ID.nl logo
Dit zijn de beste videokaarten voor gamers
© PXimport
Zekerheid & gemak

Dit zijn de beste videokaarten voor gamers

AMD en Nvidia, de twee overgebleven fabrikanten van grafische chips, zijn de concurrentie de afgelopen maanden stevig aangegaan. Ze brachten beide nieuwe modellen uit en begonnen een prijzenoorlog. Als je een nieuwe videokaart nodig hebt, is het goed te weten wat de beste kaart is voor jouw situatie. Wij bekeken 65 recent uitgebrachte videokaarten.

Games vragen steeds meer van je computer. Na verloop van tijd blijven de prestaties van je computer achter en draaien je games niet lekker meer. Als je processor nog in orde is, dan ligt het voor de hand dat je videokaart niet meer voldoet aan de eisen die je games of toepassingen eraan stellen. Hoog tijd voor een nieuwe grafische kaart. In dit artikel lees je wat voor de verschillende schermresoluties de beste videokaarten zijn. We bespreken de verschillende grafische chips en de verschillende uitvoeringen die ervan te koop zijn.

Indeling op resolutie

Mensen vragen ons vaak wat de beste videokaart is voor hun budget. Wij hebben naast prijsklasse ook andere uitgangspunten om jou aan de beste videokaart te helpen. We moeten weten op welke resolutie je games speelt en wat de resolutie van je monitor is. Ook je verwachtingen rondom grafische details en snelheid zijn belangrijk. In dit artikel lees je per resolutie een adviezen voor aanraders en soms ook afraders.

Hoe check je welke resolutie je monitor heeft? Klik met rechts op je Bureaublad, gevolgd door Beeldscherminstellingen. Bij Schermresolutie staat de actuele instelling, bijvoorbeeld 1920 x 1080 of 2560 x 1440, met (aanbevolen) achter de optimale instelling.

Ook de refreshrate van je monitor speelt een belangrijke rol. Veel standaardschermen staan ingesteld op 60 tot 75 Hz; het aantal keer per seconde dat het beeld wordt ververst. Gamemonitoren doen dit sneller, tot wel 240 Hz. Heb je zo’n scherm? Dan wil je natuurlijk een snellere videokaart om het uiterste uit je systeem te halen. Klik in het venster Instellingen uit de alinea hiervoor op Geavanceerde beeldscherminstellingen en je ziet bij Vernieuwingsfrequentie de actuele instelling staan. In dit artikel bedoelen we met een snelle monitor eentje met minimaal 100 Hz.

En als je niet gamet?

De meeste mensen kopen een krachtige videokaart om games mee te spelen. Maar ze zijn ook nuttig voor niet-gamers. Zware grafische applicaties vragen ook veel van de videokaart. Programma’s voor videobewerken, ontwerpen, Adobe Photoshop en Lightroom profiteren van een zwaardere grafische kaart. Een algemeen advies geven is lastig, omdat elk programma andere eisen stelt aan de videokaart. De Adobe-programma’s profiteren bijvoorbeeld meer van Nvidia-kaarten dan die van AMD, bijvoorbeeld de GTX 1660 en GTX 1660 Ti. High-end video-editors van bijvoorbeeld 4K-beelden hebben ook meer aan een zwaardere Nvidia-videokaart.

©PXimport

(G)een winnaar

Wat voor merk videokaart je ook koopt, de chip erin is altijd van Nvidia of AMD. Beide chipfabrikanten doen hun uiterste best je ervan te overtuigen dat hun product beter is dan dat van de concurrent. Elke fabrikant heeft zijn sterke en zwakke punten en een echte winnaar is er volgens ons niet in zijn algemeenheid. Bij de keuze voor Nvidia of AMD moet je met één belangrijk aspect rekening houden: de zogeheten sync. Oftewel: hoe de chip omgaat met synchronisatie van beelden.

Beeld door de helft

Zonder sync-technologie ververst een monitor op zijn eigen houtje elke paar milliseconden. Produceert je videokaart halverwege dat verversen een nieuw beeld, dan krijg je iets wat screen tearing heet, waarbij de bovenste helft en de onderste helft van je beeldscherm verschillende beelden weergeven. Het effect is sterker bij 60- of 75Hz-monitoren dan bij snelle monitoren. De enige manier om het echt op te lossen is door gebruik te maken van de FreeSync-technologie van AMD of de G-Sync van Nvidia-kaarten. Je monitor en videokaart moeten allebei dezelfde techniek ondersteunen. Controleer dus of jouw monitor ondersteuning biedt voor FreeSync of G-Sync en stem je keuze voor een videokaart daarop af.

