ID.nl logo
Review Yale slimme buitencamera – Complete camera voor iedereen
© Wesley Akkerman
Zekerheid & gemak

Review Yale slimme buitencamera – Complete camera voor iedereen

Simpel te installeren én uitermate betaalbaar: de Yale slimme buitencamera spreekt een doelgroep aan die anders misschien niet direct een beveiligingscamera zou aanschaffen (want te ingewikkeld, of te duur). Maar ook voor wie niet binnen de doelgroep valt, kan deze camera interessant zijn. Hoe dit model bevalt in de praktijk, lees je in onze uitgebreide review.

Uitstekend
Conclusie

Al met al zijn we enthousiast over de nieuwe slimme Yale-producten. Eerder gaven we al een positief cijfer aan de slimme binnencamera, en nu doen we hetzelfde met de Yale slimme buitencamera. Voor nog geen 130 euro krijg je een complete camera die zich gemakkelijk laat installeren en daarna heel toegankelijk is wat betreft de bediening. Binnen de app tref je bovendien veel handige opties aan waarmee je de ervaring naar je hand zet. Je bent bovendien niet per se overgeleverd aan een cloudabonnement voor het bewaren van de opgenomen beelden. Je kunt die beelden namelijk gewoon offline opslaan op je smartphone en vervolgens uploaden naar je eigen back-ups. Helaas is het zo dat de opslagruimte van de camera niet uit te breiden is, maar dat is ook weer niet heel erg. Want mocht de buitencamera gestolen worden, dan gaat de dief niet aan de haal met een microSD-kaart (waardoor een aantal video’s, ondanks versleuteling, in verkeerde handen zou kunnen vallen). Tot slot is het tof dat er ook een zonnepaneel is voor het stroom én dat je zelf kunt kiezen of je de camera bedraad of draadloos gebruikt.

Plus- en minpunten
  • Natuurlijke beeldkwaliteit
  • Gemakkelijke installatie
  • Opnamen zijn te downloaden
  • Overzichtelijke app
  • Basis op orde
  • Prijs
  • IP65-certificaat
  • Slimmere herkenning achter betaalmuur
  • Lokale opslag niet uitbreidbaar
  • Zachte stem bij tweeweg-audio

Als we kijken naar recent uitgebrachte slimme buitencamera’s dan valt vooral de prijs op. Zo kun je de Ring Stick Up Cam Pro kopen voor een bedrag vanaf 180 (200 euro voor de variant met accu) en is de  Gigaset Outdoor Camera te koop vanaf 99 euro. Daar tussenin zit nu de Yale slimme buitencamera met een prijskaartje van 129,99 euro. In vergelijking met de variant van Gigaset biedt de slimme buitencamera veel meer aan voor een iets hoger bedrag, dus we kunnen al meteen claimen dat de paar tientjes extra een goede investering zal zijn.

Een vergelijking maken met de buitencamera van Ring loopt wellicht wat mank, aangezien het bij dat Amerikaanse merk gaat om een zogenaamd Pro-model. Dan krijg je nou eenmaal wat meer professionelere functies, en daar mag je logischerwijs voor betalen. De Yale slimme buitencamera is een typisch consumentenproduct, maar laat je daardoor niet misleiden. Met full HD-livebeelden, notificaties in realtime, tweewegcommunicatie, bewegingsdetectie, nachtzicht én een spotlight is dit misschien wel de meest complete camera in dit segment.

©Wesley Akkerman

Yale slimme buitencamera: zo geïnstalleerd

De nieuwe slimme productenlijn van Yale staat niet alleen voor simpel doch doeltreffende designs, maar ook voor een gemakkelijke installatie. Net als de Yale slimme binnencamera merken we dat de Yale slimme buitencamera binnen enkele minuten geïnstalleerd is. Tijdens het opladen van de accu hebben we de camera aan de app toegevoegd. Dat ging binnen enkele seconden. Vervolgens is het de bedoeling dat je wacht tot de accu vol is, zodat je daarna een geschikt plekje kunt uitkiezen. Dat kan in de tuin zijn, op de oprit of natuurlijk ergens op het balkon.

