ID.nl logo
Review Samsung Galaxy S25 Edge - Dunste smartphone met dikke prijs
© Rens Blom
Huis

Review Samsung Galaxy S25 Edge - Dunste smartphone met dikke prijs

De Samsung Galaxy S25 Edge is een opvallend dunne en lichte smartphone, maar wel een met een groot scherm. Met name jongere vrouwen zien zo'n type toestel wel zitten, stelt Samsung. Is de S25 Edge daadwerkelijk een goede keuze? Je leest het in deze review.

Uitstekend
Conclusie

We hebben de Samsung Galaxy S25 Edge met veel plezier gebruikt, op de kortere accuduur na. En dat vinden we toch wel een heel belangrijk punt in een smartphone. Zeker in een dure smartphone. De prijs vormt bovendien ons tweede struikelblok. De S25 Edge heeft een adviesprijs van 1249 euro, terwijl je de S25 Plus inmiddels al voor zo'n 900 euro hebt. Die telefoon biedt een betere accuduur in ruil voor een wat dikkere en zwaardere behuizing, en lijkt verder sprekend op de S25 Edge. Wij adviseren de meeste mensen daarom de S25 Plus, al willen we dat advies wat afzwakken als de S25 Edge sterk in prijs daalt. De kortere accuduur is echter een blijvend aandachtspunt.

Plus- en minpunten
  • Heel dun en licht
  • Compleet in functies
  • Zeven jaar updates
  • Kortere accuduur
  • Erg hoge adviesprijs

Als je de S25 overweegt, is het goed om te weten dat deze smartphone onderdeel uitmaakt van de S25-serie. Die is begin 2025 uitgebracht en bestaat uit de S25, S25 Plus en S25 Ultra. De prijzen van deze toestellen lopen ook in deze volgorde op. De S25 Edge debuteert eind mei voor een adviesprijs van 1249 euro, waarmee hij zich qua prijs tussen de S25 Plus en S25 Ultra nestelt. Een stevige prijs voor een dunne telefoon dus. 

©Rens Blom

Bijzonder slank ontwerp

Want dun, dat is de S25 Edge zeker. Hij meet slechts 5,8 millimeter, exclusief de camerabalk die wat extra uitsteekt. De geringe dikte zie je bijvoorbeeld terug bij de usb-c-poort, waar nauwelijks een rand omheen zit.

©Rens Blom

Ook in je hand voel je dat de S25 Edge dunner is dan andere smartphones. Maakt dat iets uit? Mwah, de een zal het cool vinden, terwijl de ander er een hoesje omheen doet en daarna weinig aandacht heeft voor de dikte van het toestel. Hieronder zie je de S25 Edge onder een Apple iPhone 16. Ja, de Samsung-telefoon is dunner, maar niet zó dun dat de iPhone oogt als een koelkast.

©Rens Blom

Wat je sowieso merkt, is het gewicht. De smartphone weegt 163 gram, en dat is echt weinig voor een telefoon met een 6,7-inch scherm. Het verschil met andere toestellen bedraagt enkele tientallen grammen, waardoor de S25 Edge comfortabeler in de hand ligt en minder aanwezig is in je broekzak. Minder comfortabel is typen op de S25 Edge als hij bijvoorbeeld op tafel ligt. Het toestel wiebelt dan nogal omdat het camera-eiland achterop duidelijk uitsteekt.

©Rens Blom

Het camera-eiland van de S25 Edge steekt duidelijk uit.

Volgens Samsung is de S25 Edge ondanks zijn dunne en lichte behuizing heel stevig – stevig genoeg om het toestel in de achterzak van je spijkerbroek te laten als je gaat zitten. Wij hebben ons inderdaad geen zorgen gemaakt om de degelijkheid, maar zeggen erbij dat we er ook niet op uit zijn geweest om de smartphone te beschadigen.

Een prettige zekerheid is de IP68-certificatie, die duidelijk maakt dat de telefoon tegen stof en water kan. De andere S25-modellen hebben ook een IP68-certicering. Draadloos opladen kan de S25 Edge ook, met maximaal 15 watt. Dat is niet heel rap, maar prima voor wie zijn toestel bijvoorbeeld 's nachts oplaadt.