Als jouw monitor FreeSync ondersteunt, dan ben je veelal beter af met een AMD-videokaart. Heb je een G-Sync-monitor, dan geniet Nvidia de voorkeur. Tegenwoordig kunnen veel monitoren met beide technieken overweg en kun je de adviezen van de volgende pagina’s volgen zonder rekening te houden met dit aspect.

©PXimport

De meest voorkomende resolutie is 1920 x 1080 pixels, ook wel 1080p of full hd genoemd. Bijna twee derde van alle gamers op het populaire spellenplatform Steam speelt met zo’n scherm. Voor deze instelling heb je geen zware of dure kaart nodig. Er zitten enorme prestatieverschillen tussen goedkopere videokaarten, dus meer dan in het high-end segment is het cruciaal om goed op te letten wat je koopt.

©PXimport

Miskopen

De videokaarten die je dit jaar links moet laten liggen, zijn de AMD Radeon RX 550 en RX 560, en de Nvidia GeForce GT 1030, GTX 1050, GTX 1050 Ti en GTX 1650. Die chips kunnen veel moderne games amper aan en zijn vooral geschikt om echt de meest basic spelletjes mee te spelen. Iets als Minecraft gaat nog prima, maar zelfs populaire titels als Fortnite lopen niet lekker, laat staan nieuwe releases. De GTX 1650 is alleen te overwegen als jouw (oude) computer geen voeding heeft met een losse stroomkabel voor je videokaart, maar daar houdt het mee op.

AMD RX 570: de beste instapvideokaart

De AMD RX 570 is voor ons met stip de beste koop. Voor circa 150 euro haal je er al één in huis en die is zoveel sneller dan de hiervoor genoemde mindere goden AMD Radeon RX 560 en Nvidia GeForce GTX 1650 dat er simpelweg geen discussie is over wat de betere koop is. Je speelt met een RX 570 bijvoorbeeld wel alle populaire e-sportstitels soepel op medium tot hoge grafische instellingen. Enkele echt zware AAA-kaskrakers, zoals Battlefield V, zijn wel te hoog gegrepen voor deze videokaart op 1080p, daarvoor zul je toch minimaal 100 euro meer uit moeten geven. Maar voor de meeste gangbare games is de AMD RX 570 een aanrader. Hoewel je voor 150 euro een RX 570 met 4 GB geheugen op de kop kunt tikken, raden we aan een tientje meer uit te geven aan een model met 8 GB geheugen. Zowel de MSI Radeon RX 570 Armor 8G OC als de Gigabyte Radeon RX 570 Gaming 8G is iets sneller en prettiger voor de ogen. Superstil zijn ze niet, maar je kunt in deze prijsklasse niet alles hebben.

©PXimport

Lagere resolutie dan 1920 x 1080 pixels?

Je komt tegenwoordig niet ver met een monitor met een lagere resolutie dan 1920 x 1080 pixels. Dit is al vele jaren de standaard en de monitoren zijn niet duur. Zowel voor gamen als voor algemeen gebruik profiteer je zodanig van een scherm met minimaal deze resolutie, dat we adviseren over te stappen naar een monitor die deze instelling aankan. Is dat geen optie en wil je toch gamen? Dan is onze aanrader, de AMD Radeon RX 570, voor jou de beste keuze. Met resoluties lager dan 1080p heb je weinig aan kaarten die meer kunnen.

Premium 1080p-gamen

Wil je echt hoge framerates voor bijvoorbeeld e-sportstitels of zoek een videokaart die elke grote AAA-game op 1080p met veel details op je scherm tovert, dan moet je dieper in de buidel tasten. Aanzienlijk dieper bij voorkeur, want de kaarten die net wat duurder zijn dan de AMD Radeon RX 570 8G vallen met prestaties een beetje tussen wal en schip. Zo zijn de RX 580 en RX 590 respectievelijk zo’n 15 tot 20 procent sneller dan de RX 570. En hoewel dat met een prijskaartje van net boven de 200 euro geen miskopen zijn, zijn het niet zulke sterke kaarten dat ze een premium 1080p-ervaring weten te bereiken. De ongeveer 250 euro kostende Nvidia GeForce GTX 1660 heeft hetzelfde euvel: redelijke prijs-prestatieverhouding, maar bij de zwaarste games kan deze kaart het premium gamen maar nét aan.

Het magische bedrag: 300 euro

Rond de 300 euro is er de Nvidia GeForce GTX 1660 Ti, een kaart die wel in alle titels op hoge instellingen goede prestaties levert. Ook bij de lichte e-sportstitels levert de kaart de hoge framerates die we voor snelle gamemonitoren willen zien. AMD’s Radeon RX Vega 56 is nog iets sneller en soms gunstiger geprijsd, maar het stroomverbruik van de AMD-kaart is aanzienlijk hoger. Game je veel, dan kun je dat verschil daadwerkelijk via je elektriciteitsrekening terugverdienen. Ook als je incidenteel wat spelletjes speelt, is een zuiniger kaart beter. Daardoor wordt je systeem stiller en minder warm, en dat laatste is goed voor de levensduur van je pc.

