ID.nl logo
Huis

Ockel lanceert eigen Ockelcoin

Er is een Ockelcoin ontwikkeld. Het plan was er al jaren, maar nu is de Security Token Offering (STO) een feit. Ockel-CEO Tim Haaksma: “Je kunt nu een klein stukje van ons bedrijf kopen.” Het bedrijf achter Sirius heeft een security token, waardoor iedereen die wil kan deelnemen. Allemaal via blockchaintechnologie.

Het gaat bij andere cryptovaluta vaak om een toepassing, bijvoorbeeld een bedrijf dat een nieuw product wil maken. Haaksma: “Deze coins hebben de pers geregeerd de laatste tijd, omdat hun waarde stijgt en daalt in een recordtempo. Dat werkt bij een security token anders,“ zegt Haaksma. “Wij laten mensen een klein stukje van het bedrijf kopen. Hoe goed het gaat met je bedrijf, heeft dan reflectie op de waarde van de token. Het is heel vernieuwend. We zijn niet alleen met producten innovatief, maar ook met de financiering ervan, daarom vind ik het zo leuk.”

Nasdaq

Een paar jaar geleden had Haaksma het plan al, om zijn eigen type Bitcoin op de markt te brengen. “Een vriend van me die professor in Finance is, zei dat blockchaintechnologie een heel interessante technologie zou gaan worden, ook voor het publiek uitgeven van aandelen. Ik heb letterlijk Nasdaq gebeld, maar die hadden geen idee waar ik het over had.” Inmiddels staat de website in de steigers en gaat de security token op 2 oktober publiek. Om mensen meer uit te leggen over deze Security Token Offering (uitgifte van aandelen) maken we geen whitepaper, maar een soort business memorandum. Het is een strategisch document waarin we uitleggen wat we nu doen en wat we gaan doen met de opbrengst.”

©PXimport

Ockel werkt samen met Liqwith uit Oud Gastel om dit plan waarheid te maken. Liqwith heeft technologie, processen en een platform ontwikkeld om bedrijven te begeleiden die op deze manier funding willen ophalen. De afspraken voor tokens zijn samen met notarissen en juristen vormgegeven, geheel conform de wet. Het is echter zo vernieuwend, dat we waarschijnlijk een stuk wet- en regelgeving vooruit zijn.“ Het is sowieso niet bepaald standaard voor een technologiebedrijf dat hardware maakt om met een eigen cryptovaluta te komen, zeker niet als het een security token is.

Ockelcoin is een Ethereum-coin (ERC 20) die wordt gebouwd door Liqwith, die je straks vanaf 25 euro kunt aanschaffen tegen transactiekosten van 3/10 cent. Herman Vissia, CTO van Liqwith: "We hebben voor het Ethereum-netwerk gekozen, omdat dit het meest

geavanceerde en geaccepteerde netwerk is van dit moment. Je hebt een turingcompleet omgeving tot je beschikking om alle eisen die je stelt aan een token in te kunnen programmeren. Dat wordt gedaan in de programmeertaal Solidity. De website waarop de tokens worden aangeboden, bouwen we ook. We werken via een Slim Contract, dat een bedrijf geheel laat aansluiten op de statuten van de BV. Je legt hierin vast hoe een token zich gedraagt en hoeveel er maximaal kunnen bestaan. Maar ook of je nieuwe aandelen mag uitgeven en wie dit precies mag doen."

Die regels worden softwarematig in een Slim Contract vastgelegd, dat vervolgens wordt gebouwd op een interface. Herman: "Wij hebben dat gedaan met Java en JavaScript. We hebben dus aan de ene kant een online softwarepakket waar elke aandeelhouder naar toe kan, een portal dus, waarbij een gedeelte van de Portal rechtstreeks contact maakt met de ethereum blockchain waar alle transacties worden vastgelegd. Je kunt daar straks aandelen naar elkaar overmaken, dividend claimen, jaaropgaves printen en overdrachten kunt printen. Ockel stuurt hier zelf de gehele aandelenlogistiek aan, zoals de uitgifte van eventuele toekomstige nieuwe aandelen, de actuele lijst van aandeelhouders en het whitelisten van nieuwe aandeelhouders."