In de doos zit alles wat je nodig hebt voor een goede installatie, behalve het gereedschap. Opladen gaat via een usb-c-kabel, en verder is er een houdertje waarmee je de Yale slimme buitencamera aan een muur of plafond kunt bevestigen. Mocht je ergens over twijfelen, dan kun je altijd de app raadplegen voor de installatie-instructies. Natuurlijk moet je dan wel weten hoe je iets aan een buitenmuur bevestigt, maar dat is aan de gebruiker. Als je de camera draadloos gebruikt, gaat hij vier tot zes maanden mee voordat je hem weer moet opladen. Maar je kunt hem ook bedraad aansluiten.

©Wesley Akkerman

©Wesley Akkerman

Handige opties in de app

Binnen de app van de Yale slimme buitencamera tref je veel slimme functies aan. Zo kun je bijvoorbeeld het beeld 180 graden omdraaien wanneer je besluit de camera aan het plafond te hangen. Ook kun je een zonnepaneel aanschaffen bij Yale en dat aansluiten op de camera. Je kunt vervolgens via de app instellen dat de buitencamera dan via die weg zijn stroom krijgt. Verder is het mogelijk te schakelen tussen 720p en 1080p en kun je – net als bij het binnenmodel – de helderheid van het beeld aanpassen. Zo kun je in veel gevallen goed zien wat er gebeurt.

En net als bij de Yale slimme binnencamera heb je veel aan de uitstekende, algemene Yale-app. Je maakt een huis aan (en kunt meerdere huizen aanmaken) en daarvandaan allerlei Yale-producten aansturen. Er is een tijdlijn met activiteiten waar je direct opgenomen video’s kunt bekijken. Dat kan tot twee dagen na het opnemen. Als je wilt, kun je een abonnement afsluiten en dan toegang krijgen tot dertig dagen aan cloudopslag. Maar je kunt de beelden ook direct offline beschikbaar maken en kopiëren naar je eigen back-upserver of computer.

©Wesley Akkerman

©Wesley Akkerman

Met of zonder abonnement?

Dat laatste zien we niet zo heel vaak gebeuren, aangezien veel fabrikanten extra proberen te verdienen aan consumenten door cloud-abonnementen te pushen. Het is dus heel goed om te zien dat Yale in de voetsporen treedt van onder meer TP-Link, dat eenzelfde soort strategie hanteert. Er zijn functies die wel degelijk achter een betaalmuur zitten, maar die zijn wellicht wat minder essentieel. Zo is er geavanceerde bewegingsdetectie aanwezig, die onderscheid maakt tussen mensen, dieren en voertuigen. Dat kun je dus nog in overweging nemen.

Het abonnement kost 4 euro per maand. Maar dat heb je niet nodig als je de camera bijvoorbeeld alleen wilt gebruiken voor het detecteren van mensen. Het punt is duidelijk: als je op zoek bent naar gewoon een goed werkende buitencamera, dan is de Yale slimme buitencamera momenteel (waarschijnlijk) de beste en meest betaalbare optie. Ook is het zo dat je de camera – zonder extra kosten – verbonden kan worden aan Google Home en Amazon Alexa én beschikt over tweewegcommunicatie (een functie die de eerder genoemde Gigaset niet heeft) en nachtvisie in kleur.

Bepaalde delen afschermen

Dat de Yale slimme buitencamera en slimme binnencamera veel functies delen, is inmiddels duidelijk. Maar dat zien we niet als een negatieve eigenschap. Helemaal niet aangezien de buitenoptie ook privacy- en bewegingszones aanbiedt. Je kunt bijvoorbeeld een deel van het beeld zwart maken, zodat de camera weet hij daar niet mag opnemen. Je hoeft de camera dan niet fysiek te verplaatsen om te voorkomen dat dat specifieke deel in beeld verschijnt, omdat je als gebruiker dan gewoon zwarte balken te zien krijgt in de opname en livefeed.

