ID.nl logo
Huis

Ockel lanceert eigen Ockelcoin

Er is een Ockelcoin ontwikkeld. Het plan was er al jaren, maar nu is de Security Token Offering (STO) een feit. Ockel-CEO Tim Haaksma: “Je kunt nu een klein stukje van ons bedrijf kopen.” Het bedrijf achter Sirius heeft een security token, waardoor iedereen die wil kan deelnemen. Allemaal via blockchaintechnologie.

Het gaat bij andere cryptovaluta vaak om een toepassing, bijvoorbeeld een bedrijf dat een nieuw product wil maken. Haaksma: “Deze coins hebben de pers geregeerd de laatste tijd, omdat hun waarde stijgt en daalt in een recordtempo. Dat werkt bij een security token anders,“ zegt Haaksma. “Wij laten mensen een klein stukje van het bedrijf kopen. Hoe goed het gaat met je bedrijf, heeft dan reflectie op de waarde van de token. Het is heel vernieuwend. We zijn niet alleen met producten innovatief, maar ook met de financiering ervan, daarom vind ik het zo leuk.”

Nasdaq

Een paar jaar geleden had Haaksma het plan al, om zijn eigen type Bitcoin op de markt te brengen. “Een vriend van me die professor in Finance is, zei dat blockchaintechnologie een heel interessante technologie zou gaan worden, ook voor het publiek uitgeven van aandelen. Ik heb letterlijk Nasdaq gebeld, maar die hadden geen idee waar ik het over had.” Inmiddels staat de website in de steigers en gaat de security token op 2 oktober publiek. Om mensen meer uit te leggen over deze Security Token Offering (uitgifte van aandelen) maken we geen whitepaper, maar een soort business memorandum. Het is een strategisch document waarin we uitleggen wat we nu doen en wat we gaan doen met de opbrengst.”

©PXimport

Ockel werkt samen met Liqwith uit Oud Gastel om dit plan waarheid te maken. Liqwith heeft technologie, processen en een platform ontwikkeld om bedrijven te begeleiden die op deze manier funding willen ophalen. De afspraken voor tokens zijn samen met notarissen en juristen vormgegeven, geheel conform de wet. Het is echter zo vernieuwend, dat we waarschijnlijk een stuk wet- en regelgeving vooruit zijn.“ Het is sowieso niet bepaald standaard voor een technologiebedrijf dat hardware maakt om met een eigen cryptovaluta te komen, zeker niet als het een security token is.

Ockelcoin is een Ethereum-coin (ERC 20) die wordt gebouwd door Liqwith, die je straks vanaf 25 euro kunt aanschaffen tegen transactiekosten van 3/10 cent. Herman Vissia, CTO van Liqwith: "We hebben voor het Ethereum-netwerk gekozen, omdat dit het meest

geavanceerde en geaccepteerde netwerk is van dit moment. Je hebt een turingcompleet omgeving tot je beschikking om alle eisen die je stelt aan een token in te kunnen programmeren. Dat wordt gedaan in de programmeertaal Solidity. De website waarop de tokens worden aangeboden, bouwen we ook. We werken via een Slim Contract, dat een bedrijf geheel laat aansluiten op de statuten van de BV. Je legt hierin vast hoe een token zich gedraagt en hoeveel er maximaal kunnen bestaan. Maar ook of je nieuwe aandelen mag uitgeven en wie dit precies mag doen."

Die regels worden softwarematig in een Slim Contract vastgelegd, dat vervolgens wordt gebouwd op een interface. Herman: "Wij hebben dat gedaan met Java en JavaScript. We hebben dus aan de ene kant een online softwarepakket waar elke aandeelhouder naar toe kan, een portal dus, waarbij een gedeelte van de Portal rechtstreeks contact maakt met de ethereum blockchain waar alle transacties worden vastgelegd. Je kunt daar straks aandelen naar elkaar overmaken, dividend claimen, jaaropgaves printen en overdrachten kunt printen. Ockel stuurt hier zelf de gehele aandelenlogistiek aan, zoals de uitgifte van eventuele toekomstige nieuwe aandelen, de actuele lijst van aandeelhouders en het whitelisten van nieuwe aandeelhouders."

