ID.nl logo
Hands-on Fitbit Charge 3: Goed zoeken naar verbeteringen
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Hands-on Fitbit Charge 3: Goed zoeken naar verbeteringen

Als je een sportbandje zoekt voor een relatief lage prijs maar toch prima prestaties dan kon je altijd bij Fitbit terecht. Maar het beste bandje van het bedrijf, de Charge 2, is alweer redelijk oud. Fitbit heeft nu een nieuw model aangekondigd, dat vooral esthetisch verbeterd is maar verder weinig spannende vernieuwingen heeft.

Meer IFA-nieuws lezen? Check ons verzamelartikel IFA 2018. Daar vind je alle nieuwtjes en hands-ons op een rij. En vergeet ook niet ons Instagram TV-kanaal te volgen!

Fitbit presenteerde de nieuwe Charge 3 tijdens de IFA-beurs in Berlijn. De Charge 3 is de wat ongeïnspireerd genaamde opvolger van de Charge 2, die alweer uit augustus 2016 stamt. Hoog tijd dus voor een nieuw model, maar verwacht daar geen baanbrekende vernieuwingen van.

Dezelfde features

In functionaliteit is de Fitbit namelijk nog precies hetzelfde, in tegenstelling tot de nieuwste Garmin Vivosmart die nu ineens ook een zuurstofmeter heeft ingebouwed. Nee, de Charge 2 meet nog steeds gewoon je stappen en je sportsessies, en je kunt er nog steeds een meditatiemomentje mee nemen.

Dat Fitbit nog steeds gebruik maakt van dezelfde technieken om dat te doen is zowel een vloek als een zegen. Het meten van je hartslag via kleine led-lichtjes die door je huid heen schijnen is nooit erg accuraat geweest, en dat is in dit model waarschijnlijk niet veel anders. Ook is het nog steeds een groot gemis dat de Charge 3 geen ingebouwde gps heeft, maar het moet doen van de verbinding met je telefoon.

Van de andere kant: voor de lage prijs van het apparaat moet je ook niet veel verwachten, en door het weglaten van gps hou je veel accuduur over.

Dunner, mooier

De meest opvallende verandering in het nieuwe bandje is dan ook het uiterlijk, maar zelfs dat is geen grote stijlbreuk met eerdere modellen. De Charge 3 houdt hetzelfde model, maar is nu wel een stuk ronder. Dat is een fijne breuk met eerdere modellen die wel erg hoekig en daarmee ook wel onhandig groot aanvoelden. De afrondingen zorgen voor een betere aansluiting bij het bandje, dat ook in dit model makkelijk te vervangen is.

©PXimport

Bijkomend voordeel: de Charge 3 is veel dunner dan het voorgaande model. Dat was onze grootste irritatie met de oude Fitbits, die allemaal enorm aanvoelden, onhandig en dik om je pols. Het nieuwe apparaat is veel stijlvoller en heeft al meer weg van een horloge. Dat maakt de Charge 3 méér dan alleen een sportbandje: het is eigenlijk de eerste Fitbit die niet zou misstaan als een normaal digitaal uurwerk.

Nieuwe interface en bediening

Dat is ook terug te zien in de nieuwe interface. Het scherm van de Charge 3 is opvallend groter dan de Charge 2, en is gemaakt van Gorilla Glass zodat het minder snel krast - een prettige eigenlijk voor iets dat je de hele dag om je pols draagt. De UI is ook wat moderner gemaakt. Het scherm is nog steeds zwart-wit (fijn voor de accuduur!) maar experimenteert nu wel met wat grijstinten waardoor het er allemaal wat levendiger uit ziet.

Opvallend is wel dat de besturing nu volledig via het scherm gaat met swipe-gebaren, en niet meer met de knop op de zijkant. Die knop is nu namelijk weg, want hij is vervangen door een kleine inkeping. Daarmee kun je het scherm aanzetten en een stap terug gaan, maar je gebruikt het niet meer om te wisselen tussen verschillende schermen zoals op eerdere modellen. Dat is in het begin even wennen, zeker als je eerdere Fitbits gewend bent.

Ook lijkt het ons tijdens het sporten niet erg handig te zijn om geen harde feedback te krijgen, maar daar konden we op de beurs helaas niet zelf mee aan de slag.

©PXimport

Fitbit Pay

De Charge 3 krijgt overigens wel de Fitbit Pay-feature, een manier om via nfc te betalen bij contactloze pinautomaten. Daar heb je als Nederlander in de praktijk echter niets aan, want Nederlandse banken werken daar (voorlopig) nog niet aan mee.

Of dat in de toekomst nog komt is maar de vraag - betaal-diensten komen doorgaans niet zo snel naar ons land.

