ID.nl logo
Huis

Drie redenen om de Huawei P9 in huis te halen

De Huawei P9 is het nieuwste toptoestel van de Chinese firma Huawei en biedt dezelfde luxe smartphone-ervaring als zijn concurrenten, maar dan voor een lagere prijs.

©CIDimport

Lees hier wat dit betekent.


Als je een luxe Android-smartphone wil aanschaffen denk je al gauw aan de gevestigde namen. De Samsung Galaxy S7, HTC 10 en LG G5 hebben allemaal veel te bieden: krachtige hardware, degelijke camera's en de nieuwste versie van Android aan boord. Toch kun je tegenwoordig ook voor minder geld een minstens zo goede mobiele telefoon kopen.

Zo biedt Huawei met zijn P9 je een high-end smartphone die op alle gebieden kan wedijveren met de eerder genoemde smartphones, maar dan met een adviesprijs van honderd euro lager. Voor die prijs krijg je een toestel met een razendsnelle processor, vlijmscherp beeldscherm en een riant camerasysteem. We nemen de drie beste aspecten van het toestel hier met je door.
 

Camera's met technologie van Leica

De camerafabrikant Leica staat vooral bekend om zijn uitstekende cameralenzen en dit succes is Huawei niet onopgemerkt gebleven. Het Chinese bedrijf is de samenwerking aangegaan met de camerafabrikant en heeft maar liefst twee camera's met de technologische kennis van Leica in de P9 gestopt.

De ene sensor is speciaal ontworpen om accurate kleurinformatie te registreren terwijl de andere sensor juist in zwart-wit zo veel mogelijk details en contouren vastlegt. Bovendien hebben beide sensoren een lens van Leica ingebouwd, waardoor foto's strak en scherp uit de camera klaargezet worden om bewerkt en bekeken te worden.

Maar de techniek van Leica zit 'm niet alleen in de hardware: ook in de software zit de techniek van de cameragigant verwerkt. Dankzij speciale algoritmes in het beeldverwerkingssysteem komen foto's nóg beter uit de bus. Ook achteraf bewerken is geen enkel probleem: Huawei heeft zijn camera- en galerij-apps volgestopt met allerlei filters en andere handigheden om je foto's te perfectioneren.
 

Emotionele software

Huawei heeft over Android een laagje gegoten die het bedrijf EmotionUI of EMUI noemt. Ondanks dat er op sommige vlakken kritiek geuit wordt op hoe Huawei het aangepakt heeft biedt dit laagje toch een heleboel handige functies voor gebruikers. 

Zo houdt EmotionUI je apps op de achtergrond in de gaten. Is een app overmatig actief op de achtergrond? EMUI helpt je met deze apps op te sporen en af te sluiten, wat de batterijduur van je toestel alleen maar ten goede komt. Daarnaast helpt EMUI je met je geheugengebruik in de gaten houden, zodat je altijd genoeg werkgeheugen hebt voor die ene zware game of die heftige multitasksessie.

Om de Huawei P9 echt jóuw toestel te maken kun je de software volledig aan je eigen voorkeur aanpassen door middel van thema's. Als je bijvoorbeeld een mooi roze hoesje om het toestel heen hebt kun je voor een roze thema kiezen. Zo wordt de Huawei P9 een echte eigen smartphone.
 

Goedkoper dan de concurrentie

Maar de belangrijkste reden om een Huawei P9 aan te schaffen is natuurlijk zijn lage adviesprijs. Huawei heeft het toestel met meer dan honderd euro goedkoper dan de Galaxy S7 in de markt gezet zonder te beknibbelen op enig vlak. Onder de motorkap loopt namelijk de Kirin 955-chipset: de krachtigste processor die Huawei ooit ontworpen heeft. Deze wordt bijgestaan door 3 GB werkgeheugen: genoeg voor zelfs de meest intensieve multitasker.

Maar daar houdt de degelijke hardware niet op: aan de achterkant bevindt zich ook nog een razendsnelle vingerafdrukscanner, bekend van onder meer de Nexus 6P. Voor je multimedia is 32 GB aan opslagruimte aanwezig, die bovendien uit te breiden is met een geheugenkaart. Al je selfies kun je hier natuurlijk ook kwijt, welke je schiet met de frontcamera die een sensor van maar liefst 8 megapixel omvat. 