Net als het binnenmodel is ook de slimme buitencamera best gevoelig. Dat betekent dat je om de haverklap meldingen krijgt van allerlei bewegingen her en der, zelfs wanneer de bovenburen even de was ophangen. Elke beweging van het lange wapperende laken levert een melding op, en dat kan mettertijd flink irriteren. Daarom is het fijn om te weten dat je die gevoeligheid kunt aanpassen, en zelfs gebieden kunt instellen waar een beweging geen melding triggert. Dit geeft je als gebruiker meer controle over de manier waarop de camera te werk gaat.

Fijn kleuren, breed gezichtsveld

Uiteraard is het ook belangrijk dat de beeldkwaliteit op orde is. En we kunnen melden dat Yale ook op dit vlak niet teleurstelt. Met een breed gezichtsveld van 154 graden en een maximale resolutie van 1080p leg je alles kleurrijk, scherp en in de volle breedte vast. Je kunt tot acht keer inzoomen als je wilt, maar dan moet je rekening houden met kwaliteitsverlies. De beelden ogen dan onnatuurlijk scherp, maar dat heb je nou eenmaal met digitaal zoomen. De nachtvisie – zowel in zwart-wit als in kleur – legt gebeurtenissen eveneens haarscherp vast.

Daarnaast willen we nog even de waarde benadrukken van een spotlamp en tweewegaudio. Niet alleen kun je dan altijd goed zien wat er gebeurt in de tuin of op de oprit, ook kun je contact leggen met iemand die voor de deur of ineens in de tuin staat. Heb je geen slimme deurbel, dan kun je zodoende toch aan een pakketbezorger laten weten waar dat pakketje naartoe mag. Of je kunt melden dat een potentiële inbreker er vrolijk op staat en dat de beelden aan de politie gegeven worden. Je moet dan wel wat harder praten, want je stem klinkt best zacht.

Yale slimme buitencamera kopen?

Al met al zijn we enthousiast over de nieuwe slimme Yale-producten. Eerder gaven we al een positief cijfer aan de slimme binnencamera, en nu doen we hetzelfde met de Yale slimme buitencamera. Voor nog geen 130 euro krijg je een complete camera die zich gemakkelijk laat installeren en daarna heel toegankelijk is wat betreft de bediening. Binnen de app tref je bovendien veel handige opties aan waarmee je de ervaring naar je hand zet. Je bent bovendien niet per se overgeleverd aan een cloudabonnement voor het bewaren van de opgenomen beelden.

Je kunt die beelden namelijk gewoon offline opslaan op je smartphone en vervolgens uploaden naar je eigen back-ups. Helaas is het zo dat de opslagruimte van de camera niet uit te breiden is, maar dat is ook weer niet heel erg. Want mocht de buitencamera gestolen worden, dan gaat de dief niet aan de haal met een microSD-kaart (waardoor een aantal video’s, ondanks versleuteling, in verkeerde handen zou kunnen vallen). Tot slot is het tof dat er ook een zonnepaneel is voor het stroom én dat je zelf kunt kiezen of je de camera bedraad of draadloos gebruikt.

Beveiligen met Yale Je kent Yale waarschijnlijk van de sleutels en sloten, maar het bedrijf maakt meer beveiligingsproducten, van slimme deursloten en bewegingssensoren en van alarmsystemen tot digitale deurspionnen.

▼ Volgende artikel
Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard
Huis

Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard

Het Zuid-Koreaanse zou een shooter gebaseerd op Starcraft in ontwikkeling hebben voor IP-eigenaar Blizzard.

Dat claimt The Korean Economic Daily. Een team binnen Nexon dat gespecialiseerd is in shooters zou zich op dit moment volledig richten op de nog onaangekondigde game. De ontwikkeling zou nog niet lang geleden zijn gestart, en dus zou de shooter nog lang op zich laten wachten.

Verdere details zijn er nog niet, behalve dat Choi Jun-ho ook bij het project betrokken zou zijn. Hij maakte eerder de populaire Shinppu-mapmod voor Starcraft.

Starcraft

Er gaan al langer geruchten over een shooter gebaseerd op Starcraft. Vorig jaar meldde Bloomberg-journalist Jason Schreier al in zijn boek 'Play Nice: The Rise, Fall and Future of Blizzard Entertainment' dat Blizzard aan een shooter zou werken. Volgens Schreier is de shooter van Nexon echter niet gerelateerd aan de shooter van Blizzard - het zouden om twee afzonderlijke projecten gaan.