Slimme Contracten en Solidity Een Slim Contract is een manier waarop mensen die niet dezelfde taal spreken, toch zaken kunnen doen, omdat het softwarematig is vastgelegd hoe dat gebeurt. Een Slim Contract is eigenlijk een soort applicatie die autonoom functioneert. Solidity is de taal waarmee wordt gecodeerd op de Ethereum Virtual Machine, die ervoor zorgt dat Ethereum nodes (computers binnen de blockchain) worden opgeslagen en dat data wordt verwerkt om zo tot een betaling te komen. Solidity is een object-geörienteerde, domeinstepecifieke programmeertaal die zich qua syntax het beste laat vergelijken met ECMAScript (Javascript). Dit is echter een statisch typesysteem, waarin bepaald wordt hoe de taal gegevens classificeert per datatype en checkt hoe de datatypen kunnen worden samengevoegd. Bij het coderen in Solidity wordt een compiler gebruikt die ervoor zorgt dat er instructies ontstaan als ‘ga terug naar de instructie bij geheugenpunt x’. Andere talen die worden gebruikt op de Ethereum Virtual Machine zijn Serpent en LLL.

Je logt in op de portal met je wallet (private key). "We bieden voor investeerders die onbekend zijn met wallets, de mogelijkheid deze aan te schaffen, veilig te stellen en te beheren." Het is mogelijk om een voorconfigureerde hardwarewallet aan te schaffen. "Je kunt je privésleutel op een RVS-plaat gegraveerd krijgen en we kunnen direct wat Ether op zijn wallet zetten om mee te betalen bij het uitvoeren van aandelentransacties op de blockchain. Daarnaast kan een kleine investeerder altijd een gratis MetaMask wallet aanmaken (om gedecentraliseerde apps, dApps, in je browser uit te voeren, red.). Met een beetje lezen kan je ook deze heel veilig gebruiken, maar je moet er dan iets meer moeite voor doen."

Crowdfunded company

Enerzijds past deze moderne manier van financieren goed bij Ockel, anderzijds is het de vraag waarom het crowdfunding via een platform als Indiegogo loslaat. Dit is een succesvolle manier van financieren gebleken, waarmee het nieuwe varianten van Sirius mogelijk heeft gemaakt. Haaksma: “We zullen nog steeds naar Indiegogo gaan als we een nieuw product willen maken. Deze security token gaat echt om een investering in ons bedrijf, niet slechts een product en uiteindelijk is dit slechts een andere vorm van fondsen ophalen, wederom door een groep mensen die enthousiast zijn over Ockel. We blijven een crowdfunded company.”

De Ockeltoken is een nieuwe manier van crowdfunding voor het bedrijf. De aandelen van Ockel worden vertegenwoordigd door een ERC20-token of coin, waardoor je aandeelhouder kunt worden tegen minder hoge kosten dan in het geval van gewone aandelen van een BV. “Als je een BV hebt en je wilt er een aandeelhouder bij, dan kost dat tijd en geld. Je moet naar de notaris, er moet een jurist naar kijken: dat doe je niet voor 25 euro.” Een token waardoor je een beetje eigenaarsschap krijgt over een stukje Ockel betekent niet dat je ook zeggenschap mag verwachten. “Er is geen stemrecht, dus je krijgt niet iets te zeggen over ons bedrijf. Wel heb je er een stukje van en als het goed gaat, dan profiteer je daarvan doordat er winst wordt uitgekeerd. Als het niet goed gaat, dan verlies je mogelijk je investering, dat is het risico dat je neemt.”