▼ Volgende artikel
Column: Overwatch 2 heeft juist nu een PvE-modus nodig
© Blizzard
Huis

Column: Overwatch 2 heeft juist nu een PvE-modus nodig

Liveservicegames en hero shooters waren in 2016 niet per se nieuw. Destiny ging al twee jaar hard, en hoewel nieuwkomer Overwatch erg goed ontvangen werd, trokken sommigen al snel vergelijkingen met Valve’s inmiddels oude Team Fortress 2. Toch wist de hero shooter van Blizzard een Game of the Year Award voor de neus van onder andere Uncharted 4: A Thief’s End weg te grissen. Het was een glorieus begin van een moeizaam traject.

In de afgelopen tien jaar onderging Overwatch grote veranderingen. Na een groot succes met ruim 50 miljoen totale spelers in de eerste drie jaar kondigde Blizzard in 2019 aan dat er een vervolg zou komen, dat ‘naast het originele Overwatch’ moest bestaan en uitgebreid werd met Player-versus-Environment-content. De 6-tegen-6 Player-versus-Player-gameplay waar Overwatch om bekendstaat, zou blijven bestaan en voorzien worden van dezelfde content in de twee games. Ook zou Overwatch 2 een exclusieve PvE-modus met een verhaallijn en skill-trees krijgen, waarmee ieder personage op zowel grote als subtiele wijze aangepast kon worden.

©Blizzard

Nee, toch niet

Wie Overwatch 2 sinds de early access-verschijning eind 2022 heeft gespeeld, weet dat daar maar bar weinig van is waargemaakt. Overwatch en Overwatch 2 werden ten eerste geen aparte titels: laatstgenoemde heeft de plaats van het origineel simpelweg ingenomen. Die verhaalmodus? Voor 15 euro kreeg je met de 1.0-release van Overwatch 2 in augustus 2023 toegang tot drie missies. Die verkochten niet goed genoeg voor Blizzard – volgens bronnen Bloomberg - waarmee de mogelijkheid van meer PvE-content direct werd begraven.

Het was toen zelfs al bekend dat de PvE-modus grotendeels geschrapt was, gezien de modus volgens regisseur Aaron Keller ‘de focus tijdens het ontwikkelproces van de game belemmerde’. Dat is geen vreemde redenering, maar PvE was wel juist datgene dat Overwatch 2… nou ja, Overwatch 2 maakte. Uiteindelijk was de lancering van de ‘nieuwe’ game vooral een grote update, met drie nieuwe personages, wat extra arena’s en een nieuwe 5v5-opzet in plaats van 6v6. Er stond nu slechts een ‘2’ achter.

©Blizzard

Een alternatieve toekomst

Recent werd aangekondigd dat Overwatch 2 het cijfer van de naam afknipt met het twintigste seizoen en dus weer gewoon Overwatch heet – we zijn dus weer terug bij af. Ik stapte zelf destijds op de Overwatch-trein door juist de belofte van PvE in het vervolg, en heb uiteindelijk pakweg 300 uren tussen beide games verdeeld. Hoewel ik naarmate de tijd vorderde wat uren in de competitieve modus stak, maakte het spelen met vrienden de ervaring écht vermakelijk.

Gezellig kletsen, schreeuwen tegen willekeurige teamgenoten en de mix van tactiek en variatie die de vele personages in Overwatch bieden: dat staat mij bij. Een PvE-modus waarin juist dat samenspel en de speelwijze van de verschillende heroes aan te passen zijn naar jouw speelstijl was een soort heilige graal, die uiteindelijk dus nooit verscheen. Dat is eeuwig zonde. De competitieve e-sportscene van Overwatch is al sinds het begin een belangrijk aspect van de game, dus ergens is het begrijpelijk dat het team dit niet uit het oog wilde verliezen.