De Starcraft-reeks bestaat uit real-time strategygames. De eerste verscheen in 1998, en een vervolg kwam in 2010 uit. Blizzard heeft al vaker geprobeerd shooters gebaseerd op de Starcraft-franchise te maken, maar die werden vooralsnog altijd geannuleerd.

Mogelijke onthulling op Blizzcon

Voor het eerst in enkele jaren organiseert Blizzard op 12 en 13 december de Amerikaanse beurs Blizzcon, waar alles rondom de uitgever wordt gevierd. Het is mogelijk dat één van de hierboven genoemde shooters daar wordt onthuld.

▼ Volgende artikel
Review: Mario Tennis Fever is een leuke set
Huis

Review: Mario Tennis Fever is een leuke set

Je vraagt je bij elke Mario-sportgame toch weer af: bereikt het de highs van die oeroude Game Boy-games van Camelot, zoals Mario Tennis en Mario Golf)? Het antwoord is, wat mij betreft, steevast  ‘nee’. Maar tussen ‘perfect’ en ‘niet perfect’ zit nog altijd een breed spectrum aan kwaliteit. En Fever? Die nestelt zich moeiteloos aan de betere kant van dat spectrum.

De drie toernooien die deze game rijk is, daar ben je een uurtje zoet mee. Waarschijnlijk zonder een set te verliezen. De Adventure Mode? Een paar uurtjes meer dan dat, en hoewel ook die nergens uitdagend wordt vertelt het wel een vermakelijk verhaal over Mario en Luigi die als baby’s hun tennis-skills moeten oppoetsen vanwege… bijzondere redenen.

Er zijn ook drie Challenge Towers met allerlei unieke uitdagingen die eventjes vermaken. In mix-up vinden we tennis, maar dan met regels en omstandigheden die alleen het Mushroom Kingdom kan bieden, en dat was het wel zo’n beetje. Wie Mario Tennis Fever alleen speelt is een weekend zoet en heeft zich prima vermaakt. Maar sportgames zijn er, natuurlijk, om je competitieve aard los te laten op vrienden, familie, kroost of online uitdagers.

Leuk

Daarom wil ik het ook niet al te uitgebreid over die singleplayermodi hebben. Ja, Nintendo heeft z’n best gedaan. Ja, er is weinig aan te merken op de minigames en kleine tussenscènes die de Tennis Academy te bieden heeft en de ontwikkelaars verdienen het dat het hier even aangestipt wordt. Nooit sla je stijl achterover van briljante ideeën of concepten, en er wordt geen druppeltje zweet gemorst van de spanning. Maar ‘leuk’ is eigenlijk een perfect, allesomvattend begrip om deze kant van de game te omschrijven.

De echte graadmeter echter, is de kern van de gameplay. Hoe speelt het? Hoe diep gaat het? Hoeveel personages, gekke rackets en super-power-mega-skillmoves zijn er in dit pakketje gepropt en hoe verhouden die zich tot elkaar? Na mening middag ballen overslaan of in dubbelspel terugslaan met mijn zoontje van 9, zijn we eruit: Mario Tennis Fever heeft ontzettend lekkere gameplay.

Content is king

Content is in de eerste instantie de name of the game. Er zitten bijna veertig personages in de game, meer dan een dozijn verschillende banen en de hoofdattractie is de aanwezigheid van tientallen Fever-rackets, die elk hun eigen unieke skill met zich meebrengen. De bananentros die Donkey Kong een ‘racket’ noemt strooit bananen over de baan, met het vulkaanracket plopt er een (je raadt het nooit) vulkaan op uit de baan en het Thwomb-racket zorgt ervoor dat het iconische stenen blok uit de Mario-serie plots uit de lucht valt – hopelijk op een tegenstander. Een zogeheten Fever-shot is verder ook geen hogere wiskunde. Om de zoveel tijd is je metertje vol en ram je dat ding over de baan heen.

