ID.nl logo
Huis

Verdienen aan bitcoin: de huidige staat van cryptovaluta

Krachtige videokaarten zijn niet aan te slepen. Dat heeft minder te maken met de populariteit van gaming dan je denkt. Ze worden gekocht door mensen die cryptovaluta’s willen delven. De vraag is: aanhaken bij de hype of ben je daarvoor te laat? Verdienen aan bitcoin, hoe doe je dat?

Door: Dirkjan van Ittersum

In webwinkels verscheen afgelopen periode opvallend vaak de tekst ‘uitverkocht’ bij high-end videokaarten. De belangstelling ervoor was groot: ze worden namelijk gebruikt voor het bouwen van speciale computers om cryptovaluta’s te delven, zoals Bitcoin, Litecoin of Ethereum. Delven is een term voor het via ingewikkelde berekeningen genereren van de valuta’s. Deze digitale munten zijn bezig aan een ware opmars.

Ze zijn vanwege de aanhoudende koersstijgingen op langere termijn populair bij beleggers en vanwege de heftige koersfluctuaties bij speculanten die kunnen verdienen aan zowel stijgende als dalende koersen. Maar ze vormen in eerste instantie een alternatief voor ‘echt’ geld zoals de dollar of euro. Je kunt er op steeds meer plekken mee betalen, niet alleen online, maar ook in restaurants en winkels.

De digitale munten worden met argusogen bekeken door banken, want zij staan bij transacties buitenspel. Het geld gaat direct van betaler naar ontvanger. Iedere transactie komt terecht in een decentraal kasboek. Kopieën ervan staan op duizenden computers. De kans dat daar iets mee misgaat is dus klein.

Blockchain

Het begon allemaal met Bitcoin. De munt werd in 2009 ontwikkeld door iemand die zich Satoshi Nakamoto noemt en zegt uit Japan te komen. Nakamoto blijft verder anoniem; naar zijn of haar ware identiteit wordt nog steeds gegist. Het is ook heel goed mogelijk dat het een verzonnen naam is voor een groep ontwikkelaars. Het ontwikkelen van een eigen munt heeft Nakamoto geen windeieren gelegd. Hij (om voor het gemak uit te gaan van een man) zou eigenaar zijn van ongeveer een miljoen Bitcoins (op het moment van schrijven 3,7 miljard euro).

Nakamoto bedacht misschien nog wel iets veel belangrijkers met de basis van Bitcoin: de blockchaintechnologie. Dit maakt dat de munt zeer betrouwbaar is en er niet mee gesjoemeld kan worden. Maar die technologie is veel breder in te zetten in onze wereld. Niet alleen voor cryptovaluta, maar ook voor andere financiële en ook niet-financiële doeleinden. Hoe blockchain precies werkt, leggen we in een later artikel uit.

De door Nakamoto ontwikkelde technologie is opensource. Iedereen mag ermee aan de slag gaan en dat verklaart deels het succes van cryptovaluta. Al snel na Bitcoin ontstonden er alternatieve munten waarvan de laatste tijd Ethereum het meest in de belangstelling staat. Die ‘munt’ biedt ook mogelijkheden om te programmeren. Dat komt van pas bij het ontwikkelen van bijvoorbeeld ‘smart contracts’. Het geld zal pas worden vrijgegeven als aan bepaalde voorwaarden is voldaan, bijvoorbeeld als de sleuteloverdracht bij aankoop van een huis is gedaan.

Bitcoin-koers

De koersen van digitale munten zijn de afgelopen periode de lucht in geschoten. De waarde van Bitcoin is in een jaar tijd met meer dan 600 procent gestegen. Bitcoin is de absolute koploper, maar andere munten staan eveneens flink in de belangstelling, met dito waardestijgingen. Ethereum steeg zelfs ruim 2500 procent. De meeste digitale munten werken met een limiet. Zo is het technisch niet mogelijk om meer dan 21 miljoen Bitcoins te maken. Op dit moment zijn er zo’n 12 miljoen Bitcoins in omloop.

Het delven van nieuwe Bitcoins wordt steeds moeilijker doordat de benodigde berekeningen steeds complexer worden. In 2009 kon je met een gewone computer in een paar dagen tijd honderden Bitcoins delven. In 2014 zou je daar met hetzelfde apparaat bijna 100 jaar over doen, vandaar dat er gespecialiseerde computers voor gebruikt worden. De verwachting is dat in 2040 99 procent van alle Bitcoins is gedolven. Daarna duurt het nog eens honderd jaar voordat de laatste procent is gemijnd.

De waarde van Bitcoin is in een jaar tijd met meer dan 600 procent gestegen.

-

De populariteit van digitale munten zorgt ervoor dat veel mensen aan het delven slaan. Speciale machines maken ingewikkelde berekeningen om munten te slaan. Helaas is het delven van Bitcoins inmiddels zo lastig dat het voor de hobbyist nauwelijks nog interessant is om zelf op zoek te gaan naar Bitcoins. Zelfs met de krachtigste videokaarten is het niet meer rendabel. Zo’n kaart is te lang bezig en verbruikt bovendien te veel stroom.

Er zijn daarom speciale chips ontwikkeld met de naam Application Specific Integrated Circuit (ASIC). Ze zijn volledig ingericht op het vinden van Bitcoins. Ze zitten in dure, luidruchtige en stroomvretende machines waardoor de gemiddelde thuisgebruiker er niet aan begint. Met name in China - waar stroom goedkoop is – zijn er ‘Bitcoin farms’. Het zijn grote serverruimtes vol met dit soort ASIC’s. Er wordt op zo’n grote schaal gezocht naar nieuwe Bitcoins. De thuisgebruiker kan daar niet tegenop.

Wie toch aan de slag wil met cryptovaluta’s kan beter zijn heil zoeken bij een alternatieve munt zoals Ethereum, Dogecoin, Litecoin of het Nederlandse Gulden. Wat de verschillen zijn, leggen we in een later artikel uit. We zetten daarin de verschillende cryptovaluta uiteen.

Alternatief rijk worden

Het zelf minen van digitale munten met speciale hardware is slechts één manier om geld te verdienen aan cryptovaluta’s. Een andere optie is het speculeren op koersdalingen of -stijgingen.

Peter de Ruiter, auteur van het boek 'Bitcoins beter begrijpen', heeft daar ruime ervaring mee. “Er zijn veel marktplaatsen waar je kunt handelen in Bitcoins en andere munten. Je kunt gebruik maken van slimme mogelijkheden zoals limietorders. Daarbij kun je aangeven hoeveel je maximaal wilt betalen voor een bitcoin, dus bijvoorbeeld niet meer dan 3000 euro. Door de snelle koerswijzigingen is het meestal na een paar dagen raak en heb je voor dat bedrag een bitcoin. Ook verkopen is op dezelfde manier mogelijk. Dus je stelt in dat je minimaal 3500 euro wilt ontvangen voor een bitcoin. Zo is het mogelijk om binnen enkele dagen een bedrag van een paar honderd euro te verdienen.” Wel geldt: doe dit alleen met geld dat je kunt missen, want je kunt ook flink de mist in gaan.

De komende tijd staan we op PCM uitgebreid stil bij cryptovaluta. Zo lees je binnenkort ook meer over het bouwen van een mining-pc. Stay tuned!

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.