ID.nl logo
Review Motorola Edge 50 Neo – Schot in de roos
© ID.nl
Huis

Review Motorola Edge 50 Neo – Schot in de roos

De Motorola Edge 50 Neo is een van de beste smartphones die je kunt kopen als je maximaal 500 euro wilt uitgeven. Waarom? En welke alternatieve telefoons zijn ook het overwegen waard? Je leest het in deze review van de Motorola Edge 50 Neo.

Uitstekend
Conclusie

Met de Edge 50 Neo levert Motorola een uitstekende midrange smartphone af. Het toestel heeft een licht en relatief handzaam ontwerp, een goed scherm, complete specificaties en krijgt vijf jaar updates. We kunnen dit toestel daarom aan veel mensen aanraden. Heb je behoefte aan een telefoon met een groter scherm of een krachtiger processor voor bijvoorbeeld gaming? Dan past de Edge 50 Neo minder goed bij je.

Plus- en minpunten
  • Compact, lichtgewicht ontwerp
  • 512 GB opslagcapaciteit
  • Compleet qua functies
  • 5 jaar updates
  • Niet de snelste processor
  • Slachtoffer van een verwarrende Motorola-strategie

Laten we beginnen met de naamgeving. De Edge 50 Neo is een van de modellen in de inmiddels uitgebreide Edge 50-serie. Let er bij het vergelijken en eventueel kopen dus goed op wélk model je koopt. Motorola verkoopt de Edge 50 Neo in Nederland voor een adviesprijs van 499 euro.

Flitsend, handzaam ontwerp

Wat direct opvalt aan de Edge 50 Neo is hoe het toestel in de hand ligt. Met een gewicht van 171 gram is hij wat lichter dan veel andere telefoons. Het scherm is met 6,4 inch niet per se compacter, al zijn er ook genoeg smartphones met een groter scherm. Wij vinden de Edge 50 Neo erg prettig vasthouden, wat komt door het beperkte gewicht én de kunstleren achterkant. Die laat geen vingerafdrukken zien en biedt meer grip dan kunststof, glas of metaal.

©Rens Blom

Motorola biedt de Edge 50 Neo in drie verschillende kleuren aan.

Dat Motorola de Edge 50 Neo in drie flitsende kleuren aanbiedt, vinden we al helemaal tof. Een hoesje is wat ons betreft niet nodig, hoewel het mooi is dat Mororola wél een hoesje meelevert, in de kleur van het toestel.

©Rens Blom

De Edge 50 Neo is niet bang om op te vallen.

Het oledscherm laat een uitstekende indruk achter. Kleurrijk, scherp en met een 120Hz-verversingssnelheid, goed afleesbaar in de zon en zo alles wat je wil.

©Rens Blom

We zijn erg tevreden over het scherm.

Uitstekende specificaties

Motorola heeft interessante specificaties gekozen voor de Edge 50 Neo. Hoewel de MediaTek-processor niet bijzonder is – er zijn snellere smartphones voor dit geld te koop – heeft de Edge 50 Neo wel bijzonder veel werkgeheugen (12 GB) en een zee aan opslagcapaciteit (512 GB) aan boord. Er is ook ondersteuning voor functies als NFC, wifi 6E en e-sim. Een heel complete telefoon dus, die bij dagelijks gebruik alles doet wat we willen.

De Edge 50 Neo heeft een 4310mAh-accu, wat licht ondergemiddeld is voor een moderne 6,4inch-smartphone. De kleinere accu draagt wel bij aan het lichte gewicht van het toestel. En je hoort ons niet klagen, want we kunnen de Edge 50 Neo probleemloos een lange dag gebruiken voordat we de oplader nodig hebben.

©Rens Blom

In de verpakking vind je bij Motorola-telefoons voortaan geen oplaadadapter meer.