©Blizzard

Maar juist in de laatste jaren zien we een interessante verschuiving naar PvE, of in ieder geval multiplayer-ervaringen die niet geheel om competitie draaien. Denk aan Helldivers 2 van een paar jaar terug, waarin vrienden en willekeurige spelers het opnemen tegen legioenen aan vijanden – en zelfs wereldwijd samen naar een doel werken. Of de explosie aan zogenaamde ‘friendslop’ games als Peak en Lethal Company, die geheel draaien om het samen uitvoeren van taken als een berg beklimmen of het verzamelen van schroot. Een game als Arc Raiders bevat daarbij ook PvP-elementen, maar staat ook bij omdat meerdere spelers samen kunnen komen om een gigantische robot te verslaan. Video’s waarbij spelers plots oude vrienden tegenkomen in de game tonen aan waarom PvE momenteel zó ontzettend leuk kan zijn.

De realiteit

Het is achteraf makkelijk te zeggen, maar de originele visie voor Overwatch 2 had best een prominente rol in het huidige gamelandschap kunnen bekleden. Met de aankondiging werden uitgebreide skilltrees getoond voor de verschillende personages waar Overwatch om bekendstaat.

©Blizzard

Een van Mei’s speciale vaardigheden is bijvoorbeeld het veranderen in een ijspegel, om zo health terug te verdienen en een paar seconden onverwoestbaar te zijn. Met een van de skills die getoond werd veranderde deze ijspegel in een ijsbal, waarmee ze op spectaculaire wijze door groepen vijanden kan kegelen. De PvE-modus had de potentie om een soort zandbak voor dergelijke ideeën en ingrijpende veranderingen voor het klassieke Overwatch te worden. Een speelsere mix van skills en samenwerking om juist die avonturen uit bijvoorbeeld een Helldivers 2 te nabootsen. De tactische teamgameplay had dan ook niet hoeven verdwijnen, het zou juist vet geweest zijn om met vrienden verschillende skills af te stemmen en los te laten op de robots van Null Sector.

Dat is nog zoiets: de lore en verhaallijn van Overwatch zijn ontzettend interessant, en had meer in de schijnwerpers kunnen staan met de PvE-insteek. Nog voordat ik de games überhaupt had aangeraakt, verslond ik de prachtig geanimeerde filmpjes van Blizzard en verhalen die ze voor de personages uitbrachten.

Watch on YouTube

Wat ik dan ook zie van de nieuwe update wringt met mijn gevoel. Ja, het lijkt erop dat Blizzard een inhaalslag maakt en sneller met nieuwe personages komt om de game fris te houden. Het wekt de indruk dat we weer terug zijn bij het ‘oude’ Overwatch, en dat de ontwikkelaar nog altijd een sterke hero shooter wil behouden nu concurrenten als Marvel Rivals het speelveld hebben betreden. Toch kan ik het niet laten om te fantaseren over hoe Overwatch meer had kunnen zijn dan een hero shooter.

De realiteit is dat het Overwatch-team geen goede balans wist te vinden tussen het bijhouden van de PvP- en competitieve scene van Overwatch en de ontwikkeling van de PvE. Zonde, want zeker in het huidige multiplayerklimaat, waar mensen steeds meer achterover lijken te hangen om met elkaar te spelen in plaats van tegen elkaar, had het originele Overwatch 2 perfect gepast.

▼ Volgende artikel
We geven Mario Tennis Fever weg voor de Switch 2
Huis

We geven Mario Tennis Fever weg voor de Switch 2

Samen met onze vrienden van bol geven we wekelijks een nieuwe game weg, en deze week is dat natuurlijk Mario Tennis Fever.

Fever verscheen namelijk deze week voor de Nintendo Switch 2 en is volgens onze Simon een uitstekende Mario-sportgame. Met z'n Fever Rackets - die speciale slagen vol onvoorspelbare effecten mogelijk maken - goede basisgameplay en flink wat content weet Fever boven de afgelopen delen uit te stijgen:

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Winnen

Wat moet je doen om te winnen? Ga naar de website van bol, vind de productcode in de url (bestaande uit zestien cijfers) en vul die hieronder in het invulformulier in! Vergeet ook niet je naam en emailadres in te vullen, dan sturen we je zo snel mogelijk een code om de game fysiek op bol.com te bestellen!

Werkt het formulier niet? Klik dan hier.

Watch on YouTube