©PXimport

Haaksma wil dat Ockel autonomie behoudt. “Een private equitypartij zal zijn stem meteen ergens op drukken en ik wil de vrijheid houden om radicaal te innoveren. Een aandeelhouder wil misschien kort rendement, maar wij willen er een langetermijnding van maken. Wij willen één aandeelhouder in de vorm van een grote groep mensen die gelooft in wat we doen. Iedereen kan het token kopen en als het goed gaat met Ockel dan heb je volledig recht op dividend. Een investeerder zal de economische upside interessant vinden, dus de waardeontwikkeling van het bedrijf en daarmee ook de token. We zijn overigens niet op zoek naar grote investeerders, maar als er partijen zijn die een groter bedrag willen neerleggen, dan kan dat. Alleen krijgen die de token onder dezelfde voorwaarden, dus ze hebben dan alsnog niets te zeggen. Als je in onze ambitie en plannen gelooft, dan ben je welkom.”

Verantwoordelijkheid

Met zoveel meer mensen die gebaat zijn bij hoe goed je bedrijf loopt, heb je ook meer verantwoordelijkheid en is er meer behoefte aan transparantie. Haaksma: “Het risico wordt voor mij niet anders, maar ik heb wel verantwoordelijkheid naar een extra aandeelhouder. Ik heb echter nu al ook verantwoordelijkheid naar medewerkers en stakeholders. Er komt wel wat meer werk bij kijken, omdat de informatievoorziening via die nieuwe website zal gaan. Ik heb goed nagedacht over die transparantie, samen met een team financieel adviseurs die onder andere bij Goldman Sachs en Morgan Stanley hebben gewerkt. We hebben veel ICO’s onderzocht en wat we elke keer merken is dat het vooral belangrijk is helder uit te leggen wie je bent, waar je naartoe wilt en wat iemand ervoor krijgt.”

De plannen van Ockel zijn vooral gerelateerd aan haar product Sirius. Ockel wil bijvoorbeeld het bereik van de mobiele PC vergroten. “We werken vooral aan de Nederlandse en Belgische markt, maar we hebben de hele wereld als speelveld. Die bereiken we wel online, maar we hebben geen verkoopafdelingen in allerlei landen. Dat is wel een stap die we kunnen maken, in bijvoorbeeld Japan, Singapore, Amerika en Hong Kong waar veel animo is voor Sirius. We willen ook nieuwe producten ontwikkelen en dat zijn grote investeringen. Het opschalen van productie kost veel geld. Er is nu een productierun gaande, maar de vraag is groot en daar moet je wel aan kunnen voldoen. We hebben nu bijna geen voorraad meer. Die hebben we wel nodig. We zitten nu in een pilot bij Target in Amerika. Daar wordt Sirius aangeboden in probeersetting en als dat een succes is dan praten we verder.”

De revival van de ultramobile PC

Toen Sirius verscheen hadden veel mensen wat te zeggen over het apparaat, vooral omdat hij bijna alles kon, maar net niet de smartphone kon vervangen. “Steve Jobs die zei dat je nooit aan mensen moet vragen wat de ‘next best thing’ moet worden. Mensen weten niet wat ze willen gaan gebruiken. Dat geldt zeker voor radicale innovatie. Sirius is geboren vanuit een visie dat er een mobiele wereld en een desktopwereld is en dat deze naar elkaar toegroeien. Er zit al veel van die gedachte in dat apparaat, maar er zit nog geen simkaart in. Dat was met de huidige stand van de techniek ook niet makkelijk.”

Dat komt bijvoorbeeld door het feit dat Microsoft de techpartner is van Ockel en Sirius draait op Windows 10. “Je kunt niet zomaar even een desktoplicentie gebruiken en daarmee gaan bellen. Onze ultramobile PC’s zijn een soort revival: in 1997 waren Microsoft, Intel en Sony er druk mee bezig, maar toen was daar in 2007 de iPhone. We zijn tien jaar verder, wij zijn nu een van de eersten die dat weer hebben opgepakt en waarin we nog steeds een grote kans zien. Het is een categorie waarbij je een volledig portable apparaat hebt met Windows-licentie. Daar kun je heel andere dingen mee dan met de huidige smartphones die toch vaak concessies doen in apps. Hoewel de chipset van de Ockel Sirius A nog tot in ieder geval 2020 op de markt blijft, loopt Intel-chip die we gebruiken in Sirius B richting end-of-life. We willen met een nieuw model komen met betere specs, wederom via Indiegogo.”