Conclusie

Al met al zijn de veranderingen in de Fitbit Charge 3 niet zo groot. Het is een logische upgrade van het bestaande model met precies de mate van verbetering die je zou verwachten: een iets beter uiterlijk, een grafische update, en een kleine experimentele nieuwe feature in de gebruikersinterface.

Het bandje gaat 149,95 euro kosten, wat nog steeds een erg aangename prijs is voor een dergelijke gadget.

▼ Volgende artikel
Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard
Huis

Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard

Het Zuid-Koreaanse zou een shooter gebaseerd op Starcraft in ontwikkeling hebben voor IP-eigenaar Blizzard.

Dat claimt The Korean Economic Daily. Een team binnen Nexon dat gespecialiseerd is in shooters zou zich op dit moment volledig richten op de nog onaangekondigde game. De ontwikkeling zou nog niet lang geleden zijn gestart, en dus zou de shooter nog lang op zich laten wachten.

Verdere details zijn er nog niet, behalve dat Choi Jun-ho ook bij het project betrokken zou zijn. Hij maakte eerder de populaire Shinppu-mapmod voor Starcraft.

Starcraft

Er gaan al langer geruchten over een shooter gebaseerd op Starcraft. Vorig jaar meldde Bloomberg-journalist Jason Schreier al in zijn boek 'Play Nice: The Rise, Fall and Future of Blizzard Entertainment' dat Blizzard aan een shooter zou werken. Volgens Schreier is de shooter van Nexon echter niet gerelateerd aan de shooter van Blizzard - het zouden om twee afzonderlijke projecten gaan.

De Starcraft-reeks bestaat uit real-time strategygames. De eerste verscheen in 1998, en een vervolg kwam in 2010 uit. Blizzard heeft al vaker geprobeerd shooters gebaseerd op de Starcraft-franchise te maken, maar die werden vooralsnog altijd geannuleerd.

Mogelijke onthulling op Blizzcon

Voor het eerst in enkele jaren organiseert Blizzard op 12 en 13 december de Amerikaanse beurs Blizzcon, waar alles rondom de uitgever wordt gevierd. Het is mogelijk dat één van de hierboven genoemde shooters daar wordt onthuld.

▼ Volgende artikel
Review: Mario Tennis Fever is een leuke set
Huis

Review: Mario Tennis Fever is een leuke set

Je vraagt je bij elke Mario-sportgame toch weer af: bereikt het de highs van die oeroude Game Boy-games van Camelot, zoals Mario Tennis en Mario Golf)? Het antwoord is, wat mij betreft, steevast  ‘nee’. Maar tussen ‘perfect’ en ‘niet perfect’ zit nog altijd een breed spectrum aan kwaliteit. En Fever? Die nestelt zich moeiteloos aan de betere kant van dat spectrum.

De drie toernooien die deze game rijk is, daar ben je een uurtje zoet mee. Waarschijnlijk zonder een set te verliezen. De Adventure Mode? Een paar uurtjes meer dan dat, en hoewel ook die nergens uitdagend wordt vertelt het wel een vermakelijk verhaal over Mario en Luigi die als baby’s hun tennis-skills moeten oppoetsen vanwege… bijzondere redenen.

Er zijn ook drie Challenge Towers met allerlei unieke uitdagingen die eventjes vermaken. In mix-up vinden we tennis, maar dan met regels en omstandigheden die alleen het Mushroom Kingdom kan bieden, en dat was het wel zo’n beetje. Wie Mario Tennis Fever alleen speelt is een weekend zoet en heeft zich prima vermaakt. Maar sportgames zijn er, natuurlijk, om je competitieve aard los te laten op vrienden, familie, kroost of online uitdagers.

Leuk

Daarom wil ik het ook niet al te uitgebreid over die singleplayermodi hebben. Ja, Nintendo heeft z’n best gedaan. Ja, er is weinig aan te merken op de minigames en kleine tussenscènes die de Tennis Academy te bieden heeft en de ontwikkelaars verdienen het dat het hier even aangestipt wordt. Nooit sla je stijl achterover van briljante ideeën of concepten, en er wordt geen druppeltje zweet gemorst van de spanning. Maar ‘leuk’ is eigenlijk een perfect, allesomvattend begrip om deze kant van de game te omschrijven.

De echte graadmeter echter, is de kern van de gameplay. Hoe speelt het? Hoe diep gaat het? Hoeveel personages, gekke rackets en super-power-mega-skillmoves zijn er in dit pakketje gepropt en hoe verhouden die zich tot elkaar? Na mening middag ballen overslaan of in dubbelspel terugslaan met mijn zoontje van 9, zijn we eruit: Mario Tennis Fever heeft ontzettend lekkere gameplay.