In de doos van de Edge 50 Neo vind je een usb-c-kabel, maar geen oplaadadapter. Een trendbreuk met voorgaande Motorola-telefoons, die met een adapter in de doos kwamen. Volgens Motorola mag dat niet meer vanwege nieuwe Europese wetgeving. Jammer voor jou als koper, want nu moet je zelf een adapter regelen. Om de Edge 50 Neo zo snel mogelijk op te laden, heb je een adapter nodig met ondersteuning voor het usb-pd-protocol en een output van 65 watt of hoger. Je kunt ook een minder krachtige usb-pd-adapter gebruiken, maar dan laadt de telefoon langzamer op. Met een snellader duurt het slechts drie kwartier om de accu helemaal op te laden.

Maakt de snelheid je weinig uit, dan kun je de Edge 50 Neo ook op een draadloze oplader plaatsen. De telefoon laadt dan op met maximaal 15 watt. Wij leggen het toestel bij het slapengaan op een draadloze lader en zijn blij met deze functie, ook omdat lang niet alle toestellen in deze prijsrange draadloos kunnen laden.

©Rens Blom

Camera's

Foto's en video's schiet de smartphone met drie camera's op de achterkant en een prima selfiecamera in een gaatje in het scherm. Motorola heeft achterop gekozen voor een 50megapixel-hoofdcamera met optische beeldstabilisatie (OIS), een 13megapixel-groothoeklens en een 10megapixel-telelens (die ook OIS heeft). OIS helpt om bewogen foto's tegen te gaan. Alle drie de camera’s zijn kwalitatief ruim voldoende en de zoomcamera is beter dan op veel concurrerende telefoons. Hieronder vind je wat foto's gemaakt in de buitenlucht en in een kerk op een zonnige Open Monumentendag.

©Rens Blom

V.l.n.r.: hoofdcamera, groothoekcamera en 3x zoom.

©Rens Blom

Hoofdcamera.

©Rens Blom

Groothoekcamera.

©Rens Blom

3x zoom.

5 jaar updates

Het updatebeleid van de Edge 50 Neo is een bijzonder verhaal. Motorola geeft de smartphone vijf jaar lang Android-upgrades en beveiligingsupdates. Dat is even lang als Samsung, al kun je in deze prijsklasse ook telefoons kopen die zes of zeven jaar (beveiligings)updates ontvangen en daarom langer veilig te gebruiken zijn. Motorola zet met de Edge 50 Neo echter een mooie stap ten opzichte van voorgaande toestellen, wat we dus alleen maar prijzen. Maar het levert wel een gekke situatie op, waarbij de Edge 50 Neo van 499 euro het beste updatebeleid heeft van alle Motorola-toestellen. De twee keer zo dure Razr 50 Ultra-klaptelefoon krijgt bijvoorbeeld maar drie Android-upgrades en vier jaar beveiligingsupdates. En ook Motorola's splinternieuwe Edge 50, die 100 euro meer kost dan de Edge 50 Neo, moet het met 'slechts' vier jaar updates doen. Deze strategie is een pluspunt voor de Edge 50 Neo, maar maakt de strategie van Motorola moeilijk te begrijpen.

©Rens Blom

De softwareschil van Motorola is opgeruimd en voegt wat handige functies toe.

Conclusie: Motorola Edge 50 Neo kopen?

Met de Edge 50 Neo levert Motorola een uitstekende midrange smartphone af. Het toestel heeft een licht en relatief handzaam ontwerp, een goed scherm, complete specificaties en krijgt vijf jaar updates. We kunnen dit toestel daarom aan veel mensen aanraden. Heb je behoefte aan een telefoon met een groter scherm of een krachtiger processor voor bijvoorbeeld gaming, dan past de Edge 50 Neo misschien minder goed bij je. In dat geval raden we de even dure OnePlus Nord 4 aan. In dit prijssegment zijn ook de Google Pixel 8 en OnePlus 12R het overwegen waard.

Motorola Edge 50 Neo

Klik hier voor de actuele prijs
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.