De 299 euro kostende kaart Gigabyte GeForce GTX 1660 Ti Windforce OC biedt in onze test de beste balans tussen snelheid, koelprestaties, geluidsproductie en prijs. Een tientje besparen kan, maar dat gaat stevig ten koste van de efficiëntie. Heb je iets meer te besteden, dan is de MSI GeForce GTX 1660 Ti Gaming X een iets luxer alternatief: muisstil, en iets chiquer om te zien met onder meer RGB-verlichting. Zeer kritische gamers met een 1080p-monitor en een flinke bankrekening kunnen uiteraard een nog duurdere videokaart kiezen, zoals de Gigabyte GeForce RTX 2060, RTX 2070 Super of RX 5700 XT. Deze kaarten bespreken we verderop in dit artikel.

©PXimport

Vergeet je voeding niet

In de regel is elke nieuw type videokaart aanzienlijk efficiënter dan zijn voorganger. Aangezien de meeste gebruikers niet elk jaar, maar eens in de paar jaar, een nieuwe videokaart kopen is de kans dus groot dat jouw nieuwe kaart veel minder stroom verbruikt dan je huidige videokaart. Je kunt je bestaande voeding waarschijnlijk behouden. Twijfel je, of ga je van een instapvideokaart naar een veel krachtiger model, overweeg dan een nieuwe voeding. Een A-kwaliteit 550 Watt-voeding is voldoende voor bijna alle videokaarten die we in dit artikel bespreken. Voor de Nvidia GeForce RTX 2080 en RTX 2080 Ti is een A-kwaliteit 650 Watt-voeding geschikt.

©PXimport

Quad HD-, 1440p- of 2560 x 1440 pixels-monitoren winnen al enige tijd aan populariteit bij spelers die op zoek zijn naar een wat luxere game-ervaring. Zeker als je een wat grotere monitor hebt, komt de extra scherpte van deze resolutie goed van pas. Voorheen betaalde je minimaal 500 euro voor een leuke 1440p-monitor, maar ze zijn er inmiddels voor minder dan 200 euro en zelfs een snelle 1440p-monitor met een refreshrate van 144 Hz hoeft je niet meer dan 300 euro te kosten. Gamen op een 1440p-monitor is best pittig voor je computer. Deze schermen hebben namelijk 78 procent meer pixels die aangedreven moeten worden, en dat vereist veel meer grafische rekenkracht. De Nvidia GeForce GTX 1660 Ti, die op 1080p een chique ervaring biedt, voldoet hier helaas niet.

©PXimport

Instapvideokaart 1440p-gamen

AMD’s nieuwe Radeon RX 5700 is de aantrekkelijkste instapchip om op 1440p te gamen. Veel games zijn er speelbaar mee met hoge grafische settings, en ook de zwaarste games komen nog soepel voor de dag als je genoegen neemt met gemiddelde grafische instellingen. Met een prijskaartje van 370 euro concurreert deze AMD direct met de Nvidia GeForce RTX 2060, die net wat trager is.

Het probleem van AMD’s videokaart is dat de luxere varianten met een betere koeling, die dus stiller zijn en een leuke overklok bieden, aanzienlijk duurder zijn. De uitgebreide AMD zit qua prijs zo dicht tegen de Nvidia RX 5700 XT aan, dat we de AMD niet kunnen adviseren.

Als je wilt gamen op 1440p, maar onder de 400 euro wilt blijven, zul je moeten kiezen: een relatief luid referentiemodel Nvidia RX 5700 met één fan, of een zo’n 6 procent tragere, maar aanzienlijk stillere Nvidia RTX 2060, bijvoorbeeld de Gigabyte RTX 2060 Windforce OC. Er zijn ook luxere modellen op de markt: de MSI GeForce RTX 2060 Gaming Z en de ASUS ROG Strix 2060 OC zijn zowel fluisterstil als fysiek indrukwekkend, maar omdat die (ruim) boven de 400 euro uitkomen, vinden we die niet interessant. Eerder dit jaar testte we al 18 RTX-videokaarten.

©PXimport

Streamers opgelet!

