, hoef je het ir-oog van de afstandsbediening maar naar de ingebouwde camera van je smartphone te richten. Zie je het oog niet oplichten, dan is het tijd om die reservebatterijen te halen.

▼ Volgende artikel
Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard
Huis

Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard

Het Zuid-Koreaanse zou een shooter gebaseerd op Starcraft in ontwikkeling hebben voor IP-eigenaar Blizzard.

Dat claimt The Korean Economic Daily. Een team binnen Nexon dat gespecialiseerd is in shooters zou zich op dit moment volledig richten op de nog onaangekondigde game. De ontwikkeling zou nog niet lang geleden zijn gestart, en dus zou de shooter nog lang op zich laten wachten.

Verdere details zijn er nog niet, behalve dat Choi Jun-ho ook bij het project betrokken zou zijn. Hij maakte eerder de populaire Shinppu-mapmod voor Starcraft.

Starcraft

Er gaan al langer geruchten over een shooter gebaseerd op Starcraft. Vorig jaar meldde Bloomberg-journalist Jason Schreier al in zijn boek 'Play Nice: The Rise, Fall and Future of Blizzard Entertainment' dat Blizzard aan een shooter zou werken. Volgens Schreier is de shooter van Nexon echter niet gerelateerd aan de shooter van Blizzard - het zouden om twee afzonderlijke projecten gaan.

De Starcraft-reeks bestaat uit real-time strategygames. De eerste verscheen in 1998, en een vervolg kwam in 2010 uit. Blizzard heeft al vaker geprobeerd shooters gebaseerd op de Starcraft-franchise te maken, maar die werden vooralsnog altijd geannuleerd.

Mogelijke onthulling op Blizzcon

Voor het eerst in enkele jaren organiseert Blizzard op 12 en 13 december de Amerikaanse beurs Blizzcon, waar alles rondom de uitgever wordt gevierd. Het is mogelijk dat één van de hierboven genoemde shooters daar wordt onthuld.

▼ Volgende artikel
Review: Mario Tennis Fever is een leuke set
Huis

Review: Mario Tennis Fever is een leuke set

Je vraagt je bij elke Mario-sportgame toch weer af: bereikt het de highs van die oeroude Game Boy-games van Camelot, zoals Mario Tennis en Mario Golf)? Het antwoord is, wat mij betreft, steevast  ‘nee’. Maar tussen ‘perfect’ en ‘niet perfect’ zit nog altijd een breed spectrum aan kwaliteit. En Fever? Die nestelt zich moeiteloos aan de betere kant van dat spectrum.

De drie toernooien die deze game rijk is, daar ben je een uurtje zoet mee. Waarschijnlijk zonder een set te verliezen. De Adventure Mode? Een paar uurtjes meer dan dat, en hoewel ook die nergens uitdagend wordt vertelt het wel een vermakelijk verhaal over Mario en Luigi die als baby’s hun tennis-skills moeten oppoetsen vanwege… bijzondere redenen.

Er zijn ook drie Challenge Towers met allerlei unieke uitdagingen die eventjes vermaken. In mix-up vinden we tennis, maar dan met regels en omstandigheden die alleen het Mushroom Kingdom kan bieden, en dat was het wel zo’n beetje. Wie Mario Tennis Fever alleen speelt is een weekend zoet en heeft zich prima vermaakt. Maar sportgames zijn er, natuurlijk, om je competitieve aard los te laten op vrienden, familie, kroost of online uitdagers.

Leuk

Daarom wil ik het ook niet al te uitgebreid over die singleplayermodi hebben. Ja, Nintendo heeft z’n best gedaan. Ja, er is weinig aan te merken op de minigames en kleine tussenscènes die de Tennis Academy te bieden heeft en de ontwikkelaars verdienen het dat het hier even aangestipt wordt. Nooit sla je stijl achterover van briljante ideeën of concepten, en er wordt geen druppeltje zweet gemorst van de spanning. Maar ‘leuk’ is eigenlijk een perfect, allesomvattend begrip om deze kant van de game te omschrijven.

De echte graadmeter echter, is de kern van de gameplay. Hoe speelt het? Hoe diep gaat het? Hoeveel personages, gekke rackets en super-power-mega-skillmoves zijn er in dit pakketje gepropt en hoe verhouden die zich tot elkaar? Na mening middag ballen overslaan of in dubbelspel terugslaan met mijn zoontje van 9, zijn we eruit: Mario Tennis Fever heeft ontzettend lekkere gameplay.