Het bedrijf wil groeien en start mede daarom met een private fase om haar ICO bij mensen uit het privénetwerk uit te leggen. Op 2 oktober zal Ockels token publiek gaan met 20 miljoen tokens à 12,5 cent. “We willen 2,5 miljoen euro ophalen, dat is de hard cap. Als het meer is dan 2,5 miljoen dan gaan we waarschijnlijk nog meer vermarkten. Halen we dat bedrag niet, dan blazen we het af."

Het Security Token is een certificaat van een aandeel, een financieel product. Omdat Ockel een financieel instrument uitgeven aan particuliere beleggers moeten dit vooraf worden geregistreerd bij de AFM. Haaksma: "De AFM houdt utility tokens goed in de gaten, omdat dat schimmig kan zijn. Ik denk dat de AFM security tokens waarschijnlijk liever zal zien dan utility tokens, omdat het transparanter is. Er zijn Initial Coin Offerings waarvan de eigenaren naar een eiland zijn verdwenen: juist omdat ICO's vaak theoretische oplossingen zijn voor een probleem, maar geen bestaande business. De urgentie om het idee daadwerkelijk uit te voeren verdwijnt kennelijk als ze ineens veel geld ophalen. Wij zijn een serieus bedrijf met bestaande business. Het is crowdfunding in ultieme vorm.”

Veiligheid

Het is wel een risico, dat een eigenaar zomaar naar een eiland verdwijnt, of dat bijvoorbeeld wordt gehackt waardoor de private key wordt ontfutseld. “Volgens mij is iedereen ervan overtuigd dat juist blockchaintechnologie veilig is. Hacken kan niet, maar private keys kunnen worden gestolen als je ze niet private houdt. Niet iedereen hoeft alle techniek van een auto te snappen om erin te rijden. Als er mensen zijn voor wie dit nieuw is, dan hebben we je juist de intentie dit heel goed uit te leggen. Je hebt in een paar minuten een wallet aangemaakt en het kopen van tokens gaat niet anders dan als je een nieuwe jas koopt bij Wehkamp.”

“De ethereum kun je niet overschrijven of manipuleren. Het netwerk controleert voortdurend of er transacties zijn die verandering brengen in het totaal. Het is per definitie juist heel erg veilig, zolang je je private key niet weggeeft. Je kunt in het geval van het Ockeltoken je tokens niet zomaar verhuizen naar een andere plek, dus qua veiligheid is dit juist de ultieme oplossing. Als je er maar voor zorgt dat je die private key goed opslaat. Sommige mensen slaan hem in een stalen plaat en leggen die bij de notaris, dat als het kantoor afbrandt, de code alsnog niet verloren gaat.”

©PXimport

Exchange

Haaksma hoopt uiteindelijk op een exchange te komen. “Er zijn nog geen security exchanges, maar ik verwacht over twaalf maanden wel minstens vijf grote platformen hiervoor. De eerste twaalf maanden gaan we sowieso niet voor een listing, dus je kunt de tokens de eerste 12 maanden niet verhandelen. Bestaande aandeelhouders mogen hun aandelen onderling verhandelen, dat zal altijd onderhands zijn waarbij wij geen actieve rol spelen. In ieder geval whitelisten we wallets, want we moeten weten wie onze tokens heeft.