Stream je of wil je streamen, dan zul je je systeem daarop af moeten stemmen. Als je geen high-end CPU hebt (zoals de AMD Ryzen 7 3700X, Intel Core i9-9900K of sneller) ben je beter af met een Nvidia-videokaart dan een AMD-videokaart. De huidige generatie Nvidia-videokaarten (GTX 1660 en hoger, RTX 2060 en hoger) kunnen in zeer hoge kwaliteit streamen met marginaal prestatieverlies. Voor streamers telt wel dat een iets duurdere kaart dan die wij aanbevelen voor gamers, zeker geen kwaad kan. Dus kies een kaart die wij als premium bestempelen voor jouw resolutie, of een nog betere.

Doe maar gewoon 1440p

Betaal je liever niet meer dan nodig? Dan is AMD’s Radeon RX 5700 XT het ideale product voor deze resolutie. Hoge tot zeer hoge instellingen met goede framerates in elke game. In zijn prijsklasse van rond de 450 euro heeft hij weinig concurrentie te vrezen. AMD’s eigen RX 5700 is zo’n 11 procent trager, en zelfs een overgeklokte RTX 2060 zit daar nog onder. Een Nvidia RTX 2070 is zo’n 4 procent trager, maar kost zelfs meer. Dus totdat die in prijs zakt, is die niet bijster interessant.

Radeon RX 5700 XT-kaarten met AMD’s referentiekoeler met enkele fan kun je beter vermijden. Hoewel AMD met de nieuwe videokaarten op efficiëntie goed kan concurreren met Nvidia, blijft de referentiekoeler matig. De chip wordt warm en hij maakt veel herrie. Veel alternatieven zijn er nog niet voorhanden, maar Gigabytes RX 5700 XT Gaming OC volgt de positieve trend van zijn ‘broertjes’ en zet ook met deze chip de aantrekkelijkste totaalscore neer: niet te duur, goede koelprestaties, en deze koeler is wel lekker stil.

©PXimport

Premium 1440p gamen: raytracing

Voor 1440p-schermen met hoge refreshrates (144Hz of meer) zijn duurdere kaarten het best. Premium 1440p en hogere resoluties zijn het domein van Nvidia, AMD heeft hierbij niets in te brengen. Nvidia’s paradepaardje is raytracing. Raytracing is de techniek waarbij een beeld wordt gegenereerd door individuele lichtstralen te volgen en te simuleren hoe ze reageren op de omgeving. Het is een benadering van hoe wij de wereld zien. GeForce RTX-kaarten, verwar ze niet mer GTX-kaarten, hebben specifieke RT-cores aan boord om deze techniek toe te passen. Niet veel games ondersteunen raytracing nog, maar veel aangekondigde games wel en de paar games waarin raytracing al bruikbaar is, zoals Control, zien we toch wel mooie dingen.

Nvidia-chips hebben een aantal duidelijke voordelen die de hogere prijs rechtvaardigen. Denk aan extra prestaties voor nog hogere framerates en detailinstellingen, waarmee de Nvidia GeForce RTX 2070 Super een mooie upgrade van de RX 5700 XT is. Deze kaart is nog maar net gelanceerd en op dit moment is het aanbod nog sterk beperkt. Toch weet Gigabyte zich wederom goed in de kijker te spelen: de Gigabyte GeForce RTX 2070 Super Gaming OC is met 549 euro goedkoop, koel en stil, en komt met één extra jaar garantie, wat hem een prachtige premiumvideokaart maakt. MSI’s gigantische RTX 2070 Super Gaming X Trio is nog stiller en met 33 centimeter een beest om te zien, maar houd de prijs in de gaten.

Goedkoop is duurkoop

Veel van de kaarten die we aanraden, kosten net iets meer dan de allergoedkoopste alternatieven. Dat doen we bewust, want bij de goedkoopste kaarten wordt heel sterk bezuinigd op de koeloplossing. Met een tientje meer win je vaak heel wat terrein op het dit vlak en op het gebied van geluidsproductie. Een tientje besparen op een videokaart van 300 euro of meer? Dat zouden wij niet doen.

Een andere categorie monitoren die snel populairder wordt, is de 3440 x 1440 pixels Ultrawide, ook bekend als ultrawide Quad HD-monitoren. Geliefd bij productiviteitsfanaten vanwege de extra 50 procent nettowerkruimte boven een (ook niet verkeerd) 2560 x 1440 pixels-scherm. Dat houdt wel in dat je videokaart 50 procent extra pixels moet produceren voor een soepele ervaring.

©PXimport

Instapkaarten ultrawide gamen

Om goed uit de voeten te kunnen op deze resolutie, biedt een Nvidia GeForce RTX 2070 Super het minimale dat je nodig hebt. Maar hij is prijzig. Zelfs de vanaf 550 euro beschikbare RTX 2070 Super-modellen halen bij de zwaarste games de hoogste grafische instellingen niet. Ervan uitgaand dat je enkele jaren vooruit wilt met je ultrawide monitor én nieuwe videokaart, is de Nvidia GeForce RTX 2070 Super de logische keuze. Gigabytes RTX 2070 Super Gaming OC is op dit moment de aantrekkelijkste videokaart, maar houd MSI’s Gaming X Trio ook in de gaten.