Content is king

Content is in de eerste instantie de name of the game. Er zitten bijna veertig personages in de game, meer dan een dozijn verschillende banen en de hoofdattractie is de aanwezigheid van tientallen Fever-rackets, die elk hun eigen unieke skill met zich meebrengen. De bananentros die Donkey Kong een ‘racket’ noemt strooit bananen over de baan, met het vulkaanracket plopt er een (je raadt het nooit) vulkaan op uit de baan en het Thwomb-racket zorgt ervoor dat het iconische stenen blok uit de Mario-serie plots uit de lucht valt – hopelijk op een tegenstander. Een zogeheten Fever-shot is verder ook geen hogere wiskunde. Om de zoveel tijd is je metertje vol en ram je dat ding over de baan heen.

Extra fijn is dat het gros van dit alles vrij te spelen is waar je maar wil. Laat je de singleplayermodi links liggen en speel je gewoon wat potjes tegen elkaar? Geen probleem, om de zoveel potten krijg je een nieuw racket, personage, of kleurtjes voor je favoriete tennissers.  

Watch on YouTube

Plak er een voldoende op

Enfin, tot zover de uitleg en alles wat hier te vinden is. Leuk spelletje, plak er een voldoende op en klaar, toch? Nou nee, want hoewel alles hierboven zijn eigen rol speelt, zijn het de diepere lagen daaronder die Mario Tennis  Fever tot grotere hoogten dan ‘plak er even een voldoende op’ stuwen. Al die personages? Die beschikken over hun eigen stats en eigenaardigheden. Wario laadt z’n powershots razendsnel op, Bowser Jr. legt veel meer precisie in z’n topspincurve dan anderen en Shy Guy slaat zijn topspins zonder gehinderd te worden door zijn positie op de baan.

En die banen? Die hebben elk hun eigen ondergrond, waar ballen anders op stuiteren en doorschieten, terwijl spelers zelf ook sneller of minder snel zijn, gebaseerd op het gras of het hardcourt waar ze op spelen. Die Fever-rackets? Oprecht allemaal een andere smaak. Ook daar merk dat extra stukje diepgang waar een wat luiere Mario-sportgame niet aan zou denken: wanneer je een Fever-shot terugslaat vóórdat op jouw zijde van het net landt, kun je met een stuit op de helft van de tegenstander zomaar eens het bijbehorende effect teruggeven. Prettig vervelend als je denkt die koter een modderplas op zijn helft te bezorgen, om ‘m vervolgens zelf om je oren te krijgen als hij de bal vakkundig over je heen lobt en ‘ie alsnog op jouw achterveld terecht komt. Een (modder)koekje van eigen deeg noemen ze dat geloof ik.

Mario Tennis Fever

Slide
Slide
Slide
Slide

Geen Lego, wel Duplo

Al die extra aandachtspuntjes en omstandigheden zijn ook nog eens gebouwd op een fundering van onkreukbare basisgameplay. Topspins, slices, curveballen, lobs en powershots: alles wat je van een tennisgame mag verwachten zit erin. De grote maar is alleen: het gebeurt allemaal zonder de nuance van een échte topgame. Vergelijk het een beetje met Lego en Duplo. Zelfde principe, zelfde soort blokken, maar iets vets bouwen met Lego hit net even anders dan iets vets bouwen met die grote Duplo-blokken. Zo verhoudt deze game zich ook tot de toppers uit het tennisgenre, zoals Virtua Tennis en Topspin. Is veelgevraagd, ik weet het, maar het is wel het verschil tussen goed of geweldig. En Mario Tennis Fever eindigt in het eerste kamp.

Is mijn zoontje naar school, dan heb ik namelijk geen enkele reden om Mario Tennis Fever verder te spelen. Zoals gezegd is al die singleplayercontent niet meer dan ‘even leuk’. En computergestuurde tegenstanders geven zelfs op het hoogste niveau nooit écht tegengas. Bovendien zijn de personages net te groot voor deze banen om het volgende niveau van verfijning te bereiken. Top, zo’n lob. Maar vanwege de dus relatief kleine banen blijft het geen zekerheidje dat je iemand ermee verschalkt die tegen het net aan staat. Aanzienlijke kans dat ie gewoon op tijd de achterlijn haalt, als ie ook maar een klein beetje inzicht heeft. Het zorgt ervoor dat Mario Tennis Fever een absoluut geslaagde game is, met heerlijke multiplayer. Maar wie de eindeloze diepgang en speeluren van, bijvoorbeeld, een Mario Kart World hier zoekt, staat sneller dan gewenst buitenspel. Oh wacht, verkeerd sport…

Mario Tennis Fever is vanaf 11 februari beschikbaar voor Nintendo Switch 2.

Goed
Conclusie

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Plus- en minpunten
  • Flinke hoeveelheid content en modi
  • Sterke basisgameplay
  • Uiteenlopende Fever-rackets
  • Nog altijd sterke multiplayer
  • Daagt je nooit écht uit
  • Diepgang niet eindeloos