Kortere accuduur

Over opladen gesproken: dat moet de S25 Edge waarschijnlijk elke nacht. Om de smartphone zo licht en dun te krijgen, is er gekozen voor een kleine accu van 3900 mAh. Ter vergelijking: veel smartphones met een even groot scherm hebben een 5000 tot 5500 mAh-accu. De accu in Samsungs Galaxy S25 Plus moet het doen met 4900 mAh. Het is dan ook niet vreemd dat de S25 Edge minder lang meegaat op een acculading en geen fantastische accuduur biedt. Jammer, maar het valt ons eerlijk gezegd nog mee. We kunnen de telefoon normaal gesproken met wat aandacht tot het slapengaan gebruiken. Op drukke dagen lukt dat zeker niet en is een powerbank of oplader al vóór het avondeten nodig.

Opladen via de usb-c-kabel kan met maximaal 25 watt, en dat is niet zo snel. Maar doordat de accu aan de kleine kant is, is de accu toch lekker snel vol. Niettemin kunnen veel concurrerende smartphones een stuk sneller opladen.

©Rens Blom

Specificaties

De overige specificaties van de S25 Edge weten echter wel te overtuigen en passen meer bij de hoge prijs van 1249 euro. We noemen een vliegensvlugge Qualcomm Snapdragon 8 Elite-processor met 12 GB werkgeheugen, minimaal 256 GB opslagcapaciteit en zeven jaar software-updates. Deze specificaties heeft de Edge-versie overgenomen van zijn S25-broers.

©Rens Blom

Het scherm lijkt geleend van de S25 Plus en is van uitstekende kwaliteit: kleurrijk, lekker fel als het moet en soepel ogend dankzij de 120Hz-verversingssnelheid. 

Interessant zijn de camera's. Dat zijn er slechts twee: een hoofdcamera en een groothoekcamera. Een zoomcamera, zoals aanwezig in de andere S25-modellen, is weggelaten om de Edge-versie zo dun te maken. Zoomen doet de Edge daarom via de hoofdcamera door een uitsnede te maken van een – let op – 200 megapixel-foto. Een prima methode, al is de echte smartphonefotograaf beter af met een toestel met een losstaande, geavanceerde zoomcamera.

Onderstaande serie foto's toont van boven naar beneden de hoofdcamera, de groothoekcamera en de zoommodus.

©Rens Blom

Conclusie: Samsung Galaxy S25 Edge kopen?

Al met al hebben we de Samsung Galaxy S25 Edge met veel plezier gebruikt, op de kortere accuduur na. En dat vinden we toch wel een heel belangrijk punt in een smartphone – zeker in een dure smartphone. De prijs vormt bovendien ons tweede struikelblok. De S25 Edge heeft een adviesprijs van 1249 euro, terwijl je de S25 Plus inmiddels al hebt voor zo'n 900 euro. Die telefoon biedt een betere accuduur in ruil voor een wat dikkere en zwaardere behuizing, en lijkt verder sprekend op de S25 Edge. Wij adviseren de meeste mensen daarom de S25 Plus, al willen we dat advies wat afzwakken als de S25 Edge sterk in prijs daalt. De kortere accuduur is echter een blijvend aandachtspunt. 

▼ Volgende artikel
Super Mario-medley wint een Grammy
Huis

Super Mario-medley wint een Grammy

Een medley gebaseerd op soundtracks uit Super Mario-games van het Jazzorkest 8-Bit Big Band heeft afgelopen zondagnacht een Grammy gewonnen.

De medley ‘Super Mario Praise Break’ won een Grammy Award voor beste arrangement (instrumentaal of a capella). In de medley zijn nummers als Gusty Garden Galaxy uit Super Mario Galaxy en Bomb-Omb Battlefield uit Super Mario 64 te horen.

De 9-Bit Big Band is afkomstig uit New York en heeft al eens eerder een Grammy gewonnen voor gamemuziek. In 2022 won het orkest een Grammy voor het nummer Meta’s Knight’s Revenge uit de SNES-game Kirby Superstar.