Ultiem ultrawide

Eigenlijk bereiken we met 1440p ultrawide het punt waarop elk stukje extra grafische kracht goed tot zijn recht komt. De vanaf 1149 euro beschikbare GeForce RTX 2080 Ti is wellicht een waanzinnige suggestie, maar komt hier toch echt uitstekend tot zijn recht. We nemen aan dat niet iedereen zulke bedragen aan zijn videokaart uit wil geven, en het beste advies voor gamers met dit soort schermen is dan ook om te kopen wat wel financieel haalbaar is. Is de 1149 euro van de RTX 2080 Ti je te gortig, maar kun je wel iets meer uitgeven dan de 539 euro van de RTX 2070 Super? Dan is er een duidelijke kanshebber: de RTX 2080 Super, een kaart waar je zo’n 749 euro zal voor moeten neertellen. Maar ook deze kaart is niet altijd krachtig genoeg voor de allerhoogste instellingen op snelle schermen.

Net als bij eerdere adviezen toont Gigabyte dat het de zaken op orde heeft met de Gaming OC-modellen. De RTX 2080 Super Gaming OC is prima koel, stil genoeg, betaalbaar voor zijn klasse en komt met een extra jaar garantie. ASUS’ ROG Strix-model en MSI’s Gaming X Trio zijn weliswaar nog koeler en stiller, maar je betaalt er een stuk meer voor. Desondanks zijn dat modellen om goed in de gaten te houden.

©PXimport

4K, uhd, ultra hd. Ooit toekomstmuziek, maar inmiddels is het bijna lastiger om een full hd-televisie in de winkel te vinden dan een 4K-model. 4K-gamen is nog altijd toekomstmuziek. Ja, een PS4 Pro lijkt 4K met hdr te tonen, maar in de praktijk worden veel games alsnog op lagere resolutie weergegeven.

©PXimport

Alle beetjes helpen

Wil je serieus 4K-gamen, dan is er eigenlijk maar één oplossing: koop de krachtigste videokaart van dit moment, de Nvidia GeForce RTX 2080 Ti. Het is de enige kaart die in het gros van de geteste games op deze resolutie nog 60 beelden per seconde weet te behalen, al zijn er inmiddels al titels waarbij ook dat te hoog gegrepen is.

Welke uitvoering de beste koop is, laten we in het midden. Als je niet op een tientje wilt kijken, dan zijn de MSI GeForce RTX 2080 Ti Gaming X Trio en de ASUS ROG Strix RTX 2080 Ti de beste kaarten op de markt: koel, stil, en fysiek indrukwekkend. Liever een paar tientjes besparen? MSI’s RTX 2080 Ti Duke en Gigabytes Gaming OC-uitvoering zijn iets minder efficiënt, maar wel een stukje goedkoper. Op prestaties lever je dan in elk geval niet in.

©PXimport

Slimme oplossingen

Wel een 4K-monitor, maar is een RTX 2080 Ti te duur? Geen paniek, want er zijn verschillende oplossingen om toch redelijk te gamen op 4K. Een ‘ouderwetse’ manier is om je games op 1920 x 1080 pixels te draaien. Dat ziet er vaak nog redelijk uit, althans zolang je monitor niet te groot is, en dan kun je ook met de videokaartadviezen van 1080 pixels uit de voeten. De ‘moderne’ oplossing is om gebruik te maken van AMD’s Image Sharpening of Nvidia’s DLSS. Beide technieken werken anders, maar komen op hetzelfde neer: je videokaart probeert dan op basis van een lagere resolutie (1440p) er toch een aantrekkelijk 4K-beeld van te maken. Je ziet dan uiteraard niet alle details van een echte 4K-presentatie, maar je hebt wel genoeg aan de videokaarten die we voor 1440p adviseerden: een AMD Radeon RX 5700 XT of een RTX 2070 Super.

©PXimport

▼ Volgende artikel
6 handige tips voor het gebruik van je staafmixer
© luismolinero
Huis

6 handige tips voor het gebruik van je staafmixer

Als je alles uit je staafmixer wilt halen, moet je wel weten hoe je ermee om moet gaan. Met deze tips krijg je niet alleen de beste (lees: lekkerste) resultaten, maar gaat je staafmixer ook langer mee. Win-win! 

In het kort: Een staafmixer is in principe een heel simpel apparaat. Je zet hem aan en hij pureert de boel voor je. Maar let op: een staafmixer kan overbelast raken en sneller stukgaan als je hem niet op de juiste manier gebruikt. Ook kunnen je gerechten er minder lekker op worden. Wil je weten hoe je je staafmixer optimaal benut? Lees dan de tips in dit artikel.