Het feit dat 95% van de investeerders betaalt met credit card, iDEAL, Paypal of overschrijving zorgt ervoor dat deze al door het "Know Your Customer"-proces is gegaan, wat betekent dat een bank of instantie de identiteit van de persoon checkt om te kunnen inschatten wat de risico's zijn om met deze persoon in zee te gaan. Ockel kijkt of de naam van de investeerder overeenkomt met de naam van de bankrekening van waaruit gestort is, daarna kan men whitelisten. Voor de laatste 5% investeerders die met Bitcoin of Ether betaalt, is er de mogelijkheid om een kopie paspoort te uploaden, zodat op die manier de identiteit kan worden vastgesteld.

Als het aan Haaksma ligt, dan is blockchain helemaal de toekomst, juist voor bedrijven. “Ooit in Nederland hebben we een aandelenpapiertje bedacht in de VOC en nu is dit een digitaal aandelenpapiertje geworden: afspraken liggen vast in de blockchain, dat maakt het

makkelijk om dit te doen. Vroeger was zoiets alleen voor grote bedrijven weggelegd, maar nu kunnen kleinere bedrijven het ook doen. Je zit niet meer aan grote kosten om openbaar te gaan. Dit is een vernieuwde versie van de economie die we in de zeventiende eeuw hebben bedacht.”

▼ Volgende artikel
Review: In Reanimal mag je samen naar de gemuteerde kinderboerderij
© Tarsier Studios/Tijn Kranen
Huis

Review: In Reanimal mag je samen naar de gemuteerde kinderboerderij

Achtpotige mottenballen, levende huidplooien en gemuteerde pelikanen: in het ‘schattige’ Reanimal kom je het allemaal tegen. Gelukkig sta je er niet alleen voor, want je kunt er voor kiezen om samen met een medespeler via coöp dit levende schilderij in te duiken - al is het resultaat vooral dat je sámen geen snars van het verhaal snapt.

Het Zweedse Tarsier Studios heeft al even geoefend met het concept van Reanimal. De game heeft namelijk een hoop weg van hun vorige games, Little Nightmares 1 en 2: ook hier wandel je door een stel surrealistische, levende horrorschilderijen.

Hoewel het niet letterlijk om een schilderij gaat, kan ik het gevoel niet anders beschrijven. Je beweegt je door een reeks prachtige omgevingen gevuld met bizarre monsters, die vooral de logica volgen van nachtmerries en kinderangsten. Reanimal lijkt in de verte wel een verhaal te willen vertellen, maar Tarsier beseft dondersgoed dat minimalisme het alleen maar griezeliger maakt.

Watch on YouTube

Simpel doch effectief

De mist hangt over het waterlichaam. Er zit een kind in een bootje. Als je aan de knoppen zit te morren, heb je door dat jij het kind bestuurt - tijd om naar dat rode licht in de verte te varen. Als je dichterbij komt, blijkt het een boei te zijn, met daarnaast spartelend in het water een vriendje. Ze klimt bij je in de boot. Als je een tweede controller aansluit of online speelt, is dit je coöp-partner. Zo niet, dan blijft het een computergestuurde vriend die vooral gezelschap biedt.

Terwijl je samen van boei naar boei vaart, doemt er in de verte een rotspartij op. Oh, die ziet er groot uit. Wacht, die is écht groot! Als je eenmaal bij het strand komt, ram je je bootje het zand in. Zo, die ligt lekker stevig.

Als je een dichte deur tegenkomt, snap je als gamer wel wat je missie is: zoek maar naar een sleutel. Vervolgens blijf je zonder echte reden maar een pad volgen, al kom je er gaandeweg achter dat je andere kinderen probeert te redden van monsters.

©THQ Nordiq/Tarsier Studios

Een versleten screenshotknop

Het verhaal staat dus niet echt voorop - en eerlijk gezegd staat diepgaande gameplay óók niet echt voorop. Maar wat maakt deze game dan in godsnaam zo indrukwekkend? Dat komt allemaal neer op fenomenaal ontworpen omgevingen en geniaal ontworpen monsters.