View post on X

De Grammy Awards

De Grammy Awards worden al sinds 1959 georganiseerd en worden gezien als een van de belangrijkste prijzen voor muziek ter wereld. Ze worden vaak vergeleken met de Oscars, die worden uitgereikt aan films. Dit jaar won Bad Bunny de prijs van album van het jaar, en ging Billie Eilish er vandoor met een Grammy voor nummer van het jaar. Overigens won Austin Wintory een Grammy in de categorie beste gamesoundtrack voor de soundtrack van Sword of the Sea.

De Super Mario-reeks van Nintendo valt op diverse spelcomputers van het bedrijf te spelen, waaronder de Nintendo Switch 2 en Nintendo Switch. Onder de meest recente grote hoofddelen vallen Super Mario Wonder en Super Mario Odyssey.

Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.

▼ Volgende artikel
Column: De PlayStation 6 mag nog jaren op zich laten wachten
Huis

Column: De PlayStation 6 mag nog jaren op zich laten wachten

De PlayStation 6 zou wel eens pas ergens na 2028 uit kunnen komen, zo claimde een analist onlangs. Dat betekent dat we minstens acht jaar met de PlayStation 5 opgescheept zitten. Maar niet getreurd: dat is juist goed nieuws voor de gemiddelde gameliefhebber.

Dat de PlayStation 6 in ontwikkeling is bij Sony, mag voor zich spreken. Nadat een nieuwe spelcomputer is uitgekomen, beginnen consolebedrijven vaak al snel met de research voor diens opvolger. Onderzoek naar de juiste specificaties en features van consoles beslaat vaak meerdere jaren, om nog maar te zwijgen over het maken van afspraken met bedrijven die de componenten daadwerkelijk leveren, en natuurlijk het produceren ervan.

Het is dan ook waarschijnlijk dat de specificaties van de PlayStation 6 al geruime tijd vastliggen, en dat Sony intern ook een schatting heeft gemaakt voor een releaseperiode voor de langverwachte console. Misschien was het bedrijf er zelfs van overtuigd dat het de console volgend jaar uit zou kunnen brengen.

Watch on YouTube

Verlengde levenscyclus

Onlangs meldde MST Financial-analist David Gibson dat Sony nu echter overweegt om de PS6 pas ergens na 2028 te leveren. “Sony verwacht dat de levenscyclus van de PlayStation 5 wordt verlengd, en dat de PlayStation 6-release langer op zich laat wachten dan de meesten voorspellen.” Dat zou betekenen dat de PS6 misschien pas ergens in 2029 of zelfs later in de winkels ligt.

De eerdere voorspellingen van ingewijden mikten voorheen vooral op eind 2027 of in de loop van 2028, op basis van wanneer de productie oorspronkelijk zou beginnen. De PlayStation 5 kwam in het najaar van 2020 uit, dus dat zou de console al een levenscyclus van ruim zeven jaar geven voordat de opvolger op de markt komt. Dat is in principe een zeer ruime levensloop voor een spelcomputer, en een release in 2027 of 2028 zou dan ook volkomen logisch zijn.

©PXimport

Stijgende RAM-prijzen

Maar de wereld houdt geen rekening met consolereleases, en gezien de huidige ontwikkelingen is de komst van een PlayStation 6 in 2027 of 2028 helemaal niet zo logisch meer. Dat heeft voor een groot deel te maken met de prijzen van RAM (Random Access Memory), die steeds hoger oplopen. RAM is namelijk in grote getale nodig om de alsmaar populairder wordende AI-assistenten als ChatGPT en Gemini draaiende te houden.

Als gevolg daarvan wordt RAM steeds schaarser en dus duurder, en laten spelcomputers nu ook net RAM nodig hebben. In deze periode een nieuwe spelcomputer uitbrengen zou dan ook betekenen dat de prijs van de console mogelijk erg hoog komt te liggen, wat de verkoop niet bepaalt stimuleert. Een dergelijke ‘valse’ start van de levenscyclus van een spelcomputer is iets dat veel bedrijven willen vermijden.