Extra fijn is dat het gros van dit alles vrij te spelen is waar je maar wil. Laat je de singleplayermodi links liggen en speel je gewoon wat potjes tegen elkaar? Geen probleem, om de zoveel potten krijg je een nieuw racket, personage, of kleurtjes voor je favoriete tennissers.  

Watch on YouTube

Plak er een voldoende op

Enfin, tot zover de uitleg en alles wat hier te vinden is. Leuk spelletje, plak er een voldoende op en klaar, toch? Nou nee, want hoewel alles hierboven zijn eigen rol speelt, zijn het de diepere lagen daaronder die Mario Tennis  Fever tot grotere hoogten dan ‘plak er even een voldoende op’ stuwen. Al die personages? Die beschikken over hun eigen stats en eigenaardigheden. Wario laadt z’n powershots razendsnel op, Bowser Jr. legt veel meer precisie in z’n topspincurve dan anderen en Shy Guy slaat zijn topspins zonder gehinderd te worden door zijn positie op de baan.

En die banen? Die hebben elk hun eigen ondergrond, waar ballen anders op stuiteren en doorschieten, terwijl spelers zelf ook sneller of minder snel zijn, gebaseerd op het gras of het hardcourt waar ze op spelen. Die Fever-rackets? Oprecht allemaal een andere smaak. Ook daar merk dat extra stukje diepgang waar een wat luiere Mario-sportgame niet aan zou denken: wanneer je een Fever-shot terugslaat vóórdat op jouw zijde van het net landt, kun je met een stuit op de helft van de tegenstander zomaar eens het bijbehorende effect teruggeven. Prettig vervelend als je denkt die koter een modderplas op zijn helft te bezorgen, om ‘m vervolgens zelf om je oren te krijgen als hij de bal vakkundig over je heen lobt en ‘ie alsnog op jouw achterveld terecht komt. Een (modder)koekje van eigen deeg noemen ze dat geloof ik.

Mario Tennis Fever

Slide
Slide
Slide
Slide

Geen Lego, wel Duplo

Al die extra aandachtspuntjes en omstandigheden zijn ook nog eens gebouwd op een fundering van onkreukbare basisgameplay. Topspins, slices, curveballen, lobs en powershots: alles wat je van een tennisgame mag verwachten zit erin. De grote maar is alleen: het gebeurt allemaal zonder de nuance van een échte topgame. Vergelijk het een beetje met Lego en Duplo. Zelfde principe, zelfde soort blokken, maar iets vets bouwen met Lego hit net even anders dan iets vets bouwen met die grote Duplo-blokken. Zo verhoudt deze game zich ook tot de toppers uit het tennisgenre, zoals Virtua Tennis en Topspin. Is veelgevraagd, ik weet het, maar het is wel het verschil tussen goed of geweldig. En Mario Tennis Fever eindigt in het eerste kamp.

Is mijn zoontje naar school, dan heb ik namelijk geen enkele reden om Mario Tennis Fever verder te spelen. Zoals gezegd is al die singleplayercontent niet meer dan ‘even leuk’. En computergestuurde tegenstanders geven zelfs op het hoogste niveau nooit écht tegengas. Bovendien zijn de personages net te groot voor deze banen om het volgende niveau van verfijning te bereiken. Top, zo’n lob. Maar vanwege de dus relatief kleine banen blijft het geen zekerheidje dat je iemand ermee verschalkt die tegen het net aan staat. Aanzienlijke kans dat ie gewoon op tijd de achterlijn haalt, als ie ook maar een klein beetje inzicht heeft. Het zorgt ervoor dat Mario Tennis Fever een absoluut geslaagde game is, met heerlijke multiplayer. Maar wie de eindeloze diepgang en speeluren van, bijvoorbeeld, een Mario Kart World hier zoekt, staat sneller dan gewenst buitenspel. Oh wacht, verkeerd sport…

Mario Tennis Fever is vanaf 11 februari beschikbaar voor Nintendo Switch 2.

Goed
Conclusie

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Plus- en minpunten
  • Flinke hoeveelheid content en modi
  • Sterke basisgameplay
  • Uiteenlopende Fever-rackets
  • Nog altijd sterke multiplayer
  • Daagt je nooit écht uit
  • Diepgang niet eindeloos