Het helpt daarbij dat Reanimal een ontzettend goed gevoel van schaal weet over te brengen: je voelt je piepklein, en grote dingen in de spelwereld voelen gigantisch. Daar komt ook een sterk staaltje camerawerk bij kijken. Op precies de juiste momenten wordt de camera naar achteren getrokken om te onthullen dat er in de achtergrond al de hele tijd een of ander gemuteerd boerderijdier op je ligt te wachten.

Op de PlayStation 5, waar we de game op hebben gespeeld, ziet Reanimal er prachtig uit. Op een zeldzame lelijke texture na is het spel gevuld met visuele meesterwerkjes. Je kunt op ieder willekeurig moment een screenshot maken, en het bij wijze van spreken inlijsten en ophangen. In vijf uur speeltijd heb ik 108 screenshots gemaakt, mede vanwege de mooie lichtinval.

Slide
Slide
Slide
Slide

Niet meer dan een middag

Daar is dan ook meteen het grootste struikelblok: in vijf uurtjes was ik wel door de game heen, terwijl ik het best rustig aan deed. Het spel gaat voor vier tientjes over de toonbank - toch best een hoge prijs voor zo’n korte game. In coöp doe je er misschien nog iets langer over, maar ik zou er niet op rekenen.

In de omgeving zijn er nog enige collectibles te vinden: posters met concept art en dierenmaskers, waar je je personages mee kan aankleden. Dat is best leuk, want die art is belachelijk mooi en die maskers worden steeds absurder. Gelukkig spat de kwaliteit er wel van af, want iedere omgeving is een kunstwerk op zich.

©Tarsier Studios/Tijn Kranen

Lekker rondkijken

Om nog even op die coöp-gameplay terug te komen: we hebben hier niet te maken met een game als Portal 2, waarbij de puzzels zijn gebouwd om als duo op te lossen. Hoewel de functie een van de selling points is, heb je absoluut geen tweede speler nódig.

De coöp-modus is zowel online als lokaal beschikbaar, al is er geen matchmaking. Je moet de lobbycode invoeren van de persoon met wie je wil spelen, dus met een vreemdeling spelen is er niet bij. We hebben de functie daardoor niet uitvoerig kunnen testen, maar het lijkt prima te werken.

Voor de puzzels heb je ook geen twee sets hersenen nodig: het zijn vrij simpele puzzels die er vooral voor zorgen dat je aandacht naar de mooie locaties getrokken wordt. Ingewikkelder hoeft het ook niet te zijn, want als je echt je hersens had moeten gaan kraken, dan had het die melancholische droomsfeer misschien wel kapotgemaakt.

©Tarsier Studios/Tijn Kranen

Hypnotiserend

Tarsier Studios weet precies wat Reanimal moet zijn: hypnotiserend, surrealistisch, schattig en tegelijkertijd doodeng. Het minimalistische verhaal is lastig te volgen, maar de gevoelens raken wél - al is het einde wat abrupt. Het grijpt je niet bij de keel, maar glijdt langzaam om je strot heen en knijpt zonder dat je het doorhebt.

Het voelt als de vreemdste plekken uit Silent Hill, of de Dark Place uit Alan Wake 2, maar het heeft ook weer wat weg van Coraline en Guillermo Del Toro’s Pinocchio. Het deed me misschien nog het meest denken aan deze concept trailer van Silent Hills, een game die helaas nooit het daglicht heeft mogen zien.

Stel je voor dat je door een bioscoop heen loopt, waar een dood (of gehypnotiseerd) publiek zit te kijken naar iets dat je alleen kan vergelijken met de videoband uit The Ring. Als je naar buiten komt, staat er een grote spinachtige man met een ijscowagen op je te wachten om je op te grissen. Als je eenmaal aan hem bent ontsnapt, wordt je geconfronteerd met de volgende griezelige omgeving en een nieuw, prachtig, tragisch en doodeng gemuteerd monster. In Reanimal snap je misschien niet precies wat er gebeurt, maar je gaat het zeker niet vergeten.

