ID.nl logo
Huis

De vreemdste apparaten waar Android op draait

Android draait op smartphones en tablets, dat weten we. En het zou heel handig zijn als Google het FIDO2-certificaat inzet om het inloggen zonder wachtwoord makkelijker te maken. Niet alleen voor de tablet en smartphone, want er zijn meer apparaten die handig gebruikmaken van Android als besturingssysteem.

Een e-Bike

Je kunt er 25 kilometer per uur mee, de e-Bike van Ford. Het is niet helemaal een apparaat dat op Android draait: het is meer een apparaat met een Android-apparaat erbij. De e-Bike is een concept om te laten zien wat er mogelijk is: hij laadt zichzelf op terwijl je fietst. In het stuur vind je een scherm dat we kennen van de Samsung Galaxy S2. Daarmee kun je alles in de gaten houden: hoe snel je gaat, hoe hoog je fietst (al zal dat in Nederland tegenvallen) en hoe hard je moet trappen om toch nog op tijd op je werk aan te schuiven. Zeker in fietsland Nederland is dat een gewild item, al moet het wel veilig blijven: straks ben je alsnog alleen maar met je telefoon bezig en dat wordt binnenkort strafbaar op de fiets.

Een koptelefoon

Op zich is het vrij standaard dat je koptelefoon met je Android-telefoon werkt, maar wat als je koptelefoon zelf een scherm heeft waarmee je Android kan bedienen? Dat lijkt een beetje onzinnig: immers heb je het apparaat op je hoofd, dus kijk je er niet naar. Toch probeerde de Admiral Touch-koptelefoon van Nox-Audio (die inmiddels vreemd genoeg niet meer wordt geproduceerd) het toch. Het idee is ook wel mooi: je hebt geen smartphone nodig, omdat apps als Spotify of Skype al in je headset zit. Toch blijft het een beetje vreemd: tijdens het luisteren heb je het scherm op je oor en als je niet luistert, dan gebruik je waarschijnlijk liever je telefoon. Die ligt net even wat beter in de hand.

Een spiegel

Wie dacht dat spiegels die kunnen praten alleen bestonden in sprookjes, heeft nog nooit de apparaten van het Japanse Seraku gezien. Daar is namelijk een spiegel te koop die je ‘s ochtends bij het scheren of het aanbrengen van je make-up alvast kan vertellen of je een korte broek aan kan of niet en of je favoriete voetbalteam heeft gewonnen. Het kan ook persoonlijker: de spiegel kan aangeven hoe hard je de kraan hebt staan en op welke temperatuur. Je hoeft de spiegel nooit aan te raken om hem te gebruiken: dankzij sensoren kun je deze van afstand bedienen. Als een Android-spiegel ook kan worden gebruikt om apps te raadplegen - net als een telefoon - dan is het toch fijn om er iets stevigere beveiliging op te zetten. Dan kan het FIDO2-certificaat goed van pas komen.

Over FIDO Fast IDentity Online, afgekort naar FIDO, is een certificering waardoor Android-apparaten kunnen worden gebruikt zonder dat er steeds wachtwoorden te hoeven worden gevuld om op apps in te loggen. FIDO2 betekent dat een siteaanbieder niet de inloggegevens matched met wat er bekend is, maar uitgaat van wat de siteaanbieder weet over de inloggende klant. Bijvoorbeeld hoe het gezicht eruit ziet of de handpalm. FIDO startte in 2012 om te zorgen dat accounts beter beveiligd zijn. Chrome en Firefox bevatten al de mogelijkheid om met FIDO in te loggen, maar als Google snel overgaat tot implementatie dan kunnen daar een heleboel toestellen bijkomen.

Een koffiezetapparaat

In het kantoor van Zipwhip staat een koffiezetapparaat dat menig kantoormedewerker jaloers zou maken. Die koffiemachine draait namelijk op Android. Zipwhip is een bedrijf gespecialiseerd in gratis sms’jes en dankzij Android kun je de koffiemachine een berichtje sturen om deze aan het werk te zetten. Zipwhip heeft ook een andere variant gemaakt van de koffiemachine, die de toepasselijke naam Textspresso draagt. Die werkt op Raspberry Pi, wat betekent dat je zelf thuis ook aan de slag kunt met een keukenapparaat die reageert op berichtjes. Zij gebruiken een apparaat van DeLonghi en leggen hier uit hoe je dit kan instellen.

Een oven

Dat je koelkast straks op Android draait, is geen gekke gedachte: even op kantoor via je smartphone kijken wat er allemaal in ligt en wat de houdbaarheidsdatum is, wat er gekocht moet worden en of de koelkast wel de juiste temperatuur heeft. Een oven staat doorgaans minder vaak aan dan ee nkoelkast, deze an sich minder interessant is voor Android. Dat wil echter niet zeggen dat er geen toepassingen voor te bedenken zijn. De Dacor Discovery IQ is een oven-concept waarbij je een flink touchscreen hebt om in te stellen wat er in de oven ligt en hoe je dat perfect kan bakken. Er is ook een WiFi-connectie mogelijk, waardoor je van een afstand met je telefoon de oven aan kunt zetten. De oven heeft zelfs speakers, zodat je kunt genieten van muziek tijdens het bakken. Het is natuurlijk niet ideaal om een aanraakscherm te gebruiken met vieze handen: daarom zou een biometrische oplossing waarschijnlijk perfect zijn om dieper in de menu’s te komen of op OK te “drukken”.

©PXimport

En dan zijn er nog een heleboel bijzondere apparaten die samenwerken met Android, maar vaak draaien die zelf niet op een pure versie van Android. Het is jammer dat Google Glass een gefaald project is. Zeker nu de stekker uit Google Plus is getrokken, is het nagenoeg onmogelijk geworden om het apparaat nog te gebruiken. Jammer, want als Google FIDO2 inzet om meer biometrische ontgrendeling in te zetten, dan had een Google Glass daar enorm van kunnen profiteren. Nu zijn er tegenwoordig ook skibrillen met een in-screen display, dus wellicht dat die het in hun voordeel kunnen inzetten. Die zien er immers zonder tech al best bizar uit.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.