Content is king

Content is in de eerste instantie de name of the game. Er zitten bijna veertig personages in de game, meer dan een dozijn verschillende banen en de hoofdattractie is de aanwezigheid van tientallen Fever-rackets, die elk hun eigen unieke skill met zich meebrengen. De bananentros die Donkey Kong een ‘racket’ noemt strooit bananen over de baan, met het vulkaanracket plopt er een (je raadt het nooit) vulkaan op uit de baan en het Thwomb-racket zorgt ervoor dat het iconische stenen blok uit de Mario-serie plots uit de lucht valt – hopelijk op een tegenstander. Een zogeheten Fever-shot is verder ook geen hogere wiskunde. Om de zoveel tijd is je metertje vol en ram je dat ding over de baan heen.

Extra fijn is dat het gros van dit alles vrij te spelen is waar je maar wil. Laat je de singleplayermodi links liggen en speel je gewoon wat potjes tegen elkaar? Geen probleem, om de zoveel potten krijg je een nieuw racket, personage, of kleurtjes voor je favoriete tennissers.  

Watch on YouTube

Plak er een voldoende op

Enfin, tot zover de uitleg en alles wat hier te vinden is. Leuk spelletje, plak er een voldoende op en klaar, toch? Nou nee, want hoewel alles hierboven zijn eigen rol speelt, zijn het de diepere lagen daaronder die Mario Tennis  Fever tot grotere hoogten dan ‘plak er even een voldoende op’ stuwen. Al die personages? Die beschikken over hun eigen stats en eigenaardigheden. Wario laadt z’n powershots razendsnel op, Bowser Jr. legt veel meer precisie in z’n topspincurve dan anderen en Shy Guy slaat zijn topspins zonder gehinderd te worden door zijn positie op de baan.

En die banen? Die hebben elk hun eigen ondergrond, waar ballen anders op stuiteren en doorschieten, terwijl spelers zelf ook sneller of minder snel zijn, gebaseerd op het gras of het hardcourt waar ze op spelen. Die Fever-rackets? Oprecht allemaal een andere smaak. Ook daar merk dat extra stukje diepgang waar een wat luiere Mario-sportgame niet aan zou denken: wanneer je een Fever-shot terugslaat vóórdat op jouw zijde van het net landt, kun je met een stuit op de helft van de tegenstander zomaar eens het bijbehorende effect teruggeven. Prettig vervelend als je denkt die koter een modderplas op zijn helft te bezorgen, om ‘m vervolgens zelf om je oren te krijgen als hij de bal vakkundig over je heen lobt en ‘ie alsnog op jouw achterveld terecht komt. Een (modder)koekje van eigen deeg noemen ze dat geloof ik.

Mario Tennis Fever

Slide
Slide
Slide
Slide

Geen Lego, wel Duplo

Al die extra aandachtspuntjes en omstandigheden zijn ook nog eens gebouwd op een fundering van onkreukbare basisgameplay. Topspins, slices, curveballen, lobs en powershots: alles wat je van een tennisgame mag verwachten zit erin. De grote maar is alleen: het gebeurt allemaal zonder de nuance van een échte topgame. Vergelijk het een beetje met Lego en Duplo. Zelfde principe, zelfde soort blokken, maar iets vets bouwen met Lego hit net even anders dan iets vets bouwen met die grote Duplo-blokken. Zo verhoudt deze game zich ook tot de toppers uit het tennisgenre, zoals Virtua Tennis en Topspin. Is veelgevraagd, ik weet het, maar het is wel het verschil tussen goed of geweldig. En Mario Tennis Fever eindigt in het eerste kamp.

Is mijn zoontje naar school, dan heb ik namelijk geen enkele reden om Mario Tennis Fever verder te spelen. Zoals gezegd is al die singleplayercontent niet meer dan ‘even leuk’. En computergestuurde tegenstanders geven zelfs op het hoogste niveau nooit écht tegengas. Bovendien zijn de personages net te groot voor deze banen om het volgende niveau van verfijning te bereiken. Top, zo’n lob. Maar vanwege de dus relatief kleine banen blijft het geen zekerheidje dat je iemand ermee verschalkt die tegen het net aan staat. Aanzienlijke kans dat ie gewoon op tijd de achterlijn haalt, als ie ook maar een klein beetje inzicht heeft. Het zorgt ervoor dat Mario Tennis Fever een absoluut geslaagde game is, met heerlijke multiplayer. Maar wie de eindeloze diepgang en speeluren van, bijvoorbeeld, een Mario Kart World hier zoekt, staat sneller dan gewenst buitenspel. Oh wacht, verkeerd sport…

Mario Tennis Fever is vanaf 11 februari beschikbaar voor Nintendo Switch 2.

Goed
Conclusie

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Plus- en minpunten
  • Flinke hoeveelheid content en modi
  • Sterke basisgameplay
  • Uiteenlopende Fever-rackets
  • Nog altijd sterke multiplayer
  • Daagt je nooit écht uit
  • Diepgang niet eindeloos