Ook de importheffingen die de Amerikaanse president Donald Trump op producten die buiten de Verenigde Staten worden gemaakt doorvoert, zorgen voor veel onzekerheid. Eerder moesten de prijzen van diverse spelcomputers, waaronder de PlayStation 5, al stijgen om dit op te vangen. Trump is – unieke politieke ontwikkelingen buiten beschouwing gelaten – de komende jaren nog aan de macht, dus ook dat maakt het uitbrengen van een nieuwe console bepaald geen veilige onderneming. De komende jaren een console lanceren is kortom dus een gigantisch risico, dat Sony volgensgeruchten zo klein mogelijk wil houden.

Trage consolegeneratie

Sony hoopt wellicht dat de economie eind dit decennium kalmeert. Dat zou echter wel betekenen dat we nog meerdere jaren op de komst van de PlayStation 6 moeten wachten. Wat mij betreft is dat niet iets om over te treuren, maar juist goed nieuws. Het geeft ontwikkelaars namelijk de kans om echt alles uit de PlayStation 5 te halen. Een kans die ze hopelijk met beide handen aangrijpen.

Hoewel de PS5 in november van 2020 uitkwam – ruim vijf jaar geleden – heb ik nog altijd het gevoel dat deze consolegeneratie nog maar net is begonnen. De generatie kwam sowieso vrij traag op gang, omdat deze middenin de coronapandemie viel. Dat was ook voor spelontwikkelaars een ingewikkelde tijd waarin halsoverkop naar thuiswerkmogelijkheden gekeken moest worden, waardoor veel games die in ontwikkeling waren vertraging op liepen.

Sony’s eigen game-line-up is de afgelopen vijf jaar ook wat karig geweest. Dat heeft deels te maken met een focus op liveservicegames, waarbij diverse projecten die bij Sony’s meest prominente studio’s in ontwikkeling waren uiteindelijk werden geannuleerd. Denk bijvoorbeeld aan de The Last of Us-multiplayergame die na jaren productie in de prullenbak werd gegooid.

Daarbij is de ‘cross-generation’-periode van deze generatie uitzonderlijk lang. Nog altijd komen diverse games niet alleen op PlayStation 5, maar ook op PlayStation 4 uit. Nu is dat iets wat in de toekomst alleen maar vaker voor zal komen – de grenzen tussen consolegeneraties vervagen en daarmee is het ook makkelijker om de prestaties van games terug of juist op te schalen.

Toch zorgt het er ook voor dat er onder gamers een gevoel groeit dat nog lang niet het uiterste uit de PS5 is gehaald. Er is méér met dat apparaat mogelijk, vooral met de bestaande PS5 Pro in het achterhoofd. Een verlengde levenscyclus voor de console geeft ontwikkelaars de kans om een aantal schitterende spellen af te leveren in de laatste jaren van de spelcomputer – de ontwikkeltijd van games wordt immers ook steeds langer. Met toppers als Grand Theft Auto 6, The Witcher 4 en Intergalactic: The Heretic Prophet nog in het verschiet, is er meer dan genoeg potentie om het de komende jaren uit te zingen met de PS5.

Niet zonder risico’s

Natuurlijk brengt het uitstellen van een consolelancering ook risico’s met zich mee, zowel voor Sony als voor de consument. Het is namelijk helemaal niet zeker dat de wereldeconomie er eind dit decennium beter voor staat. Daarnaast zet het Sony voor een moeilijke keuze: gooit het jaren aan research voor de PS6 weg om de console eind dit decennium met moderne specificaties uit te kunnen brengen, of behoudt het simpelweg de huidige specs zodat deze op release mogelijk al deels zijn verouderd?

De eventuele keuze om de PlayStation 6 uit te stellen zal dan ook niet over één nacht ijs gaan. Het is aan de goedbetaalde mensen in topposities binnen het bedrijf om die knoop door te hakken. Maar puur vanuit mijn eigen, egoïstische liefde voor games gezien, heb ik er totaal geen moeite mee om nog een jaar of drie, vier op de PlayStation 5 te spelen. Laat maar eens zien wat die console nog kan, en blaas ons in 2029 of 2030 weg met een nieuwe consolegeneratie die écht een flinke technologische stap zet!