Lees ook: Dit kun je allemaal (nog meer) met een staafmixer

Tip 1: Ingrediënten voorsnijden

Hoewel staafmixers erg krachtig kunnen zijn, hebben ze ook relatief kleine mesjes. In tegenstelling tot bijvoorbeeld een blender kan het voor een staafmixer daarom lastig zijn om grote stukken goed en gelijkmatig te verpulveren. Je kunt je staafmixer dus een handje helpen door je ingrediënten van tevoren in kleinere stukken te snijden. Hiermee verklein je de kans op klonten of stukjes in je soep of saus én raken de messen minder snel overbelast. 

Tip 2: Let op het vermogen

Het is altijd belangrijk om rekening te houden met het vermogen van je staafmixer, want dat bepaalt welke ingrediënten het apparaat kan pureren. Het pureren van harde ingrediënten zoals noten of ongekookte groenten met een staafmixer met een laag vermogen gaat hoogstwaarschijnlijk niet lukken. Of het lukt wel, maar met een overbelaste motor tot gevolg. Voor harde ingrediënten is vaak een vermogen van minstens 600 watt nodig. Wil je vaak en veel gaan pureren, kies dan voor een vermogen van minstens 1000 watt. Maar let ook op het toerental, oftewel het aantal rotaties per minuut (RPM). Een staafmixer kan namelijk een laag vermogen hebben, maar wél een toerental van minstens 10.000 RPM. Dan is hij alsnog krachtig genoeg om harde ingrediënten te pureren. 

©Khaletski Siarhei | goffkein.pro

Tip 3: Niet te lang pureren

Lang achter elkaar pureren is funest voor de messen en de motor van een staafmixer. Beter is om in pulsen te pureren, waarbij je de motor tussen het pureren door steeds een paar seconden laat rusten. Vooral bij dikkere mengsels, zoals notenpasta, smoothies en dikke soepen, is dit belangrijk. Het is afhankelijk van het vermogen van een staafmixer hoe lang hij achter elkaar kan pureren. Vaak staat dit aangegeven bij de specificaties. Heb je geen idee? Pureer zachte ingrediënten dan niet langer dan 1,5 minuut en harde ingrediënten niet langer dan 45 seconden. Maakt je staafmixer een raar geluid of wordt hij erg warm, stop dan meteen met pureren. Dit zijn signalen dat het apparaat overbelast is. 

Tip 4: De juiste snelheid

De meeste staafmixers hebben meerdere snelheidsstanden en dat is niet zonder reden. Zo heb je voor het fijn pureren van dikkere mengsels en harde ingrediënten vaak een hogere snelheid nodig dan voor lichte bereidingen. En de turbostand kan handig zijn om harde ingrediënten kort maar krachtig te verpulveren of om een extra gladde soep te maken. Soms wil je een combi van snelheden gebruiken. Je begint bijvoorbeeld met een lage snelheid om spatten in de keuken te voorkomen en bouwt vervolgens geleidelijk op naar een hogere snelheid voor een glad resultaat. 

Tip 5: Ronddraaiende beweging

Beweeg je je staafmixer tijdens het pureren altijd gewoon op en neer? Op zich niks mis mee, want pureren doet het apparaat toch wel. Maar wil je zeker weten dat je geen plekken overslaat, maak dan tijdens het op en neer gaan óók een cirkelvormige beweging. Want op een mayonaise met klontjes zit natuurlijk niemand te wachten. 

©VI Studio

Tip 6: Schoonmaken

Een staafmixer neemt je veel werk uit handen, maar daar moet je wel iets voor terugdoen. Een staafmixer die niet goed schoongemaakt wordt, zal sneller vastlopen door aangekoekte etensresten. De motor moet dan tijdens het pureren harder werken en zal waarschijnlijk sneller overbelast raken. Daarnaast is een vieze staafmixer natuurlijk niet zo hygiënisch. Wil je geen bacteriën en nare geurtjes in je verse soep, maak je staafmixer dan na elk gebruik goed schoon. Dat kost je nauwelijks moeite: laat het apparaat even draaien in een maatbeker met warm water en wat afwasmiddel of doe hem, als dat kan, in de vaatwasser.

Nog meer doen met je staafmixer?

De beste accessoires, van gardes tot hakmolens

▼ Volgende artikel
Sony in 2025: nieuwe soundbars en tv's, maar minder vaak updates
Huis

Sony in 2025: nieuwe soundbars en tv's, maar minder vaak updates

Tijdens het persevent van Sony op het Europese hoofdkwartier in Weybrigde in het Verenigd Koninkrijk werden de nieuwe soundbars en tv's van 2025 aangekondigd. Het bedrijf zegt het misschien niet met zoveel woorden, maar de boodschap is duidelijk: minder frequente updates van alle modellen, en miniled blijft de technologie voor het topmodel.