Reanimal is vanaf 13 februari verkrijgbaar voor PlayStation 5, Xbox Series-consoles, Nintendo Switch 2 en pc. Voor deze review is de game op PlayStation 5 gespeeld.

Goed
Conclusie

De visie achter Reanimal is duidelijk: geen ingewikkelde puzzels of verhaallijnen, maar een gestroomlijnde, sfeervolle koortsdroom met gedetailleerde plaatjes (en monsters) die nog lang in je hoofd blijven hangen. Tarsier Studios had de game kunnen opvullen met meer omgevingen of meer simplistische puzzels, maar dat zou wellicht alleen maar aan de ervaring af doen. Reanimal is daardoor wat aan de simpele en korte kant, maar de game blijft na het uitspelen wel nog veel langer door je hoofd spoken.

Plus- en minpunten
  • Kunstzinnige monsters en omgevingen
  • Mooie graphics
  • Co-op-functie is een welkome toevoeging
  • Gameplay maar weinig diepgaand
  • Kort en een tikje anticlimactisch
  • Niet erg uitdagend
▼ Volgende artikel
De iPad als smarthome-hub is verleden tijd: dit moet je weten
© DENYS PRYKHODOV
Huis

De iPad als smarthome-hub is verleden tijd: dit moet je weten

Met de introductie van een nieuwe Home-architectuur heeft Apple de ondersteuning voor de iPad als centrale woninghub stopgezet. Gebruikers moeten nu overstappen op een Apple TV of HomePod om hun slimme apparaten op afstand te bedienen en automatiseringen uit te voeren.

Het idee was altijd zo handig: die oude tablet die toch maar in de kast lag te verstoffen kreeg een tweede leven als het brein van je woning. Je plakte hem tegen de muur of zette hem op een standaard in de keuken, en plotseling kon je overal ter wereld je lampen bedienen. Toch merkten veel gebruikers dat de betrouwbaarheid vaak te wensen overliet, met apparaten die niet reageerden of automatiseringen die simpelweg weigerden te starten. Apple heeft nu de knoop doorgehakt en de tablet officieel uit de lijst van ondersteunde hubs geschrapt. In dit artikel leggen we uit waarom deze besluitvorming logisch is en wat dat voor jouw huidige opstelling betekent.

Overstap naar een stabiele architectuur

De reden dat de tablet niet langer als hub fungeert, ligt diep in de softwarematige fundering van de Woning-app verborgen. Met de komst van de nieuwe architectuur in iOS 16.2 heeft Apple de manier waarop apparaten met elkaar communiceren volledig herzien. Waar de iPad voorheen als een soort tussenstation fungeerde dat af en toe signalen doorgaf, vereist het nieuwe systeem een apparaat dat altijd aan de stroom hangt en een constante, bekabelde of zeer stabiele draadloze verbinding heeft.

We hebben in onze tests gemerkt dat een iPad die in de slaapstand gaat of waarvan de batterij net onder een bepaald percentage zakt, de communicatie met de rest van het huis direct verstoort. Bovendien ontbreekt in de iPad de hardware voor Thread, een netwerkprotocol dat zorgt dat apparaten razendsnel en zonder vertraging op elkaar reageren. Wanneer je nu op een knop drukt, hoor je bij een moderne hub direct de klik van de schakelaar, terwijl de iPad daar voorheen merkbare seconden over kon doen.

©PHILIPPE RAMAKERS

Soms werkte het wel...

In een heel specifieke context kon de iPad nog wel dienstdoen, mits je geen behoefte had aan de nieuwste snufjes. Voor een simpel huishouden met slechts een paar lampen die alleen via bluetooth of een eigen bridge werkten, was de tablet een prima interface. Het gaf toch een gevoel van controle om een visueel overzicht te hebben op een groot scherm in de woonkamer. Je kon de iPad inzetten als een soort veredelde afstandsbediening die ook toevallig de automatiseringen draaide wanneer je zelf niet thuis was.