Slimme Contracten en Solidity Een Slim Contract is een manier waarop mensen die niet dezelfde taal spreken, toch zaken kunnen doen, omdat het softwarematig is vastgelegd hoe dat gebeurt. Een Slim Contract is eigenlijk een soort applicatie die autonoom functioneert. Solidity is de taal waarmee wordt gecodeerd op de Ethereum Virtual Machine, die ervoor zorgt dat Ethereum nodes (computers binnen de blockchain) worden opgeslagen en dat data wordt verwerkt om zo tot een betaling te komen. Solidity is een object-geörienteerde, domeinstepecifieke programmeertaal die zich qua syntax het beste laat vergelijken met ECMAScript (Javascript). Dit is echter een statisch typesysteem, waarin bepaald wordt hoe de taal gegevens classificeert per datatype en checkt hoe de datatypen kunnen worden samengevoegd. Bij het coderen in Solidity wordt een compiler gebruikt die ervoor zorgt dat er instructies ontstaan als ‘ga terug naar de instructie bij geheugenpunt x’. Andere talen die worden gebruikt op de Ethereum Virtual Machine zijn Serpent en LLL.

Je logt in op de portal met je wallet (private key). "We bieden voor investeerders die onbekend zijn met wallets, de mogelijkheid deze aan te schaffen, veilig te stellen en te beheren." Het is mogelijk om een voorconfigureerde hardwarewallet aan te schaffen. "Je kunt je privésleutel op een RVS-plaat gegraveerd krijgen en we kunnen direct wat Ether op zijn wallet zetten om mee te betalen bij het uitvoeren van aandelentransacties op de blockchain. Daarnaast kan een kleine investeerder altijd een gratis MetaMask wallet aanmaken (om gedecentraliseerde apps, dApps, in je browser uit te voeren, red.). Met een beetje lezen kan je ook deze heel veilig gebruiken, maar je moet er dan iets meer moeite voor doen."

Crowdfunded company

Enerzijds past deze moderne manier van financieren goed bij Ockel, anderzijds is het de vraag waarom het crowdfunding via een platform als Indiegogo loslaat. Dit is een succesvolle manier van financieren gebleken, waarmee het nieuwe varianten van Sirius mogelijk heeft gemaakt. Haaksma: “We zullen nog steeds naar Indiegogo gaan als we een nieuw product willen maken. Deze security token gaat echt om een investering in ons bedrijf, niet slechts een product en uiteindelijk is dit slechts een andere vorm van fondsen ophalen, wederom door een groep mensen die enthousiast zijn over Ockel. We blijven een crowdfunded company.”

De Ockeltoken is een nieuwe manier van crowdfunding voor het bedrijf. De aandelen van Ockel worden vertegenwoordigd door een ERC20-token of coin, waardoor je aandeelhouder kunt worden tegen minder hoge kosten dan in het geval van gewone aandelen van een BV. “Als je een BV hebt en je wilt er een aandeelhouder bij, dan kost dat tijd en geld. Je moet naar de notaris, er moet een jurist naar kijken: dat doe je niet voor 25 euro.” Een token waardoor je een beetje eigenaarsschap krijgt over een stukje Ockel betekent niet dat je ook zeggenschap mag verwachten. “Er is geen stemrecht, dus je krijgt niet iets te zeggen over ons bedrijf. Wel heb je er een stukje van en als het goed gaat, dan profiteer je daarvan doordat er winst wordt uitgekeerd. Als het niet goed gaat, dan verlies je mogelijk je investering, dat is het risico dat je neemt.”

©PXimport

Haaksma wil dat Ockel autonomie behoudt. “Een private equitypartij zal zijn stem meteen ergens op drukken en ik wil de vrijheid houden om radicaal te innoveren. Een aandeelhouder wil misschien kort rendement, maar wij willen er een langetermijnding van maken. Wij willen één aandeelhouder in de vorm van een grote groep mensen die gelooft in wat we doen. Iedereen kan het token kopen en als het goed gaat met Ockel dan heb je volledig recht op dividend. Een investeerder zal de economische upside interessant vinden, dus de waardeontwikkeling van het bedrijf en daarmee ook de token. We zijn overigens niet op zoek naar grote investeerders, maar als er partijen zijn die een groter bedrag willen neerleggen, dan kan dat. Alleen krijgen die de token onder dezelfde voorwaarden, dus ze hebben dan alsnog niets te zeggen. Als je in onze ambitie en plannen gelooft, dan ben je welkom.”

Verantwoordelijkheid

Met zoveel meer mensen die gebaat zijn bij hoe goed je bedrijf loopt, heb je ook meer verantwoordelijkheid en is er meer behoefte aan transparantie. Haaksma: “Het risico wordt voor mij niet anders, maar ik heb wel verantwoordelijkheid naar een extra aandeelhouder. Ik heb echter nu al ook verantwoordelijkheid naar medewerkers en stakeholders. Er komt wel wat meer werk bij kijken, omdat de informatievoorziening via die nieuwe website zal gaan. Ik heb goed nagedacht over die transparantie, samen met een team financieel adviseurs die onder andere bij Goldman Sachs en Morgan Stanley hebben gewerkt. We hebben veel ICO’s onderzocht en wat we elke keer merken is dat het vooral belangrijk is helder uit te leggen wie je bent, waar je naartoe wilt en wat iemand ervoor krijgt.”

De plannen van Ockel zijn vooral gerelateerd aan haar product Sirius. Ockel wil bijvoorbeeld het bereik van de mobiele PC vergroten. “We werken vooral aan de Nederlandse en Belgische markt, maar we hebben de hele wereld als speelveld. Die bereiken we wel online, maar we hebben geen verkoopafdelingen in allerlei landen. Dat is wel een stap die we kunnen maken, in bijvoorbeeld Japan, Singapore, Amerika en Hong Kong waar veel animo is voor Sirius. We willen ook nieuwe producten ontwikkelen en dat zijn grote investeringen. Het opschalen van productie kost veel geld. Er is nu een productierun gaande, maar de vraag is groot en daar moet je wel aan kunnen voldoen. We hebben nu bijna geen voorraad meer. Die hebben we wel nodig. We zitten nu in een pilot bij Target in Amerika. Daar wordt Sirius aangeboden in probeersetting en als dat een succes is dan praten we verder.”

De revival van de ultramobile PC

Toen Sirius verscheen hadden veel mensen wat te zeggen over het apparaat, vooral omdat hij bijna alles kon, maar net niet de smartphone kon vervangen. “Steve Jobs die zei dat je nooit aan mensen moet vragen wat de ‘next best thing’ moet worden. Mensen weten niet wat ze willen gaan gebruiken. Dat geldt zeker voor radicale innovatie. Sirius is geboren vanuit een visie dat er een mobiele wereld en een desktopwereld is en dat deze naar elkaar toegroeien. Er zit al veel van die gedachte in dat apparaat, maar er zit nog geen simkaart in. Dat was met de huidige stand van de techniek ook niet makkelijk.”

Dat komt bijvoorbeeld door het feit dat Microsoft de techpartner is van Ockel en Sirius draait op Windows 10. “Je kunt niet zomaar even een desktoplicentie gebruiken en daarmee gaan bellen. Onze ultramobile PC’s zijn een soort revival: in 1997 waren Microsoft, Intel en Sony er druk mee bezig, maar toen was daar in 2007 de iPhone. We zijn tien jaar verder, wij zijn nu een van de eersten die dat weer hebben opgepakt en waarin we nog steeds een grote kans zien. Het is een categorie waarbij je een volledig portable apparaat hebt met Windows-licentie. Daar kun je heel andere dingen mee dan met de huidige smartphones die toch vaak concessies doen in apps. Hoewel de chipset van de Ockel Sirius A nog tot in ieder geval 2020 op de markt blijft, loopt Intel-chip die we gebruiken in Sirius B richting end-of-life. We willen met een nieuw model komen met betere specs, wederom via Indiegogo.”

Het bedrijf wil groeien en start mede daarom met een private fase om haar ICO bij mensen uit het privénetwerk uit te leggen. Op 2 oktober zal Ockels token publiek gaan met 20 miljoen tokens à 12,5 cent. “We willen 2,5 miljoen euro ophalen, dat is de hard cap. Als het meer is dan 2,5 miljoen dan gaan we waarschijnlijk nog meer vermarkten. Halen we dat bedrag niet, dan blazen we het af."

Het Security Token is een certificaat van een aandeel, een financieel product. Omdat Ockel een financieel instrument uitgeven aan particuliere beleggers moeten dit vooraf worden geregistreerd bij de AFM. Haaksma: "De AFM houdt utility tokens goed in de gaten, omdat dat schimmig kan zijn. Ik denk dat de AFM security tokens waarschijnlijk liever zal zien dan utility tokens, omdat het transparanter is. Er zijn Initial Coin Offerings waarvan de eigenaren naar een eiland zijn verdwenen: juist omdat ICO's vaak theoretische oplossingen zijn voor een probleem, maar geen bestaande business. De urgentie om het idee daadwerkelijk uit te voeren verdwijnt kennelijk als ze ineens veel geld ophalen. Wij zijn een serieus bedrijf met bestaande business. Het is crowdfunding in ultieme vorm.”

Veiligheid

Het is wel een risico, dat een eigenaar zomaar naar een eiland verdwijnt, of dat bijvoorbeeld wordt gehackt waardoor de private key wordt ontfutseld. “Volgens mij is iedereen ervan overtuigd dat juist blockchaintechnologie veilig is. Hacken kan niet, maar private keys kunnen worden gestolen als je ze niet private houdt. Niet iedereen hoeft alle techniek van een auto te snappen om erin te rijden. Als er mensen zijn voor wie dit nieuw is, dan hebben we je juist de intentie dit heel goed uit te leggen. Je hebt in een paar minuten een wallet aangemaakt en het kopen van tokens gaat niet anders dan als je een nieuwe jas koopt bij Wehkamp.”

“De ethereum kun je niet overschrijven of manipuleren. Het netwerk controleert voortdurend of er transacties zijn die verandering brengen in het totaal. Het is per definitie juist heel erg veilig, zolang je je private key niet weggeeft. Je kunt in het geval van het Ockeltoken je tokens niet zomaar verhuizen naar een andere plek, dus qua veiligheid is dit juist de ultieme oplossing. Als je er maar voor zorgt dat je die private key goed opslaat. Sommige mensen slaan hem in een stalen plaat en leggen die bij de notaris, dat als het kantoor afbrandt, de code alsnog niet verloren gaat.”

©PXimport

Exchange

Haaksma hoopt uiteindelijk op een exchange te komen. “Er zijn nog geen security exchanges, maar ik verwacht over twaalf maanden wel minstens vijf grote platformen hiervoor. De eerste twaalf maanden gaan we sowieso niet voor een listing, dus je kunt de tokens de eerste 12 maanden niet verhandelen. Bestaande aandeelhouders mogen hun aandelen onderling verhandelen, dat zal altijd onderhands zijn waarbij wij geen actieve rol spelen. In ieder geval whitelisten we wallets, want we moeten weten wie onze tokens heeft.

Het feit dat 95% van de investeerders betaalt met credit card, iDEAL, Paypal of overschrijving zorgt ervoor dat deze al door het "Know Your Customer"-proces is gegaan, wat betekent dat een bank of instantie de identiteit van de persoon checkt om te kunnen inschatten wat de risico's zijn om met deze persoon in zee te gaan. Ockel kijkt of de naam van de investeerder overeenkomt met de naam van de bankrekening van waaruit gestort is, daarna kan men whitelisten. Voor de laatste 5% investeerders die met Bitcoin of Ether betaalt, is er de mogelijkheid om een kopie paspoort te uploaden, zodat op die manier de identiteit kan worden vastgesteld.

Als het aan Haaksma ligt, dan is blockchain helemaal de toekomst, juist voor bedrijven. “Ooit in Nederland hebben we een aandelenpapiertje bedacht in de VOC en nu is dit een digitaal aandelenpapiertje geworden: afspraken liggen vast in de blockchain, dat maakt het

makkelijk om dit te doen. Vroeger was zoiets alleen voor grote bedrijven weggelegd, maar nu kunnen kleinere bedrijven het ook doen. Je zit niet meer aan grote kosten om openbaar te gaan. Dit is een vernieuwde versie van de economie die we in de zeventiende eeuw hebben bedacht.”

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.