 De 2023 A95L qd-oled-tv heeft twee jaar in het aanbod gestaan, ondanks het feit dat er vorig jaar wel degelijk een nieuw paneel beschikbaar was. In 2025 krijgt het model wel een update. De Bravia 8 II - te lezen als Bravia 8 Mark 2 - zal uitgerust zijn met het nieuwste (3e generatie) qd-oled-paneel van Samsung Display. Sony claimt dat dit paneel een 25% hogere piekhelderheid zal leveren ten opzichte van de A95L. Als we kijken naar wat Samsung Display (de panelfabrikant) claimde op CES, dan kan dit paneel tot 4.000 nits piekhelderheid leveren. We vermoeden dat Sony daar onder zal blijven, het merk is over het algemeen wat voorzichtiger en pusht zijn oled-panelen niet tot het uiterste op het gebied van piekhelderheid. Opmerkelijk genoeg vermeldde Sony expliciet dat de Bravia 8 II goedkoper zal zijn dan de A95L, maar concrete prijzen zijn er nog niet. De Bravia 8 II zal beschikbaar zijn in 55 en 65 inch.

©Eric Beeckmans | ID.nl

De Bravia 5 en Bravia 3

Verder naar onder in de line-up worden de Bravia 5 en Bravia 3 aangekondigd, ze vervangen respectievelijk de X90L en de X75WL. De Bravia 5 wordt uitgerust met de XR-processor (ook te vinden op de hogere modellen) en een XR Backlight Master Drive, een miniled-achtergrondverlichting die zes keer meer zones zal gebruiken dan de X90L. Hij zal beschikbaar zijn in 55, 65, 75,85, en 98 inch. De Bravia 3 is een instap 4K-model met direct led-achtergrondverlichting en de X1-processor. Dit model zal beschikbaar zijn in 43, 50, 55, 65, 75, en 85 inch. Beide modellen ondersteunen Dolby Vision en Dolby Atmos.

Demo's van nieuwe modellen

Sony toonde een aantal demonstraties van de nieuwe modellen, in vergelijking met een aantal concurrenten (dat waren uiteraard 2024-modellen). De Bravia 8 II stond opgesteld naast de voorganger de A95L, een Sony referentie studiomonitor, en een LG G4 en Samsung S95D. Zowel in Vivid Mode als de Filmmaker Mode (of vergelijkbaar want Sony gebruikt geen Filmmaker Mode) liet de Bravia 8 II een sterke indruk na. Zijn beelden leunen erg dicht tegen de studioreferentie aan. Kleuren in zeer heldere accenten zijn beter, en donkere gradaties worden nauwkeuriger weergegeven.

De Bravia 5 stond opgesteld naast een X85L (wat overigens een ietwat vreemde vergelijking is, want het toestel vervangt de X90L) en een Samsung QN85D. De XR Backlight Master Drive geeft de Sony flink wat extra helderheid en een duidelijke verbetering in contrast. Sony toonde ook een nieuwe techniek voor ruisonderdrukking bij oude bronnen (SD-content zoals Friends). Dat presteerde in sommige gevallen goed, maar liet in andere gevallen meer ruis zien. Mogelijk verfijnt Sony dit nog voordat het model op de markt komt. Het feit dat de testen in Vivid beeldmode gedaan werden, maakt de vergelijking ook moeilijk, vermits fabrikanten daar vaak veel vrijheid nemen.

Audioverwerking, beeldverwerking en Studio Calibrated

Op het gebied van beeldverwerking liet Sony dit keer geen belangrijke nieuwigheden zien. Ons oordeel over het nieuwe ruisonderdrukkingsalgoritme dat tijdens de Bravia 5 demo getoond werd, laten we nog even achterwege totdat we het zelf kunnen testen. De Bravia 3 heeft een nieuw algoritme voor beeldkwaliteit, maar dat werd alleen in Vivid-mode getoond en dat is een test waaruit weinig op te maken valt.  

©Eric Beeckmans | ID.nl

Sony benadrukte verder nog de aanwezigheid van Voice Zoom 3 op de Bravia 8 II en Bravia 5. Daarmee kan de processor nauwkeurig stem of dialogen isoleren van de rest van de audio. Zo kun je die selectief versterken (voor film kijken ’s avonds) of verzwakken (om de commentator bij sport wat stiller te maken).