Dit werkte vooral goed in kleine appartementen waar de afstand tussen de tablet en de slimme verlichting minimaal was, waardoor de bluetooth-verbinding stabiel bleef. De koopintentie voor een iPad was in die tijd vaak gebaseerd op deze multifunctionaliteit, maar die vlieger gaat met de huidige eisen voor een modern slim huis niet meer op.

Mobiliteit is niet goed voor een hub

Een centraal zenuwstelsel van een woning hoort niet verplaatsbaar te zijn, en dat is precies waar het in de praktijk misging met de iPad. Zodra iemand de tablet van de lader haalde om even op de bank een video te kijken, liep de verbinding met de beveiligingscamera buiten gevaar. We zien vaak dat een hub die op wifi werkt in plaats van via een ethernetkabel, kwetsbaar is voor storingen van andere apparaten in de buurt.

De iPad is ontworpen als een persoonlijk apparaat dat energie bespaart zodra het scherm uitgaat, wat natuurlijk haaks staat op de rol van een server die 24 uur per dag paraat moet staan. In grotere woningen merkten we bovendien dat de iPad simpelweg het bereik niet had om apparaten op de bovenverdieping aan te sturen, iets wat een systeem met meerdere verdeelde hubs veel beter oplost.

©IHAR ULASHCHYK

Signalen om over te stappen

Er zijn een paar duidelijke situaties waarin je de iPad als hub direct moet vervangen door een volwaardige slimme speaker of mediaspeler. Als je van plan bent om apparaten aan te schaffen die met de Matter-standaard werken, heb je eigenlijk geen keuze meer, aangezien de iPad dit protocol niet ondersteunt als hub. Ook wanneer je merkt dat je automatiseringen vaker niet dan wel werken zodra je de voordeur achter je dichttrekt, is dat een teken dat de iPad de verbinding niet stabiel kan houden.

Een ander breekpunt is de behoefte aan beveiligde video-opslag in iCloud. Voor het streamen en analyseren van beelden van je deurbel is simpelweg meer rekenkracht en een constantere verbinding nodig dan een (vaak oudere) tablet kan bieden. Tot slot is het onmogelijk om de woning te upgraden naar de nieuwste softwareversies zonder een ondersteunde hub, waardoor je bijvoorbeeld nieuwe functies en beveiligingsupdates misloopt.

De juiste opvolger kiezen

Het toetsen van je eigen woonsituatie begint bij de vraag hoeveel apparaten je wilt aansturen en of je ook behoefte hebt aan een fysieke interface. Voor de meeste mensen is een mediaspeler zoals de Apple TV de beste keuze, omdat deze (de duurdere versies in elk geval) met een kabel aan je router verbonden kan worden voor de meest betrouwbare verbinding.

Heb je echter geen televisie in de buurt van je slimme apparaten, dan is een compacte speaker die ook als hub fungeert een slimmer alternatief. Je plaatst deze eenvoudig op een centrale plek in huis waar de microfoons ook je stemcommando's kunnen opvangen. Kijk hierbij goed naar de ruimte die je hebt; een kleine speaker past op elk nachtkastje, terwijl een volwaardige mediaspeler vaak een vaste plek in het tv-meubel vereist.

Nee, de iPad is definitief geen woninghub meer

De iPad kan officieel niet meer als hub worden ingesteld in de vernieuwde Woning-app van Apple omdat de hardware niet voldoet aan de eisen van de nieuwe woningarchitectuur. Voor het bedienen van je huis op afstand en het configureren van automatiseringen heb je nu minimaal een HomePod of een Apple TV nodig (mocht je wel bij Apple willen blijven). Deze apparaten bieden ondersteuning voor Thread en Matter, wat zorgt voor een snellere en betrouwbaardere communicatie tussen je slimme apparaten. Hoewel de iPad een handig bedieningspaneel blijft voor op de muur, vinden de processen achter de schermen nu plaats op hardware die altijd met het stroomnetwerk en internet is verbonden.