De tagline van Sony, ‘Cinema is coming home', wil de fabrikant garanderen met een aantal Studio Calibrated beeldmodes: Netflix Adaptive Calibrated Mode, Prime Video Calibrated Mode en Sony Pictures Core Calibrated Mode. Die modi zijn specifiek in samenwerking met de respectievelijke streamingdienst opgezet. Voor alle andere content is er de ‘Professional’-beeldmode.

Tweejaarlijkse cyclus en miniled als toptechnologie

Net als vorig jaar heeft Sony alleen een deel van line-up vernieuwd. Dat is een aanpak die we toejuichen, want het maakt de verbeteringen die een nieuw model krijgt veel duidelijker. Sony kan daar eventueel nog wel van afwijken, bijvoorbeeld als een model het slecht doet in de markt. Maar we hopen dat dit voorbeeld navolging krijgt.

De 2024 Bravia 9 - een miniled-model - geldt nog steeds als het topmodel, ondanks de vernieuwde Bravia 8 II QD-OLED. Sterker nog, Sony kondigde voor volgend jaar een RGB-miniled technologie aan die duidelijk voorbestemd is om het nieuwe topmodel te worden.

Wat is een rgb-miniled achtergrondverlichting?

De achtergrondverlichting is het onderdeel van een lcd-tv dat licht produceert. Dat kunnen witte leds zijn, maar een moderne premium lcd-tv gebruikt doorgaans talloze minileds die blauw licht produceren, dat via een quantum dot-folie wordt omgezet naar wit licht. De leds worden onderverdeeld in zones die de processor individueel kan aansturen om het contrast te verbeteren. In donkere zones dimt hij het licht, in heldere zones kan hij de leds sterker aansturen. Om kleur te produceren wordt elke pixel met behulp van een kleurfilter opgedeeld in een rode, groene en blauwe subpixel.

©Sony

RGB-miniled technologie vervangt dit systeem door trio's van rode, groene en blauwe minileds te gebruiken die samen wit licht creëren, waardoor de quantum dot-laag overbodig wordt. Omdat er nog steeds veel minder leds dan pixels zijn, blijft het kleurenfilter nodig om per pixel de juiste kleuren te creëren. Net zoals bij een huidige miniled-tv worden de leds onderverdeeld in zones om het contrast te verbeteren.

©Sony

Maar deze technologie kan nog een stapje verder gaan. Als de processor detecteert dat er in een bepaalde zone enkel groen licht nodig, dan kan hij de rode en blauwe leds uitschakelen. Dat is alvast veel efficiënter dan het overbodige licht weg te filteren.

Wachten tot 2026 voor nog rijkere, helderdere kleuren

Sony claimt dat dit soort achtergrondverlichting een piekhelderheid van 4.000 nits en kleurbereik van 99 % P3 kan bereiken en 90% Rec.2020. Dat is een flinke upgrade ten opzichte van de beste tv’s die momenteel wel 4000 nits halen, maar eerder 95% P3 en 75% Rec.2020 leveren. Concreet kan een rgb-miniled veel helderdere kleuren tonen, die toch erg intens zijn.

©Sony

Daarnaast zijn ook meer nauwkeurige kleurgradaties mogelijk, en dat zowel in heel donkere als heel heldere tinten. Een aangezien meer en meer filmmakers vaak erg donkere scènes gebruiken, zou dat een welkome verbetering zijn. De technologie heeft nog twee extra voordelen. Ze is schaalbaar naar grote tv-maten. En een rgb-miniled tv zou ook een betere kijkhoek hebben, al liet Sony niet weten hoe dat gerealiseerd wordt. Sony zal een eerste model vermoedelijk in 2026 lanceren.

Ook bij audio een beperkt aantal nieuwe modellen

Net als bij de televisies worden ook de audioproducten niet meer elk jaar vernieuwd zo blijkt. Vorig jaar kreeg de top van het aanbod een make-over, dit jaar is de onderste helft aan de beurt. De Bravia Theatre Bar 6 is een 3.1.2 soundbar met subwoofer. De Bravia Theatre System 6 is een 5.1 soundbar met bijgeleverde surroundluidsprekers en subwoofer. Beide ondersteunen Dolby Atmos, DTS:X, Voice Zoom 3. We kregen een korte demo van de vernieuwde Bravia Bar 6, die een duidelijk vollere en stevigere klank produceerde dan de voorganger.

©Eric Beeckmans | ID.nl

Daarnaast zijn er ook twee optionele accessoires. De Bravia Theatre Rear 8 bestaat uit één paar draadloze surroundluidsprekers die je kunt gebruiken om de Bar 6 uit te breiden. De Bravia Theatre Sub 7 is een compacte draadloze subwoofer van 100W.

Bekijk andere Sony-tv's op Kieskeurig.nl: